THE BANANA PEEL BLUESBAND & GUESTS (Patrick RIGUELLE, Patrick CUYVERS, Marino NOPPE) in Banana Peel te Ruiselede op maandag 2 september 2013: ‘Dylans ‘Gotta Serve Somebody’ belicht de filosofie van dit impromptu gezelschap, namelijk er zijn voor het collectief, maar dat hier voor bijna 200 jaar (blues)muziekervaring op het toneel staat, met nog een wissel op de toekomst erbij, is een al even onontkoombare vaststelling’

Banana Peel heeft zijn 48e (!) seizoen feestelijk ingezet met het intussen traditionele openingsconcert met The Banana Peel Bluesband (TBPBB), al even gewoontegetrouw versterkt met uitgelezen guests. Die gasten waren niet van de minsten met twee muzikanten die een begrip zijn in de Belgische blueswereld en één die een begrip is in het nationale muziekleven tout court. Voeg daarbij de basiskwaliteit van de ‘vaste’ groepsleden en een songkeuze, die grasduint in de rijke historie van blues, bluesrock en rock-‘n-roll, en het laat zich raden dat er weer een aardig feestje werd gebouwd, daar in het stilaan historische pand met agrarische pedigree, de club die iemand ooit Banana Peel Jazz & Blues Club (BP) doopte, daar in het anders zo schrikbarend rustig ruisende Ruiselede.

 

Het werd, niet onverwacht, een aardige voortzetting van vorig seizoen dat met The Little Devils en Wolf Mail zo aardig afdronk. Die twee acts waren echter opmerkelijke verrassingen. De kwaliteiten van TBPBB zijn dan weer overbekend voor wie al eens vaker in de BP aanbelandt. Vandaar dat het niet verwonderlijk was dat de keet weer eens lekker volliep. Dit scenario zal wel niemand bedacht hebben, toen zo’n 25 jaar geleden een gitarist uit de streek, Willy De Vleeschouwer, het voortouw nam in wat bedoeld was als een gelegenheidsformatie, als een house band  die occasioneel begeleider zou zijn van artiesten op bezoek. De samenstelling wisselde geregeld, omdat niet iedereen altijd beschikbaar was. Maar deze oorspronkelijk ‘band in residentie’ begon alras ook buitenshuis op te treden. TBPBB was vaak te horen op festivals, nam een cd op (‘Live At The Banana Peel’, 1997) en ging zelfs op toer met de begenadigde Canadese zangeres Theresa Malenfant. TBPBB gaf ook present op de viering van 40 jaar BP en op de feestelijkheden, die hoorden bij het duizendste concert in de club (intussen ze er al bijna tweehonderd meer)

 

Intussen ligt TBPBB in een vaste plooi: behalve Willy is er zijn voormalige ‘poulain’, leadzanger en gitarist Pascal De Muynck (die ook frontman is van rock cover bands Midnight Drive, Red House en de uitstekende The Detectives), Eric De Wolf, elektrische bas en backings (zijn staat van dienst is ellenlang… Zo speelde hij ooit nog in Texas met Jim Suhler die maandag 9/9 hier te gast zal zijn) en Andy Van Kerkhove (drums, lid van o.a. The Detectives) vormen de ritmesectie, voorwaar een huis van vertrouwen. Programmator en in- en uitleider Franky Van de Ginste prees ook uitvoerig de attitude van de groepsleden, die altijd paraat staan om in te vallen of hun eigen materiaal (van instrumenten tot backline) ten dienste te stellen van de BP en de artiesten die er concerteren. Twee van de gasten zijn vertrouwde gezichten in BP. Patrick Cuyvers (die het hier altijd zwaar te verduren krijgt omdat hij van Limbabwe komt… Men plaagt wie men graag ziet!) is in het ‘ware’ leven schooldirecteur en… koster-organist in Hechtel(-Eksel), maar kent men in blueskringen vooral van Hideaway (Soul Spirit, Jim Cofey…) en zijn rol als podiumverantwoordelijke op het Belgium Rhythm & Blues Festival in Peer, waar hij ook al vaak optrad (op welk bluesfestival niét?). Het typische geluid van zijn majestueuze Hammond B-3 met Leslie Speaker geeft deze gitaarband nog meer room to move.

