Zeven maal BACK TO THE ROOTS

Deze zeven recensies van onze hand zijn terug te vinden in BACK TO THE ROOTS nr. 84 van oktober 2012 (met Robert CRAY op de cover) – info, proefnummers, enz. backtotheroots.franky@scarlet.be

CHRIS SMITHER – HUNDRED DOLLAR VALENTINE

Dit zou nog maar het allereerste album zijn met niets dan eigen songs van de veteraan-met-de-getaande-stem Chris Smither, op 11 november achtenzestig jaar jong. Da’s merkwaardig voor een artiest die grotendeels bekend staat voor zijn eigen songwriting. Chris’ werk was immer diep geworteld in de diverse vormen van Amerikaanse rootsmuziek en de man is even goed folksinger als bluesman. Maar ook de dichters, schrijvers en denkers van zijn land vormen een inspiratiebron. Het ontzag voor deze man is groot, zoals laatst nog bleek toen hij een duet bracht met vriend en evenknie Loudon Wainwright III op diens erg introspectieve en geladen Older Than My Old Man Now (het sterke Somebody Else) Chris’ nieuwe Hundred Dollar Valentine zit eens te meer schrijlings tussen folk, country en blues en dreigt daarom enigszins buiten het blikveld van de bluesfan te blijven, maar er zijn boeiende raakpunten. What It Might Have Been kan je als blues aanzien. De slim verwoorde savoir-vivre die uit deze song naar je knipoogt, maakt er een pareltje van. De titelsong lijkt wel uit de tijd te stammen toen het onderscheid blues-folk niet eens gemaakt werd. Make Room For Me is een bluesy stamper, I Feel The Same is ergens verdwaald in de buurt van Clarksdale. Zeker wie van teksten houdt met vlees aan het been vindt de nodige soul food in Hundred Dollar Valentine. Lyrics als die van Feeling By Degrees tonen waarom deze muzikale filosoof zo’n respect verdient.

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

ENRICO CRIVELLARO – FREEWHEELIN’

Italiaanse bluesgitaristen, ooit hadden ze geen te beste reputatie. Sinds Roberto ‘Morblus’ Morbioli, Rudy Rotta, Guitar Ray en Maurizio Pugno is daar verandering in gekomen. Enrico Crivellaro, uit Padova, maar in Los Angeles wonend, mag gerust bij het rijtje. Bluesgitarist is een wat beperkte omschrijving, want voor Crivellaro bestaan er geen schotten tussen genres, maar dat wordt stilaan meer norm dan uitzondering. Hij werkte samen met o.a. James Harman, Finis Tasby en Raphael Wressnig. Enrico is ook bij ons een graag geziene figuur. Drie jaar na Mojo Zone is er Freewheelin’, en is in zekere zin een vervolg. Opnieuw is dit evenzeer de cd van Enrico’s stadsgenoot en vriend van altijd Pietro Taucher, wiens inbreng (piano, hammond, Fender Rhodes, composities, alleen of samen met Crivellaro) even zwaar weegt. Het instrumentale Freewheelin’ is tevens voor een stuk een tribuutplaat. Het duo eert helden als Solomon Burke (Hymn To King Solomon), Duane & Gregg Allman (Forever Free) en Albert King (One For Lucy – Alberts Gibson Flying-V!), waarbij de tenoren de respectievelijke speelstijlen parafraseren. Covers van Duke Ellington (het archetypische In A Sentimental Mood) en Earl Hooker (Universal Rock) ronden dat af. Vele bluesfanaten missen zang, maar Crivellaro, Taucher en band geven van jetje in een variatie aan benaderingen en het is een pluspunt dat je vaak terugdenkt aan het gouden duo Booker T & Steve Cropper. Niet minder dan 76 minuten pure onversneden bluesfun, waar vind je dat nog?

