HET VISSERIJBLAD IS 80 JAAR JONG: portretten van Bruno DENECKERE en Jon LANGFORD

Op 28 juli viert HET VISSERIJBLAD uit Oostende zijn tachtigjarige (!!!) bestaan. Dat zal gebeuren in Vrijstaat O. op de Zeedijk 10 te Oostende.

Om 11 uur spreekt Carlos ALLEENE met hoofdredacteur Flor VADEKERCKHOVE over Flors (niet alleen voor geïnteresseerden in onze visserij) bijzonder lezenswaardige roman ‘Amandine‘.

Om 20 uur zijn er optredens van voormalig Antwerps stadssdichter Peter HOLVOET-HANSSEN, van Bruno DENECKERE & Friends en van Jon LANGFORD & Barkley MCKAY.

Naar aanleiding hiervan schreven we portretten van Buno Deneckere en Jon Langford, te lezen in HVB nr. 7 van juli 2013…

Al zijn er in onze nationale muzieksien nog Bruno’s met grote verdiensten (denk aan o.a. gitarist Bruno de Bruxelles), toch volstaat ‘Bruno’ voor de fan, net als ‘Django’, ‘Toots’, ‘Bruce’ of ‘Baawb’ dat doen, maar dan op wereldschaal. Dat Bruno (nog) geen huishoudnaam werd, is niet te wijten aan een tekort aan kwaliteit, maar wel omdat de man nu eenmaal niet past in de wijze waarop ons mediaschandlap functioneert. En vice versa: de media hebben hun schade nog niet ingehaald. Het is iets wat onder ‘zij die weten’ al lang leeft, en conversaties onder de ‘believers’ gaan steevast over hét mysterie, hoe het komt dat de man nog altijd geen grotere bekendheid geniet, en over wanneer er nu eindelijk eens gerechtigheid geschiedt, enzovoort… Praat voor de vaak, vindt de betrokkene zelf: het is wat het is en er komt wat moet komen. Gelijk heeft ie… en veel geduld. Dat belet niet dat we de schijnwerper wel eens mogen richten op… BRUNO!

Bruno Deneckere is een geboren en getogen Gentenaar. In 1986 start hij The Pink Flowers op, groep die in die dagen de trots van Gent uitmaakt, naast Derek & The Dirt (de formatie van Dirk Dhaenens, vriend, geestesgenoot en medebewonderaar van Bob Dylan) In de jaren negentig resulteert die eerste creatieve explosie in drie full cd’s (waaronder een soundtrack, ‘Blind Man’s Son’), een handvol uitstekende singles en enkele bijdragen aan de toen welig tierende compilatierage. Schort er met de huidige normen opnametechnisch wel een en ander, die platen tonen het grote potentieel van Bruno als songschrijver. Dat ontwikkelt hij pas echt na The Pink Flowers. Er is eerst de fijne single ‘Dangle’/’Lazy On The Easy Chair’ als Bruno & The Blue Period in 1997 en dan is het pas goed raak met zijn eerste soloplaat: ‘Beyond The Pink Flowers’ (1998)

Songs als ‘Hard To Tell’, ‘I Confess’ en ‘Keeping Up Appearances’ tonen een songsmid die zowaar een zinvol onderwerp steekt en uitdiept in zijn melodierijke songs, rockers en ballads, en dat in vlekkeloos Engels verwoordt, met een grote beeldenrijkdom, doorspekt met straffe oneliners en slimme referenties naar de cultuur van onze tijd, niet alleen de muziek dus, ook grafische, beeldende kunsten, film, enzoverder. De media weten weer eens van niks… De albums die volgen diepen het talent verder uit: ‘Down The Road’ (2000), ‘Crescent Of The Moon’ (2004), ‘Someday’ (2007) en de voorlopig laatste ‘Walking On Water’ (2011) bulken van de parels en maken het werk van toekomstige samenstellers van ‘Best Of’s welhaast onmogelijk.