 

Marino Noppe is ook al geen onbekende, want hij is vergroeid met BP sinds hij er in 1984 een plaat opnam met Maxwell Street. We zien hem vaak bij de concerten, zeker als het pure blues betreft. In 1997 was hij de zanger en gitarist-naast-Willy van de versie van TBPBB die ‘Live At The Banana Peel’ opnam. Exact een jaar geleden stond de man uit Meulebeke (Illinois) hier met zijn vernieuwde Maxwell Street, verlengstuk van de backing band die hij voor Super Chikan had samengesteld. De derde gast heeft geen CV nodig: Patrick Riguelle volstaat. Op de vraag op welk podium hij nog niet stond, is het antwoord vlug gegeven: in de Banana Peel! Patrick verwonderde er zich zelf nog het meest over dat hij hier nog nooit eerder een concert had bijgewoond, laat staan er speelde. Daar had snedige Riguelle een pasklare verklaring voor: ‘Franky zegt dat hij mijn telefoonnummer niet had’. De van origine West-Vlaming voelde zich duidelijk in zijn schik in de bluestempel en nam zijn rol van hogepriester van de blues waar met bravoure, goede luim en humor, spontaan en gevat inspelend op alle impulsen die men hem vanuit publiek en band aanreikte.

 

Je zag ook hoe hij zich, net als de andere aanwezigen, verbaasde over wat deze band presteert, eens die onder stoom komt. Blues zal met ervaren muzikanten uiteraard geloofwaardig klinken zonder ellenlange repetities. De toonaard en een indicatie van het ritme volstaan doorgaans. Maar de bezieling van de leden van deze band, die per slot van rekening maar occasioneel samenkomt, is van die aard dat het lijkt alsof deze lieden, ocharme bloedjes van nauwelijks vijftig, dag en nacht met elkaar optrekken. De band trok iets na het vertrouwde kwart na acht ‘boekjaar 48’ op gang met een handvol nummers die typerend zijn voor de reikwijdte van het gezelschap: even goed het rockende ‘Why Get Up’ van The Fabulous Thunderbirds (opgedragen aan wie de eerste schooldag enige moeite had om uit bed te raken) als ‘No Free Rides’, kroonjuweel van Louisiana Bluesman Larry Garner (uit diens ‘Double Dues’, 1995), song die ook voor ons zowat alles samenvat waar het in de blues om gaat. TBPBB heeft er een broeierige versie van, eentje die het origineel alle eer aandoet en een bewijs van niet doordeweeks kunnen.

 

Het verschil tussen beide gitaristen valt alras op: terwijl Pascal De Muynck een uitgesproken (Texaanse) rockbenadering heeft, kan Willy De Vleeschouwer zijn op Chicago gerichte aanpak niet verbergen. Het is een spanningsveld dat verbazend goed werkt, steeds beter naarmate het optreden vordert. Als Marino Noppe daarna in een tweetal songs het voortouw neemt, krijgt het optreden weer een nieuwe wending: Marino speelt geen blues, hij IS blues. Zich niets aantrekkend van wat moet of mag of kan, gaat hij in een soort trance en speelt (eerst gewoon elektrisch, later pas ook slide) en zingt alsof hij zich op de intussen verdwenen  Maxwell Street Market bevindt in de Near West Side van Chicago, ergens halverwege de jaren vijftig… Watch out, Hound Dog Taylor! Als Patrick Riguelle dan als een duivel uit een doosje opdoemt, gaat het een versnelling hoger met ‘High Heel Sneakers’ van Tommy Tucker (maar hier vooral bekend in andere versies, o.a. van Carl Perkins en Elvis Presley): Patrick is duidelijk gekomen om zichzelf te amuseren, en ons erbij.

 

De eerste set eindigt crescendo met ‘The Groom’s Still Waiting At The Altar’ van Bob Dylan en ‘The Sky Is Crying’, de laatste hit van Elmore James (in 1960) en sindsdien eindeloos gecoverd. Riguelle houdt ons, beducht voor enige tegenwind, voor dat Dylan een groot bluesartiest is… Zijn schroom is echt wel overbodig. Sinds de jaarlijkse Dylan Tributes van Derek, Bruno Deneckere en Nils De Caster twijfelt niemand hier meer aan, Patrick! De song van Dylan stond eerst niet eens op ‘Shot Of Love’ uit 1981, maar was de b-kant van single ‘Heart Is Mine’. Omdat het nummer zo opviel, werd het later wel toegevoegd aan de cd. Sindsdien maakt het integraal deel uit van elke ‘Shot Of Love’ release. Het nummer van James is dan weer aanleiding om herinneringen op te halen die te maken hebben met het in en om het nabije Aalter legendarische café De Splurze. Patrick trad er in 1984 op met wat later rockband K-13 zou worden. Hij is niet vergeten dat Willy, toen barman, van achter zijn bar parmantig meespeelde. In De Splurze kon alles, maar net zoals de Maxwell Street Market en de al even beroemde Storyville wijk in New Orleans, moest de pleisterplaats wijken voor bouwwoede en verkavelzucht…

