BIG WALKER: ROOT WALKING

Dit stuk staat online @ www.rootstime.be  

Derrick Roy Michael Walker, beter bekend als Big Walker, gaat al een poos mee, meer bepaald sinds 1953. Hij stamt van Oklahoma maar in de vroege jaren zestig trok hij met zijn ma naar San Francisco, net voor de stad eventjes, één jaargetijde lang, het centrum van de wereld was, in the summer of love. Daar werden we kort geleden nog aan herinnerd met het overlijden van Scott ‘If You’re Going To San Francisco‘ McKenzie. De jonge Derrick onderging inderdaad de revolutie die Jimi, Janis en Jefferson (Airplane dus) ontketenden, indrukken die hem zeker getekend hebben. En hij was een grote fan van de in 1967 in California opgerichte country rock band Clover. De band was lokaal populair maar wij kennen die vooral als de begeleiders van Elvis Costello op diens spraakmakende debuutplaat ‘My Aim Is True‘. De muziek die Big Walker zelf omarmde was echter de blues. Hij kreeg nog harmonicales van Paul Butterfield, met wie hij ten slotte ook op toneel stond en opnam.

Mettertijd speelde Big Walker bij gereputeerde bluesmensen als Lowell Fulson, Jimmy McCracklin, Big Mama Thornton. Begin jaren tachtig maakte hij deel uit van de Soul Rebels en met zijn eigen band The Black And White Blues Band toerde hij in Europa. Hij moet halverwege dat decennium zelfs in ons land geweest zijn. Hij speelde verder nog op diverse platen van Eric Bibb. Zijn eigen platenproductie is beperkt, maar ‘Still Dream Walking‘ uit 2009 (gemaakt met o.a. Bibb, Jimmy Dawkins, Zora Young) werd erg goed ontvangen. Als hij niet op toer is, geeft Big Walker workshops over blueszang, mondharmonica, saxofoon en de geschiedenis van de blues. Met de kaap van de zestig in zicht vond hij het misschien wel tijd om met iets speciaals voor de dag te komen…

Da’s precies wat ‘Root Walking‘ doet. Dat men de man voorheen vooral voor zijn kwaliteiten als harpist en saxofonist aanzocht, mag duidelijk zijn. Zijn zang mag dan op zich niet bijzonder zijn, maar het is de stem van een man die grotendeels beleefd heeft wat hij zingt of het zich vanuit zijn eigen verleden levendig kan inbeelden. Geloofwaardig dus. Alle harpen en saxen op ‘Root Walking‘ komen natuurlijk van Derrick zelf, de rest is in handen van bekwame lieden, mannen van ‘alles op de juiste plaats en geen noot teveel als het niet moet’, en de plaat krijgt een degelijke, no nonsense productie mee (door bassist Surjo Benigh en gitarist Steve Klasson, die ook in elk nummer meespelen) Anders gezegd, ‘Root Walking‘ klinkt als haar titel. Da’s uiteraard meegenomen. Maar daar schuilt nog niet het bijzondere in.

Big Walker schreef niet alleen eigen teksten, maar nam ook ‘folk poetry‘ van lang vervlogen tijden, meer bepaald de 18e eeuw en de 19e eeuw, uiteraard toegespitst op de armen en de achtergestelden, de zwarten, de indianen (de native Americans) Hij schreef overal muziek bij. Oorspronkelijk waren die ‘verzen’ hard en zonder slagen om de arm, want ze werden binnen de kring van gelijkgestemden gezongen, maar om geen problemen te krijgen werden ze in de loop van de tijd ‘aanvaardbaar voor een breder publiek’ gemaakt, ook al omdat bepaalde ervan als verhaaltjes voor het slapengaan werden gebruikt, wat vanzelfsprekend een aangepaste taal vergt. Derrick heeft zelf nog als kind enkele daarvan opgelepeld gekregen. Beslist niet allemaal: ‘Raise A Ruckus‘ (‘Maak Amok‘) is niet bepaald stichtend te noemen, niet bestemd voor jeugdige oortjes. ‘Wild Black Bill‘ en de wél stichtende gospel of ‘(negro) spiritual’ ‘You Got A Home In That Rock‘ hebben ook zo’n oeroude oorsprong. ‘Run Nigri Run‘ (over een zwarte achtervolgd door de sheriff) vulde Walker aan met een handvol eigen verzen, net als ‘The Hypocrite Blues‘, om de bezongen situatie te verduidelijken of te actualiseren.

