CHICAGO BLUES FESTIVAL 2012 (met Peaches STATEN, John PRIMER, Billy FLYNN, Bob CORRITORE, Melvin SMITH & Willie HAYES) in Banana Peel blues club te Ruiselede op maandag 3 december 2012: ‘Vuurwerk met een groot boeket erachteraan, dat was Chicago Blues Festival 2012, met als gevolg niets dan blije gezichten in de ouwe schuur… Topeditie!’

Ook te lezen op www.rootstime.be , sectie ‘LIVE’

Men is bij de Banana Peel in het anders zo rustige Ruiselede wel een en ander gewoon, kort geleden nog met de komst van Magic Slim, maar de belegering die de lokale pleisterplaats van de blues onderging op kille maandag 3 december 2012 was toch indrukwekkend. Dat heeft enerzijds te maken met de faam van het sinds decennia weerkerende gebeuren, telkens op het einde van het jaar. Anderzijds was er de affiche, die dit jaar toch weer bijzonder veelbelovend was. Maar er was nog een derde reden: de twee geplande avonden werden noodgedwongen herleid tot één enkele. Dinsdag had er een tweede beurt moeten komen, maar blijkbaar had men gedacht dat zondag + maandag, i.p.v. maandag + dinsdag. De toer was intussen voor dinsdag geboekt in Frankrijk. Het was in elk geval te laat om dat nog recht te trekken. Maar met een beetje goede wil lukte het toch om iedereen die dat maandag wenste de kans te geven met een redelijk comfort het concert bij te wonen.

Het zal overigens niemand gespeten hebben, want deze editie had een schitterende bezetting, die het dan nog eens waar wist te maken ook. Dat is geen verrassing. Op Billy Flynn na was ieder al minstens één maal in de BP geweest. Vreemd want Billy speelde met zowat iedereen, sinds Muddy Waters‘ pianist Pinetop Perkins hem onder zijn hoede nam. Flynn was lid van de Legendary Blues Band, met oud-leden van Waters. Grootste naam van de avond was ongetwijfeld John Primer, gitarist van Magic Slim & The Teardrops en later de aanvoerder van zijn eigen band, The Real Deal, genoemd naar zijn baanbrekende cd uit 1995. Bassist Melvin Smith liet bij zijn afkondiging van Primer ook nog de naam Muddy Waters vallen, simpelweg omdat John het vak van slidegitarist leerde van Sammy Lawhorn, ooit Muddy’s gitarist, en hijzelf later bij de band van Muddy Waters terechtkwam, tot aan diens dood in 1983. Primer is met zijn 67 intussen zelf een veteraan, maar is zijn bijnaam ‘The Real Deal’ nog immer gestand.

Peaches Staten maakte al eens een goeie beurt toen ze min of meer toevallig hier was met Lurrie Bell en dan maar mee op podium sprong, overigens iets waartoe je deze pronte dame niet moet toe aansporen. Wellicht eet ze TNT voor ontbijt en het prakje waarmee ze die krachtige soulstem smeert, bevat ongetwijfeld nitroglycerine. Ze komt dan wel uit de Mississippi Delta, het is in Chicago dat haar talent de laatste jaren helemaal open gebloeid is. Bob Corritore koppelt passie voor de oude blues aan een encyclopedische kennis ervan (zijn frequente nieuwsbrief is een bron van informatie!) en het vermogen om de blues naar deze eeuw te vertalen, wat deze ultra bescheiden en goedgemutste harpist tot een scharnier maakt in het huidige bluesgebeuren, tot ver buiten Chicago. Hij liet dat hier al eens uitgebreid te horen samen met Dave Riley (9 mei 2011), een bluesconcert van het zuiverste water.

De ritmesectie is een stuk legende op zich: Melvin Smith en drummer Willie Hayes hebben meer dan hun deel in de geschiedenis van de blues. Het aantal platen waar ze samen of apart hun medewerking aan verleenden moet in de honderden lopen. Willie kreeg ooit de bijnaam ‘The Touch‘ voor zijn verfijnde accenten. De man geeft geen slag te veel of te weinig, maar speelt met de precisie van een atoomklok. Over alle genres heen is hij één van de beste slagwerkers op dit ondermaanse, van de verfijning van een Jim Keltner, Jay Bellerose of Steve Gadd. In tegenstelling tot de eerste maal dat we hem hier aan het werk zagen, in maatpak zoals dat een gentleman drummer past, was hij hier ‘informeel’, de eeuwige glimlach verborgen onder een baseball pet.

