Peter CASE (support: Eva DE ROOVERE) in De Villa van de N9, Molenstraat te Eeklo op zaterdag 22 september 2012: ‘Voor onze smaak één van de concerten van 2012’

Te lezen op www.rootstime.be, sectie ‘LIVE’ met fraaie foto’s!

Na dit concert zagen we de twee zowel in ’t Candelaershuys in Ukkel als in de Oude Pastorij in Essen. Veel zaken werden daardoor opgehelderd (zoals de songtitels van Eva’s liedjes-in-opbouw), maar die hebben we niet aangepast. De ‘charme’ bleef dus behouden. Hopelijk vinden we de tijd om een aantal van die oneffenheden glad te maken in een volgend stuk…

Peter Case bekleedt een heel aparte plaats in het gild van de singer-songwriters. Toen hij zijn eerste, meteen spraakmakende soloplaat uitbracht, had hij al een heel parcours afgelegd. Hij was er 32 toen die ‘Peter Case‘ in 1986 verscheen, een plaat met een plejade aan grote namen, van producer T-Bone Burnett, over Mitchell Froom en John Hiatt naar Vandyke Parks en toenmalige echtgenote Victoria Williams, twintig toppers in totaal. Case had dan ook een stel schitterende songs bijeen gepend, alleen of samen met onder anderen T-Bone. Tevoren had de man het moeilijk gehad: een vroege schoolverlater die zijn high school niet afwerkte (pas later studeerde hij bij via het General Educational Development, dat een middelbaar diploma verschaft via een soort centrale examencommissie) ging hij voluit voor het rock ’n roll bestaan, on the road zoals Jack Kerouac! Van Buffalo (New York) verzeilde hij tenslotte in San Francisco. Via The Nerves (groep met de later ook bekende Paul Collins van The Beat… Dit jaar toerden Case en Collins nog samen… Hun ‘Hangin’ On The Telephone‘ werd een grote hit voor Blondie) en de Plimsouls (die sinds 1996 af en toe een reünie vieren, wegens nog immer populair in de States) kwam hij uit op het solowerk, waarbij hij van rock en new wave overschakelde op folk en blues. Maar al de rest zit wel degelijk in zijn eclectische werk, dat onder nog anderen ook drie goed verkochte boeken en schilderkunst behelst.

Opvolger ‘The Man With The Blue Post-Modern Fragmented Neo-Traditionalist Guitar‘ (1989), gemaakt met o.a. Ry Cooder, zou typerend zijn voor het vervolg: door critici en een segment van het luisterpubliek (met het enigszins denigrerende modewoord, een ‘niche publiek‘) zeer gewaardeerd, had de goegemeente er al niet veel boodschap meer aan. Zij doolden, maar Case trok het zich niet aan en bleef met de regelmaat van een klok nieuw en boeiend werk afleveren. Een occasioneel succes niet te na gesproken (radiohit ‘Dream About You‘) was het ogenschijnlijk stil rond Case. Cd’s als ‘Sings Like Hell‘ (een coverplaat uit 1993) en ‘Who’s Gonna Go Your Crooked Mile‘ (een best of met enkele niet eerder uitgegeven songs; 2004) wisselden af met zijn originele, nog steeds aan te prijzen platen als ‘Six Pack Of Love‘ (1992), ‘Torn Again‘ (1995) en ‘Beeline‘ (2002) In 2006 werd de professionele lof aan zijn adres concreet, toen een hele reeks collega’s songs van hem inzongen. Dat werden dan niet minder dan drie cd’s onder de titel ‘A Case For Case‘. Lieden als John Prine, Bob Neuwirth, Susan Cowsill, Steve Wynn, Tom Russell, Chuck Prophet, Sam Baker, Chris Smither, Richard Buckner, Kevn Kinney en Chris Gaffney zaliger, om maar die te noemen, een aantal onder hen goeie vrienden van Peter, verdrongen zich om een song te brengen.

