‘Het Zweet van de Zee’ met Geert Cyriel TAVERNIER en Luiz & Renato MÁRQUEZ in Arscene te Hansbeke op zaterdag 8 juni 2013: ‘Fraaie ode aan de Oostendse visserij’.

Ook te lezen op www.folkroddels.be

Arscene, strategisch gelegen tussen Gent en Aalter, in een groot pand aan de rand van het landelijke Hansbeke, is van in den beginne meer geweest dan zomaar een studio en/of concertzaal. Het is o.a. dank zij de grote foyer en de nabijheid van een toegeruste keuken logistiek mogelijk om er andere activiteiten te ontplooien. Daar heeft de vzw van bij de start op ingespeeld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de voorlaatste activiteit van dit aflopende concertseizoen gewijd was aan…. de bouillabaise, vissoep geassocieerd met het diepe zuiden van Frankrijk, meerbepaald Marseille. Die werd niet zomaar opgediend, samen met selecte zeehapjes, maar kreeg de nodige omkadering, alles wat u van bouillabaise wilde weten, maar niet durfde vragen, zoiets.

De bekendste inwoner van Hansbeke, Johan Verminnen, luisterde de maaltijd op met voorlezingen uit ‘De laatste Boot’, zijn derde roman. Zo’n lezingen durven al eens saai uitpakken, om het eufemistisch te zeggen. Met Johan is de kans klein, want hij maakt van de ‘lezing’ een spektakelstuk, waarbij hij zijn werk voorziet van grappige opmerkingen. Die zelfrelativering schaadt de lectuur zelf niet, integendeel zelfs. Het is een verfrissende attitude die vele, zichzelf al te ernstig nemende ‘auteurs’, beter zouden overnemen. De botsing tussen droom en realiteit boeit, ook al weet je hoe het verhaal zichzelf bitterzoet oplost. In elk geval mag de connectie met bouillabaise duidelijk zijn, want het boek speelt zich voornamelijk af in Oostende, een stad die Johan goed kent, en uitgerekend in ‘t vissersmilieu. De foto’s in het boek refereren naar de echt bestaande plaatsen waar de actie zich voltrekt. Ze zijn van Jo Clauwaert, die als rockfotograaf en als grafisch en beeldend kunstenaar zijn sporen heeft verdiend.

Jo is ook al bezeten van de zo bedreigde visserij. Als ‘Flitsmatroos’ maakte hij niet alleen schitterende reportages over de zee, de vissers en Oostende, maar ging hij vaak mee op visvangst, met alles erop en eraan, wat, om het zacht uit te drukken, geen sinecure is. Samen met hoofdredacteur Flor Vandekerckhove bezielt hij Het Visserijblad (HVB) van Oostende, dat in zijn 80e (tachtigste!) jaargang zit. Hoewel HVB zijn basistaak als (belangrijk!) bindmiddel tussen de vissers en de Oostendenaar nog steeds vervult, zijn Flor en Jo erin geslaagd het blad open te trekken, door het binnenhalen van een reeks gastauteurs (*), onder wie een aantal dichters. Oostendenaar Geert Cyriel Tavernier (ook bekend als Gerard ’t Zand) en voormalig Antwerps stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen zijn daar niet de minsten van. Het geeft HVB een brede culturele basis en een uitstraling tot ver buiten het helaas steeds verder ineenschrompelende vissersmilieu.

Het is de zorg voor en de bezorgdheid om die unieke, immens rijke en stilaan verdwijnende visserscultuur die ‘Het Zweet van de Zee’ heeft doen ontstaan, een fotoboek met poëtische tekst, die deze cultuurschat evoceert. ‘Dit zijn geen verzen bij mooie plaatjes’, stelt Peter Holvoet-Hanssen achterop de kaft, want de schitterende foto’s van Clauwaert tonen de zee, het vissen, de haven en zijn bewoners au naturel, met alle schoonheid van dien, maar ook met oog voor de harde kanten van het bestaan. Deze foto’s zijn van een tastbaar realisme en ruiken naar het zilt van de zee. De tekst op naam van Tavernier is ook al bijzonder. Het is niet zomaar een lang gedicht in twaalf hoofdstukken. De inhoud gaat immers terug op wat Jo en Geert Cyriel uit de mond van de vissers zelf optekenden in interviews die naar verluidt over een periode van twee jaar liepen. Die veelkleurige, sappig, pittige, vaak zelfs gewaagde uitspraken heeft de auteur op een poëtische manier aaneengelast tot een consistent geheel.

Het Zweet van de Zee’ is daardoor niet alleen een literair en visueel genoegen, het werd tevens een soort poëtisch handboek, geschikt voor de studie van de leefwereld van de vissers, vroeger, maar ook nu nog. Om het werk een meer internationale uitstraling te geven vroeg men aan Peter Flynn, in Gent woonachtige Ierse dichter, om een Engelse vertaling te maken. Dat werd dan ‘Sea Sweat’. Ook het ‘coda’ van het boek, het smeuïge en pikante gedicht ‘In de veertien Billen’ en de zwanenzang van een oude visser ‘Lippe Duuk’ kregen een Engelse versie, resp. ‘In The Fourteen Buns’ en ‘Duke The Lip’. Bewust werd het boek ook uitgegeven in een betaalbare versie, want de prijzen van de kunstboeken durven al eens de pan uit te swingen, ver boven de hoofden van hen die er het meeste plezier aan zouden kunnen beleven. Die gedachte van het delen en mededelen van dit werk, hield de makers bezig.

