HELDEN IN HET PARK 2013, Dag 3, met Rod TAYLOR en KOBO TOWN in het Heldenpark te Eeklo op donderdag 15 augustus 2013 in een organisatie van n9: ‘Reggae en calypso palmen het Heldenpark in dank zij veteraan Rod Taylor en vooral revelatie Kobo Town’

Men kan zeggen wat men wil, maar er zit lijn in het programma van Helden In Het Park (HIHP… We zetten overal hoofdletters omdat de organisator dat ook doet). Dag 1 nam ons mee op een luistercruise doorheen zwart Afrika. Dag 2 was gewijd aan de ietwat exotische Ethiopische jazz en soul. Dag 3 vervoerde ons naar de zonovergoten Caraïben… en bracht ons tevens in vervoering, want Kobo Town bleek een revelatie. Dat maakte de lichte ontgoocheling goed die Rod Taylor ons even tevoren bezorgde, vooral omdat de man dit had kunnen vermijden. De opkomst was eens te meer uitstekend, ergens tussen die van de twee vorige donderdagen in. De drankomzet was, net als de omgevingstemperatuur, iets minder dan op de openingsavond, maar toen waanden ons ook echt in Afrika. En er was op O.L.V. Hemelvaart nu eenmaal meer ambiance (of moeten we zeggen ‘betere vibes’?) en er werd des te meer gedanst. Want reggae en calypso zorgden voor een gevoelige opstoot van adrenaline.

 

Soms wens je dat je de soundcheck mocht recenseren, want wat reggae icoon Rod Taylor en zijn uitstekende Nederlandse gelegenheidsbegeleiders (Dreadless) toen klaarmaakten in ‘My Empress’ en ‘Revolution’ liet het beste verhopen voor de eigenlijke set. Sterker nog, het kon gewoon niet meer stuk. Maar dat was gerekend zonder de leadzanger, die zijn publiek niet goed inschatte en ons zelfs met een zekere vrees (of was het berusting?) op podium leek te staan. Rod Taylor (die dezelfde naam draagt als een bekend Hollywood acteur) is nochtans een ‘echte’: hij werd geboren in de Trenchtown wijk van Kingston, hoofdstad van Jamaica. Daar kwam ook Bob Marley vandaan. In volle Marley craze bracht hij als achttienjarige in 1975 zijn eerste plaatje uit (‘Bad Man Comes And Goes’) Succes volgde snel. Singles als ‘Ethiopean Kings’ en ‘His Imperial Majesty’ deden het prima in Europa. Zijn eerste langspeler ‘If Jah Should Come Now’ (1979), snel gevolgd door het al even geprezen ‘Where Is Your Love Mankind’ (1980) Hij werkte samen met groten als Mikey Dread.

 

Enkele jaren en successen later trok hij echter zelf de stekker uit, omdat hij ontgoocheld was door de slechte kanten van de bizz. Eind jaren tachtig dook hij weer op met de sterke ‘One In A Million’ (1989) en ‘Lonely Girl’ (1990) In 1992 verhuisde hij naar Engeland en in 1996 naar Zuid-Frankrijk, waar hij helemaal zijn draai vond. Tegenwoordig opereert hij vanuit Marseille en was hij twee maal te gast op het Dour Festival, de laatste maal in 2012. Taylor wordt als zanger altoos vergeleken met de grote Horace Andy. Zo iemand moet blaken van vertrouwen. Maar het Eeklose publiek is nu eenmaal niet het uitbundigste van Vlaanderen en wacht liever af. : je kan het alleszins niet opvrijen. De uitgebreide band nam de eerste songs voor zijn rekening en deed dat uitstekend met roots reggae van de puurste soort. De zangeressen en zangers-toasters lieten zich niet onbetuigd in ‘Rastaman In Town’ en ‘Natty Change’. De twee dames gingen dan aan de kant staan en de komst van Rod Taylor werd origineel aangekondigd met een hoop korte intro’s van sterk wisselend tempo…

 

