AL BASILE, At Home Next Door: ‘Er heel wat te ontdekken op deze dubbele cd, die met een lengte van meer dan twee uur op geen enkel moment minder boeiend is’

Al Basile uit Haverhill, Massachusetts, is geen kat. Hij heeft immers ‘maar’ drie levens: hij begon als schrijver, eerst musicals maar hoofdzakelijk fictie, toneel en poëzie. Hij heeft er een volledige en ‘stille’ carrière in het onderwijs opzitten: tot enkele jaren geleden gaf hij les in een privé school in Rhode Island (1980-2005) In blueskringen is hij echter vooral bekend als zanger, songschrijver en cornettist (de cornet ligt tussen de bugel en de trompet in, verloor t.o.v. de trompet terrein in de jazz sinds 1900, maar is een hoeksteen van de brassbands en valt relatief vaak te horen in pop en rock) 2012 was een boerenjaar voor Al, omdat hij een retrospectieve uitbracht van zijn volledige dichtwerk (‘A Lit House‘) én de dubbel cd ‘At Home Next Door‘, in een productie van zijn vriend, bluesgitarist Duke Robillard, samen met pianist Al Copley oprichter van jump en swing revival big band Roomful Of Blues. Ze ontmoetten mekaar in 1969 maar het was in 1973 dat Duke Al inhuurde. Het werd een openbaring voor Basile die op korte tijd een hele reeks groten uit blues en jazz leerde kennen.

Basile ging zich in 1975 wijden aan zijn taken in het onderricht en een eigen muzikale loopbaan. Maar het stond in de sterren geschreven: eind jaren tachtig kwamen Al en Duke weer bijeen. Robillard was toen al een hele poos tevoren opgestapt uit Roomful Of Blues (en vervangen door Ronnie Earl) Ze bleven samen schrijven, songs die op een tiental cd’s van Robillard terechtkwamen. Al speelde op evenveel platen van Duke mee en uiteraard op andere platen (o.a. van Ruth Brown) Tegelijk had Al zelf zoveel materiaal in diverse stijlen achter de hand, dat er maar één ding op zat: hij stichtte zijn eigen Sweetspot Records in 1998. Daarop bracht hij acht eigen blues-, jazz- en rootsplaten uit, alle geproduceerd door Duke Robillard en met groten als de Blind Boys Of Alabama, harpisten Jerry Portnoy en Sugar Ray Norcia (nog te horen op de meeste recente cd van Otis Grand, ‘Blues ’65‘), de fenomenale Sax Gordon.

Als u die gemist heeft, dan kan u dat nu rechtzetten, zoals wij dat deden. Basile maakte namelijk een selectie uit die eigen cd’s op zijn nieuwe en dus negende release. Die nam hij opnieuw op met de Duke Robillard Band. Dertien songs staan op de eerste cd, die de titel ‘At Home With The Blues‘ meekreeg. De veertiende en laatste song, ‘80 Bells‘, is nieuw én bijzonder omdat het pas de allereerste keer in bijna 40 jaar is dat Al en Duke een duet aangaan, akoestische blues. Fijne song met een suggestieve tekst. In die heropnames (de originelen bevinden zich op zes verschillende platen) zingt Basile alles, speelt hij zes nummers cornet en maakt hij gebruik van een ruimere (en wisselende) bezetting, met o.a. Portnoy, Norcia en in de blazers trombonist Carl Querfurth (zie opnieuw Otis Grand!) en Gordon Beadle (alias Sax Gordon!) We vinden ook saxofonist Rich Lataille terug: in 1970 was hij lid van de eerste blazerssectie die aan Roomful Of Blues werd toegevoegd (en nu is hij nog het enige min of meer originele lid van die band, die intussen zo’n vijftig muzikanten zag passeren)

De veertien diverse songs van de eerste plaat klokken af na ruim 64 minuten. De tweede cd heet ‘Next Door To The Blues‘ (vandaar de titel van de dubbele ‘At Home Next Door‘!), is opgenomen met een vaste en dus kleinere band, plus special guest en oude kameraad, jazz tenor saxofonist Scott Hamilton. Basile draagt de dubbelaar trouwens op aan Duke en Scott die veertig jaar geleden de muzikale vlam weer aanwakkerden bij de cornetspeler, die toen twijfelde of zijn toekomst wel in de muziek lag. Deze tweede plaat laat een (gans?) andere kant horen van Basile, want de dertien songs (meer dan 58 minuten) zijn pure Memphis soul, iets wat Basile en de mensen die Duke Robillard aanzocht perfect in de vingers hebben. Het laat zich immers raden, bij het lezen van deze namen, dat beide cd’s op duizelingwekkend hoog niveau staan, gewoon om duimen en vingers van af te likken. De inbreng van Duke Robillard als (immer inventieve) gitarist, bandleader en producer is daarbij cruciaal. Basile zelf is een uitstekend zanger, om nog van die cornet te zwijgen. Basile doet ons soms denken aan Tom Jones (zoals in het lekker funky ‘Give It Like You Get It‘)

Daar komt nog bij dat Al in zijn andere beroepen geleerd heeft hoe je leuke teksten schrijft: ‘Daddy Got A Problem‘ of ‘Too Slow‘ bijvoorbeeld zinspelen fijntjes op meer dan wat er staat, en hoe de hoofdpersoon in ‘My Phone’s Got A Mind Of Its Own‘ zich uit de zelf geschapen situatie zal redden, dat laat een grinnikende Basile over aan onze fantasie. Zo valt er heel wat te ontdekken op deze dubbele ‘At Home Next Door‘, die met een lengte van meer dan twee uur op geen enkel moment minder boeiend is, maar door de late release helaas in niet al te veel eindejaarslijsten zal opduiken.

Antoine Légat (27 12 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s