SARAH D’HONDT QUARTET in Arscene (Opnamestudio Sonoris Causa, het Huis van Arscene) te Hansbeke op zaterdag 8 december 2012: ‘…een beresterke eigen interpretatie van die songs, tegelijk formeel vrij dicht aanleunend bij de traditie van musette, wals en swing jazz, en daarin op geraffineerde wijze gesteund door het trio’

Eveneens te lezen op www.rootstime.be, sectie ‘LIVE’ én op www.folkroddels.be

Zie verder: www.arscene.be ; www.sarahdhondt.be

Als jonge zangeres het repertoire zingen van de groten uit de gouden periode van het Franse chanson, als daar zijn Edith Piaf, Yves Montand, Charles Trenet of Jacques Brel? De tanden zetten in ‘Domino‘, ‘La foule‘, ‘Non, je ne regrette rien‘, ‘Mon manège à moi‘ of nog ‘Les feuilles mortes‘? Dan zijn er twee mogelijkheden: ofwel ben je knettergek, ofwel heb je het hoog in de bol, ofwel (in tellen waren we nooit sterk) weet je verdomd goed waar je mee bezig bent. Na het concert van Sarah D’hondt, tegelijk de opname van een liveplaat, zijn we behoorlijk overtuigd geraakt van het laatste. ‘Il faut le faire‘, fluisterde huisspook Arscene Smulders ons in gebroken Frans maar vol bewondering toe.

Men kent Sarah als tweede stem bij Lieven Tavernier, Vlaanderens hoogstpersoonlijke gooi naar het Randy Newmanschap. Hij gaf haar de eerste kansen. Ze maakte een opgemerkte entrée op Lievens ‘Wind en Rook‘, waar we in 2008 het volgende over mochten schrijven: ‘Nieuw is het verfrissend stemgeluid van de jonge Sarah D’hondt, zo fraai contrasterend met Lieven. Efficiëntie troef. Een dream team eigenlijk.‘ Het was duidelijk dat het niet bij achtergrondwerk zou blijven, hoe degelijk ook. Zo was er in 2009 al het project ‘Zonder toegevoegde Suikers‘ met muzikanten die Lieven courant bijstaan (Yves Meersschaert, Mario Vermandel, Tom Dewulf) Op Sarahs site staat een clip van ‘Moenie weggaan nie‘, Zuid-Afrikaanse versie van ‘Ne me quitte pas‘, live opgenomen in de Brugse Stadsschouwburg. Het was toen al zonneklaar dat ze in de wieg gelegd is voor het chanson.

Je vindt op de site ook een opname met Koen De Cauter, waar ze ‘J’ai deux amours‘ zingt, de song voor eeuwig gelinkt met de in Parijs gelande zwarte variétéster Josephine Baker (u kent vast de foto met de bananenrok!), en ook ‘Mon amant de Saint-Jean‘. Dat lied gebracht in vlekkeloos Frans laat goed zien hoe ze de tekst fraseert en naar haar hand zet. Afgelopen zomer stond Sarah op de Place Musette op het Beverhoutplein tijdens de Gentse Feesten, enkele jaren geleden gestart als een eenmalig initiatief rond rond lokale zangers als Derek en Bruno Deneckere, maar intussen uitgegroeid tot een vaste waarde in het Gentse feestboek. Dominique Dierick van Het Nieuwsblad berichtte over de ‘nachtegaal van de Place Musette‘: ‘…met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de reïncarnatie van Edith Piaf en nog een paar andere vrouwelijke grootheden van het Franse chanson.‘ Zo hoort u het ook eens van een ander.

Op de Place Musette kreeg Sarah assistentie van een drummer plus een accordeonist (tevens talenwonder) Stijn Bettens. Die zagen we al in Arscene als begeleider van de merkwaardige Gentse zanger SAF,the closest thing to Tom Waits in Gent‘. Het concert in Gents intercultureel centrum De Centrale (11 oktober) moesten we aan ons laten voorbijgaan waar ook contrabassist Lieven Van Pee (in Arscene al met het innovatieve jazztrio De Beren Gieren) aan deelnam, misten we deerlijk. Daarom was Arscene afwezig zijn geen optie. Gitarist Bart Vervaek was ook al in Arscene met SAF. Hij treedt tevens op met het spraakmakende Nathan Daems Quintet en met het trio Wasserbauer, waartoe naast Lieven Van Pee ook multi-instrumentalist Dick Vanderharst behoort. Met Bart erbij heeft Sarah D’Hondt een uitgekiend trio, of zoals het voortaan heet: het SARAH D’HONDT QUARTET. Daarmee zijn meer ambitieuze plannen mogelijk. Zoals het opnemen van een live plaat met een aantal gecanoniseerde Franse chansons.

