SARAH D’HONDT in SEPTENTRION. Artikel ‘‘Vous êtes la chanson’: Sarah D’Hondt’, verschenen in Septention. Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bays nr. 3, september 2013 (42e jg.), vertaald in het Frans door A. Herlédan. Ziehier ons origineel…

7 april 2013, het 29e Concours de la Chanson van de Alliance Française Pays-Bas in een volgepakt Diligentia Theater in den Haag. Met acht stootten ze door naar de finale, onder wie één Vlaamse, Sarah D’hondt uit Gent. Hoewel het niveau hoger lag dan ooit tevoren kaapte deze in Nederland nog amper bekende zangeres de eerste prijs weg. Het juryrapport van de Liesbeth List prijs liet er geen twijfel over bestaan: Sarah verdiende de prijs omwille van ‘haar professionele optreden en de uitstraling van het chanson’. Zij vertolkte op originele wijze ‘Parlez moi d’amour’, dat Lucienne Boyer in 1930 de eeuwige roem inzong, lied dat trouwens ooit verkozen werd tot het beste vooroorlogse Franse lied.

Jurylid Liesbeth List overhandigde Sarah eigenhandig de prijs, samen met Pierre Ménat, de Franse ambassadeur in Nederland. De Grote Dame van het Nederlandse lied had voor de Vlaamse nog een mooi compliment, dat Sarah nog het meeste plezier zal hebben gedaan: ‘U bént het lied’. Eigenlijk sleepte ze ook de Publieksprijs in de wacht, maar die schoof men door naar de tweede. Ook het Sarah D’hondt Quartet werd in de lof betrokken en dat is volkomen terecht. Ook dit is haar verdienste, dat ze deze veelzijdige klassenbakken rond zich wist te scharen. Zo is accordeonist Stijn Bettens voor Sarah wat een Jean Corti voor Jacques Brel was.

We zagen het Sarah D’hondt Quartet aan het werk in december laatstleden met liederen van Edith Piaf, Juliette Gréco, Josephine Baker, Barbara, Yves Montand en anderen, alle uit de periode 1920-1960. Dat was in het knusse kader van Arscene/Sonoris Causa, concertzaal annex geluidsstudio, plompverloren in het landelijke Hansbeke bij Gent. Dat concert werd tevens opgenomen voor een live cd. Dat is meestal een zenuwachtige bedoening, omdat de kleinste fout de registratie kan verknoeien. Toch viel het op hoe kalm en zelfzeker Sarah is, ook onder druk. Ze geeft onvoorwaardelijk het beste van zichzelf. Zoek niet verder: haar geheim heet… passie.

Zoals velen leerden we haar kennen als tweede stem bij Lieven Tavernier, schrijver van klassiekers als ‘De eerste Sneeuw’ en ‘De Fanfare van Honger en Dorst’. Ze is immers te horen op Lievens vierde langspeler ‘Wind en Rook’ in 2008, waar haar engelenstem mooi harmonieert met de vocalen van Tavernier. Zo’n immens talent komt niet uit de lucht gevallen. Sarah volgde klassieke zang. Dat gaf haar een niet te versmaden technisch fundament, maar de lessen lyrische kunst leerden haar wat interpretatie en inlevingsvermogen betekenen. Ze zingt intussen vlekkeloos in vele talen en stijlen. Maar het Frans bleek het expressiemiddel dat het dichtste aansluit bij haar zoektocht naar authenticiteit, en dan kom je algauw op het chanson uit.

Het lijkt wel een sprookje, maar het is zo gebeurd: een doos, van grootmoeder geërfd, bleek een schat aan Franse, Duitse en Nederlandstalige chansons te bevatten. Sarah omschrijft het impact van die ‘ontdekking’ als volgt: ‘Eenvoudig en puur. Wat slagroom maar niet te veel. Herkenbaar voor iedereen. Dat vind ik zo straf aan het chanson: het is degelijk en groots… en toch heel toegankelijk.’ Schrijven, componeren en het dan nog eens kunnen brengen, dat is wat Sarah bewondert in groten als Brel, Piaf, Barbara, Baker en Brassens. Er is echter meer. Ze beheersen het ambacht, maar je kan niet voorbij deze figuren zonder begeesterd te raken door hun persoonlijkheid. Ging hun levenspad niet over rozen, ze bleven wel zichzelf trouw. Hun leven is hun zingen, en vice versa. Je leeft maar één keer, lijken ze ons te vertellen, en als het tegenvalt… is er altijd nog de muziek!

Voor Sarah is performen daarom meer dan het fysieke genot van het zingen, de interactie met het publiek, het samenspelen met fijne muzikanten, er is ook de thematiek, dat wat er aan leven en levenswijsheid in de liederen zit. Vandaar haar nieuwe programma rond iconen als Marlène Dietrich en Billie Holiday. Vandaar haar interesse in WOI: als kleintje bezocht ze de treurende ouders van Vladslo en hoorde ze over de gruwel van Passendale. Nu werkt ze met Stijn Bettens en Koen De Cauter aan een programma met liedjes uit WOI. Er waren, zijn en volgen nog projecten die ze kiest afgaand op haar gevoel en waar ze zich dan enthousiast aan wijdt. Dat Piaf net 50 jaar dood is, inspireert haar niet tot een hommage. La Môme Piaf krijgt nog altijd veel aandacht en respect. Sarah eert haar op een andere wijze: ‘Ik zing haar liefst elke dag.’

Dat typeert haar. Zingen is haar eerste en grootste gevoel. Ze heeft altijd al gezongen. Die passie betreft trouwens steeds meer het schrijven van eigen teksten, een nieuwe en geweldig boeiende stap. Ze besluit: ‘De toekomst betreft niet alleen muziek uit het Parijse verleden, maar ook in het nu in mij! Ik ben zoooo content dat ik zingen mag.’

 

Antoine Légat (19 05 13)

(‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel geniet dan weer de eer van het sterkste naoorlogse chanson)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s