GOES & DE GASTEN, Veur ’t zelfste Geld: ‘…een cd waarop een zanger zijn roots bezingt op een universele wijze’

Zie Rootstime (met foto’s, clip, concertkalender…)

Michel Goessens (zang en diverse snaarinstrumenten) en Werner Dumez (mondharmonica en backing vocals) traden lange jaren op als Aardvark. Ze deden dat met eigen liedjes in het Sleidings of het ‘Sleins’, het dialect van Sleidinge, deelgemeente van Evergem, in duo of bij gelegenheid met een groter gezelschap. Folk, country en chanson vormen het muzikale hart van hun repertoire dat, niet onverwacht, charmeerde door zijn verhalen, verbonden aan de streek. Maar Aardvark oversteeg de couleur locale omdat Michel een aantal van zijn vertellementen doorspekte met zwarte, soms zelfs morbide humor. Vaak eindigden ze niet zo vrolijk als ze begonnen. De cd’s ‘Eikels worden Bomen’ (2009) en ‘Eerlijk echt’ (2010), dat laatste met een heuse band, De Zandmannen, getuigen hiervan. Omdat Michel een geboren entertainer is en zijn publiek weet te bespelen met zijn stoute taal, gingen de songs er live als koek in.

Ondanks zijn schijnbare rol van ‘tweede viool’, speelde Werner, een graag geziene figuur en een verrassend sterke harpist, een niet onbelangrijke rol tegenover de extroverte Michel. Helaas hield Werner het een tijdje geleden voor bekeken. Goessens gaat dan maar alleen verder, al is dat ‘alleen’ relatief want voor zijn ‘solo’ cd ‘Veur ’t zelfste Geld’ onder de noemer Goes & De Gasten trok hij schoon volk aan. Ht Roberts deed techniek, productie, mix en speelde diverse snaarinstrumenten. Wie de platen kent die Ht produceert (zijn acht soloplaten, cd’s van Filip de Fleurquin, Gabriela Arnon, en vele anderen) weet dat hij zorgt voor een mooi afgerond geluid. Ht bracht getrouwen mee als Gijs Hollebosch (snaarinstrumenten allerlei), Niels Delvaux op slagwerk. Zandmannen Jan Borré (piano, hammond) en Mario Vermandel (contrabas) maken het vijftal rond Michel compleet. Meer is ook niet nodig om voor een bijzonder hoogstaande begeleiding te zorgen. Voor de afwerking zorgen heel wat diverse stemmen die in één of enkele liederen bijdragen. We vinden onder vele anderen Riet Muylaert (Jackobond), Filip de Fleurquin, Bruno Deneckere en Lieven Tavernier.

Tussen de intro (‘Mond vol Tanden’) en de outro (‘Schone te schilderen’) staan veertien liedjes te pronken waarin Michel zich profileert als een ware singer-songwriter. Hij vergeet daarbij zijn ‘roots’ niet, integendeel, maar een groot deel van de songs krijgen een ernst over zich. Michel etaleert daarbij een voorliefde voor kleurrijke uitdrukkingen, die mensen graag als stoplap of dooddoener hanteren, maar die hij een functie geeft in zijn vertelling of tableau. ‘De Jongsten van Laroy’, ‘Kop in ’t zand’, ‘We komen wel af’ en ‘Eender wat’ zijn daar voorbeelden van. Om zeker te zijn dat élke toehoorder volgt, heeft hij bij de songs waar nodig een klein woordenlijstje gevoegd, zodat niets van het gezongene onbegrepen hoeft te blijven. De hang naar verhalen met een hoog film noir gehalte uit het verleden is prominent present: ‘Knip van Sleine’ (= de psychiatrie van Sleidinge, waar de frietjes beestig goed zijn), ‘Nonkel Georges’ is ‘de Kodak op den buik’ weer op reis geweest, maar aan het eind blijkt die kroniek niet zo banaal, als uit komt waar ie geweest is (‘Vriendelijke meiskes – Love you longtime’) ‘De Lijne van mijn Leven’ verzet zich tot bloedens toe tegen de waarzeggerij.

Ook bevreemdend is de absurde verzamelwoede in ‘Het zal wel zijn’. Lichtjes bevreemdende figuren waren rond, daar in Sleidinge. Ze heten nonkel Georges, zieke Roger (‘Kop in ’t Zand’) of ‘Dorien Van de Veire’. Zo mogelijk nog mysterieuzer is het in de ik-vorm vertelde ‘Al dadde zegt’, een weinig opbeurende jeugdherinnering van pesten en vernedering. Die geheimzinnige, sombere sfeer drukt zelfs haar stempel op liedjes die op het eerste zicht onbesproken zijn, zoals ‘Van au gedroomd’ over een oude vriendschap, of ‘Congé payé’, zoals vakanties in het zuiden voorheen waren. Zelfs achter een gewone ontmoeting in de supermarkt met het overbezorgde moederke ‘van mijne maat’ (‘Ne Mens maakt wa mee’) begin je van alles te vermoeden. Doorgaans zorgt de muzikale begeleiding voor tegengewicht in dit rariteitenkabinet, zoals in ‘Congé payé’ dat op heerlijke country drijft of in het bijzonder pijnlijke ‘We komen wel af’, waar het zalige snarenwerk de schrijnende vaststelling enigszins verzacht.

In één song komt alles samen. In het ingetogen, haast verzonken gezongen en erg sobere, op de piano drijvende ‘Rosa’ weet Goessens de verhaaltechnieken van Randy Newman (het ontraamde), Townes Van Zandt (de figuur van Rosa, de teneur) en Nick Cave (de Bijbelse context) te verenigen. Een lied om te ontdekken en te koesteren, hoe luguber ook. ‘Voor hetzelfde geld’ staat ook u op de cd want Michel had het briljante idee om een boel vrienden, muzikanten en fans te vragen een antwoord te bedenken op de titel. Zo zegt Wim Neyt: ‘Veur ’t zelfste geld was ’t bij demo’s gebleven!’ We zouden dat niet gedroomd willen hebben… Want ‘Veur ’t zelfste Geld’ werd een cd waarop een zanger zijn roots bezingt op een universele wijze.

Antoine Légat (14 03 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s