ALEX CULBRETH & THE DEAD COUNTRY STARS, Heart In A Mason Jar: ‘…een compromisloze country, bluegrass en folk/rootsplaat, een groeiplaat, met veel inspiratie en kunde uitgewerkt door een veelzijdige jonge man van wie we nog veel van gaan horen…’

zie www.rootstime.be

Clichés! Ze zijn er om gebruikt en hergebruikt te worden, en dus vaak misbruikt. Maar soms zijn ze gewoon de kop van de nagel waar de hamer op neerdaalt. ‘Heart In A Mason Jar‘ van Alex Culbreth & The Dead Country Stars is een groeiplaat. Hoewel we wel vaker blootgesteld worden aan country, bluegrass en algemeen gesproken rootsmuziek, duurde het even vooraleer dit werkstuk daadwerkelijk ook wilde werken. Maar van dan af was het goed raak. Wat bleek echter? Dat de cd  lauwe eerste reacties ontlokte, gevolgd door veel positiever beoordelingen. Het helpt als je Alex Culbreth van vroeger kent. De amper drieëntwintigjarige jongeman is afkomstig uit Fredericksburg in Virginia, amper 80 km bezuiden Washington D.C., niet bepaald cowboy country. We kunnen hem moeilijk inschatten vermits we zijn ‘When The Dust Settles‘ over het hoofd zagen, plaat die hij in 2012 uitbracht met een in alle opzichten heel andere formatie, The Parlor Soldiers, en daarom een andere muzikale benadering. Dat is blijkens de steile kritieken een serieuze vergetelheid. We houden ons dus maar strikt aan ‘Heart In A Mason Jar‘, naar de song waar de cd mee begint en waarin het gitaarwerk van Alex positief opvalt.

Mooi beeld is dat overigens, uitgetekend op de hoes: een hart in een… weckpot, u weet wel, zo’n hermetisch afsluitbare pot om voedsel te conserveren, wat men ‘inmaken’ noemt. De metafoor is toepasselijk op deze cd die dertien goed verteerbare brokken biedt, gespreid over 48 minuten, alle van de voorman. Want de teksten van hun kant graven vaak dieper in hart en ziel, uw weet wel, dat broze, breekbare,  maar on(be)grijpbare en onvervangbare deel van de mens. ‘Daisy‘ is daar illustratief voor. Het is één van de weinige stille passages op de cd (al gaat deze band met o.a. fiddle, banjo en staande bas nooit uit de bol), tevens één van de mooiste: jongen zit in gekkenhuis en droomt zich zijn enige vriendje, vriendinnetje eigenlijk. Daisy verdwijnt echter onder invloed van zijn straffe pillen. Maar hij neemt zich voor om, als hij binnenkort vrij komt, zijn pillen weg te gooien: ‘I’m gonna flush the pills, Daisy, I’ll see you soon‘. Lieflijke song, menselijke ondertoon, maar tegelijk is er het drama van een onoplosbaar dilemma. En niemand buiten de hoofdpersoon heeft weet van het andere deel van de ‘werkelijkheid’…

Een ander rustpunt, ‘I’m Going To Nashville‘ (waarin die sakkerse Weckpot nogmaals opduikt!) moet qua klasse niet onderdoen voor ‘Daisy‘. De droefheid druipt van de muziek af, en qua tekst is het ook van de regen in de drop. Het leven is hàrd voor de muzikant (‘Goddamn the labels and the tapes they returned‘) De hoop dat het in Nashville zoveel beter is, is maar gering: ‘I hope it’s as bright as it’s been in my dreams‘.  Prachtig smachtend werk van Eddie Dickerson op de fiddle zet het geween en tandengeknars nog meer in de verf. Snik. Country maar met een tekst die uit de realiteit werd geplukt en niet uit een glossy magazine. De hoofdpersoon heeft duidelijk een appeltje te schillen met de muziekbizz… Miserie alom: titels als ‘Mercy Me‘ en ‘West Virginia Breakdown‘ liegen er niet om. Opvallend hoe vaak dat het ‘goeie spul’ en dan vooral Demon Alcohol op zijn ‘duivelst’ een rol spelen: ‘Drinkin’ About you‘ (‘You got the looks from your mama, your daddy taught you to drink‘), ‘Rattle Them Chains‘ (dat begint met ‘Rattle them chains for your drunken father‘) en ‘Turpentine Blues‘ (‘I don’t need your liquor, boys, don’t need your wine, ‘cause I get more loaded off of turpentine‘) Al blijft het allemaal nog lichtvoetig, er is geen vorm van dood en verderf die, al is het maar even, niet de revue passeert.

Hoe fijn er ook gemusiceerd wordt, op de banjo (Jimbo Carrico) en de fiddle, de muziek blijft lekker ruw en onbehouwen: op het platteland rijdt men met de tractor, niet met een Lexus. Twee songs klinken (verraderlijk?) uitgelaten: ‘Bang Bang‘ (ode aan Motown en aan James Brown) en ‘Let’s Send The Politicians Off To War‘, dat een onvervalste barn dance is. Het thema vinden we terug in zovele anti-oorlogssongs, zoals die vooral floreerden ten tijde van WOI en ten tijde van de Vietnamoorlog (we denken o.a. aan Phil Ochs) Het is van de hand van Alex, die zich zo met een leuke bijdrage inschrijft in een merkwaardige traditie. In het ingehouden ‘The Wretched And The Righteous‘ zit er zowaar, indien niet een godsdienstige, dan toch een religieuze teneur: ‘There must be a place where the walk together, where all’s forgiven, every man your brother‘. De zondaar is aan het woord: ‘We all fall short of the promised land‘. De herrieschopper geeft zichzelf een les in bescheidenheid. Het is immers goed in eigen Weckpot te kijken voor het slapengaan. Afsluiter is het eens te meer dronken ‘By And By‘ waarin een zwalpende Culbreth zich nog eens even vocaal laat gaan op de dors(t)vloer. De tekst lijkt de aanzet tot een scenario voor een western. ‘Find yourself a woman with a hundred-proof heart that can drain a bottle dry‘. Om het dan in een Weckpot te steken?

Heart In A Mason Jar‘ is een compromisloze country, bluegrass en folk/rootsplaat, een groeiplaat, met veel inspiratie en kunde uitgewerkt door Alex Culbreth, een veelzijdig man van wie we, ook gezien zijn nog bijzonder jonge leeftijd, veel van gaan horen. Daar verwedden we een fles bourbon op!

Antoine Légat (01 02 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s