Concerten waren altijd een belevenis: we zagen Case schitteren in Brugge, ergens in de loop van de nineties. Het optreden in Toogenblik (14 maart 2008) moesten we aan onze curieuzeneus voorbij laten gaan. Maar dat was blijkbaar zo goed dat er plannen waren om Case heel snel weer naar Haren (het Belgische Haren, niet het Nederlandse ‘Facebook party’ dorp!) te brengen. Helaas kreeg Peter zeer ernstige gezondheidsproblemen, zozeer dat er door collega’s geld werd ingezameld om de hartoperatie te kunnen bekostigen. Maar nu gaat het weer goed: in 2010 bracht hij zijn voorlopig laatste cd uit, ‘WIG!‘, en zit hij voor vijf concerten in België en Nederland. Performen is echter niet zijn enige bezigheid. Hij heeft zich uitgeleefd in diverse musicologische projecten, zelfs voor het befaamde Getty Museum in LA. Hij leidt op gezette tijdstippen in Californië workshops voor jonge songschrijvers, om hen de ‘trukken van de foor‘ van The Beatles en andere vaklieden te leren. Collega’s van Peter, als Mary Gauthier en Cindy Lee Berryhill, delen het ideaal. Op een dag in september 2011 landt daar ook een meisje uit België… men kent haar daar niet, maar wij hier wel…

Eva De Roovere is haar naam en die behoeft beslist geen intro. Ze opent tijdens deze toer voor Case, de vakman voor wie ze grenzeloos respect heeft. Eva heeft op dit eerste concert uit de reeks duidelijk een paar twijfels: ‘Mensen zijn niet gewoon me in het Engels te horen zingen‘. Wie haar zoals wij in tijdens het Hop Festival van Faversham, Sussex, in een met betoverde Britten en een handvol al even gefascineerde Belgen volgepakte pub (after closing time!) de traditional ‘Like A Sparrow‘ hoorde zingen, weet wel beter. Ze excuseert zich bijna voor de songs: toegegeven, ze worden gepresenteerd als kleine blote liedjes, gewoon stem en gitaar, sommige misschien nog net niet helemaal af, sommige misschien niet eens met een vaste titel, geen enkel, voorlopig toch, gearrangeerd. Maar het is precies in deze sobere setting dat ze hun schoonheid etaleren. Zo speelt ze een wals, die ze samen met singer-songwriter en producer Bob Neuwirth schreef. Bob is een goeie vriend en medewerker van die andere Baawb, die ze Dylan noemen, én van Peter Case. Die betitelt zijn goeie vriend met koosnaampje ‘The Colonel‘. ‘Hold On‘ heet het kleinood en Eva en Bob voorzagen het van een lieflijke tekst. ‘The joy is in the song‘ zingt Eva tot besluit. Als de songs al zélf hun kritiek gaan schrijven, vallen we snel zonder werk… Maar het is een pareltje.

Het volgende pende ze met Ron Sexsmith, die ze na een concert aanklampte: Ron wou wel een song schrijven… via het wereldwijde net. Daar kwam dan weer zo’n fraai ding uit, ‘My heart Will lead Me Home‘ (al lijkt ‘Morning Star‘ ook een kandidaat-titel) Een volledig eigen song zet ze aarzelend in, en jawel, ze brengt hem, ondanks verwoede pogingen om de tekst te reconstrueren, maar half… tekst vergeten. Eva zit ermee in, maar dat hoeft niet: de aanwezigen vinden het duidelijk niet erg en we horen die wel op het gepaste moment… volledig. In de volgende deun zingt ze zo mooi in het hoge register dat je er kippenvel van krijgt, of die nu ‘Be Careful What You Wish For‘ heet, of gewoon ‘Something‘… Met gitarist Filip Wouters deed Eva een concert in de States, maar voor we de kans krijgen een gevuld Shea Stadium, het prestigieuze Madison Square Garden of zelfs Central Park voor ons te zien, vertelt ze erbij dat het in… de Belgische ambassade was. Samen schreven Filip en Eva een song over een kapper… die in het lied dan maar een matroos werd. Dat past beter bij ‘A Bottle Of Lemon Heart Rum‘. Een leuke geschiedenis vertelt ze erbij, waarvan de les in essentie is: als je songs wil schrijven, hou je ogen open, de inspiratie komt vanzelf. Met dank aan Neuwirth. In dit geval was het een uitspraak van Filip die de song inspireerde: ‘Ik heb een hele goeie kapper…Maar hij is dood…

