OTIS GRAND, Blues ’65: ‘Je kan evengoed spreken van ‘Blues ’12’, heel erg nu, en op de valreep, voor wie de blues genegen is, nog een grote plaat in dit jaar dat de wereld verging’

Zoals de naam van de cd het hint, is ‘Blues ’65‘ een bewuste terugkeer in de tijd, naar de jeugdjaren van Otis Grand, Amerikaanse blues gitarist met Libanese roots (geboren in Beirut in 1950), doch sinds de late jaren tachtig gevestigd in de UK. Grand mikt specifiek op 1965. Op een bladzijde in het inlegvel legt Otis zelf het belang uit van dat jaar, volgens hem een scharniermoment in de muziek. Hij illustreert dat met een opsomming van de who’s who in dat jaar, dat ons ‘Satisfaction‘, ‘Yesterday‘ en ‘Like A Rolling Stone‘ bracht, doch ook de moord op Malcolm X, de escalatie van de Vietnamoorlog en de opkomst van de anti-oorlogsbewegingen (niet zonder gevolgen op de muziekwereld!), maar ook een aantal prachtige bluesplaten, o.a. van Albert, Freddie en BB King, Albert Collins en Muddy Waters.

Het was het jaar dat Nat King Cole, het prototype van de crooner, Sonny Boy Williamson II en Alan Freed, uitvinder van de term ‘rock-‘n-roll’, het loodje legden en de epoque dat de (piep)jonge Otis het meest ontvankelijk was voor de invloeden, zeer diverse overigens. Heel anders dan nu stonden vele verschillende muziekvormen broederlijk naast elkaar op de hitparades: je vond naast het schlagergenre, pop en rock ook soul, R& B en zelfs blues, natuurlijke cross-over dus! Muziek hoorde te entertainen. Men schreef voor de hitparade. De technische snufjes waren nog tot een minimum beperkt. Die openheid oogt zoveel onschuldiger, zelfs naïever dan de blasé, de berekening en het hautaine annex kortzichtige hokjesdenken van tegenwoordig. Het was een tijdsgewricht waarin alles nog mogelijk leek, de summer of love kwam stilaan in zicht… Het vreselijke jaar 1968 met zijn meirevoltes, het dramatische Tetoffensief in Vietnam en de moorden op Martin Luther King en Bobby Kennedy zou veel van die candeur doen verzwinden.

Dat Otis Grand daar een plaat zou aan wijden, lag in de lijn der verwachtingen. Voorganger ‘Hipster Blues‘ (2008) richtte zich immers al op de muziek uit de R&B mod clubs en de ‘beach shuffle‘ van de sixties. ‘Blues ’65‘ ligt gewoon in het verlengde. Er is zorg besteed om de sound van toen te benaderen. Otis gebruikte voor deze sessies wetens en willens in alle nummers op één na een Gibson Semi-Hollow ES 355 stereo Varitone gitaar, dezelfde als BB King halverwege de sixties placht te hanteren. In dat ene nummer (‘Warning Blues‘) bespeelt hij een puntgave Fender Stratocaster 1962, die een onbekende meebracht om uit te proberen! Geen trucs of effecten, alles pre-Jimi Hendrix dus. Let wel, het gaat niet om een archeologische reconstructie. Het repertoire gaat voor een deel terug naar bijna vijftig jaar terug, maar er zitten ook songs van Otis zelf bij en uiteraard blijft hij trouw aan zijn gitaarstijl die oud en nieuw verenigt. In de geest van de fifties gaat het hier om amusementswaarde, wat de kwaliteit ervan niet in de weg staat.