Kapsones zijn de dame en de vijf heren volkomen vreemd. De typische Chicago blues maniertjes, dat wel, maar die horen erbij. Voor de rest geen botsende ego’s, wel bakken speelplezier plus de nodige grappen en grollen onder mekaar en met het publiek. Deze zes hebben mekaar duidelijk gevonden. Na een instrumentale intro, zingt Billy ‘Last Time‘ terwijl hij de lof zingt van de Ruiseleedse ‘pomme frites’. Willie brengt ‘Ain’t Going Out That Door‘ in zuivere Chuck Berrystijl. John Primer komt op en stort zich in oerklassieker ‘Stagga Lee‘, zo ongeveer de Chicagoversie van de ‘moorden van Beernem’. ‘Call Me John Primer‘ uit zijn gelijknamige album van 2010 bewijst dat de man nog helemaal niet passé is, niet als slide gitarist maar ook niet als songschrijver. De knipoog naar Michael Jackson op het eind is van een jeugdige guitigheid. Met ‘rappe’ ‘So Long Baby‘ en ‘trage’ ‘I’ll sing The Blues For You‘ sluit Peaches op de haar typerende dynamische wijze het relatief korte eerste deel af.

Dan kunnen er in het tweede deel een drietal songs meer af, tot hegevreesde elfde uur wanneer de stekker eruit moet op straffe van politierazzia. Nu krijgt ook Bob, tot dan toe in de rol van hoogst functionele begeleider (je hoort hem niet, maar toch geeft zijn inbreng kleur aan de songs), ook zijn solomoment, met een stomende instrumental. Dat Hayes een meer dan gewone zanger is, had hij even tevoren al bewezen met ‘Ain’t That Lovin’ You Baby‘. John primer schittert weer in ‘Mojo Hand‘, dat overgaat in de goede raad van ‘I Met A Woman‘. Hij roept het uit: ‘Some blues you can use!‘ Er is ook tijd voor een uitstapje, naar Louis Jordan , ‘The King Of The Juke Box‘ in de topjaren van de swing (Peaches zingt ‘Something’s Going On In My Room‘) en naar de wereld van soul en funk met ‘Rock Steady‘. ‘Back to Chicago‘ stelt Staten, al is ‘Tell Me What You Want Me To Do‘ al lang gemeengoed geworden in de Americana.

De finale is er sneller dan verwacht. Geen ‘Sweet Home Chicago‘, maar wel ‘Got My Mojo Working‘, waarin Peaches op nieuw de show steelt. Eerst legt ze ons uit wat ‘mojo’ is. Ze is blij verrast als ze hoort dat er mensen in het publiek de juiste definitie kennen. Tevens komen haar Mississippi root boven. Ze haalt het rubboard boven, dat ze cajunnaam ‘frattoir‘ meegeeft, de geribde ijzeren plaat dat ze bespeelt met twee lepels, zoals ze dat zo vaak doet met haar eigen band wat men overigens op YouTube kan zien (http://www.youtube.com/watch?v=Ji4e12xBo_Y = ze speelt er rubboard, zelfs in duo met haar drummer, live opgenomen in Kaunas, Litouwen, 2009) Tevergeefs probeert ze alsnog de mensen aan het dansen te krijgen (daar is gewoon geen plaats voor), niemand wil of kan de frattoir overnemen, en een zanger of zangeres lijkt er ook al niet in het publiek te zitten (er waren er wel, maar die hielden zich wijselijk gedeisd…), maar dat doet er allemaal niet toe. Er volgen nog solo’s, de baslijn van ‘Billie Jean‘ duikt op en dan is het elf. Vuurwerk met een groot boeket erachteraan, dat was Chicago Blues Festival 2012, met als gevolg niets dan blije gezichten in de ouwe schuur. Topeditie!

Antoine Légat 505 06 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s