Een piepkleine graffito op een stoep in Rose Avenue in Venice, Los Angeles, inspireerde haar tot ‘Love Was Here‘. Het loopen van de gitaar ging nog niet zo best, maar ze moet maar eens in de leer gaan bij violiste Liesa Van der Aa, die zichzelf kan laten klinken als een heel symfonisch orkest. Ze brengt ook nog twee van de drie songs die ze samen met Peter Case schreef, weerom twee fijne melodietjes, voorwaar: ‘Something New‘ (?) en ‘The City At The End Of The Line‘. Al is het niet te achterhalen wie wat inbracht, Peter Case zal even later tijdens zijn concert uitdrukkelijk de lof zwaaien van Eva’s arbeid. Het publiek in de goed gevulde N9 kon de korte set, tien songs, in elk geval goed pruimen. We zouden het spijtig vinden om deze ruwe diamanten in het duister te laten wegkwijnen (*) en we waren lange niet de enigen die de liedjes in afgewerkte vorm zouden willen horen. Klein en bloot? Ach, het is goed dat ze hier en nu hun vuurdoop kregen: pas in confrontatie met het publiek kunnen ze groeien. We ain’t seen nothing yet, Eva?

Peter Case bracht geen van de ‘hits’ van voorheen: geen ‘Old Blue Car‘, geen ‘Small Town Spree‘, ‘Traveling Light‘ of ‘Entella Hotel‘. We hebben ze niet gemist. We kregen veel bluesdeunen, gespeeld zoals ze bedoeld waren: geen slaafse navolging, geen ‘stijloefening’, maar een doorleefde eigen versie naar de geest van de originelen… en met clevere verwijzingen naar de techniek van de oude meesters. Hij heeft zelf de makers nog ontmoet of ze aan het werk gezien. Iemand zet de toon door naar ‘Charlie James‘ te vragen, na felle opener ‘House Rent Party‘ (uit de recentste cd ‘WIG!‘, zijn comeback statement na de hospitalisatie) Hij speelt die song van de ietwat vergeten Beau De Glen ‘Mance’ Lipscomb, die blues spelen moest combineren met het armoedige bestaan van sharecropper in Texas, keuterboer afhankelijk van zijn opdrachtgevers en dus niet beter af dan onze Middeleeuwse horigen. Van Blind Willie McTell speelt hij signatuursong ‘Broke Down Engine‘, ruw, rauw, rafelig… We zouden niet graag zijn gitaar zijn, of de snaren ervan, want die hebben het te verduren. Blind Willie tot leven gebracht! Weinigen kunnen als Peter Case deze songs brengen met zoveel intense woede of blijdschap, in elk geval met de totale overgave van de bluesmuzikanten van weleer (deze song vind je trouwens op ‘Sings Like Hell‘)

Tussen Lipscomb en McTell in, werkt Case zich door een nummer om… de blues van te krijgen: ‘Words In Red‘ toetst immers de attitudes van de TV preachers met wat Christus ‘in het rood’ te vertellen had. Het bilan is niet bijster positief. Onwillekeurig denken we aan wat er in onze contreien aan het licht kwam, al is de thematiek niet gans dezelfde. In ‘Words In Red‘ flirt hij voortdurend met ‘Gloria‘ van Them/Patti Smith, zonder het citaat af te ronden: het is een originele techniek om je aan het denken te zetten over zijn bedoelingen! We krijgen verderop onder anderen ‘Two Angels‘, ‘Walk In The Woods‘ en een woeste, woedende Leadbelly song, alias Huddy Ledbetter (die verkoos zelf blijkbaar de schrijfwijze ‘Lead Belly‘) Men kent Leadbelly van het zoetgevooisde ‘Goodnight Irene‘ (wellicht niet eens een eigen compositie), maar ‘Thirty Days In The Workhouse‘ is gans andere koek. De bluesman was inderdaad niet opgezet met een werk- en gevangenisstraf die hij niet terecht vond en dat werd dan deze snoeiharde jailer song. Case leerde hem kennen via zijn… platencontract: hij kreeg bij de ondertekening die Leadbelly box mee… En die song opende de eerste cd. De box is volgens Case het enige wat hij aan dat contract overhield, maar daar is hij ostentatief niet ontevreden mee!