Alles leek dus opperbest toen de man met het (in casu) witte hoedje opkwam. Het gezelschap zette ‘Dangerous’ in. Dat het allemaal wat loom en net iets te traag klonk en gerust wat puntiger mocht, was niet erg: het zou dank zij Rod Taylor wel vanzelf ‘ontploffen’. Maar omdat Rod het publiek niet aanvoelde en blijkbaar al heel snel met het gevoel zat dat hij ze niet zou meekrijgen, legde hij de song halfweg zowat stil om in te praten op het publiek en er op die manier wat animo in te krijgen. Daardoor ging het net van kwaad naar erger, want hij deed dit letterlijk in elke song: elke keer er vaart in het concert kwam (de band had er duidelijk zin in!), ging de boel weer plat. Het gekke was dat Taylor zelfs met zijn ingrepen zijn optreden de nek niet kon omwringen en we nog meer dan deugdelijke versies kregen van ‘Lonely Girl’ en ‘My Empress’ (dit laatste met leuke cameo van het ‘Hawaï Five-O’ thema van The Ventures), zodat het publiek  – dat deel dat luistert, want de meesten komen hier gewoon verbroederen en pinten drinken –  de man nog behoorlijk enthousiast uitwuifde.

 

Achteraf hebben we er met Taylor over gepraat, maar hij leek zijn mening al gevormd te hebben: ‘Dit publiek is geen reggae gewend. Da’s anders in Frankrijk en zeker in Londen, waar er een florissante reggae-scène is’ We vermeldden nog de grote Duitse festivals en Reggae Geel maar hij legde de nadruk op Londen, mogelijk omdat de formatie na Eeklo ging optreden in de Britse hoofdstad op het One Love Festival, het topgebeuren in de UK op reggaegebied. Daar, bij ene publiek dat uit zijn hand eet, kan wat nu overkwam als geleuter inderdaad geen kwaad, dan hoort het haast, maar we konden er de best sympathieke Taylor niet van overtuigen dat een beetje meer rechtlijnigheid in Eeklo een klinkende overwinning had opgeleverd, dat de mensen hier heus wel weten wat roots reggae inhoudt en dat weten te smaken. Kobo Town zou trouwens meteen tonen hoe het wel kan en moet…

 

Het vijftal, opgetrokken rond de songs van zanger Drew Gonsalves, speelde een kanjer van een concert. Niet onverwacht, gezien de antecedenten, maar zoiets krijg je evenmin op bestelling. Gonsalves is zowat ‘the best of both worlds’. Hij werd geboren op Trinidad, waar zijn pa afkomstig van is. Op zijn dertiende verhuisde hij met zijn ma naar Ottawa, Canada, zodat hij plots in een heel andere culturele omgeving verder opgroeide. Toen hij, achttien geworden, zijn vader bezocht ontdekte hij de calypso pur sang (Lord Kitchener) en dat was meteen grote liefde. Hij richtte Kobo Town op, genoemd naar de beroemde wijk in Port-of-Spain, hoofdstad van Trinidad & Tobago, zoals het land officieel heet (*) Hier werd de kaiso ofte calypso geboren, in deze omgeving van vissers, voormalige plantageslaven en hun afstammelingen, stick fighters en koloniale overheersers. Drew Gonsalves en zijn mensen mogen dan, als kinderen van deze tijd, hun muziek doorspekken met roots reggae, dub poetry, de lokale soca (het hardere broertje van de calypso), zouk en zoveel andere West-Indische muziekjes, plus jazz en funk, de naam Kobo Town staat zowel voor een fiere bevestiging van het eigen verleden als een richtsnoer voor de uitbouw van de toekomst.

 