 

Hommages zijn in concerten als deze aangewezen en die komt er meteen naar de pauze, en dus lang voor midnight, met het coulante ‘Low Down’ van de op 26 juli ll. overleden J.J. Cale. Als Patrick Riguelle opnieuw de band vervoegt, komt er meteen een nieuwe, onaangekondigde gast bij, Matisse Cooreman. De jongeman speelt ondanks zijn nog erg jonge jaren, een aardig stuk mondharmonica en lijkt wel geboren voor de blues, al vraagt Patrick plagerig: ‘Hebt gij al veel miserie in uw leven gekend?’ Matisse heeft dat niet nodig om tussen dit illuster gezelschap zijn mannetje te staan. De rest van de set is een opeenvolging van herkenbare, veelbeproefde classics, waarbij gaandeweg alle tenoren samen op het podium komen te staan, met bijna altijd Patrick aan de vocalen (vandaag geen gitaar of ander instrument!) en Eric en Pascal af en toe backings: ‘Mary Had A Little Lamb’ (dat was geleden van toen Ian Siegal hier laatst was), het fenomenale ‘Eyesight To The Blind’ (Sonny Boy Wiliamson II, 1951), ‘Got My Mojo Working’, ‘Maybellene’ van Chuck Berry (1955; vaak misschreven als ‘Maybelline’), ‘Stormy Monday’, de signatuursong van T-Bone Walker (Patrick herdoopte hem even tot ‘T-Bone Steak’), ‘That’s Alright Mama’ van Arthur ’Big Boy’ Crudup (waarbij men spontaan aan de begindagen van Elvis terugdenkt) Eindelijk speelt Marino nog eens slide en dat is een verademing. Ten slotte ook ‘The Thrill Is Gone’ (Roy HawkinsRick Darnell, 1951) dat B.B. King in 1970 de eeuwigheid inzong.

 

Beide laatste songs vind je ook op ‘Live At The Banana Peel’, niet gans toevallig natuurlijk.  Willy en Marino dissen in ‘The Thrill Is Gone’ overigens, na de zo talrijke solomomenten van Pascal, Willy, Marino en Patrick B3, een bijzonder aardig, nergens mee te vergelijken duet op, een staaltje van wat het zou kunnen worden, als dit een formele band was. Geen bluesconcert zonder boogie, denkt en zegt Marino, en hij gooit een smeuïge brok in het pak (‘Birddog Blues’?), net voor de dampende grand finale met Johnny B. Goode in ‘Patrick Riguelle’ (of is het omgekeerd?) Zeven voor elf, maar dan kondigt Franky aan dat de Verschrikkelijke Buurman verhuisd is en dat daarom de strikte avondklok van elven alvast vanavond niet geldt. Er volgen dus nog een koppel bissen waarin Bob Dylan weer zijn opwachting maakt: ‘Gotta Serve Somebody’ belicht de filosofie van dit impromptu gezelschap: er zijn voor het collectief. Nou, opdracht vervuld! Dat hier voor bijna 200 jaar (blues)muziekervaring op het toneel staat, met nog een wissel op de toekomst erbij, is een al even ‘incontournabele’ vaststelling. Een jolig en gretig publiek nam het in dank af, zeker na twee maanden zwart gat. Er zijn slechtere manieren om je 48e jaargang in te gaan!

 

Antoine Légat (04 09 13)

P.S. Drie weken later overleed schielijk Andy Van Kerkhove, amper 43 jaar. Andy was, naast een uitstekende slagwerker, een fijne mens. Hij laat een niet in te vullen leemte achter in zijn gezin, bij zijn familie en kennissen en zijn grote schare collega’s en vrienden. Wherever you are, shine on, you crazy drummer

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s