Daar staan dan niet eens àl zijn goeie songs op, want ook voor o.a. Gents collectief Het Gespuis heeft hij prachtige dingen geschreven, en heel recent nog voor de Dylan tribute (‘I’m Playing The Bass Tonight’) Die tributes, samen met Derek en Pink Flowers spitsbroeder Nils De Caster (viool, lap steel, mandoline, gitaar…; Nils is violist bij o.a. Johan Verminnen en The Broken Circle Breakdown) zijn trouwens een fenomeen op zich geworden: elk jaar rond 24 mei, Bobs birthday, nemen de heren het werk van Baawb thematisch onder handen. Op de Gentse Feesten geeft Bruno dan weer present op de Place Musette, om één of andere cajunsong of Frans chanson te brengen. De Belgische media slapen intussen verder: te hoog gegrepen, allemaal?

Het is echter op toneel dat Bruno al zijn capaciteiten ontplooit (sommigen zeggen: zijn duivels ontbindt) Of hij nu solo optreedt, in duo (met toppers als Kathleen Vandenhoudt, Luiz Márquez, Derek, Nils, of opkomende talenten als Fernant Zeste of Rianto Delrue), in trio of met bands (zijn eigen band, The Herods, kan -driewerf helaas- slechts zelden op volle sterkte opereren) Bruno imponeert, intrigeert, charmeert… en pakt zijn publiek ten langen leste genadeloos in. Op een rijtje gezet: Bruno heeft de ideale (alt.)countrystem, gemaakt van roestvrij staal en tegelijk zo zacht als zijde. Hij is onovertroffen als tweede stem en in vocale harmonieën (‘De Eagles in het klein’), samenzang die in onze muzieksien tot kort geleden verwaarloosd werd (het is gelukkig fel aan het beteren!) Gitaar spelen doet hij als de beste, zowel als hij zichzelf begeleidt als wanneer hij een ander voorziet van backing, als gitarist of als harpspeler (harp = smoelschuif, mondharmonica, ‘l’accordéon du pauvre’)

Het is meer dan ‘meespelen’: hij heeft oog en oor voor wie hij begeleidt, en als dusdanig is hij evenzeer eerste luitenant als talent scout. We zien hem soms ook een ‘ad hoc’ groep op subtiele manier bijeenhouden, zoals verleden november nog tijdens de 11 novemberviering ‘Beyond The Flags’ in Ardooie. Zo heeft hij niet alleen de functie van ‘voortrekker’ verworven maar ook van ‘katalysator’ van onontgonnen talent. Bruno weet hoe je andermans song moet vertolken, eerbiedigt het origineel maar en legt verfijnd eigen accenten, en blaast zo nieuw leven in de prachtsongs van de groten uit het hele brede veld van de Americana, een Townes Van Zandt, een Johnny Cash, een Woody Guthrie.

Dat alles levert hem het respect op van de steeds bredere kring van luisteraars die hem ontdekken op concerten (want volgens de radio en de TV bestaat hij amper of  niet) Doch ook de collega’s in het vak dragen hem op handen en overladen hem met lof, en niet alleen om de hierboven opgesomde redenen. Ze coveren immers steeds vaker die dekselse songs van hem. Tot in Nashville zijn er mensen die ze zingen: ‘Only If I Wanted To’ werd op die wijze een ‘klassieker’ in zijn repertoire. Nog op een andere wijze is Bruno een kampioen: zijn bindteksten zijn hilarisch en ontwapenend, dank zij zijn droge, laconieke ‘Geintse’ humor. Het gaat zelden om een ingestudeerd nummer. Bruno is nu eenmaal een meester in de improvisatie. Hij had ook als stand up comedian kunnen scoren…

Last but not least: Bruno is op toneel de charme in persoon, het prototype van de elegante gentleman en als dusdanig ook een ladies’ man. Het valt op hoeveel dames vallen voor zijn ‘muzikale’ uitstraling! Hebben we iets nog niet vermeld? Ja, dat Bruno ook los van de muzikale context een toffe bink is, even spiritueel als bescheiden, attent, beschikbaar, altijd klaar om iemand te helpen met raad en daad. Maar dat moet je hem zeker niet vertellen: hij zou het hoog in zijn bolleke kunnen krijgen.