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

FERNEST ARCENEAUX & HIS LOUISIANA FRENCH BAND feat. VICTOR WALKER – ZYDECO STOMP

In 2008 stierf Fernest Arceneaux. Hij overleefde twee decennia zijn leermeester en rolmodel Clifton Chenier, de koning van de zydeco. Men weet dat Clifton werd opgevolgd door zijn zoon CJ Chenier, die na vele omwegen vaders muziek ontdekte en de erfenis op hedendaagse wijze maar met groot respect voor de traditie verderzet. Arceneaux bleef meer in de schaduw. Het maakt er de zanger-accordeonist niet minder waardevol om: hij bleef heel zijn leven op haast vertederende wijze trouw aan de zydeco in de meest zuivere vorm. De mensen waarmee hij in 1981 in een Londense studio zat vormden buiten kijf een topband. Het feit dat bassist en pianist Victor Walker over zangkwaliteiten beschikte, gaf de groep een breed spectrum. De heruitgave van Zydeco Stomp, dertig jaar na datum, is een uitgelezen kans om deze ongekroonde koning van de zydeco te leren kennen. De remix was onvermijdelijk, gezien de magere middelen waarmee het origineel werd ingeblikt, maar Martin Atkinson heeft de ziel van deze muziek heel gelaten. Arceneaux was ooit in België, trad op in de Banana Peel (10/7/80), exact één jaar vóór de opnames van Zydeco Stomp, op zijn toppunt. Het is één van die concerten waar je altijd aan denkt wanneer het over gemiste kansen gaat. Maar een compensatie komt soms uit onverwachte hoek: wat klonk Sweet Little Angel goed op de ondergestroomde wei in Peer, waar je alleen al om de pauzemuziek naartoe gaat. Een cd als een goudklompje.

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

JUKE JOINT JONNY – PURE AND SIMPLE

Let op de schrijfwijze: Juke Joint Johnny is een populaire song van één van de grondleggers van de rockabilly, Lattie Moore. Maar het gaat hier om Juke Joint Jonny, nickname van Johnny Rizzo (Newark, New Jersey), ook al een veteraan want geboren in het ons al te bekende 1950. Hij kwam heel vroeg in contact met de blues van de straat, en die is hij maar zelf opgegaan, terwijl hij en passant de (al dan niet juke) joints en bluesketen van Noord-Amerika en zelfs Europa afdweilde. Hij trok ook op met Tom Fogerty (betreurde broer vàn) Een nieuw label betekende een nieuwe start, tevens een nationaal debuut: tien originelen en twee covers staan er op Pure And Simple. Jonny’s trio (met Mike Stevens, in 2008 nog drummer bij Donna Summer zaliger) krijgt versterking van fijne muzikanten. In de West Coast sessies zijn dat o.a. boogie-grootmeester Mitch Woods en keyboardsman Steve Lucky. De twee opnames aan de East Coast hebben Albert Castiglia (o.a. Junior Wells) als gitarist. Je vindt een song in zowat elke bluesstijl. Al is het al zo vaak gedaan en geven alle tekstuele clichés en klassieke wendingen present, JJJ weet je te overtuigen van zijn goede intenties, onder andere door zijn geloofwaardige stemgeluid. Come On Up (leuke blazers!) komt zo uit een juke joint gestrompeld om met Joline (en Woods) weer een barrelhouse te betreden, Going To Mississippi mag daar inderdaad zonder schaamte heen, Unlucky In Love is de hartenbreker van dienst, Going Down To Main Street eert zowel schrijver Muddy Waters als Levon Helm, Edgewood biedt lekkere funk oude stijl, Changes vormt een orgelpunt én een muzikaal testament. Een stuk beter dan eerst gevreesd.

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

RICK ESTRIN AND THE NIGHTCATS – ONE WRONG TURN

Altijd goed als je bij de eerste beluistering van een cd op één of andere manier geraakt wordt. In het geval van One Wrong Turn van Rick Estrin And The Nightcats waren de lachspieren doelwit: (I Met her On The) Blues Cruise botst Estrin op een mogelijke one night stand tot hij de tattoes op haar vege lijf ontdekt, met op strategische plekken afbeeldingen van Ronnie Baker Brooks, Bobby Rush, Tommy Castro, Taj Mahal, Tab Benoit en (dat doet de deur dicht!) zelfs moeders mooiste Watermelon Slim! Rick slaat op de vlucht, maar haar ‘fiancée’ haalt hem in: dat blijkt dan boogie woogie grootheid Mitch Woods… Hilarisch! Bevrijdende humor is nooit ver weg bij zanger-harpist Rick Estrin. De formatie heette ooit Little Charlie And The Nightcats maar overleeft elegant het vertrek van gitarist Little Charlie Baty, die het in 2008 wat kalmer aan wilde doen. Intussen zagen we Little Charlie fraaie dingen doen met zanger-harpist Mark Hummel in Banana Peel. Chris ‘Kid’ Andersen vervangt Baty bij de huidige Nightcats. Na Twisted is dit de tweede onder de nieuwe vlag. Twaalf originals staan er op One Wrong Turn, van Rick en/of andere groepsleden. Daarbij twee lekker ouderwetse instrumentale nummers. Drummer J. Hansen zingt het zelfgepende, gedreven You Ain’t The Boss Of Me. Verder tekenen zich geen nieuwe ontwikkelingen af. Vakwerk is het wel, met D.O.G., Callin’ All Fools, het titelnummer en het door de harp gestuwde Old News als typische songs.

