NOMAD SWING (en SONS OF NAVARONE) in de tent op het Canadaplein tijdens het Herbakkersfestival in Eeklo op zondag 18 augustus 2013: ‘Gouden combinaties van stijl- en stielkennis met zin voor entertainment’

(dit en enkele voorgaande stukken, vanaf Ad Vanderveen, maar niet ‘Summer Of ‘1″), vindt u online @ www.rootstime.be )

 

Tussen Dag 3 en Dag 4 van Helden In Het park (HIHP; organisatie: N9) in, was er het Herbakkerfestival (HF), ook al in Eeklo, met CC De Herbakker als gangmaker, al zet ook de N9 hier de vaste ploeg in. Dit jaar is er op de Boelare, centrum Eeklo, een zondagse wereldculturenmarkt bijgekomen, onmiskenbaar een succes, maar ons interesseerden vooral de concerten weg van het plein voor CC De Herbakker. We zochten dus de jaarlijkse tent op het knusse Canadaplein op en kregen daar meteen Nomad Swing voorgeschoteld, formatie van en rond een duo, zangeres Ine Smet en gitarist Seppe Van Tilborg, maar het zoveelste project waar Koen De Cauter een cruciale rol in speelt. Koen heeft ons aan steile kwaliteit gewoon gemaakt, maar Nomad Swing is bepaald een hoogvlieger, onder andere ook door de bijzondere invalshoek annex repertoirekeuze. We hebben onszelf al lang geleden beloofd ons niet meer op te winden als de publieke opkomst niet naar behoren is en gelukkig maar: we zouden het niet overleefd hebben. Er zal wel een goeie reden voor zijn, maar hier zaten slechts een handvol genieters te genieten van een subliem concert.

 

We hebben begrepen dat ook Nik Phelps, Amerikaans klarinettist en trompettist, van de formatie deel uitmaakt (Phelps is niet de eerste de beste: hij deed zelfs mee op ‘Mule Variations’, meesterwerk van Tom Waits uit 1999), maar die was niet aanwezig in Eeklo. Wel present gaven slaggitarist Sam Opstaele en Dajo De Cauter op contrabas. Koen speelde niet enkel soprano en klarinet, maar nam ook de zang waar, alternerend met Ine, en één opvallende keer in duet. Hij deed tevens de presentatie, geheel op zijn rustige, licht ironische wijze, met enige emfase op wat emfase verdient, informatief zonder dat het belerend overkomt. Zoals alles wat Koen doet: onnavolgbaar. Zo vergeten we NOOIT meer dat Weldon Leo ‘Jack’ Teagarden een sleutelfiguur in de muziek van vorige eeuw was, Koen, al wisten de schaarse aanwezigen, incluis de spreekwoordelijke paardenkop, dat in verband met deze invloedrijke jazztrombonist vermoedelijk al wel langer. Het concert werd, zoals al uit de vernoemde grootheid kan afgeleid worden, een dwaaltocht doorheen de muziek van de eerste helft en het midden van de twintigste eeuw, vooral in de vorm van jazz standards, de torch songs, het crooner genre.

 

Zat de swing er vanzelfsprekend overal in, dan bleef de rol van eigenlijke swing jazz, toch datgene waar men Koen vooral mee associeert, beperkt. Het gezelschap opende wel instrumentaal met ‘Swing 39’ van Django Reinhardt, maar daarna bleef het vrij stil op dat front. Deze muziek staat of valt met de uitvoering. Bij Nomad Swing is de kunde gelijk aan de show: je kan uren luisteren naar Koens spel op de sax, Seppes technische meesterschap bewonderen, genieten van Ine’s vocale vlucht, maar deze formatie doet er toch nog showmanship bovenop: Ine interpreteert de songs, in de Franse betekenis van ‘interpreteren’, en ze doet dat met overtuiging en humor. Koen is daarbij ongetwijfeld een inspiratiebron. De mimiek van de man is enig. Zijn priemende ogen fascineren en tegelijk kan je niet anders dan glimlachen om dit vreemd samengaan van luim en ernst. Je kan deze muziek high brow benaderen, maar Nomad Swing heeft begrepen dat dit ooit gewoon entertainment was, variété, maar dan van een hoog professioneel gehalte. Het onttrekt het aan de mufheid van de archeologie en maakt er muziek van nu van.