Antoine Légat (7 juni 2013)

JON LANGFORD: PORTRET

Sommige lieden zijn door de natuur begiftigd met meer talenten dan goed voor ze is. Jon Langford is zo’n witte merel, iemand die meerdere levens nodig heeft om al zijn begaafdheden naar behoren te ontwikkelen. Wie zijn leven op een A4 wil beschrijven, staat voor een quasi onmogelijke taak. Music was his first love, maar je kan niet zeggen dat hij creatief monogaam bleef! Langford (°1957) groeide op in Newport, ooit welvarende zeehaven in Wales, maar zwaar op de terugweg. De jonge Jon raakte er dank zij zijn vader Denis doordrongen van de zee en haar verlokkingen, en door de confrontatie met armoede en onrecht in zijn streek werd hij willens nillens ‘socialist tot in de kist’. Het maakte de kunstenaar in hem wakker en dan was er enkel nog de vonk nodig… Dat werd dan de punk van de seventies. Sindsdien legde Jon een uniek traject af als muzikant en multimediaal kunstenaar, dat hem in de vroege jaren negentig ten slotte in Chicago deed belanden. Het zit ‘m in de familie: oudere broer David is een bekend science fiction auteur.

Jons grafische werk, gekoppeld aan zijn schrijfwerk en zijn muziek, vindt men verzameld in prachtige boeken, die we twee jaar geleden, n.a.v. een gedenkwaardige tentoonstelling in Galerie Link tijdens de Gentse Feesten, in HVB nr.8 (78e jg.), betitelden als een lusthof-voor-het-oog: ‘Nashville Radio. Art, Words, And Music‘ (2006) en ‘Skull Orchard Revisited‘ (2010/11), die laatste met een schitterende cd, wat het interdisciplinaire karakter van zijn werk onderstreept. Beide werken zijn thematisch: ‘Nashville Radio’ biedt een alternatieve kijk op de country, ‘Skull Orchard Revisited’ maakt een balans op van zijn jeugd en is daarom ook een ontnuchterende totaalbeeld van zijn geboortestreek. Maar men associeert Langford vooral met de merkwaardige band uit Leeds, de Mekons, die een frisse punkattitude combineerden met een alternatieve kunstzinnigheid. Het maakte hen medestanders van o.a. Brendan Croker en Kevin Coyne, twee figuren die ook hier altijd zeer geliefd waren. Jon begon als drummer, maar werd alras de gitarist van de band, nog zo’n veelzijdig trekje van de man. Mede door zijn inbreng kwam een vruchtbaar huwelijk tot stand tussen enerzijds punk en anderzijds folk en country, wat Langford tevens tot een voortrekker maakt, een sloper van schotten. De Mekons bestaan trouwens nog steeds, met nog ongeveer dezelfde mensen.

Het aantal projecten waar Jon vanuit Chicago op één of andere wijze mee verbonden is, is legio. Dat heeft te maken met zijn rusteloze natuur en een niet in te tomen werkzame geest, heel vaak verbonden ook met een goeie zaak (o.a. protest tegen de doodstraf in de V.S., actief medestander van Rock For Kids dat achtergestelde kinderen uit Chicago via een muzikale opleiding een plaats in de maatschappij wil geven) Het heeft beslist ook te maken met het feit dat je een wolkenkrabber kan bouwen op Jon, die van thuis waarden meekreeg die tegenwoordig taboe lijken: trouw aan het gegeven woord, eerlijkheid in alle domeinen. Hij benadert de mensen met open vizier… en met een onweerstaanbaar optimisme en dynamisme. The Three Johns, The Waco Brothers en het eigen collectief Pine Valley Cosmonauts (PVC) zijn de bekendste formaties waar hij een actieve rol in vervulde. Hij werkte samen met een leger boeiende artiesten van zeer uiteenlopend pluimage, van Chip ‘Wild Thing’ Taylor, over Richard Buckner tot de legendarische Texaanse singer-songwriter Alejandro Escovedo. PVC specialiseerde zich zelfs in de interactie met anderen musici, meestal country, maar ook Kevin Coyne nam met PVC een memorabele plaat uit, ‘One Day In Chicago’ (2004)                          

Antoine Légat (09 06 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s