HET MUZIKALE ANKER 24: OP ZOEK NAAR DE ZEE IN PROCOL HARUM (deel 1)

Zie Het Visserijblad nr. 8 (augustus 2013), 80e jg., blz. 24-25

Procol Harum en ‘A Whiter Shade Of Pale’ vermeldt men altijd in één adem. Het zo verpletterende succes van deze ultieme plakker, succes dat effectief van 1967 tot op heden duurt, heeft de verdere levensloop van deze Britse band een beetje in de schaduw gezet, toch voor wie met muziek niet al te indringend bezig is. Nochtans gaat het om één van de boeiendste exponenten van de jaren zestig pop en rock, die tot 1977 productief was en tien vaak fascinerende platen uitbracht. In een veelheid aan stilistische invalshoeken ook: rock en pop, folk en folkrock, psychedelisch, experimenteel en progressief (‘progrock’), blues, rhythm & blues en soul, en niet in het minst symfonische rock, de samenwerking van een rockband en met een klassiek orkest, waarin zij mede de pioniers waren, samen met vooral de Moody Blues. Hun veruit best verkochte plaat is niet toevallig ‘Live In Concert With The Edmonton, Symphony Orchestra’ (1972; hitsingle ’Conquistador’)

Het is echter fout hen enkel te zien als ‘de mannen van de symfo/baroque/art rock’. Zeker verdedigbaar is de visie dat het meesterwerk van de band ‘Grand Hotel’ is met zijn majestueuze symfo titelnummer, rockbrokken als ‘Bringing Home The Bacon’ en ‘Toujours L’Amour’ en het ondeugende folky ‘Souvenir In London’. Hits waren er ook, met o.a. ‘Homburg’ en zo tot ‘Pandora’s Box’ (u hoort een aardige selectie op de dubbele verzameling ‘Secrets Of The Hive: The Best Of’; 2007) Met tussenpozen wist de in 1991, na de dood van kernlid Barrie JamesB.J.’ Wilson (één van de beste rockdrummers aller tijden), heropgerichte band aangenaam te verrassen (‘The Prodigal Son’ in 1991 en ‘The Well’s On Fire’ in 2003) Vandaag treedt Procol Harum nog op, inderdaad vaak met symfonische orkesten, wat in diverse liveplaten resulteerde. Een hele goeie is ‘In Concert With The Danish National Concert Orchestra And Choir’ (2009), de meeste recente ‘MMX’ (2012)

Nog steeds draait de band rond twee van de vijf pioniers uit de tijd van de ‘summer of love’, pianist en zanger Gary Brooker (ook solo zeer de moeite: hij was ooit blikvanger op ‘The Night Of The Proms’) en tekstschrijver Keith Reid. Dat Reid in deze functie Brooker en de band terzijde stond, is niet uniek, maar toch niet alledaags: je denkt aan de enkele schaarse voorbeelden: Pete Brown bij Jack Bruce (The Cream) en Bernie Taupin bij Elton John. Reid werd echter mettertijd echt lid van Procol Harum, en dat is toch enig in zijn soort. Er is véél bijzonder aan de band: we denken nog maar aan de naam ‘Procol Harum’, die, vaak misspeld, een heleboel interpretaties kreeg, te veel om hier helemaal uit de doeken te doen. Ze zou genoemd zijn naar een kat, maar bevredigend is die verklaring niet helemaal. Om goed Latijn te zijn (vertaald als ‘Ver van deze dingen’, iets van die strekking) staan er dan weer twee vervelende fouten in. En met een ‘harem’ heeft het al helemààl niets te zien. Omgekeerd heeft de naam tot de verbeelding gesproken.

