PLAINSONG: FAT LADY SINGING

Dit stuk staat online @ www.rootstime.be, sectie ‘CD/DVD RECENSIES’

http://www.youtube.com/watch?v=1awSyrxa_hA&feature=related (= oorspronkelijke versie van ‘True Story Of Amelia Earhart‘)

Nee! We laten ons niet verleiden tot het uitspitten van de individuele loopbanen van het kwartet heren dat het Plainsong van deze ‘Fat Lady Singing‘ vormde: een mens zou graag nog de tijd vinden om te eten, drinken en slapen. We gaan ervan uit dat de hoofdlijnen genoegzaam bekend zijn en zo niet, dat het weinig moeite kost om te achterhalen welke muzikale reuzen Iain Matthews (eigenlijk is het Iain Matthew McDonald), Andy Roberts, en de later bijgekomen Mark Griffiths en Julian Dawson wel zijn. Natuurlijk kan men het grillige bestaan van Plainsong niet in kaart brengen zonder hier en daar de nodige verbanden te leggen. Los daarvan moet de geschiedenis van Plainsong zo ongeveer een unicum zijn in de geschiedenis van de popmuziek.

In 1972 kwamen (toen nog Ian) Matthews en Roberts een eerste keer samen. In de elf maanden dat Plainsong het vol hield, tot de meningsverschillen te groot werden , kwam er welgeteld één telg uit voort, ‘In Search Of Amelia Earhart‘. Als fan van Matthews die toen al Fairport Convention en Matthews Southern Comfort (met monsterhit ‘Woodstock‘, cover van het Joni Mitchell nummer) achter de kiezen, plus die nog altijd wonderlijke soloplaat ‘If You Saw Thru My Eyes‘, én omdat we in die tijd alles verslonden wat met luchtvaart te maken had, was die LP gesneden koek. De plaat bleek een soort project te zijn, want het ‘geval Amelia Earhart’ bleek Matthews ook danig te intrigeren, sinds hij het spraakmakende boek van Frederick Goerner gelezen had, waarin gesteld werd dat de Japanners de verdwenen vliegenierster hadden onderschept toen ze in 1937 verdween tijdens haar recordvlucht rond de wereld. Daar is nooit solide bewijs voor gevonden. Recent wint de mening veld dat ze op een eilandje (denkelijk Gardner Island/Nikumaroro) zou geland zijn en daar tevergeefs op hulp wachtte samen met navigator Fred Noonan. Onderzoek is op dit moment bezig.

Plainsong nam onder anderen een versie van ‘Amelia Earhart’s Last Flight‘ van David McEnery. Niet alle songs hadden direct betrekking op de Amerikaanse durfal, maar de meeste songs, vooral op de tweede kant van de LP, kon je toch inpassen in de symboliek van ‘opstijgen naar het licht’ (zoals ‘Even The Guiding Light‘) Er stond ook het geweldige ‘Raider‘ op en het van Mason Williams afkomstige luchthartiger ‘Yo-Yo Man‘. ‘In Search Of Amelia Earhart‘ was in elk geval het soort plaat dat je nooit meer loslaat… en zo geschiedde. Andy Roberts bleek een ontdekking en in de loop van de jaren zouden we hem aantreffen met muzikanten zo verscheiden als Grimms, Roy Harper, Kevin Ayers, Richard Thompson, Maddy Prior, Viv Stanshall, Chris Spedding en vooral Pink Floyd. Telkens weer zou hij opduiken bij Matthews.

Na de split ging Ian Matthews zijn geluk en zijn gelijk zoeken in de States en nam er een aantal commercieel getinte platen op. Ondanks een kwalitatief hoog niveau en een onmiskenbare charme en hitgevoeligheid (hijzelf en wij hebben het nog steeds begrepen op pareltjes als ‘Gimme An Inch Girl‘ en ‘Man In The Station‘) wilden die platen niet echt aanslaan. In 1984 stopte hij zelfs met de muziek te maken. Na twee jaar keerde hij terug, en met verdubbelde energie. Zijn solo loopbaan leverde sindsdien een stroom uitstekende singer-songwriter cd’s op, vanaf de schitterende ‘Pure And Crooked‘. Hij ging zich voortaan ook Iain noemen. Hij engageerde zich ook in talrijke groepen en muzikale projecten. Sinds 2000 woont hij in Horst in Nederland, waar hij met Nederlandse jazz muzikanten in 2008 het briljante ‘Joy Mining‘ en in 2010 het daarop aansluitende live ‘Afterwords‘ uitbracht. Ook ‘Ride The Times‘ met Nederlandse collega singer-songwriter Ad Vanderveen is een prachtplaat, tien jaar na een eerste samenwerking met de belangrijke Nederlandse songsmid.

