Glen HANSARD & elfkoppige band (support: Lisa O’NEILL) in Zaal De Zwerver in Leffinge (org. Leffingeleuren) op zondag 30 juni 2013: ‘Bij Glen Hansard zijn de emoties groot, heftig en diep, tegelijk zijn ze subtiel en gereserveerd, een onwaarschijnlijke combinatie, maar één die werkt, omdat hij het hart op de juiste plaats heeft, omdat het een groot hart is’

Dit artikel leest u ook in de sectie ‘LIVE’ van www.rootstime.be, dan wel met prachtige foto’s van Lieve BOUSSAUW!!! Zeker kijken!

We hadden het kunnen weten: dit concert kwam al bij al niet zo lang na het optreden in het Koninklijk Circus in Brussel. Op 24 oktober van verleden jaar gaf Glen Hansard aldaar een optreden waar iedereen die er was en die we interpelleerden, met het grootste ontzag over praatte, hetzelfde ontzag dat uit de ogen blinkt wanneer men het heeft over pakweg Lou Reed, meer dood dan levend, maar met Steve Hunter & Dick Wagner, in De Roma, begin jaren zeventig, over de eerste keer, later in de seventies, Tom Waits (met Waso in het voorprogramma) aan de Antwerpse leien, de eerste maal Randy Newman in de Koningin Elizabethzaal in Antwerpen, of nog, het concert, vroeg in de nineties, van Jeff Buckley in de Pacific voor drie man en een paardenkop (intussen al aangegroeid tot 5000 aanwezigen) Glen Hansard heeft misschien nog niet de mythische status van de bovenstaande heren, maar hij heeft er wel de klasse van.

U kent hem van Ierse band The Frames, door Hansard opgericht in 1990. Ze maken al jaren de top uit van de Ierse rocksien, samen met The Hothouse Flowers en hoe héét dat groepje van Bono alweer? Voor Hansard persoonlijk begon het te rollen via de prent ‘Once’ van John Carney in 2007, waarin hij acteerde naast zijn vriendin, de Tsjechische zangeres en pianiste Markéta Irglová. Dat resulteerde in het populaire duo The Swell Season. De muziek van Hansard en Irglová, die de rode draad vormt doorheen ‘Once’ ging niet onopgemerkt voorbij. Het briljante ‘Falling Slowly’ (ingeblikt door zowel The Swell Season als The Frames) kreeg in 2008 zelfs een Academy Award For Best Original Song. ‘Once’ kreeg als prent ook heel wat lof toegezwaaid. The Swell Season bestaat denkelijk niet meer (‘Rhythm And Repose’ moest eerst het derde album van het duo worden), maar er rest wel de documentaire/film ‘The Swell Season’ (2011), die, eens te meer, applaus op alle banken kreeg…en Hansards naam was gemaakt, ook los van The Frames.

We hadden het dus kunnen weten: dezelfde band, zijnde The Frames (wie anders?) aangevuld met drie strijkers en drie blazers, en tevens hetzelfde basisrepertoire, namelijk de schitterende ‘solo’plaat van Hansard, ‘Rhythm And Repose’, die men terecht terugvindt in meerdere eindejaarslijstjes van medewerkers aan Rootstime… Wat we over het concert te vertellen hebben, leest u eigenlijk ook in het verslag van het Koninklijk Circus concert door collega Yvo Zels. We kunnen zoals hem alleen maar vaststellen dat een Glen Hansard optreden een belevenis is van de eerste orde. De eerste drie songs zijn ook de eerste van de cd: het overweldigende ‘You Will Become’, de ultieme afscheidsoverpeinzing ‘Maybe Not Tonight’ (van het niveau van zijn prijswinnende songs: zie verder) en het wat fellere ‘Talking With The Wolves’ zetten de toon. Als dan daarop ‘Love Don’t Leave Me Waiting’ explodeert, weet je dat je iets bijzonders aan het meemaken bent. Het beste moest dan nog komen..

Er waren natuurlijk verschillen: zo was het concert een beetje korter dan de Brusselse passage, al klom het optreden toch nog boven de twee uur uit, met veertien, soms vrij uitgewerkte songs en zeker zes bissen. Een aantal liederen kwamen ditmaal niet aan bod: iemand blééf tevergeefs om de cover van ‘Astral Weeks’ (Van Morrison) roepen, wellicht iemand die dat in het Brusselse concert had gehoord. En het voorprogramma was nu een andere Lisa: toen Lisa Hannigan, nu Lisa O’Neill. Die maakte overigens een schitterende beurt. Ze oogt wat frêle, maar ze heeft een klok van een stem, waar ze vele richtingen mee uit kan. Ze komt uit het Ierse binnenland, County Cavan, waar de tijd is blijven stilstaan, al heeft ze er zelf lang over gedaan om vast te stellen dat er zelfs geen trein rijdt (‘No Train To Cavan’) Maar dat betekent niet dat ze niet bij de pinken zou zijn, ho maar!