 

We horen o.a. ‘You Let Me Down’ van Billie Holiday (1935) en een knap duet Ine-Koen in ‘Into Each Life Some Rain Must Fall’ (1944) Deze evergreen was ook in oorsprong een duet van Bill Kenny & Ella Fitzgerald binnen The Ink Spots. Pittig detail: de songtitel is afgeleid van een quote uit ‘Rainy Day’ van de in de States nog steeds vereerde dichter Henry Wadsworth Longfellow. ‘Mis’ry And The Blues’ van, hum, Jack Teagarden (1954) volgt. Koen zingt het met de intonatie die bij de deining van de tekst past en als de duivel de boze dame uit de song finaal komt halen, dan haalt Koens sopraansax geweldig uit… Programmatische muziek! ‘That’s A Plenty’ (1914) krijgt zijn oorspronkelijke ragtime jasje weer aangemeten (het gaat dan wel om de Pollack & Gilbert song, want er is nog een ander bekend nummer met die titel!) Je vindt een knappe versie van ‘That’s A Plenty’ op YouTube uit 1951, door de band van… jawel… Jazztrombonist Teagarden! Aan Louis Armstrong kan je in deze context uiteraard  moeilijk voorbij: de keuze viel op ‘Kiss Of Fire’, song waar Satchmo aan en van hield, al hadden vele andere tenoren een nog net iets grotere hit met deze tango die oorspronkelijk ‘El Choclo’ heette en in 1903 zijn zegetocht begon in Argentinië maar zich dan over de planeet verspreidde en tientallen versies voortbracht (een mariachi versie van het nummer werd zelfs gesampled door de Delinquent Habits in 2001 in ‘Return Of The Tres’!)

 

Maar Nomad Swing heeft geen samples nodig om te overtuigen. Heel mooi vinden we de uitvoering van ‘When Day Is Done’ van saxofonist-klarinettist Sidney ‘Petite Fleur’ Bechet, een bijna even belangrijke figuur als Satchmo, en de link tussen New Orleans en Parijs. De gave set van veertien songs sluit het gezelschap af met het guitige en sprankelende ‘My Little Yellow Basket’ (ook gekend als ‘A-Tisket A-Tasket’) dat Ella Fitzgerald in 1938 schreef (samen met Al Feldman) en uitvoerde, en dat een groot succes werd, het eerste met en van het Chick Webb Orchestra, waar ze toen deel van uitmaakte. Ze schreef die song trouwens om bandleader en drummer William Henry ‘Chick’ Webb op te vrolijken: diens gezondheid ging toen sterk achteruit en hij stierf in de loop van 1939, amper 34 jaar oud… Fitzgerald zong het nummer verder de eeuwigheid in, in een memorabele busscène in de prent ‘Ride ‘em Cowboy’ (1941) van de komieken Abbott & Costello. U vindt het zoals steeds op YouTube. Ine Smet doet de grote Ella alle eer aan met deze speelse uitvoering.

 

Deze swing is dus no(t) mad. Als dit parels voor de zwijnen zijn, tja, dan ben ik grààg een zwijn! Nomad Swing verdient hiermee op onze podia te staan, ook de festivals. Dat gold overigens al evenzeer voor de Brusselse Sons Of Navarone die hier zo’n dikke twee uur later de pannen van het dak, heu, het zeil van de tent speelden met een uiterst bedreven, geloofwaardige set eigen bluegrass nummers, incluis een nummer dat een onbetekenend Zweeds groepje van hen stal, ‘Dancing Queen’. Hun set wisten ze dus wel degelijk met branie, bravoure en bakken laconieke humor aan de man te brengen. Maar van al dat preken in de woestijn krijgt een mens stilaan een bult. Twee eigenlijk. Naast zwijn dus ook kameel. Bedankt Ine, Koen, Seppe et les autres!!!

 

Antoine Légat.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s