IAN SIEGAL AND THE MISSISSIPPI MUDBLOODS: CANDY STORE KID (‘De Absolute Aanrader’ in Back To The Roots nr. 85)

Nugene Records NUG1204.

Wat een parcours heeft Ian Berry afgelegd in zijn naar bluesnormen nog jonge eenenveertig jaren! Toen hij op het Belgium Rhythm & Blues Festival van Peer stond, die eerste keer in 2004, had hij al een heel bluesleven achter zich. Dat jaar en het jaar ervoor had hij het voorprogramma gedaan van Bill Wyman’s Rhythm Kings op hun volgeboekte Europese tournees en we vragen ons af of dat Bill niet af en toe speet, want Ian legde de hoofdact, zo viel er toen af en toe in concertverslagen te lezen, bijna elke avond het vuur aan de schenen. Toch was hij tot dan voor de meesten onder ons een blind spot… tot hij het Peerse podium inpalmde met o.a. een versie van ‘Part Time Lover‘ die God en klein Pierke omver blies. Ook buiten de spots deed Ian Siegal, artiestennaam van Berry, zijn snel groeiende reputatie alle eer aan, daar op het BRBF van 2004, en bewees hij vooral een levende illustratie te zijn van het adagium: ‘What you see is what you get‘. Ian Siegal drijft immers in het dagelijkse leven al evenzeer op woelige zee van emoties en heeft hij het hart op de tong.

Talent en doorzetting, dat zijn Ians troeven, maar ook zijn kennis van de blues en zijn feilloos aanvoelen van wat echt en wat vals is. De vergelijkingen lagen voor de hand: Howlin’ Wolf, Muddy Waters, Bo Diddley, Son House, Hound Dog Taylor, Junior Kimbrough, ze verschuilen zich nauwelijks achter Ian’s gruizige stem, zijn gitaar en présence. De eeuwige, totaal nergens op slaande vergelijking met Tom Waits willen we hic et nunc met plezier ten grave dragen, maar de ouwe fifties rockers, Chuck Berry en Little Richard op kop, mogen dan weer wel inspiratiebron heten. Het echt goede nieuws is dat de rootsy blues grove snee van Siegal van heel veel échte blues de synthese, dat hij daardoor wars is van epigonisme en wel degelijk zijn eigen gangen gaat. Het is geen wonder dat hij in de UK de ene award na de andere binnenrijfde, al zal dat podiumbeest Siegal wellicht weinig beroeren.

Sinds die ene performance heeft hij nog drie maal ‘Peer’ gedaan, iets wat niemand hem ooit voordeed. 2011 was de voorlopig laatste maal, ditmaal niet met zijn vertrouwde band maar met de Mississippi Mudbloods (plus zijn bassist én engelbewaarder van al die jaren, de geweldige Andy Graham, die aan iedereen die het wilde horen vertelde welk een eer hij het vond met deze grote kanonnen op één podium te staan) Hij bracht toen een nieuwe en bijzonder geslaagde cd mee, ‘The Skinny‘, zijn zesde, als je ‘Standing In The Morning‘ (2002 en opnieuw in 2005) als zijn eerste beschouwt (er kwam nog een en ander vóór dat officiële debuut… De hele geschiedenis hiervan uit de doeken doen, zou ons te ver voeren) ‘The Skinny‘ nam hij met een deels andere band op dan die van Peer, met de naam The Youngest Sons. Maar er gebeurde in elk geval wat eigenlijk de volgende logische stap was: Ian, die wellicht toch al Mississippiwater kreeg in plaats van moedermelk, bevond zich voor ‘The Skinny‘ in het hart van de zuiderse blues.

De opnames gingen immers door in Coldwater, Mississippi, in de Zebra Ranch, de studio die Jim Dickinson, de in 2009 overleden, in rootskringen bijzonder geliefde pianist en producer van een boel groten, van Aretha Franklin en Baawb Dylan tot de Rolling Stones. Voor Siegal voelde het aan alsof hij weer het kind werd dat in de lokale snoepwinkel belandt en likkebaardend mag rondkijken… en af en toe proeven, natuurlijk. De cd titel, ‘Candy Store Kid‘, komt trouwens halverwege de tweede song ‘Loose Cannon‘ voorbijgeraasd in de stroom goed bekkende, maar grillige, soms absurdistische oneliners die de aanloop vormen tot het refrein: ‘I’m a loose cannon…ball!‘. De Zebra Ranch, dat betekent ook de zonen van Jim, leden van de North Mississipi Allstars. Drummer (en pianist) Cody Dickinson produceert, Luther Dickinson gitaar (en zo veel meer) kent men van de Black Crowes, maar sloot zich op Peer graag aan bij de Mississippi Mudbloods. Ook bluesman Alvin Youngblood-Hart, toch bepaald geen kneusje in roots- en bluesland, gaf opnieuw present en speelde bas.

