RECENSIES voor ‘BACK TO THE ROOTS’ nr. 85 van december 2012

KELLY JOE PHELPS: BROTHER SINNER & THE WHALE

Label:Black Hen Music BHMCD 70

Kelly Joe Phelps (°1959 in de staat Washington) leerde diverse instrumenten bespelen, speelde tien jaar lang als jazzmuzikant (vooral contrabas), ontdekte de blues via oude helden als Fred McDowell en sinds zijn dochters geboorte (1990) schrijft hij ook eigen werk. De (slide) gitaar legt hij plat op zijn schoot (lapgitaar?), techniek die tot in de puntjes beheerst. Alles voor de blues bij een man die op onze podia geen onbekende is. Hij nam lang alles alleen op. Stilaan kwam daar ander volk bij. Deze Brother Sinner & The Whale is zijn negende full album (er zijn ook twee EP’s), ditmaal weer volledig solo, stem en gitaar. Het werd in bijna alles een typisch KJP album. De liedjes hebben dat vooroorlogse toen de country blues nog gewoon ‘folk’ was. Producer Steve Dawson spaarde kosten noch moeite (figuurlijk gesproken) om het zo analoog mogelijk te laten klinken, daar in The Henhouse in Vancouver. Bij de elf eigen songs is er ook één bewerkte traditional, gospel I’ve Been Converted. Geen toeval, want er is een Bijbelse thematiek, zie de cd- en songtitels. ‘Talkin’ To Jehova‘, ‘Spit Me Outta The Whale‘, ‘The Holy Spirit Flood‘, ‘Guide Me, O Thou Great Jehova‘ en ‘Brother Pilgrim‘ laten alvast daar geen twijfel over bestaan. ‘Redemption’ is nooit ver weg (prachtig Goodbye To Sorrow) Phelps’ enigszins lijzige stem lijkt hiervoor geschapen, halleluja nog aan toe. Maar geloven is geen must om van deze verstilling te genieten. (25 10 12)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

LISA HALEY AND THE ZYDEKATS: JOY RIDE

Blue Fiddle Records LHZ8-4884

Lisa Haley stamt uit een muzikale familie. Ze leerde dan ook vroeg op alles te spelen dat klank voortbracht. Pas gaandeweg ontdekte ze dat er vier generaties violisten in de familie zaten. Ze wijdde zich aan de viool, maar ging niet de verwachte klassieke richting uit: ze stortte zich op de zydeco, die ze sindsdien met de haar eigen vuur en enthousiasme wereldwijd propageert. Ze speelde de fiddle op twee songs van Walk On van John Hiatt (1995), serieuze ‘claim to fame’, en bracht met haar Zydekats (waarbij accordeoniste Gigi ‘Gee’ Rabe) een reeks albums uit, die steeds beter in de markt lagen. King Cake (2007) rijfde terecht een Grammynominatie binnen en Absolutely Live (2008) toonde Lisa in haar natuurlijke omgeving, getuige haar passage op Peer (2009) Ze nam haar tijd voor Joy Ride en dat loont. Ze schreef een zeer gevarieerd album bijeen, omdat ze zichzelf graag toetst aan andere muziekvormen. Dat houdt zydeco vitaal, meent ze. Producer (en leverancier van enkele songs) Wendy Waldman zorgde voor een lekker livegevoel. Lisa laat zich niet alleen op de viool maar ook vocaal eens goed gaan. Speechless Love en ‘tour de force’ Oh Mon Cher tonen daar aspecten van. Acadian Driftwood van Robbie Robertson is de opvallende cover. Ook in de zachte sector treft Haley met het Bijbelse Love Never Fails en het ontroerende More Than Anything. Joy Ride is pure propaganda voor zydeco, precies wat Haley voor ogen had. Yaaahieieieie! (05 11 12)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

LOUISIANA RED FEATURING JON CLEARY: ALWAYS PLAYED THE BLUES

JSP Records JSP8842

Op 25 februari 2012 overleed Iverson Minter, beter bekend als bluesgitarist, zanger en songsmid Louisiana Red, net geen tachtig. De man leefde al dertig jaar in Europa (Hannover), misschien wel omdat hij hier meer erkenning kreeg dan in het thuisland, waar de gevolgen van rassenhaat zwaar wogen op zijn jeugd. De overstap naar het oude continent en naar een iets meer op show gerichte loopbaan, werd hem niet immer in dank afgenomen door sommige die hards, maar Red koos terecht eieren voor zijn geld. De blues heeft hij alleszins nooit ‘verraden’. Als onverdroten workaholic bracht hij ruim vijftig langspelers uit. Nu zullen er wel vaker heruitgaven komen, net zoals het aan het eind van zijn leven plots awards regende. In het geval van Always Played The Blues, origineel van 1994 (het jaar van zijn grensoverschrijdende Blues Meets Rembetika met bouzoukispeler Stelios Vamvakàris), is dat een goeie zaak en een gepast eerbetoon. Dit laat een Red in goeie vorm horen. Producer John Stedman was de allereerste om Red naar Europa te brengen (1977), toen hij nog een onversneden mythische status had. Zijn project met Hubert Sumlin gaf Stedman de idee om Red in een kleine setting te plaatsen met gitarist Richard Studholme en een klassieke ritmesectie. Studholme wist Jon Cleary te strikken. Die geeft met zijn in New Orleans gerijpte pianospel (Mambo Mumbo!) een uitgesproken meerwaarde aan dit (toen grotendeels nieuwe) werk, een knappe uitvoering van Hello Mean Old World inbegrepen. (05 11 12)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

ROLAND TCHAKOUNTÉ: NDONI

Tupelo Productions

Roland Tchakounté uit Kameroen was al jaren met diverse muziekvormen en instrumenten in touw toen hij John Lee Hooker ontdekte. Dat zette hem ertoe aan zich toe te leggen op de bluesgitaar en -zang. De doorbraak van Ali Farka Touré zorgde voor een tweede rolmodel. De ontmoeting met Franse bluesgitarist Mick Ravassat en in 2006 met percussionist extraordinaireMathias Bernheim leidde tot zijn huidige, goed geoliede trio. Roland speelde opgemerkte concerten in Europa, de States, Canada. Ook in België werd hij een graag geziene figuur. Zo zagen we hem twee maal in de Ruiseleedse Banana Peel. Debuut Bred Bouh Shuga Blues (1999) is een blinde vlek. Na de uitstekende Abango (2005) en Waka (2008) waren we hem een beetje uit het oog verloren. Blues Menessen (2011) ontging ons, maar de nieuwe Ndoni vertoont een onmiskenbare evolutie. Nog steeds schrijft de man alles en zingt hij met dat schor stemgeluid exclusief in moedertaal Bamiléké. Pas in derde nummer Farafina (in duet met Fatoumata Diawara) ‘begrijpen’ we voor het eerst waar hij over zingt door de herhaling van ‘Mama Africa’, zijn zieke zorgenkind. Voor ons part debiteert hij zijn belastingaangifte, doch zijn passionele zang is op en top blues. Maar waar zijn songs voorheen hoekig waren, mede onder invloed van zijn taal, klinken ze nu iets coulanter en meer gestoffeerd. Opener Fang Am is pure Chicago. Of dat op termijn een goeie zaak is, is koffiedik kijken. Het levert wel een serie lekkere tracks op als Bouden ndjabou, Chuboula en Me den mbwoga. Heerlijke afsluiter Anetchana biedt een fraai evenwicht Afrika-Mississippi. (XX 11 12)

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s