De opnames zijn niet alleen voor Sarah een primeur. Het is ook de maiden trip van Arscene, van in den beginne geconcipieerd als een technologisch hoogstaande studio met alle faciliteiten om de opnames met het nodige comfort te laten doorgaan. De activiteiten van de studio gebeuren onder de naam Sonoris Causa, het Huis van Arscene. Er werden al eerder platen opgenomen bij Sonoris Causa, maar nog geen concert. Bovendien is het de eerste maal dat men werkte met de grote console, het neusje van de zalm. Die taak nam Peter Desmedt op zich, die het hele opnameproces van Sarah’s liveplaat van nabij begeleidt. De negentig beschikbare plaatsjes waren zaterdag 8 december gevuld met familie, muzikale en andere vrienden en het geïnteresseerde publiek dat Arscene sinds een jaar of drie heeft aangeboord. Daaronder nogal wat mensen voor wie dit repertoire erg vertrouwd is. Zozeer dat ze bij één welbepaalde song verzocht om niet ‘mee te doen’. Erg begrijpelijk want Piafs onsterfelijke ‘Non, je ne regrette rien‘ vraagt een minutieuze timing. Hoewel men bij opnames liefst zo weinig mogelijk fouten maakt, kwam Sarah erg rustig en zelfverzekerd over, al was het duidelijk dat ze zich pas gaandeweg helemaal ontspande, wat de performance in het tweede deel nog dat beetje extra gaf.

De band stak van wal met een instrumentale intro, die meteen het grote aandeel van Stijn Bettens in het totale opzet illustreert. Een streep sfeerschepping ging over in een soort tango die zal transformeerde in een musette met een typische jazzy walking bass. ‘Toutes ces joies‘ rolde alzo de rode loper uit voor Sarah die zich meteen in ‘J’ai deux amours‘ vastbeet, maar dan zonder Bakers sappige Amerikaans accent en ook zonder de bananen. Voor zover nodig gaf Sarah ons een waarschuwing mee: ‘Zowat elk chanson gaat over de liefde, meestal met Parijs als decor… Het begint goed, maar het eindigt triest… Bijna altijd is dat de schuld van de man…‘ Om dat in de verf te zetten, bracht ze ‘Johnny, tu n’es pas un ange‘ van Edith Gassion, beter bekend als La Môme Piaf (letterlijk ‘Het Meisje Mus‘), maar in ons land kennen we dat ook via de eerste langspeler van Dani Klein (Vaya Con Dios)

Ze polste het publiek naar de voorkeur: een gewone cd of een LP. Zelf had ze die verscheurende keuze al gemaakt: een LP is warmer en voller qua sound, een platenhoes wint het visueel en tactiel altijd van een cd inlegboekje en bij zo’n langspeler kan een code gevoegd worden, waarmee men de nummers kan downloaden en desnoods op cd branden. Persoonlijk zouden we nog voor een derde mogelijkheid opteren: een DVD. Want Sarah zingt niet alleen expressief, haar houding op podium is heel persoonlijk te noemen. Meer nog, haar gelaatsuitdrukking mimeert de tekst op sublieme wijze, vooral in songs met wisselende emoties, die met humor, ironie of woede, zoals ‘Johnny, tu n’es pas un ange‘, ‘Au Grand Café‘ (van Georges Brassens maar Charles Trenet maakte het populair) of nog, die archetypische Piafklassieker ‘L’accordéoniste‘. Kommer en kwel in deze chansons, maar er zijn uitzonderingen op de regel: ‘La vie en rose‘ pende Piaf zelf tijdens de oorlogsjaren als tegengewicht voor de ellende. Ook het speelse en ondeugende ‘Bruxelles‘ van Jacques Brel is een ode aan de goede kanten van het leven en dat geldt eveneens voor het jongste lied in dit repertoire, ‘(Toi) Mon amour mon ami‘ (1967) van zangeres en actrice Marie Laforêt.