De covers van pioniers als Roaring Lion (alias Rafael de Leon) zijn een eerbetoon, maar geen nostalgie. Dit actualiseert en vitaliseert de verworvenheden van het verleden. Daarom vinden de titel ‘calypso revival band’ die je her en der ontmoet een povere omschrijving. Die ‘lage’ afkomst houdt ook in dat deze calypso niet vrijblijvend is, maar een uitgesproken sociaal en politiek statement inhoudt: calypso was ‘de stem van het volk’. Drew Gonsalves wil dat voortzetten en brengt daarom ‘zingend de waarheid’, maar de muziek is zo aanstekelijk ritmisch en melodisch dat het dansen éérst komt, het denken later. Wie een verband meent te zien met de West-Afrikaanse traditie van de griot, zit er boenk op. Want de figuur van de ‘chantuelle/chantwell’, wat later de ‘calypsonian’ zou heten, vindt haar oorsprong in de griotcultuur, door de slaven meegebracht uit het zwarte continent (Mighty Sparrow is misschien nog de bekendste Calypsonian.. Misschien kent men ook de hommage van bluesman Taj Mahal aan de Calypsonians op ‘Sacred Island’ en de ouderen ons zeker ook ‘Don’t Stop The Carnival’ van Alan Price)

 

Gonsalves is dus de voortzetter van een eeuwenoude traditie, waarin de grootste (r)evolutie nog de overgang was van het Patois (Frans Creools) naar het Engels, wat de link met het politieke en sociale enkel maar versterkte: de niet verkozen overheerser werd in zijn eigen taal aangesproken! Kobo Town opereert vanuit Toronto, Canada (we vertelden Drew dat men voortaan zal spreken van ‘Trinidad & Toronto’) en bestaat uit Canadezen (‘Torontonians’) en uitgeweken Trinidadianen. De eerste cd ‘Independence’ uit 2006 zette de formatie meteen op de kaart. Etnomusicoloog Jacob Edgar, die talent scout en think tanker is bij het bekende Putumayo World Music, bracht Kobo Town in contact met producer Ivan Duran (die o.a. met Andy Palacio werkte) en zo kwam dit jaar ‘Jumbie In The Jukebox’ uit (‘jumbie’ = ‘zombie’, plusminus toch), de vrucht van vier jaar sleutelen, en een meesterwerk, dat gelukkig meteen als dusdanig erkend werd. Prachtige songs, geëngageerde teksten, schitterende arrangementen, een rijkdom aan onweerstaanbare ritmes en zomerse klanken, waarin blazers een belangrijke rol spelen.

 

Normaal bestaat de band uit acht, maar in Eeklo had Drew genoeg aan een sterk de sound bepalende trombonist, gitarist en een ritmesectie. Geen verschroeiende start, maar dat hoeft niet: calypso neemt zijn tijd, zoals dat hoort in de Caraïben. De openers waren die van de cd, maar in omgekeerde orde: na de droeve geschiedenis van ‘Mr. Monday’ bracht ‘Kaiso Newscast’ ons helemaal bij de les, want die song illustreert calypso als ‘the people’s newspaper’. ‘Half Of The Houses’ zet de set onverdroten voort. Het was duidelijk dat we nu geen ‘geleuter’ zouden krijgen. Al snel verwisselt Drew zijn elektrische gitaar een eerste maal voor de cuatro (kleine viersnarige gitaar, tussen gitaar en ukelele in, die zowel in op- als neerslag dezelfde klankkleur geeft en populair is in Trinidad, Venezuela en in gewijzigde vorm ook in Puerto Rico) We krijgen een reggae versie van het eigen ‘Abatina’. In die song zit, als eerbetoon, een refrein verwerkt van Roaring Lion, uit zijn hoogdagen halfweg vorige eeuw. Het is meteen een eerste hoogtepunt. Maar het zou niet het enige zijn.

 

Postcard Poverty’ is, zoals wel meer Van Drews songs, doorspekt van gedebiteerde teksten, zeg maar hip hop, maar ook die onvermijdelijke woordenvloed zoemt als een zoete honingbij langs je oren. Dialectaal Engels en de fijne begeleiding gaan nu eenmaal heerlijk samen. Veel variatie. We leren de typische ‘Trinidad style jump up’ tijdens ‘The River’. Een tweede hoogtepunt vormt ‘St. James’ (van ‘Independence’), dat handelt over andere wijk van Port-Of-Spain, dat de bijnaam ‘The city that never sleeps’ kreeg. Het begint als enige song traag en verstild, wat na al het olijke werk een zekere spankracht geeft: ‘Night is falling down…’ Langzaam bouwt het gezelschap deze schildering op en uit en met een abrupte versnelling schiet het wilde nachtleven van St. James in gang. De uitvoering van Eeklo overtreft ruimschoots de live versies die we her en der online vonden, wat erop wijst dat Kobo Town goed op dreef is, iets wat Drew later zonder aarzeling zou beamen. Meteen daarop weerom een terugkeer in de tijd. Ditmaal is het een open doekje aan het adres van calypsonian Neville Marcano, beter bekend als Growling Tiger (of The Growler), die de mensen vermaakte tijdens de grote depressie. De kritiek op de sociale ongelijkheid van klassieker ‘Money Is King’ is nog steeds geldig en Gonsalves laat dat goed verstaan wanneer hij het ‘…and a dog is better than you’ uitzingt.

