LARRY GRAHAM & GRAHAM CENTRAL STATION: RAISE UP: ‘Dat funk in de eerste plaats dansbare good time music is blijkt uit deze accuraat getitelde plaat voor de volle honderd procent. Ze klinkt immers als een frisse update van wat in de seventies op zijn hoogtepunt was, en daar is tot nader order niets mis mee’

Dit staat ook te lezen op www.rootstime.be

Hoe zou het nog zijn met…Larry Graham?’ Vreemd, maar die vraag hadden we onszelf, ogenschijnlijk zonder specifieke reden, al een paar keer gesteld, de laatste tijd. Als zoiets je overkomt, mag je er donder op zeggen dat je een antwoord krijgt. Het antwoord dat Larry ons gaf duurt dertien stomende dampende onweerstaanbaar groovende (een occasionele ballad niet te na gesproken) funknummers lang. ‘Raise Up’ heet het kleinood. Wat de rest van de recensie overbodig maakt voor wie Graham kent van zijn vroegere exploten. Die is de cd al lang (legaal) aan het downloaden, heeft een bestelling geplaatst op zijn favoriete bestelsite of spoedt zich naar de dichtstbijzijnde speciaalzaak.

Voor de anderen geven we graag toelichting. Larry Graham kreeg de muziek met de moedermelk mee. Letterlijk. Dell Graham leerde haar zoon die wonderlijke wereld kennen. Al op zijn vijftiende zat hij in ma’s orkest. Als pianiste bracht ze haar zoon het belang van de linkerhand, dus van een goeie bastechniek bij. Larry speelde immers de bas in haar orkest. Omdat ze geen drummer hadden, ontwikkelde de jonge Larry een techniek die én de baslijn gaf én de ritmiek en percussie verzorgde. De duim zorgt voor de basdrum, de wijs- en middenvinger voor de snare. Hijzelf noemt het ‘thumping and plucking’, maar men kent het onder de naam ‘slapping’ (of ‘slap-pop’) en het is in de funk en aanverwanten gewoon niet meer weg te denken: denk aan Bootsy Collins in de p-funk, Mark King van Level 42, jazzreuzen Marcus Miller en Stanley Clarke. Want ook buiten de funk is het een techniek die af en toe om de hoek komt piepen, en dan is ondermeer Flea van de Red Hot Chili Peppers een goeie referentie.

Moeder Graham leerde zoonlief ook wat echt leiderschap inhoudt en hoe je harmonisch met anderen moet samenwerken. Het zou Larry van pas komen. Het is dan ook geen toeval dat hij deze comeback plaat opdraagt aan zijn moeder, van wie een vertederend mooie foto te vinden is in de klaphoes. ‘I look forward to seeing her again’ besluit de bassist. Nog maar pas de twintig voorbij vervoegde Larry het orkest van Sylvester Stewart en werd dus lid van Sly And The Family Stone. Zoals de liefhebber weet, bleek dat een geweldige ‘career move’ want in de ontwikkeling van soul en funk was Sly Stone zowel bijzonder succes- als uitermate invloedrijk, enkel te vergelijken met wat Stevie Wonder, Marvin Gaye en Al Green toen klaarmaakten. Larry maakte de hoogdagen mee van de band, maar verliet het stilaan zinkende schip in 1972: halfweg de seventies was Sly onder invloed van allerlei bedwelmend spul nog slechts een schim van zichzelf, wat tot op heden het geval is, doodjammer, gezien de speerpuntfunctie die de man eind de sixties bezat.

Larry richtte Graham Central Station op (woordspelletje verwijzend naar de New Yorkse Grand Central Station), niet zo baanbrekend als de Family Stone, maar hitgevoelig en gerespecteerd. Zo maakt GCS deel uit van het opmerkelijke pakket dat onder de naam The Warner Brothers Music Show ook Brussel aandoet, samen met Little Feat, Montrose, Tower Of Power, The Doobie Brothers en het in de vergetelheid verzeilde Bonaroo. Diverse malen zou Larry zijn GCS uit de mottenbollen halen, tussen werk voor anderen (o.a. Betty Davis) en zijn regelmatige soloprojecten door. Hij sloot heel lang geleden vriendschap met Prince, wat o.a. resulteerde in toeren met de Kleine Prins en de deelname aan enkele van diens projecten. Ze werkten tevens samen aan ‘GCS 2000’, onder de naam van ‘Graham Central Station’, maar feitelijk als een duo. Internationale tournees met een heropgerichte GCS lijken de aanleiding te zijn tot deze in twee Franse studio’s ingespeelde, ruim 63 minuten durende ‘Raise Up’, de eerste studioplaat van GCS sinds de seventies.

Larry Graham kan het nog altijd. Hij mag er dan dit jaar 67 worden, maar er is geen spoor van slijtage te merken. Zijn expressieve diepe zang en zijn uitmuntende basspel zijn intact. Zijn songs staan: we vermoeden dat hij profiteert van vele jaren schrijverij en dus van een grote vergaarbak aan songmateriaal. Zijn vijf bandleden en de zeer weinige, selecte gasten kwijten zich met opvallende gretigheid van hun taak. Die begint al van de eerste noten: de lekkere openende drumroutine ‘GCS Drumline’ gaat over in ‘Throw-N-Down The Funk’, een exuberante en potente brok dansmuziek waarbij iedereen beurtelings het voortouw neemt. Vooral de Millfield Horns en uiteraard die slappende bas van Larry spelen een glansrol. Leuk is ondermeer de korte verwijzing naar Ann Peebles’ ‘I Can’t Stand The Rain’. Het kan na zo’n kick start dan al eigenlijk niet meer stuk.

Prince doet zijn ding in drie songs, in het titelnummer, ‘Shoulda Coulda Woulda’ (een knoert van een ballad) en ‘Movin’’, en dat hoor je verdomd goed. Ook in andere songs is de karakteristieke gelaagde funk van Prince een opvallende en weldoende invloed. De andere opgemerkte guest is Raphael Saadiq in slotakkoord ‘One Day’, dat behaaglijk à la Sly Stone klinkt. De twee covers liegen er niet om: ‘It Ain’t No Fun To Me’ van Al Green en ‘Higher Ground’ van Stevie Wonder kunnen gelden als eerbetoon aan de groten uit de ‘zwarte’ muziek.  Maar Larry vangt er ook iets mee aan. Die songs, stijf van de adrenaline, krijgen een nieuw jasje aangemeten dat de originelen recht doet. Groepslid Ashling ‘Biscuit’ Cole, enige blanke in het gezelschap maar klaarblijkelijk met een prachtige gitzwarte ziel, kwijt zich hier als elders prima van haar vocale taak. De song van Green speelde Graham trouwens al veertig jaar terug: zie YouTube, waar je ook opvallend vele (live) versies vindt van ‘Higher Ground’ uit de tours van 2010 en 2011… Geen toeval!

Dat funk in de eerste plaats dansbare good time music is blijkt uit deze accuraat getitelde ‘Raise Up’ voor de volle honderd procent. Ze klinkt immers als een frisse update van wat in de seventies op zijn hoogtepunt was, en daar is tot nader order niets mis mee. Nu nog onze dancing shoes van toen terugvinden…

Antoine Légat (17 04 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s