Simon JOYNER & BAND (support: Matt WATTS & The CALICOS) in Arscene te Hansbeke op zondag 14 april 2013: ‘Matt Watts wist te overtuigen als aankomend talent maar Simon Joyner zien we graag eens terug in andere omstandigheden, want dit had iets van een Götterdämmerung’

zie www.rootstime.be

Bitter weinig volk voor het dubbelconcert in Arscene. Vele factoren droegen daartoe bij, niet in het minst het schitterende weer van zondag 14 april: de mensen snakken naar de zon en genieten zo lang mogelijk van uitstapjes en terrasjes. Zeker omdat het maandag officieel gedaan was met de Paasvakantie. Misschien is er ook het feit dat dit geen organisatie was van het huis, maar van buitenaf, wat onvermijdelijk een drempel schept. En ook niet te onderschatten: de aangeboden bands zijn geen huishoudnamen. Nochtans houdt de eerste belofte in en is de tweede in bepaalde kringen een heuse legende.

Matt Watts komt uit Montana, alwaar hij sinds zijn dertiende opnames maakte en sinds zijn zeventiende toert. Het ontstaan van zijn eerste volwaardige cd toont hoe intens de jongeman, u nog maar eenentwintig, met muziek begaan is: de tien songs ontstonden in exact één uur tijd, de studiotijd die over was van een andere sessie en die hij en zijn toenmalige vriendin hadden afgebedeld. Een selectie uit zijn vroegere werk is enkel nog elektronisch verkrijgbaar, maar sinds hij in Antwerpen vertoeft heeft hij al twee platen gemaakt. ‘Joy And Longing’ ontstond in 2011. Met de Calicos, drie Antwerpse muzikanten op gitaar, bas en drums, maakte hij recent een uitstekende verzameling van tien, bijna alle originele songs, ‘Wayward Wind’. Watts toont daarop onmiskenbaar songschrijftalent (zie onze bespreking in Rootstime)

In Arscene stelde hij een zestal songs uit die cd voor, met daarbij nog één nieuwere song, die de vier heren duidelijk al in de vingers hebben. Van bij de start (‘When You Call My Name’) liet Matt zijn goeie mentaliteit zien. Zijn lofi muziek mag dan behoorlijk melodisch, lyrisch, ruraal zijn, ‘folk’ in de Amerikaanse zin van het woord, maar je voelt hoe bij de jongeman het heilig vuur brandt. Ongeacht het aantal aanwezigen stuurt hij die opener naar een furieus einde. Het is het begin van een gave set. Je moet natuurlijk er uiteraard een zekere morsigheid bijnemen en de zang is af en toe ‘op het randje’, zoals je dat hoort bij Will Johnson, Will Oldham (Bonnie ‘Prince’ Billy), Bon Iver, Devendra Banhart. Maar Matt schrijft nu eenmaal wondermooie songs: ‘One More Drink’, ‘Sarah’s Song’ (‘geschreven voor mijn eerste trip naar Spanje’… maar welke consequenties dat heeft, vernemen we niet), ‘Black Mountain Pass’ (blijkbaar een traditional), ‘It Hides Away The Pain’ en de al te vroege afsluiter ‘Oh Caroline’ (met de Calicos a capella)

De combinatie met de Calicos is na een vrij korte samenwerking onmiskenbaar een succes. De ‘nieuwe’ song, ‘Orphans’, zal op de in september op te nemen dubbelaar staan, en dat is maar goed ook. Het is een dijk van een song, onderstut door opvallende drumslagen. Het gezelschap mocht er gerust nog een paar liedjes aan toegevoegd hebben (‘Wayward Wind’ of ‘There’s A Midnight In Winter’ moeten niet onderdoen voor de andere!), bewijs dat dit naar meer smaakte. Maar met een handvol dwing je geen encore af.

De set van Simon Joyner & Band gaf dan weer een iets of wat matte indruk. Was het uit ontgoocheling voor de magere opkomst? Nochtans is het niet het enige concert dat er onder te lijden heeft: de man uit Omaha, Nebraska, is een blinde vlek gebleven bij het grote publiek, ondanks de lof van stadsgenoot Conor Oberst (alias Bright Eyes) en Beck, twee bekende namen die Joyner frequent vermelden als rolmodel. Joyner was al vaker in België, maar bereikte dan enkel de fans van Bonnie ‘Prince’ Billy, een man die net als hij aan het beginpunt stond van de lofi die in de jaren negentig populair was. Met band was Joyner hier nu voor het eerst, gelegenheid om zijn meest recente langspeler ‘Ghosts’ (2012) voor te stellen, tegelijk ook de ‘viering’ van twintig jaar platen maken (aan een tempo van gemiddeld ongeveer één langspeler per jaar, plus nog singles en EP’s)

Net voor het concert in Arscene was één groepslid, de pedal steel speler, weer naar huis vertrokken, omdat hij aan het werk moest. Dan nog had Simon vier gezellen mee, onder wie een altvioliste (die ook keyboards speelde) Op de slagwerker na (enkel een snare, een floor tom en een cymbaal) zorgden die tevens voor vocale ondersteuning. Dat hielp bij de occasionele climaxen die naargelang ieders aanvoelen, episch en groots of chaotisch en zelfs arty overkwamen. In de meer bezadigde passages had het iets van de ouwe Van Morrison, in de tijd van zijn eerste soloplaten. Zelfs de Velvet Underground en… Nick Drake kan men als vergelijkingspunt aanhalen.

Naast songs uit ‘Ghosts’ (als ‘If I Left Tomorrow’, ‘Last Will And Testament’) kregen we een handvol citaten uit Joyners oudere werk. Ongeacht de uitvoering en de luim van het moment, is dat sterk werk van een singer-songwriter van stand: ‘Fearful Man’, ‘The Black Dog’, het fraaie ‘Parachute’ en eindpunt ‘I Wrote A Song About The Ocean’ (dat Simon mooi inleidde met ‘It’s a love song… It’s best to end with love’) Het op single uitgebrachte ‘Red Bandana Blues’ kregen we niet meer. Over and out. Geen bis. We zien Simon Joyner graag eens terug in andere omstandigheden, want dit had iets van een Götterdämmerung.

Antoine Légat (15 04 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s