Dat geldt zeker ook voor de tot de verbeelding sprekende titel ‘A Whiter Shade Of Pale’, dat eindeloos werd overgenomen, geparafraseerd, gekannibaliseerd. Een verkoop van meer dan tien miljoen wereldwijd, slechts één van de straffe cijfers die dit nummer omgeven (awards, coverversies, gebruik in films, enz.), en de enigmatische, intrigerende tekst (er zijn nogal wat wilde interpretaties!) zullen ook wel geholpen hebben. Dat heeft zo’n vormen aangenomen dat ‘A Whiter Shade Of Pale’ erkend is als een ‘snowclone’, een neologisme (dat zelf een fraaie oorsprong heeft, dank zij de Innuït/Eskimo’s!) gelanceerd in 2004, waarmee men aanduidt: herkenbare zinstructuren die men hergebruikt (kloont dus), identiek of met variaties, vaak met verandering van één of twee woorden (hierachter tussen haakjes gezet) Het is het type ‘Le (beaujolais) nouveau est arrivé’, ‘Here’s (looking) at you (kid)‘… to boldly (go) where no (man) has (gone) before’. Tussen de honderden vonden we ‘A Brighter Shade Of Paella’ in een Britse krant en ‘A Whiter Shade Of Tail’ over een eekhoorn wel best te pruimen (voor een volledige lijst zie http://procolharum.com/99/awsop_parlance.htm )

Er is ook veel te doen geweest over het auteurschap. De song werd toegeschreven aan Brooker en Reid, maar al in een vroeg stadium herkende men het vrije gebruik van stukken van J.S. Bach en zelfs van ideeën uit ‘When A Man Loves A Woman’ van Percy Sledge (afijn, die schreef de song wel maar schonk de royalties weg, iets waar de man zijn leven lang spijt van had) Dat doet helemaal niets af aan de song, maar het is wel zo dat er nog een derde in het spel was, of beter: kwam. Orgelist (en af en toe ook producer) Matthew Fisher meende recht te hebben op een deel van de credits voor het nummer. Men praatte hem dit uit het hoofd, maar ten slotte, in 1969 verliet hij de band ‘definitief’.  Hij zong er zelfs over op de weinig bekende, maar bijwijlen schitterende soloplaat ‘Journey’s End’ (1973; met o.a. het thema van de film ‘Separation’ en ‘Suzanne’, het soort song waarvan je je afvraagt waarom niemand daar een hit van maakte)

In niet mis te begrijpen bewoordingen geeft Fisher in het door woede aangezwengelde ‘Going For A Song’ meer dan één sneer aan het adres van zijn oude kompanen: ‘You can drive a plough across my golf courseYou can put piranhas in my swimming pool… Scratch your name all over my Lamborghini, but just don’t make me sing that song again’. Pure vitriool! Later kwam dat weer allemaal goed (eigenlijk bleef het een knipperlichtsituatie), maar uiteindelijk kwam er toch een proces… in 2009! Wat Fisher overigens won, alhoewel er intussen meer dan veertig jaar waren overgegaan: het is intussen tot een voor alle partijen bevredigende regeling gekomen. Maar wat heeft ‘A Whiter Shade Of Pale’ met de zee te maken? Niets eigenlijk, al is er wel de zinsnede: ‘I was feeling kind of seasick’, maar die zeeziekte had niets met de zee te maken. ‘One of sixteen Vestal virgins who were leaving for the coast’ betrekt er plots de Romeinen bij.

Maar de oude heidense traditie van de maagd blijvende priesteressen die beurtelings het vuur in de tempel van haardgodin Vesta moesten onderhouden en die, als het uitging, zich aan zware straffen konden verwachten (onze traditie van het ‘eeuwige vuur’ is daar zeker mee verwant), waren nooit met meer dan zeven en wat hen naar de kust voert, terwijl ze hun job te doen hebben op het Forum Romanum, hartje Rome, is ook al een raadsel. Nee, de zee lijkt wel erg ver af in deze overigens heerlijke tekst om luidop mee te brullen: ‘We skipped the light fandango…’. Er is echter een andere song, die mede de roem van Procol Harum uitmaakt, en die zozeer de zee ademt dat je de zeemeeuwen kan horen in intro en outro… Dit wonderlijke lied is ‘A Salty Dog’ (‘Een ouwe Zeerot/Piraat’), titelsong van hun derde LP uit 1969 (u vindt het vanzelfsprekend op de diverse sites met clips), en over dat nummer… en nog een ander van die zelfde plaat, ‘The Wreck Of The Hesperus’, geschreven en gezongen door… Matthew Fisher, onderhouden we u volgende keer.

Antoine Légat (14 07 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s