IMAM BAILDI in de kelderzaal van De Centrale te Gent op zondag 21 april 2013: ‘Het valt op hoe goed de band ingespeeld is, hoe gretig er wordt samengewerkt en dat straalt af’

Imam baildi’, of op zijn Turks ‘imam bayildi’ (vertaald ‘de imam viel flauw’), is een stoofpotje van aubergines gevuld met ajuin (‘MOET in plakjes gesneden worden’!), knoflook, peper, tomaten, veel kruiden, specerijen en olijfolie. Het is in wel meer mediterrane landen populair, met de nodige lokale ingrediënten wel te verstaan. Is er een betere naam denkbaar voor een groep jongeren die muziek maken waar elk ritme, elke klankkleur elke melodie en arrangement kunnen, als het maar een zaal enthousiastelingen aan het dansen zet? Al de andere namen om de kruisbestuiving te benoemen die de Fransen zo fraai ‘métisseage’ gedoopt hebben, lijken immers al ingepalmd. De (toen nog) tandem Emir KusturicaGoran Bregovic heeft niet geweten wat ze in gang hebben gezet: de good time balkan-, gipsy- en klezmerbands komen sindsdien bij bosjes vanuit binnen- en buitenland om onze aandacht smeken.

Uit het recente aanbod halen we ‘Eureka!’, vierde plaat van La Pegatina, ‘rumba catalana met een beetje ska en cumbia’, geen onbekende bij het festivalpubliek van de lage landen. In de eerste helft van mei geven ze drie concerten in ons land. Iets complexer en ambitieuzer is de ad hoc formatie voortgevloeid uit het ‘Feria de Fronteras’ project, Mafiasko Taxi. Dat bundelt de talenten van mensen van diverse Europese origine, onder wie Gentse jazz drummer Nathan Daems, muzikaal wereldburger Dick Van der Harst en de bassist van het Antwerp Gipsy Ska Orchestra, Filip Vandebril. Hun ‘Ljudi Ptice/Human Birds’ is door de schier grenzeloze cross-over en de prestatie van Jelena Milušić (uit Mostar, de stad met de gerestaureerde brug) een straf debuut geworden.  

Imam Baildi komt uit Griekenland en dat heeft zo zijn consequenties: de vertrekbasis is immers verschillend. Dat die de rebètiko (of het meervoud rebètika) zou zijn, met de bouzouki als centraal gegeven, is niet verwonderlijk als je weet dat Orestis en Lysandros Falireas’ vader een platenwinkel en een bekend label heeft waarop de rebètika (en de verwante smyrnèïka) een belangrijke plaats innemen (zie www.falireas.com) Voor de zonen is de tijd echter niet blijven stilstaan in de jaren vijftig van vorige eeuw. De tijd is niHun debuut ‘Imam Baildi’ uit 2007 opende heel wat deuren, ook internationaal. In december 2010 verscheen ‘The Imam Baildi Cookbook’, een prima cd, met een uitstekende drive, veel variatie en hiphoppers Delinquent Habits uit LA en Maxwell Wright van het Spaanse Ojos de Brujo. Er zijn tevens Griekse hoge gasten, als topzangeressen Dimitra Galàni en Eleni Tsaligopoùlou. Nu volgde ook het buitenland, waar heel wat concerten uit voortsproten. Zo stonden ze in 2012 op Lowlands.

Met ‘The Imam Baildi Cookbook’ onder de arm kwamen ze naar de kelderzaal van De Centrale. Die was dan wel slechts half gevuld, want hun reputatie heeft ons landje nog niet echt bereikt. Maar de groep had geen twee nummers nodig om de aanwezigen op zijn hand te krijgen. Het enthousiasme (een Grieks woord, dat iets als ‘bezield door de godheid’ betekent: ‘en’ = ‘in’; ‘theos’ = ‘god’) kon niet groter geweest zijn als het een crowded house geweest was. Achteraan Orestis (draaitafel, basgitaar) en links Lysandros (drums), die zorgen voor een onwrikbaar tempo. Lysandros ging ook vaak vooraan staan aan een kleinere versie van zijn drumstel, in feite de timbales, bekend van Afro-Cubaanse en Caraïbische muziek, wat het ritme nog een boost geeft. Stelios Provis is de felle elektrische gitarist. Yannis Diskos speelt alto en tenor sax, trompet en de voor de Griekse volksmuziek zo typische klarino, de klarinet.