Geert Cyriel zocht daarom een manier om het gedicht uit te dragen naar de Bühne. Lezingen, uiteraard. Maar waarom de voordracht niet voorzien van een muzikale omlijsting, een evocatie van de tekst? Dat werd op de Gentse Feesten van 2011 uitgeprobeerd in de toen net verhuisde Galerie Link, n.a.v. een tentoonstelling van werk van Jo Clauwaert, fotograaf Firmin De Maître en de in Chicago verblijvende Welshe musicus en multi-disciplinair kunstenaar Jon Langford. Men zocht de in al decennia in Gent wonende Mexicaan Luiz Márquez (diverse saxen, mondharmonica, Zuid- en Midden-Amerikaanse fluiten, percussie allerhande, waaronder schildpadschelpen, plus tonen uit uitgeboorde schelpen; zie de cd ‘Shell To Sax II’) en zijn zoon Renato (altviool, akoestische gitaar) aan voor de invulling. Dat bleek toen een schot in de roos, maar zoals dat wel vaker gebeurt, verlies je zoiets snel uit het oog, zelfs al ontmoeten we de protagonisten wel frequent.

Het is niet enkel ons eigen ‘schuldig verzuim’: deze mensen zijn nu eenmaal actief in zoveel (onderling sterk) verschillende projecten dat de kans zich zelden aandient om terug te koppelen naar het verleden. We waren dan ook aangenaam verrast te vernemen dat de samenwerking hervat wordt. Dat deze herneming bovendien zou plaatsvinden in de voor dit project ideale intimiteit van de studioruimte van Arscene was aardig meegenomen. Geert Cyriel zorgt al meteen voor een ‘stunt’: hij heeft de tekst uit het hoofd geleerd, zodat hij hem ook kan ‘spelen’, wat toch een meerwaarde betekent tegenover het droge aflezen ervan. De dichter doet dat overigens in een heel aparte stijl met een ongewone timing, ver van de academische aanpak die een professionele toneelspeler bijna onvermijdelijk zou aankleven. Opvallend is de stralende glimlach waarmee hij de verzen en statements brengt. Dit ‘acteren’ biedt een uitgesproken meerwaarde in de ‘beleving’ van de tekst.

Via Mezcal, Luiz’ ethno-jazz gezelschap van wisselende samenstelling, zijn vader en zoon Márquez goed thuis in de kunst van het improviseren, maar ons valt het op hoe vlot de overgangen van tekst naar muziek verlopen. Als in volle finale een snaar breekt op Renato’s gitaar, passen ze zich wel even aan, aan de ‘nieuwe omstandigheden’ (het betekent wel dat ze geen bisnummer kunnen brengen: een nieuwe snaar zetten zou de zorgvuldig opgebouwde atmosfeer toch helemaal verstoren) Geen nood, Geert Cyriel brengt nog het verhaal in vijftig kleurrijke tinten over het vissersbordeel, dat het noeste leven van een aantal Oostendse zeevissers ogenschijnlijk en toch voor eventjes draaglijk maakte. We geven graag het laatste refrein mee, met een handvol subtiele variaties op de eerdere refreinen…

Maar in de Veertien Billen / Bij weduwe Janssens met haar zes dochters / Zijn er twee versleten en twaalf die willen. / Kom op, naar de Veertien Billen, / Met twee versleten en twaalf die misschien nog wel willen. / Daar blijven we nachten plakken / tot de vis ons doet verlangen / om weer zee te gaan vangen.

Een week later zouden we Mezcal zelf met Luiz en Renato nog eens zien, als kwartet ditmaal, in Mizrap, een gezellig, door muziekminnende Turkse Gentenaars uitgebaat café aan het Sluizeken, in volle Arteveldestad. Met de Finse gitarist Kari Antila en de Mexicaanse bevlogen fretless six-string bassist José-Luis Montiel (twee muzikanten van stand!) erbij is dat een wel erg internationaal gezelschap, even eclectisch als de band die zaterdag 22 juni in Arscene het seizoen afsluit: Hijaz is een in ons land gebaseerd collectief rond Tunesische oud meester Moufadhel Adhoum en Grieks-Belgische pianist Niko Deman, dat jazz koppelt aan diverse volkstradities. Het basiskwartet is in volle voorbereiding van een derde cd (met ‘Dunes’ en ‘Chemsi’ hebben ze intussen een internationale doorbraak geforceerd) en brengt in Arscene ongetwijfeld een staalkaart van oud en nieuw.

Antoine Légat (18 06 13)

(*) Zelf mogen we er maandelijks een rubriek in verzorgen. In ‘Het Muzikale Anker’ doen we een schuchtere poging om de driehoeksverhouding ‘zee, mens en muziek’ te analyseren via liedjesteksten van de meest uiteenlopende aard. Het dient geen commercieel belang: omdat het blad zo goedkoop mogelijk gehouden wordt, is medewerking een erezaak.

Voor alle info over HVB en ‘Het Zweet van de Zee’ verwijzen we graag naar volgende contactmogelijkheden: 0474/53.88.00,

www.visserijblad.be,

www.facebook.com/HetVrijeVisserijblad

en het.visserijblad@telenet.be .

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s