Elli PASPALÁ & Takis FARAZIS in Art Base te Brussel op zaterdag 6 oktober 2012: ‘…de présence die de echte grote zangstemmen van deze aarde markeert…’

Drie concerten heeft ze gegeven in de kleine kunstgalerij Art Base in de Zandstraat, hartje Brussel. Ze mag dan niet zo bekend zijn als andere zangstemmen, die het vak geleerd hebben bij Manos Hadjidhàkis, maar ze mag gerust naast Savina Yannàtou en Nena Venetsànou postvatten. Wij zagen het concert van de zaterdag en konden vaststellen dat Elli Paspalà (je kan ook ‘Elly’ schrijven) sinds de dagen bij de Meester zo mogelijk nog gegroeid is als artieste. Het frêle van toen, de lichte twijfel ook over het eigen kunnen, iets wat haar toch bezighield, is weg en heeft plaats gemaakt voor een rustige vastheid, noem het gerust présence, de présence die de echte grote zangstemmen van deze aarde markeert.

Dat Paspalà toestemde om te performen in Art Base, vrijdag en zaterdag afgeladen vol, zegt veel over de werking van deze kleine organisator, die telkens weer artistiek grote namen, en niet alleen Griekse, een platform weet te geven waar de fijnproever zich thuis voelt. Niets dan Grieken op de afspraak, daar waar de al vermelde namen een gemengd publiek aantrekken, maar zelfs de Heer Sotirópoulos, Grieks ambassadeur van een iets verder gelegen Europees land, was aanwezig, enkel omdat hij Elly in Wenen ooit gezien had samen met Hadjidhàkis. Dat had immers op hem een onuitwisbare indruk nagelaten, zoals we tijdens de pauze van hemzelf mochten vernemen.

Paspalà had pianist Takis Faràzis mee, een hoofdact op zich. De man speelde al eens op Brugges Festival in 2001 (een briljant concert!) Faràzis kweet zich zaterdag plichtsgetrouw van zijn begeleidende taak. Slechts op het einde van het concert speelde hij wat langere tussenstukken, maar ook dan bleef hij strikt in dienst van de zangeres (die overigens zelf een meer dan verdienstelijke pianiste is!) Faràzis is een sleutelfiguur in de Griekse jazz (formatie Iskra), maar ook als componist van o.a. theatermuziek heeft hij grote verdiensten. We kunnen bovendien nog steeds zijn ronduit héérlijke ‘Onirèmata/Spells Of Musing‘ uit 1996 warm aanraden, een piano solo suite, ‘Ways Of The Heart‘, voorafgegaan door een suite in kwartetvorm (altviool, cello, contrabas), waarop hij zelf een hele reeks instrumenten bespeelt. Deze ‘The Moon’s Smile‘ werd o.a. geïnspireerd door de tekeningen van dochter Daphni. Als pianist is hij technisch onberispelijk en weet hij een waaier aan emoties op te wekken.

Elly Paspalà is Amerikaans Griekse. Haar ouders kwamen uit Thessaloniki, maar zelf werd ze in New York geboren. In 1982 verhuisde ze naar Athene, wat inhoudt dat ze in de States opgroeide. Dat geeft haar toch een enigszins andere invalshoek en benadering dan de andere Griekse zangstemmen. Ze groeit op in een beschermd artistiek milieu. Ze neemt piano- en zanglessen, lessen in toneel en dictie in meerdere talen (vandaar dat ze in zoveel talen accentloos zingt) Ze ontdekt Beethoven, Mozart, Schubert en stilaan ook Stravinsky. Ze zingt alras in opera’s, maar brengt op een ander moment evengoed Griekse ‘èndechna‘, de ‘kunstliederen’ van Hadjidhàkis en Mikis Theodoràkis. Ze werd ook begeesterd door de Canadese Joni Mitchell (wier non-conformisme ze oppikt) en heeft een voorkeur voor de troubadour met de rauwe stem, Tom Waits. Diens ‘Temptation‘ brengt ze nog dikwijls (zij het niet in Art Base)

Maar haar leven wijzigt wanneer ze nog in de sixties Hadjidhàkis ontdekt op de lokale Griekse radiostations: de muziek van deze man bleek anders dan die van andere Helleense componisten. Het is Manos’ ‘Ta Pàraloga‘ (‘De Absurditeiten‘, 1976) dat op haar de diepste indruk naliet: deze uitzonderlijke plaat verenigt een hele reeks reuzen, onder wie Melina Merkouri, Diónysis Savvópoulos, Mikis Theodoràkis en diens toenmalige muze Maria Farandoùri. Tekstdichter Nikos Gatsos is een andere sleutelfiguur. Paspalà droomt ervan bij zelf Hadjidhàkis te gaan zingen, maar het ziet er toch niet meteen naar uit dat ze die droom zal kunnen waarmaken. Tot ze vijfentwintig is en resoluut kiest voor haar roots…