Alexis Arapàtsakos heeft binnen deze context met zijn bouzouki vanzelfsprekend een bijzondere taak. Ook het stemmenwerk is met zorg gekozen. Zangeres Rena Morfi met ‘Lady Linn’ paardenstaart is zelf als het ‘kouklàki’ (‘poppetje’) die ze in een aantal songs vermeldt. Ze beweegt ook aardig. Dat ze uit een doosje komt, is natuurlijk lange niet voldoende: ze zingt de meeste Griekse songs en ze doet dat volgens de regels van de kunst. Je zou haar zo klassieke rebètika horen zingen met de geëigende begeleiding, maar al zijn de songs in bijna alle gevallen evergreens uit het genre, nummers van bvb. Vasilis Tsitsànis, Jorgos Mitsàkis of Spiros Peristèris, die songs krijgen hier een hedendaagse livrei. Dat lukt wonderwel. Voor alle duidelijkheid: die Griekse component is maar een deel van wat de band voor het voetlicht brengt. Vandaar dat er nog iemand zijn opwachting maakt in vele nummers, MC Yinka, naar verluidt van Nigeriaanse afkomst. De man bewerkt met tussenpozen het publiek en doet dat vakkundig. De aanwezigen hebben er oren naar.

Rap, soms in duo met Orestis, natuurlijk wel, maar niet alleen dat is zijn ding. In ‘Dhen thelo pjà’ (‘Ik wil niet meer/Kom nooit meer terug’; geschreven door de grote bouzoukivernieuwer en -virtuoos Manolis Chiotis) speelt hij een guitig rollen- en robottenspelletje met Rena. Die had ons in het begin verwittigd dat Griekse liedjes allemaal over de liefde gaan… en bijna allemaal slecht aflopen. Bij deze. Met MC Yinka erbij worden alle grenzen verder afgebroken. We horen zowat alles de revue passeren: rumba, cumbia, salsa, reggae, ska, hip hop, rock, allerlei Balkanica en Bulgarica, tot Keltische folk en een Epirotische miroloi (klaagzang) op de klarino toe en zelfs een speaking in tongues passage, in duel met de timbales. Tempowisselingen, verandering of omwisseling van instrument, de muzikanten die roteren, het is een caleidoscoop die gereflecteerd wordt in de steeds verschuivende klankkleuren. De draaitafel speelt zijn rol, maar Orestis gebruikt ze functioneel en dus zeer spaarzaam, met fragmenten uit stokoude 78 toerenplaten. Het valt op hoe goed de band ingespeeld is, hoe gretig er wordt samengewerkt. En dat straalt af op het ook al zo diverse publiek.

De finale is pure extase. Een stel Griekse meisjes beklimt het podium, Stelios, doorlopend outstanding, speelt zijn elektrische gitaar uit als tweede bouzouki tegenover die van Alexis, die zijn instrument ook al meer dan gemiddeld blijkt te beheersen. Graag hadden we gezien (gehoord) dat er nog een klassieker uit de kast zou vallen als bisnummer, ‘Kapetan Andrea Zeppo’ bij voorbeeld, of ‘Misirloù’. Het werd het aloude… ‘La Cucaracha’ (‘De Kakkerlak’, inderdaad), beetje vreemde keuze, maar ook hiermee gaan ze lopen, de dame en de zes heren van Imam Baildi. Wat ons betreft mogen deze gasten meer dan één zomerfestival opluisteren. Hier zal niemand zich bekocht aan voelen, een eenzame purist, die nu in zijn hoekje om zoveel heiligschennis zit te janken, niet te na gesproken. Imam Baildi: zo lekker als het gerecht!

Antoine Légat (24 04 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s