Zo’n plaat verdiende een degelijke cast. Grand maakt gebruik van de diensten van de uitstekende zanger en harpist Sugar Ray Norcia (Otis beschouwt hem als niet minder dan de grootste levende bluesman!) Ze werkten voor het eerst samen op ‘Nothing Else Matters‘ in 1994, trouwens de periode waar we kennis maakten met Grand tijdens een beresterk concert in Essegem Jette. Norcia was lid van Roomful Of Blues sinds 1991. Die archetypische bluesband werd mee gesticht door tenorsaxofonist Greg Piccolo en die is ook van de partij, net als gitarist Monster Mike Welch, die op twee songs zelfs solo’s speelt. Opmerkelijk is het heropvissen van Brother Roy Oakley, jarenlang de zanger bij Otis Grand, maar al een poos uit de muziek teruggetrokken. Met elf muzikanten -niet minder dan vijf blazers, gearrangeerd door Carl Querfurth– en twee extra gasten zorgt dat voor een gevulde sound, die inderdaad goed aansluit bij wat je in de sixties kon horen.

De cd knalt uit de startblokken met ‘Pretend‘, grote hit voor Nat King Cole in 1953. Sugar Ray zingt de prachttekst in een soepel swingende retrostijl, terwijl de band met zijn furieuze blazers een rotvaart aanhoudt, en dan legt Grand die Gibson erbovenop in een heerlijk ‘naïeve’ fifties sound. Greg soleert daarna in de beste Louis Prima trant. Ook trombonist Querfurth en trompettist John Peter LoBello dragen hun streepje bij. In een beter bestel was dit opnieuw een wereldhit! Na zo’n opener kan het eigenlijk niet meer fout gaan, denk je. Toch eerst maar luisteren. Maar ach, het tempo zakt wel in ‘Who Will The Next Fool Be‘ van de grootmeester van de smartlap Charlie Rich (‘Behind Closed Doors‘, ‘The Most Beautiful Girl‘, ‘Feel Like Going Home‘), maar eens te meer krijgt deze haatsong een uitvoering om u tegen te zeggen. Otis Grands eigen ‘Bad News Blues on TV‘ is een dot van een retro stijloefening. Het instrumentale ‘Rumba Conga Twist‘ zit helemaal in de traditie van de fijne dansnummers van de fifties en sixties: de titel alleen al spreekt boekdelen. Jongere muziekliefhebbers horen meteen waar de band van Amy Whinehouse op ‘Rehab‘ de mosterd heeft gehaald.

De bijna acht minuten durende slow blues ‘Do You Remember (When)‘ klinkt als vintage BB King, maar is integraal van Otis. Voor Norcia nog eens een uitgelezen gelegenheid om te laten horen hoe hij een tekst kneedt en boetseert, voor de gitarist is het dan weer de kans om een gooi te doen naar de titel ‘BB Grand‘. Het is ongetwijfeld de pièce de résistance van ‘Blues ’65‘. Het lichtvoetige ‘I Washed My Hands In Muddy Water‘ met een riff die aan Chuck Berry refereert, heeft een uitgesproken zydeco feel: fiësta! ‘Midnight Blues‘ is een tweede Charlie Richnummer, terwijl ‘Please Don’t Leave‘ (auteur onbekend), knap gezongen door Brother Roy Oakley, de grote hits van de vroege sixties oproept (à la Sam Cooke of Ray Charles) Grands ‘In Your Backyard‘ en zijn instrumentale ‘The Shag Shuffle‘ zijn erg BB. Norcia en Grand schreven samen aan ‘Warning Blues‘, een joint venture die de som van de delen overschrijdt en zo is deze slow blues een tweede highlight. De afsluiters ‘Those Days Are Done‘ en ‘Baby Please (Don’t Tease)‘, ook al van Grand zelf, sluiten ‘Blues ’65‘ opnieuw met emmers swing en pittige soul af. Stijloefening? Jazeker, ongetwijfeld. Maar het eindresultaat overstijgt die omschrijving. Je kan evengoed spreken van ‘Blues ’12‘, heel erg nu, en op de valreep, voor wie de blues genegen is, nog een grote plaat in dit jaar dat de wereld verging.

Antoine Légat (22 12 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s