Toen ze in Athene belandde, leerde ze Hadjidhàkis persoonlijk kennen. Manos had snel door welk talent zich bij hem aanbood. Jarenlang zou ze één van zijn zangstemmen zijn en net als Venetsànou zou ze een scholing krijgen die ze niet in een formele opleiding kon krijgen (in beider gevallen nochtans een uitgebreide opleiding!) Die meerwaarde omvat veel elementen. Enkel dit: naast een strenge werkdiscipline en een professionele totaalbenadering van hun vak, hield die, verrassend genoeg, ook een grote bescheidenheid in tegenover de composities en tegenover het publiek. Het stond hen en anderen toe, om een eigen loopbaan op te bouwen na Manos, die in 1994 overleed, net geen zeventig jaar oud. Het ontzag dat al deze zangers én muzikanten betonen tegenover maestro Hadjidhàkis is onpeilbaar.

Elly ontmoet al snel de in Athene wonende Amerikaanse saxofonist David Lynch (niet te verwarren met de gelijknamige cineast), een topmuzikant met wie ze niet enkel een artistieke relatie aangaat. Ze maakt een plaat met internationale nummers, ‘Sti Lampsi tou Fengaríou‘ (‘Bij het Licht van de Maan‘), die ze hier voorstelde toen ze met Hadjidhàkis optrad op het Brugges Festival. Ze ontmoet Stamos Semsis, violist, producer en songschrijver (kleinzoon van Dhimítris ‘Saloníkios’ Semsis, de violist van de legendarische zangeres van Klein-Aziatische smyrnèïka, Rosa Eskenazi), en tekstschrijver Vasilis Nikolaïdhis. Men hen produceert ze het intrigerende ‘To Nisi ton Lotofagon‘ (‘Het Eiland van de Lotuseters‘)

Ze ontmoet twee andere songschrijvers, die een volgende generatie vertegenwoordigen, de merkwaardig koppel van gitarist Panayótis Kalantzópoulos en violiste Evanthía Reboùtsika. Ze vertegenwoordigen de Neo Kyma, de Helleense ‘new wave’. Met hen heeft ze niet enkele een constante artistieke band, het zijn ook vrienden voor het leven, en over hun gezamenlijke avonturen vertelt ze op podium af en toe wel iets pittigs! Met hun drieën waren ze in 2002 samen op het toen als nu innoverende Sfinks Festival (met nog de ook al uitstekende zangeres Yota Nenga erbij) Paspalà heeft niet alleen haar eigen platenproductie, ze is ook te horen op platen van anderen. Al kwamen die niet aan bod tijdens dit concert, ze heeft een grote bewondering voor artiesten als Nikos Xydhàkis en de verleden jaar veel te jong gestorven Nikos Papàzoglou. Wie wel aan bod kwam, was componiste Lena Plàtonos, die ook voor Venetsànou mooie cycli schreef.

Dat brengt ons bij het concert. Elly Paspalà bracht niets minder dan een heuse, hoofdzakelijk Griekse, ‘tour de chant‘, zoals we die kennen uit het verleden. Het oudere en intussen ‘klassieke’ werk kwam aan bod, maar er was ook ruim plaats voor nieuwe songs en nieuwe namen. Het zou verkeerd zijn het zo voor te stellen dat iedereen in Hellas nog steeds plat ligt van het repertoire der kunstliederen. Zoals overal elders luistert men er naar de popsterren van het moment, Griekse zowel als Lady Gaga, brengen jonge bands hip hop, drum ’n bass, post-grunge en de genres à la mode. De radio braakt licht(zinnig)e pop van een bedenkelijk niveau, gedrenkt in vloten bouzouki’s, de zogenaamde ‘skylàdhika‘ (‘hondse liedjes‘) De tijd dat een Theodhoràkis hele voetbalstadia vulde met getoonzette hoogstaande poëzie is al lang voorbij. Dat heeft ook zijn goeie kant: het publiek, dat er toch nog op afkomt, is des meer op gefocust en aandachtig. Daar speelt een rasperformer als Paspalà gretig op in.

Wat een schitterende songkeuze… Na een korte piano intro, met daarin een flard ‘Over The Rainbow‘, zong ze ‘Mia Póli Majikí‘ (‘Een Toverstad‘) van Hadjidàkis (die hiervan ook de lyrics pende)… Waar kon ze beter mee beginnen? Paspalà stond bijzonder ontspannen op het kleine podium, was gul en guitig in haar (uitsluitend Griekse) commentaar bij zo goed als elk lied. Ze beperkte haar eigen muzikale inbreng tot een occasionele tamboerijn, diverse shakers en de met de rebètika geassocieerde mini cymbaaltjes aan de vingers, de zília, onder anderen in een song van de populaire songwriter Stamàtis Kraounàkis en tekstdichteres Lina Nikolakópoulou. Meer moest dat ook niet zijn met een pianist als Faràzis!