Case blijkt ook fier te zijn op het feit dat zijn band The Nerves ooit opende voor de Ramones. In dat gezelschap was hij ‘het onderste van de totempaal‘, zoals hij het omschrijft: hij speelde immers bas, roadie en chauffeur! Hij moest vaak de kilometers afmalen, wat met kleine zwarte pillen beter ging. De gevolgen waren echter niet zo gezond: hij ging al snel beestjes zien! Men noemde die praktijk de ‘California Turnaround‘ want het stond je toe daar naartoe te reizen… én weer te keren in dezelfde trip! Daar schreef hij ‘Every 24 Hours‘ over, zoals zo vaak, overeenkomstig Bobs regel, a true story. Uitgesproken sociaal bewust is Case ook: het maakt hem woest dat wie geld heeft zich altijd (tijdelijk) vrij kan kopen in LA en andere grote steden, zelfs in geval van moord. ‘Million Dollars Bail‘ heet de striemende aanklacht. Nog een grote uit de blues is Honeyboy Edwards, al heeft hij niet de reputatie van bij voorbeeld de man bij wie hij nog speelde, Robert Johnson. Case zag hem live in ’92 en was zwaar onder de indruk. Dus speelt hij ‘Bumble Bee Blues‘ in een bewerking door Honeyboy: de song is immers verbonden aan één van de grote dames uit de pionierstijd, Memphis Minnie.

Underneath The Stars‘ komt, net als ‘Every 24 Hours‘ en ‘Million Dollars Bail‘, uit ‘Let Us Now Praise Sleepy John‘ (voor een Grammy genomineerde cd uit 2007) Als hij die ‘Underneath The Stars‘ wil spelen, blijkt hij zijn plectrum niet meer te vinden. Een opmerkzame dame op de eerste rij wijst hem erop dat hij die daarstraks in zijn jaszak had gestoken. Case is zo gelukkig dat hij haar zegt: ‘It’s all about you from now on!‘ De man is nu eenmaal legendarisch voor het feit dat hij dingen verkeerd legt en nooit weer vindt. Op vraag van diezelfde dame speelt hij een Neil Young song. Lieve man! Case is een echte afficionado van diens werk (en van dat van Jimi Hendrix) ‘Flying On The Ground Is Wrong‘ is een diamantje dat Neil schreef voor Buffalo Springfield toen hij 19 was. In deze historisch belangrijke formatie speelde ook Stephen ‘For What It’s Worth‘ Stills. Later zouden beiden met Crosby, Stills, Nash & Young geschiedenis schrijven in Woodstock en met de LP ‘Déjà Vu‘.

Case steelt of breekt, naar keus, alle harten met een goddelijk mooie uitvoering van ‘A Whiter Shade Of Pale‘ van Procol Harum, van de hand van Keith Reid en Gary Brooker (en waaraan ook ene J.S. Bach, een ons verder onbekende singer-songwriter, een beetje meeschreef) Ode aan vrienden Bob Neuwirth en Tom Russell met het samen met hen gepende ‘Beyond The Blues‘, waar Case voor in het publiek tussen de stoelen afdaalt, weer zo’n moment om te koesteren. ‘First Light‘, de afsluiter van cd ‘Beeline‘, is ook een pracht van een concertafsluiter. Die song verweeft hij met ‘Fixin’ To Die Blues‘ van Bukka White. De bissen! Het kon niet uitblijven: Eva komt op om samen met Peter de derde song te brengen die ze samen schreven, ‘Head On Bow Down‘ (niet gans zeker van die ‘bow’…) De gitaren worden geswitcht, vandaar dat Case nu twee songs speelt met Eva’s elektrische gitaar. Tot dan was de set gans akoestisch geweest. We durfden hem niet meer om ‘Small Town Spree‘ verzoeken, gezien hij zich al totaal gegeven had, maar achteraf, aan de druk bezochte cd stand, beloofde hij het te spelen… op voorwaarde dat we naar ’t Candelaershuys in Ukkel zouden afzakken (op donderdag 27/9) of naar GC De Oude Pastorij in Essen boven Antwerpen (op zaterdag 29/9)… Da’s maar een woord, Peter! Voor onze smaak één van de concerten van 2012…

Antoine Légat (24-25 09 12)

(*) Met dank aan het Suske en Wiske avontuur ‘De Duistere Diamant‘ en de fantasie van Willy Vandersteen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s