Met dit dream team nam Siegal in mei van dit jaar ‘Candy Store Kid‘ op en zoals dat een beetje te verwachten viel, sloten andere intimi zich aan bij het project. En niet de minsten, want Garry Burnside is de jongste zoon van de in 2005 gestorven Robert Lee ‘RL’ Burnside. Ook Lightnin’ Malcolm geeft present in enkele songs (hij leverde ook de song ‘So Much Trouble‘) Lightnin’ maakte met drummer Cedric Burnside, kleinzoon van RL, in 2008 het lekker rauwe en potige ‘2 Man Wrecking Crew‘ (dat ondergetekende besprak voor BTTR) en vormt een duo met Cameron Kimbrough, kleinzoon van de bovenvermelde Junior. Alvin, Garry en Lightnin’ geven hier en daar ook vocale assistentie. Al dat schoon volk kreeg nog schoner volk naast zich, in de vorm van de ervaren soulstemmen van Stefanie Bolton, Sharisse Norman en Shontelle Norman. Een blueszanger kan maar dromen van zo’n omkadering. Geen wonder dat Siegal zich voelde als een ‘Kingfish‘ in het water!

Kingfish‘ schreef hij samen met Luther, Garry bracht ‘Strong Woman‘ aan, ‘Green Power‘ is van H.B. Barnum (maar bekend via Little Richard en diens ‘The King Of Rock And Roll‘ uit 1971) en de opener is het archetypische ‘Bayou Country‘, dat Duke Bardwell (Elvis’ bassist in de latere jaren) en Trevor Veitch schreven in 1969 (naar verluidt op het moment van de maanlanding, omdat ‘er toch niks anders te doen was in die New Yorkse hotelkamer’!) De andere zeven zijn allemaal Ians werk, maar niet allemaal nieuw. Zo is ‘Earlie Grace jnr‘ een herwerking van een oudere song, die je vindt op ‘onofficiële’ cd’s van de man. De afsluiter ‘Hard Pressed (What Da Fuzz?)‘ is dan weer een herneming van ‘Hard Pressed‘ dat op ‘Broadside‘ (2009) stond. Hij kon geen betere keus gemaakt hebben in zijn oudere werk, gezien de swampy, muddy context, waar de song prima in gedijt. Een aantal dingen vallen extra op, vergeleken met zijn andere platen.

Eerstens is er de sound, lekker analoog en lo-fi, wat Ian bijzonder moet bevallen zijn. Er zit bovendien iets landelijks in het geheel, ongetwijfeld geïnspireerd door de rurale omgeving van Coldwater, een stadje van nog geen tweeduizend zielen. Tenslotte is er de inbreng van de zangeressen, die aan sommige nummers een bepaald soulvolle atmosfeer meegeven. Maar de modale Ian Siegal fan zal niet ontevreden zijn met het resultaat, integendeel, want, is ‘Candy Store Kid‘ meer afgerond dan we van hem gewoon zijn, Ian zingt even intens als altijd, en wie tot hiertoe sceptisch stond tegen de harde Britse blues van Siegal ontdekt dat hij een bluesman pur sang is. ‘Candy Store Kid‘ biedt dan ook een brede variatie. Je vindt hier even goed country blues (‘Kingfish‘), up tempo werk dat zijn naamgenoot Meester Chuck veel plezier zou doen (‘I Am The Train‘), een bijna weemoedige ballad die gepast had bij een Willy De Ville (‘Rodeo‘), een lekker morsige elektrische delta blues (Garry zal wel aan pa gedacht hebben), een zompige stamper (‘Green Power‘)

Dat laatste nummer illustreert welk een uitstekend gitarist Siegal is. Geflankeerd door Luther, die, naast de bas, ook mandoline en in één nummer zelfs die goeie ouwe sitar opdiept, en in beperkte mate Alvin en Garry, levert dat doorlopend heerlijke interventies op, zonder dat de gitaren nu bepaald gaan overheersen. Er is ook een buitenbeentje binnengeslopen, in de vorm van ‘The Fear‘, waarop Ian zingt met een diepe, verzopen moerasstem, zowaar concurrentie voor Mark Lanegan. Het is een gedurfde zet, maar met elke beurt raak je meer en meer verslingerd op dit intrigerende nummer. De korte uitbarsting aan het eind verleent het hypnotische van de song nog meer spankracht. Nogmaals, het is slechts één van de elf, die staan te trappelen om de bluesfan te behagen. Deze cd vormt, ondanks de duidelijke evolutie, een tweeluik met ‘The Skinny‘. We zijn benieuwd of dit ook een trilogie wordt. Of gaat hij, Lucky Lukegewijs, weer andere einders tegemoet? Maar wat er ook gebeurt, met ‘Candy Store Kid‘ heeft Ian Siegal nog maar eens een parel aan zijn kroon toegevoegd.

Antoine Légat(02 11 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s