Een speciaal geval is ‘Midnight Special‘ dat velen tegenwoordig vooral kennen van de versie van John Fogerty en aanzien als een zuivere ‘train song‘. Walker zet het op naam van Huddie Ledbetter (hij verkiest de schrijfwijze Hoodie) Da’s een historische ‘vergissing’ die vergeeflijk en zelfs aannemelijk is. John en Alan Lomax namen het immers af van Leadbelly toen die in de Angola Prison tijd deed. Zij zetten het ten onrechte op zijn naam. Nu is het zo dat Leadbelly er drie strofen aan toe voegde, een verwijzing naar een vluchtpoging in een andere gevangenis van 1923. Leadbelly nam de song later verschillende malen op wat zijn auteurschap nog versterkte (iets gelijkaardigs is overigens gebeurd met ‘zijn’ ‘Goodnight Irene‘) In feite is ‘Midnight Special‘ een gevangenissong (zoals ‘House Of The Rising Sun‘) die op zijn beurt verwijst naar een trein die op weg naar Houston ’s avonds op een vast uur zijn licht liet schijnen in de Sugar Land gevangenis. Deze tweede oudste gevangenis van Texas sloot in 2011 haar deuren… dat had ze 102 jaar lang gedaan, maar dan om andere redenen. Ditmaal was het definitief. De gevangenen zagen dat licht als een teken van hoop voor en redding van hun zondige ziel. Dat verklaart verzen als ‘Let the Midnight Special shine his light on me‘.

Zijn eigen teksten plaatsen Walker min of meer in dezelfde (underdog) positie, liggen in het verlengde van het traditionele werk: het zijn gebeurtenissen die hem zelf overkwamen, zoals in ‘Can’t Take No Train‘, wat er gebeurt als je je ticket niet kan betalen. Vooral vriendelijk blijven tegen de ‘conductor‘, hopen dat de ‘horn‘ heelhuids blijft en toch proberen op de trein te raken… Opener ‘It’s Hard‘ heeft dan al laten verstaan dat het leven geen lachertje is. Stilistisch gaat de cd vele richtingen uit, al blijft een ‘zuiders’ gevoel de boventoon voeren. ‘Papa Guede‘ heeft zelfs een duidelijk naar New Orleans verwijzende aanstekelijke ritmiek. Eens te meer is dat verbazend genoeg een eigen song. ‘Devil’s Cloth‘ kon voor hetzelfde geld eveneens een statement uit de mist der tijden zijn. Het afsluitende, ook al zelf gepende ‘Slave‘ verwijst duidelijk naar het lot van de (dwang)arbeiders op de plantages en doet dat met de stemmenpracht die daar bij hoort… Als het lied geëindigd is, voegt de band er nog een voodoo staart aan toe. Big Walker zingt dit met heerlijk theatrale black magic in de stem, een pracht van een coda.

Americana Blues & Roots‘ luidt de ondertitel van ‘Root Walking‘ en zo is het maar net: Big walker levert niet louter een lekkere, relaxt klinkende, thematisch doorwrochte cd af. Nee, het bewuste teruggrijpen naar een verleden, van lang vóór de ontwikkeling van opnametechnieken en communatiemedia, dus in tempore non suspecto, geeft er bepaald meerwaarde aan. ‘Root Walking‘ wekt belangstelling voor een fragmentair bewaard, maar voor de bluesliefhebber evengoed als de socioloog waardevol patrimonium. Big Walker herinnert ons allen aan het bestaan van die schat.

Antoine Légat (23 08 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s