VANCE GILBERT en ‘Old White Men’… de plaat van een veteraan die niets meer moet bewijzen maar vanuit zijn levenservaring nog een en ander te vertellen heeft. Voor wie daar oren naar heeft.

Vance Gilbert begon als jazz zanger, wat zijn meer dan gemiddelde zangtechniek verklaart. Hij evolueerde naar wat de Amerikanen ‘folk’ noemen, zeg maar een singer-songwriter met akoestische gitaar. In die hoedanigheid viel hij op aan Shawn Colvin, die begin jaren negentig aan een steile opgang bezig was. Voor de ‘Fat City’ tour die volgde op de release, eind 1992, van de gelijknamige tweede cd van Shawn, een plaat met een ongelofelijke pleïade aan sterren, koos ze Vance als haar voorprogramma. Dat betekende voor de man, afkomstig van Philadelphia, maar sinds jaar en dag ingezetene van Boston, de springplank naar landelijk succes. Niet alleen zijn zangcapaciteiten vielen op, maar ook zijn meesterschap op de akoestische gitaar en zijn vanuit de jazz gekomen zin voor complexere songstructuren. Met die veelvoudige acrobatieën pakt hij live nog altijd graag uit, tot verrukking van zijn fans. Op zijn site vind je een live clip van ‘Taking It To Tennessee’ die dat vrij goed illustreert.

Tot hier toch niks speciaals hoor ik u zeggen: zo lopen er nog rond in het land van sterren en strepen. Maar niet alleen daarom is Vance Gilbert, zo niet een rare vogel, dan toch een rara avis, een zeldzame vogel, een witte raaf. Vele van zijn songs raken aan het thema van de segregatie en op toneel werkt hij zich wel vaker in de rol van zwarte in een wereld en een kunst die beheerst worden, door blanken… voor een stuk nog altijd overigens. Als intelligente man en integer artiest weet hij het echter zo te spelen dat men dit van hem accepteert. Hij slaat ten slotte, jammer het te moeten zeggen, nog immer nagels met koppen. In zijn werk zitten trouwens heel wat heikele thema’s fijntjes verwerkt, zodat men hem allerminst een one-trick pony mag noemen.

De laatste ‘Old White Men’ (2011) is zijn zevende solo-album sinds 1985 (in 2003 bracht hij tevens een duo-plaat uit met zijn dierbare vriend Ellis Paul) Deze cd biedt een staalkaart van alles waar Vance Gilbert voor staat. In de even simpele als vertederende opener ‘Boy On A Train’ ontdekt een jongeman de kracht van de liefde tijdens de dagelijkse treinrit naar het werk. Zijn wilde dromen zijn zo herkenbaar: ‘Every so often you carry a light-green bag. Once on a thursday, you smiled at me, then we’d have coffee, then we’d have children…’ Hoe het afloopt, weet je niet, maar kan je wel invullen. Als het misloopt ‘…I’ve been a king, if just for a moment.’ Vance brengt het solo, zoals bij voorbeeld ook ‘Old White Men’, het titelnummer dat zijn vroegere en huidige ‘relatie’ tot ‘ouwe blanke mannen’ en hun vooroordelen uit de doeken doet. Het is een genuanceerde blik, geen pamflet, geen, heu, zwart-witte kijk op wat zijn leven uiteindelijk zo beïnvloedde. Hij schreef het ook vanuit het besef dat men bepaalde dingen doorgeeft. Clevere song die het gemiddelde ver overrstijgt! In evenveel songs laat hij zich begeleiden, soms enkel door Billy Novick (klarinet, saxen), soms is het een kwartet.

Zijn vocale kwaliteiten laat hij graag aan bod komen: in ‘King Of The Rails’ neemt hij een hoge vlucht, misschien niet ieders tand. ‘The Brakeman’s Son’ brengt hij geheel a capella met die hoge en romige stem van ‘m en zal vermoedelijk meer mensen bekoren. In ‘New Year’s Day At The Lion Head’s Hotel – Hourly Rates’ speelt hij een… hoertje dat opgepakt wordt nadat haar klant er bij de uitoefening van haar beroep het bijltje bij neerlegde, en dat op Oudejaarsavond. De manier waarop ‘Miss Vance’ de ‘officer’ van dienst verleidelijk en ogenschijnlijk zo onschuldig als een pasgeboren lam toespreekt van achter de tralies is een straf staaltje humor. Een andere stijloefening is ‘My Bad’ dat Gilbert zoals al de rest zelf schreef maar van of voor Billie Holiday had kunnen zijn. Sterker nog: hij zingt het als Lady Day dat zou gedaan hebben, en bijzonder goed ook!

Vance kan hàrd zijn: ‘No One Can Love You Like Mary’ lijkt blijkens de titel een andere belofte in te houden, maar beschrijft cru het lot van de jong, ongehuwde moeder uit een kansarme buurt: ‘Congratulations on having a child of your own…’. Hij neemt hier geen blad voor de mond: ‘…by the end of the day, front door slams while you try to explain to your child why nobody stays.’ De volgende generatie vergaat het niet beter: ‘Now that the child is half grown, she’s out to break your heart with some brand new skills…’ Daar tegenover is ‘Come Here My Love’ dan weer heel en al tederheid. Deze mijmering doet enigszins denken aan de gelijknamige song uit ‘Veedon Fleece’ van Van Morrison (1974)

Er is een mystery track of bonus track. Die nummer dertien is overigens een cover van ‘Sara Smile’ van Hall & Oates uit 1975/6. Als die sobere versie wegsterft, krijg je opnieuw het begin van opener ‘Boy On A Train’, als om te zeggen: de plaat begint opnieuw. Deze aansporing heb je echt niet nodig, want ‘Old White Men’ is de plaat van een veteraan die niets meer moet bewijzen maar vanuit zijn levenservaring nog een en ander te vertellen heeft. Voor wie daar oren naar heeft.

Antoine Légat (15 08 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s