We hoorden werk van Semsis en Reboùtsika (‘O Choros ton Astron/Dans der Sterren‘), afgewisseld met een song die in de sixties en seventies opvallend vaak door Griekse artiesten werd gecoverd, ‘Youkali Tango‘ van Kurt Weill (in Frans) Ze loopt verder het rijtje af van de Griekse betere songschrijvers: vriend Kalantzópoulos (‘To Dakri/De Traan‘), Lena Plàtonos en Lakis Lazópoulos passeren de revue. Nog een buitenlander die de Griekse harten stal: Italiaans filmcomponist Nino Rota. In Italiaans zingt ze zijn ‘Amara me‘. Maar dé verrassing uit het eerste deel komt van een jonge Griekse songschrijfster Monika, die enkel in het Engels componeert: haar ‘Bloody Something‘ blijkt niets minder dan een beangstigend knappe wereldsong: ‘That bloody something that freaks me out in the night, that makes me shout I LOVE YOU‘. Kippenvel! Paspalà sluit het eerste deel af met ‘Taxídhi sta Kythera (Reis naar Kythera)‘ van Eleni Karaïndhrou (die deze en zoveel andere prachtige filmmuziek schreef voor de begin dit jaar zo jammerlijk verongelukte cineast Theo Angelópoulos) en met ‘Dance Me To The End Of Love‘ van Leonard Cohen, nog een zielsverwante.

Na de pauze pakt Elly het publiek koud met een met pathos gebrachte ‘Anixi (Yatí dhen antecho)‘ (‘Doe open‘), een ballad van zanger en bouzoukispeler Yannis Papaïoànnou., één der groten uit de rebètiko van de fifties, componist van de ode aan ‘Kapitein Zeppos‘ (wel die van de haven van Piraeus!) Ze gaat voluit in deze Helleense evergreen, maar waar veel landgenoten dan geheel uit de bocht gaan, bezit zij net de controle die de emotie haar rijkste schakering geeft, om je nekharen één voor één te doen rechtstaan. Er staat op YouTube een geweldige uitvoering hiervan uit 2008, opgenomen met David Lynch en Paspala’s volledige band: die live voor TV gebrachte uitvoering toont precies wat je als publiek ondergaat… Ook zonder die indrukwekkende backing!

Ze brengt dan een song uit ‘Pornographia‘ van Manos Hadjidhàkis-Nikos Gatsos, project en plaat waar ze in 1983 zelf aan meewerkte (De titel is misleidend: de ‘pornografie’ waarover sprake is de perversiteit van politici en oorlogsstokers) Later citeert ze nog uit Manos’ filmmuziek, namelijk uit het aloude ‘Topkapi‘ uit 1964, prent van Jules Dassin, met Merkouri, Peter Ustinov, Maximilian Schell. Behalve meer liedjes van o.a. Reboùtsika (‘Pos na xechàso‘, mét de zilia) en Lazópoulos brengt ze nog het bloedmooie ‘Summertime In Prague‘ van Kalantzópoulos, ook een nummer uit een soundtrack. Het bijpassende gefluit levert Takis dan maar. Natuurlijk viel er weer méé te zingen: daar kan je op een Grieks concert niet van onderuit. Het langoureuze ‘All Alone Am I‘ kennen we van Brenda Lee (1963), maar Hadjidhàkis zette er ook Griekse woorden op (‘Mi ton rotas ton Ourano’) De twee versies zingt ze door mekaar en het publiek zingt en neuriet zacht mee.

In de laatste nummers sluipt er blues en zelfs boogie in de arrangementen: we zien een paar Grieken verschrikt toekijken, maar Faràzis weet het een en ander glansrijk met elkaar te verzoenen. Maar het laatste hoogtepunt van de avond is op en top wat men gewoonlijk als ‘typisch Grieks’ beschouwt. Net vóór de finale brengt ze immers het onvermijdelijke ‘S’agapó‘ (‘Ik hou van jou‘), met zijn blij makende melodie één van haar signatuursongs. Het is van de hand van Kalantzópoulos, die alle songs schreef voor Paspala’s ‘Ya ti syníthia tou Érota‘ (‘Voor de Gewoonte der Liefde‘) uit 1999 (ook het in het eerste deel gebrachte ‘To Dakri‘) Net als de meeste andere nummers uit dit concert vindt men ‘S’agapó‘ op YouTube, in casu meerdere malen. Ze zit intussen al aan het drieëntwintigste nummer, maar wij moeten onze laatste trein halen in Brussel Centraal en missen de bissen… Blijkt de trein vertraging te hebben, sakkerdesakker.

Iets zegt ons echter dat we Paspalà snel zullen weerzien: een concertreeks als deze zal hopelijk de Griekse gemeenschap inspireren haar opnieuw uit te nodigen. En het valt evenzeer te hopen dat er dan ook anderen dan Grieken deze fenomenale zangeres zullen aanhoren…

Antoine Légat (08 10 12)

PS We vernamen de maandag daarop van Takis Faràzis zelf dat het voor de artiesten alvast zondag even goed meeviel als de twee eerste dagen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s