In 1992, twintig jaar na de eerste Plainsong, richtten Matthews en Roberts de groep opnieuw op, na een gezamenlijk optreden op het Cambridge Folk Festival, nu met multi-instrumentalist Mark ‘Griff’ Griffiths, die nog in Matthews’ Southern Comfort had gezeten, en singer-songwriter Julian Dawson. Tussen ieders eigen projecten in, bleek er nu tijd om een volwaardige loopbaan uit te bouwen: acht full cd’s en één EP zouden volgen in de elf jaar dat Plainsong beschoren was. Met ‘Pangolins‘ in 2003 stopte het vrij plots. De andere activiteiten begonnen immers te veel aandacht op te eisen: Griffiths rotste de planeet af als bassist van Cliff Richard And The Shadow, Roberts ging met de legendarische Roy Harper op stap. Dawson bracht niet alleen diverse soloplaten uit, maar schreef ook een biografie van rock- en sessiepianist Nicky Hopkins. En Matthews had zoals gezegd een nieuw elan in Holland gevonden.

Met intussen veertig jaar sinds de allereerste plaat van Plainsong was de tijd rijp voor een afscheidstoernee in augustus, de allerlaatste kans om de groep te beleven (maar spijtig genoeg enkel in Nederland, Denemarken, Oostenrijk, Duitsland en Japan) Tijd voor nieuw werk was er niet. Een ‘best of’ leek voor de hand te liggen. Men herinnerde zich dat er in 2003 nog live opnames gemaakt waren in Nederland. Het publiek telde exact… negen mensen, daar bij Léon Bartels, in de studio in een stee van rond 1700, die dan ook Leon’s Farm Studio heet, gelegen in Boekend, niet ver van Venlo (die negen gelukzakken staan allemaal nominatim vermeld in de omstandige, informatieve digipack, niemand kan dus vals spelen!) Toen werden net geen twintig songs ingeblikt en die bieden een volledig overzicht van zo veel jaren Plainsong: de heel ouwe songs staan er in al hun glorie op: ‘Guiding Light‘, ‘Raider‘(origineel van Jerry Yester), ‘Yo-Yo-Man‘, ‘True Story/Sweet Amelia‘.

Maar ook het werk van de nineties en de vroege nillies (of noughties… Met -o- graag, want met -a- heeft dat een heel andere betekenis) staat in evenwichtige verhouding op. We noteren heerlijke versies van ‘All New People‘, ‘Pilgrims‘ (zo vaak door anderen gecoverd; het is een song van Dawson die veel aan Plainsong bijdroeg, zoals ook beide volgende), ‘If I Needed Rain‘, ‘Under The Volcano‘. Traditional ‘Charlie‘, dat Andy live zo vaak bracht en waar steeds naar gevraagd werd maar nooit werd opgenomen, krijgt hier eindelijk zijn plaats. Matthews schreef met Dave Swarbrick, violist van Fairport Convention en de gangmaker achter de jaarlijkse reünies, een nummer als groet aan de ouwe vrienden van Fairport, ‘Sloth‘. Ook deze hommage vind je hier terug.

Hoeft het gezegd dat de groep in deze relaxte omstandigheden groots werk levert? De superieure kwaliteit van het songmateriaal, het spelpeil, de vocale harmonieën dragen ertoe bij dat dit de ideale ‘greatest hits’ vormt. Puur genieten. Met de negentien songs gespreid over de volle 75 minuten is dit bovendien een goeie koop. Op de keper (Thibaut Courtois?) beschouwd draagt ‘Fat Lady Singing‘ dan ook de juiste titel. Waar die dan vandaan komt? De uitdrukking ‘It ain’t over ‘til the fat lady sings‘ betekent zoveel als ‘het is niet gedaan voor het gedaan is’ (of zoals Lenny Kravitz zong: ‘It ain’t over ‘til it’s over‘), m.a.w. er kan op het laatste ogenblik nog iets gebeuren, ja zelfs een totale ommekeer is mogelijk. Maar als het er nooit meer van zou komen, dan is ‘Fat Lady Singing‘ een pracht van een coda.

Antoine Légat (20 09 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s