Over ‘Allochtonen’ en ‘Wanbetalers’: what’s in a name?

Ha, de ‘allochtonen’ zijn de deur uit, al is het (gelukkig) enkel nominatim. Ik vond het altijd al zo’n akelige term, net als ‘opportuniteit’. Iemand -we zijn nog volop in touw die persoon op te sporen om hem of haar een fikse gasboete aan te smeren- heeft die uitdrukking één keer gebruikt en sindsdien heeft ze haast kracht van wet gekregen, in elk geval bestaansrecht. ‘Opportuun’, dat kon ik als opportunist zoals velen nog velen (=verdragen), al werd en wordt dat meestal niet opportuun gebruikt. Maar ‘opportuniteit’?! ‘Meneer de juge, ik zag plots de opportuniteit om met deze BMW weg te rijden. Het was een geval van serendipity, meneer de juge!‘ Euch, ‘serendipity‘…?

‘Allochtoon’… Is dat zoiets als een autochtoon die geen auto heeft? Allo?! Dan was ‘gastarbeider’ lange tijd zowel een accurate als neutrale omschrijving. ‘Gastarbeider’ heeft er al te snel en gemakkelijk een negatief imago bijgekregen maar gaandeweg ook alle relevantie verloren, met mensen van de tweede en derde, misschien zelfs vierde generatie die in verschillende gradaties van inburgering verkeren, plus de velen die hier aanbelanden omdat ze asiel zoeken en zonder dat ze op zoek zijn naar centen om naar het ‘thuisfront’ te sturen. Die hebben vaak niet eens een thuisfront meer, soms enkel nog een frontlijn in hun vroegere ‘thuis’.

Dat we allemaal van dezelfde blauwe planeet zijn en dat de mens in wezen overal hetzelfde wezen is, zijn vaststaande feiten. Dat migratie het grootste en meest verbreide kenmerk is van de mens, boven alle andere kenmerken, is misschien ook een waarheid als een zwerfkoe. Dat we mensen zo min mogelijk (tenzij als het echt niet anders kan) in vakjes mogen duwen, in categorieën mogen onderverdelen en er een etiketje op plakken, lijkt me zo klont als een klaartje. Het is niet het al of niet hanteren van een term als ‘allochtoon’ dat de kern van deze discussie uitmaakt. Het gaat veel verder, meneer de juge.

Maar nu we toch bezig zijn met benamingen te bevragen, in twijfel te trekken en als het even kan te verbannen, laten we ons dan eens buigen over het door onze nationale zenders tegenwoordig zo graag gehanteerde ‘wanbetaler’. De huidige crisis zagen we al lang aankomen. We zouden het graag willen ‘steken’ op onze historische scholing en daaruit voortvloeiend kundig inzicht, maar da’s veel te veel eer… We vrezen dat we de aanstormende crisis gewoonweg aan den lijve hebben ondervonden. We hebben dan ook al lang geleden de anomalieën aangekaart (onder anderen op Facebook) die nu eindelijk algemeen bekend  zijn, zoals buitensporige energieprijzen en te hoge prijzen van basisproducten, vooral die twee.

Heel snel hebben we (’t is maar één voorbeeld!) gemerkt dat budgetmeters, ingesteld om mensen te helpen hun energiefactuur te volgen en binnen de perken te houden, een regelrechte rip off zijn: die dingen leveren elektriciteit aan de hoogst mogelijke tarieven. De omgekeerde wereld zowaar! Lange tijd kregen we nauwelijks reactie op de vraag waarom de kleinhandelsprijzen in ons land hoger liggen dan in onze buurlanden: we vonden producten die tussen de 30 à 50% goedkoper waren (zijn) in Nederland of Duitsland. De verklaringen die we daar voor kregen, waren vaak een lachertje en heel snel te ontkrachten. Intussen kregen we wel een paar zinnige argumenten te horen, maar een volledige wettiging houden deze niet in. Ze bewijzen wel dat men de schuld niet alleen in de schoenen van de groot- en kleinhandel mag schuiven. Zoals zo vaak ligt de verantwoordelijkheid veel breder.

Maar bon, feit is dat we zelf, door omstandigheden die we niet hebben gezocht, maar veroorzaakt zijn door het verzuim van anderen om ons te betalen, al een hele poos hebben moeten vechten (en wellicht nog jaren…) om niet volledig te verdwijnen onder een schuldenberg, bestaande uit… schulden, uiteraard, maar ook uit een stilaan steeds groter aandeel administratieve kosten, (samengestelde) interesten door niet te (kunnen) betalen of door geld te lenen, deurwaardersexploten, bijkomende rekeningen van incassobureau’s, en uiteindelijk proceskosten. Lawine! Nu we zelf niet meer in het zwartste deel van het zwarte gat zitten, na jaren van behoorlijk wat ontgoochelingen in de mens en vooral vernederingen allerhande, merken we dat steeds meer mensen te lijden krijgen door de internationale crisis en binnenlandse (wan)toestanden, een evolutie die nog maar in een beginstadium zit, zo vrezen we, maar die hopelijk nooit het stadium bereikt van de Zuid-Europese naties.

Net als wij gaat het voor het merendeel om mensen die wel willen betalen, maar het gewoon niet kunnen en zich in onmogelijke bochten wringen om uiteindelijk toch steeds minder goed te boeren, op de hielen gezeten door schuldeisers. Het aantal echte ‘wanbetalers’ zal, althans in die groep, zo goed als nihil zijn. De échte wanbetalers behoren daar dus niet toe (bis repetita placent!) en vormen hoe dan ook een klein deel van dat geheel, maar tegelijk een constante groep. Want, crisis of geen crisis, die mensen zullen er altijd zijn. Gokverslaving, drugs, het niet kunnen omgaan met geld, koopdrang, of gewoon grote pechvogels (Big Bird, Mitt?), het heeft an sich niet zoveel met een crisis te maken. De crisis kan hun situatie alleen maar verergeren, maar verder zullen die er altijd zijn.

Het merendeel van de mensen verdient de betiteling ‘wanbetaler’ dan ook niet. Men probeert de term in de media natuurlijk in een neutrale context te gebruiken, maar dat lukt niet: er kleeft hoe dan ook iets negatiefs aan. Die ‘wan-‘ doet het hem: het is zo wanordelijk, wanklinkend, ja zelfs wansmakelijk, wanstaltig. Het is, volgens hen die er menen nooit last van te zullen krijgen, een vorm van wangedrag die wel moet leiden tot een wanhoopsdaad.

Ikzelf heb me nooit een ‘wanbetaler’ gevoeld en zal die blaam dan ook nooit aanvaarden. Hoewel, er zijn wel vaker spotnamen en denigrerende omschrijvingen tot eretitels uitgegroeid. De geuzen, de sansculotten, de dwaze moeders (die van de Plaza de Mayo), zij kunnen ervan meespreken. Ik vrees echter dat de kans in dit geval erg klein is. Hoe men lieden in betalingsnood dan wél moet betitelen, kort, precies en neutraal, dat weten we ook niet. Tot nader order, zijn er geen orders op dat vlak. Maar… heeft men al een andere ‘titel’ voor ‘allochtoon’? Nee toch? Heeft iemand die termen eigenlijk van doen, behalve de media, de politici, de politie, de sociale werkers, de statistici, de doordeweekse chichi  et j’en oublie? Nee toch!!!

Twanbetaler (Allochtwan?) (02 10 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s