 

Verrassend lijkt de keuze van ‘Rum And Coca Cola’, dat men uiteraard kent van de Andrews Sisters. Voordat we de heerlijke uitvoering van het vijftal horen, legt Drew uit dat dit origineel een calypso was, gepend door Lord Invader (alias Rupert Grant) en Lionel Belasco. De Amerikaanse acteur en entertainer Morey Amsterdam nam er copyright op, de Andrews Sisters (die hier overigens geen verwijt treft!) stonden er tien weken mee op nummer één in 1945 en het zag ernaar uit dat dit weer een typevoorbeeld van neokolonialisme zou worden… tot de bekende advocaat Louis Nizer in een lang en slopend proces de ware oorsprong kon bewijzen. Het onrecht werd integraal rechtgezet. Het is leuk de teksten van Lord Invader en de zusjes te vergelijken: alle kritiek op de G.I.’s die zowel de meisjes van plezier als de getrouwde vrouwen ‘attackeren’ op Trinidad is in de Amerikaanse versie weggekuist… Natuurlijk zingt Drew die regels wel en dan krijgt dit vrolijke lied toch wel een serieuze maatschappijkritische ondertoon!

 

Ook knap is de ode aan de stick fighters van Trinidad, zij die de armoede vergeten door met stokken te vechten, niet in agressie maar als sport, zoals bij taekwondo en vergelijkbaar met de Braziliaanse virtuoze capoeira schijngevechten. Midden in de song bedankt Drew op hoofse en overtuigde wijze de n9 en de gastvrije bevolking van Eeklo. Intussen heeft Kobo Town het pleit al lang beslecht en hangt van het publiek een omvangrijker deel dan gewoonlijk aan hun lippen. Men begrijpt, in het licht van wat we tevoren schreven, dat zulks niet vanzelfsprekend is. De groep sluit af met de slotsong van ‘Jumbie In The Jukebox’, het ‘apocalypsotische’ ‘Tick Tock Goes The Clock’ met zijn verwijzingen naar heel wat (Britse) dichters (van T.S. Elliott tot Linton Kwesi Johnson) en apostel Johannes. Een laatste maal ‘calyps hop’ en ondanks de rivier aan woorden, geen spatje vervelend, zo klinkt deze ode aan de vergankelijkheid.

 

Even ziet het ernaar uit dat er geen bis komt, maar dat komt omdat de groep een eerste encore afwerkt in het publiek. Dat gaat enigszins verloren maar er komt een tweede extra, op het podium ditmaal. We krijgen als uitsmijter zowaar ‘The Call’, fijn melodietje op het gedicht ‘La Noche’ (hier ook bekend in vertaling, ‘De donkere Nacht van de Ziel’!) van… Karmeliet San Juan de la Cruz, de zestiende eeuwse mysticus, kerkleraar en dichter! Ook dat kan je als een heerlijke calypso doen weerklinken! Zat er bij Rod Taylor meer in het vat, dan heeft Kobo Town dat op de derde avond van HIHP ruimschoots gecompenseerd. Wat Dag 4 zal geven moeten we afwachten, maar met Mokoomba en Kobo Town scoorde HIHP 2013 al twee voltreffers.

 

Antoine Légat.

 

(*) Multiculturele en multireligieuze republiek bestaande uit het grote eiland Trinidad en het kleine Tobago, plus een paar eilandjes, dicht tegen Venezuela (dus heel zuidelijk), één zesde van België in oppervlakte en bevolkingsaantal.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s