Ach, het zijn en blijven zo’n fraaie liedjes. ‘Parlez-moi d’amour‘ schreef Jean Lenoir voor rasechte Parisienne Lucienne Boyer in 1930. Sindsdien ging het de wereld rond en werd het verkozen tot ‘het Franse chanson van de vooroorlogse periode‘ (voor de naoorlogse tijd werd dat ‘Ne me quitte pas‘) De uitvoering van deze avond is erg geslaagd: het lied krijgt een bijzondere intro en een licht aangepaste melodielijn en aan het einde gaat Sarah erg hoog. Nog een ‘first‘ is dat het de allereerste maal is dat Bart Vervaeck de pedal steel speelt op scène, wat hij overigens nog met de nodige omzichtigheid doet. In ‘La goualante du pauvre Jean‘ mogen we meezingen, dat je zonder de liefde niets bent (‘(Sans amour…) On n’est rien du tout’) Heel mooie solopartij van Stijn in ‘Mon amant de Saint-Jean‘. ‘Domino‘ (Ze kondigde aan: ‘Van Ferrari‘ en inderdaad, het lied is van de hand van Ferrari, Louis dan wel), ‘Sous le ciel de Paris‘ (dat Sarah zingt als Piaf, zo stelt ze, niet zoals de onvergelijkelijke chanteuse en diseuse Juliette Gréco het interpreteerde), ‘Maintenant‘, ‘Je t’appartiens‘ (tweede lied met pedal steel in), ‘La Foule‘, Sarah D’hondt en haar mannen doen de songs alle eer aan.

Het moment suprême valt vlak na de pauze: ‘Les feuilles mortes‘ is voor altijd gelinkt aan acteur Yves Montand. Dichter Jacques Prévert en toondichter Joseph Kosma schreven het in 1945, Montand zong het in de prent ‘Les portes de la nuit‘, een jaar later (hij zou dat nog eens hernemen in een andere prent, ‘Paris Is Always Paris‘ van 1951) In 1949 schreef de grote Johnny Mercer een Engelse tekst, waarna het chanson uitgroeide tot een heuse jazzstandard als ‘Autumn Leaves‘. De versie van Sarah geeft de oneindige tristesse van het lied goed weer. Dat brengt ons meteen bij de grote verdienste van Sarah D’hondt: het is natuurlijk niet de bedoeling om een kopie te zijn van de grote zangstemmen uit het verleden, evenmin van ‘in concurrentie te treden met’ de iconen die deze parels zongen. Ze brengt wel een, haar leeftijd indachtig, beresterke eigen interpretatie van die songs, tegelijk formeel vrij dicht aanleunend bij de traditie van musette, wals en swing jazz, en daarin op geraffineerde wijze gesteund door het trio.

Omdat we er niet genoeg van konden krijgen, maar vooral ook om te zien hoe ze dat zouden aanpakken, bezochten we ook de sessie van de zondag in de vooravond in kleinere kring. Zo’n tweede concert is een back-up voor de opnames, om andere versie van de chansons te hebben (De volgorde van de songs was wel behoorlijk omgegooid, met de twee songs met pedal steel helemaal vooraan… om van de beproeving af te zijn?) Het was echter duidelijk dat de opnames van zaterdag al goed werden bevonden. Maar precies doordat de druk van de ketel was, klonk het eerste deel van de set nog enigszins snediger dan de dag ervoor. Het blijft bij een indruk die de nabeluistering zal bevestigen of ontkrachten Opvallend was alleszins dat de muzikanten geen twee maal hetzelfde speelden, maar zich aanpasten aan de mood van het moment en andere accenten legden. Zelfs een alternatieve start (‘La Foule‘) was mogelijk. Zo hoort dat. Peter en de band zullen hun werk hebben!

Ontroerend was dat Sarah voor ‘Mon manège à moi‘ de ouders van haar muzikanten in de bloemetjes zette. Het mag duidelijk zijn dat deze opnames een keerpunt en een mijlpaal betekenen in de nog jonge loopbaan van Sarah D’hondt, de stap naar de ‘primera division‘ van het chanson. Wie zoals wij erg benieuwd is naar de komende cd, sorry, LP met extra’s, kan zich daarvoor inschrijven via een mailtje naar info@sarahdhondt.be. Wij denken intussen al verder en vragen ons af wat het zou geven als deze karaktervolle stem zich zou wagen aan al even veeleisend werk als ‘La p’tite Marie‘ van Piaf, met zijn sterk wisselende emoties, aan het desolate van ‘Avec le temps‘ van Leo Ferré of het ultieme venijn van ‘Ces gens-là‘ van Le Grand Jacques

Antoine Légat (10 12 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s