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

ROY BUCHANAN – LIVE FROM AUSTIN TX

De DVD met dit merkwaardige optreden in Austin op 15 november 1978 van de toen net 39-jarige Roy Buchanan was reeds geruime tijd verkrijgbaar op DVD en verschafte ons, hoe kort ook (vijf nummers; geen volle 32 minuten), destijds heel wat visueel en auditief genot. Het uitbrengen hiervan op cd plus DVD in één doosje mag men zien als een lofwaardige poging om deze getalenteerde gitarist annex tragische figuur niet aan de vergetelheid prijs te geven. Het concert was onmiskenbaar een artistiek hoogtepunt en een publieke erkenning na een lang curriculum als in te kleine kring gewaardeerd sessiegitarist, pas doorbroken in 1971, toen een documentaire zijn toen fenomenale en toenmaals innoverende techniek etaleerde. Het leverde hem de holle titel op van ‘best unknown guitarist in the world’. Met vriendin Nancy (Fender Telecaster 1953) bouwde hij hierna een behoorlijk succesvolle sololoopbaan op, waarin (vooral) alcohol gaandeweg als stoorzender optrad. Hij was net klaar voor een comeback toen hij, geen 49, in onopgehelderde omstandigheden zogenaamd zelfmoord pleegde. Een klassieke recensie heeft uiteraard weinig zin, maar enkel dit: het raakt ons nog steeds in onze ziel Buchanan te horen in zijn onnavolgbare, eigen gepend meesterwerkje ‘The Messiah‘, of in ‘Hey Joe‘ (hij bewonderde de Jimi van ‘Are You Experienced‘ mateloos) Tegelijk zie je nu, duidelijker dan tevoren zijn probleem: Roy miste visie, de kracht om zijn creativiteit en pioniersrol om te zetten in een oeuvre, precies wat Hendrix zo goed gelukt is

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

TWEED FUNK – LOVE IS

Love Is is de tweede Tweed Funk, kwartet uit Milwaukee, of zoals ze in de States zeggen, de ‘sophomore record‘. Er is enige evolutie sinds de ‘freshman‘. De band is dezelfde gebleven, gekneed rond de nog immer uitstekend zingende soulveteraan Joseph ‘Smokey’ Holman, en doet beroep op een beperkte keure gasten, vooral blazers. Er is duidelijk gewerkt aan de productie, die een heel stuk beter is dan die van de miserabel ingeblikte ‘Bringin’ It‘. Aan de knoppen assisteerde meester gitarist Greg Koch, en dat hoor je te horen. De hoezen, die qua art work goed op mekaar aansluiten, geven een indicatie van waar het naartoe gaat. Was de cover van ‘Bringin’ It‘ sixties psychedelisch van inspiratie, dan zie je op ‘Love Is‘ een typische, seventies stijl Amerikaanse wagen. De cd opent wel met ‘Fine Wine‘, omzeggens zuivere rockabilly, maar daarna is het grotendeels zeventiger jaren soul, R&B en vooral stevige funk, te beginnen met één van de signatuursongs in de stijl, ‘A Real Mother For Ya‘ van Johnny ‘Guitar’ Watson. Net als het afsluitende ‘Sex Machine‘ (jaja, van James Brown, en dus een gewaagde cover) voegt deze versie niet echt veel toe aan het origineel. Dat was wellicht ook niet de bedoeling. Er zit uiteraard een dosis (Chicago) blues in, dank zij kopers en B3 (gastorgelist Jimmy Voegeli, o.a. op de straffe blues ballad ‘Gettin’ Home‘, onze lieveling), wat het retro karakter nog onderstreept. Professor Barabas’ tijdmachine werkt dus echt!

Antoine Légat

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s