Laconieke humor en het feit dat ze geen blad voor de mond neemt, palmen je moeiteloos in. Ze kan ook raken (het intrieste ‘Neilly Song’): die zieke vriend van haar die zijn einde voelde naderen gaf haar 500 dollar en een camera mee, toen ze een support mocht doen op een Amerikaanse toer. Toen ze thuiskwam en hem vertelde over haar reis, kon de man in vrede sterven. Ze weet wat verwondering is (‘Luthier’s Limbs’, dat ze op piano brengt… met lef, want piano kan ze duidelijk niet goed spelen) Ze weet dat je sommige muren niet kan afbreken, dat je soms niet op dezelfde golflengte kan raken, hoe pijnlijk dat ook moge zijn (‘Cloth Or Not’) Ze maakte op heden één cd, ‘(Lisa O’Neill) Has An Album’. Die plaat dateert al van 2009 en ze speelt die songs blijkbaar niet meer, maar het is toch een representatieve cd, die haar toont zoals ze is: direct, guitig, karaktervol. Ze zal bij Hansard diverse malen ten tonele verschijnen en haar ding doen, onder anderen in de bissen met het grappige en lichtjes bevreemdende ‘Elvis I Give You Irish Stew’…

Bij Glen Hansard zijn de emoties dan weer groot, heftig en diep, tegelijk zijn ze subtiel en gereserveerd. Het is een onwaarschijnlijke combinatie, maar één die werkt, omdat hij het hart op de juiste plaats heeft en omdat het een groot hart is, bij voorbeeld in ‘Low Rising’ (de opener van de tweede cd ‘Strict Joy’ van The Swell Season uit 2009), dat hij aankondigt als gegrepen uit ‘the life of a singer-songwriter’. ‘In These Arms’ (van hetzelfde album) toont Hansard op zijn meest kwetsbaar. Tussen die twee pareltjes in, krijgen we ‘Bird Of Sorrow’, een eerste hoogtepunt in dit concert (of het tweede na ‘Maybe Not Tonight’?): hier trekken hij en de band alle registers open, zoals ook de tekst het zo hartverscheurend uitschreeuwt. Het is zo onverdraaglijk dat we het samen met Glen uitbrullen: ‘Well I’m not leaving you here, I’m not leaving you here, I’m not leaving…. I’m hanging on, hanging on…with the faithful…’… (Nee, we werden niet afgevoerd: we waren zo verstandig achteraan et staan) Zo verschroeiend wordt het daarna niet meer, gelukkig en voor de artiest én voor zijn publiek. Er is plaats voor klassiekers van The Frames: ‘Fitzcarraldo’ (van het gelijknamige album uit 1996) mag een tweede hoogtepunt heten.

Er is ook plaats voor solomomenten: Glen haalt de ukelele boven voor zijn ‘Come Away To The Water’, dat Maroon 5 coverde voor de soundtrack van ‘The Hunger Games’. In die song, één van de twee die hij leverde voor de film, neemt Hansard de positie van de moordenaar in. Innemend zijn trouwens die commentaren ook al. Ze zijn tegengewicht voor, een rustpunt tussen de intense, broeierige songs. ‘Song Of Good Hope’, weer zo’n brok pure schoonheid van de soloplaat, sluit de ‘gewone’ set af, net zoals het de cd tot een ‘peaceful ending’ brengt (da’s nog géén ‘happy ending’…) In de bissen blijkt nog maar eens dat Hansard ook buiten zijn songs een aangename ‘bloke’ is. Hij opperde tevoren al dat het in deze zaal toch moest lukken om akoestisch te spelen, midden in De Zwerver. Omdat zulks met twaalf mensen niet zo vanzelfsprekend is, had hij die idee meteen opgeborgen. Maar met de eerste bis kwam het weer boven, toen hij weer eens gans alleen op podium stond. Hij ging weg van de micro en zong gezeten vooraan op de Bühne. Tussen ‘Gold (Walking On Moonbeams)’ (uit ‘Once’) (gebracht met alle Frames naast hem vooraan op het podium… Wat een hemelse samenzang!!!) en ‘Falling Slowly’ liet hij zijn waardering blijken. Een oprisping van de moment? Allicht, maar je mag er zeker van zijn dat hij het op dat ogenblik ook echt méént: ‘We’ve just done Glastonbury…That was beautiful… But tonight is better!

Groots moment is de laatste encore, de prison song ‘The Auld Triangle’, geen echte traditional, maar wel een anthem met dat statuut, ooit geschreven door Dominic Behan voor zijn broer, dichter en toneelauteur Brendan Behan (voor het stuk ‘The Quare Fellow’) Het lied werd gemeengoed, ook buiten het Groene Eiland. Het is bij voorbeeld niet ondenkbaar dat men het kent van… Bob Dylan & The Band (behorend tot de ‘Basement Tapes’ van 1967, maar dan wel via bootlegs) of onder de titel ‘The Royal Canal’. Hier wordt het een zangsessie waarin het publiek zich duchtig doet gelden. Op toneel worden de strofen beurtelings gezongen door de leden van The Frames (Colm Mac Con Iomaire, viool, Joe Doyle, bas, Rob Bochnik, gitaar, en de geweldige slagwerker Graham Hopkins), Lisa O’Neill en ten slotte ook… Jerry, de sympathieke Ierse geluidsman, blijkbaar een die hard fan van Rory Gallagher. De overigens schitterende muzikanten laten vooral goed horen waarom niet zij, maar Glen de zanger is van de band.

Van Turlough O’Carolan, over de Fureys, de Dubliners, de Chieftains en Van Morrison naar Christy Moore, Planxty, Mary Black, Kila, Villagers, Damien Rice en allen die we al genoemd hebben, de Ierse muziek blijft verbazen. Of het nu in de moedermelk, de Guinness of de Jameson zit, we weten het niet, maar met Glen Hansard heeft Eire toch weer een reus voortgebracht.

Antoine Légat (09 07 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s