BABAJACK: ROOSTER… is een tof plaatje van een boeiend bandje. Live zal het nog een stukje meer vlammen, vermoedelijk en Becky Tate mag ons op elk gewenst ogenblik bellen voor een interview.

(KrossBorder Rekords KBR 20121)
http://www.babajack.com
http://www.myspace.com/babajack/music

Na ‘The Maker’ (2008) en ‘Exercising Demons’ (2010) is ‘Rooster’ het derde album van BabaJack, een Brits akoestische blues en folk trio, dat momenteel opgeld maakt in de UK. Enerzijds gaan ze mee met de vernieuwde interesse in Britse blues, zoals Hokie Joint en King King die vertegenwoordigt. Anderzijds zitten ze in de lijn van de no nonsense, onopgesmukte en hou-het-simpel bands of one man bands als Dave Arcari, Seasick Steve, Hat Fitz & Cara (Robinson), Ben Prestage, Jack White, Carolina Chocolate Drops. De vorige cd was al opgepikt door de Britse vakliteratuur, de nieuwe ‘Rooster’ sleepte twee nominaties in de wacht op de British Blues Awards 2012, die op 9 september worden uitgereikt. Een nominatie is er voor ‘akoestische blues band’ en de andere voor ‘instrument (ander dan gitaar, bluesharp, keyboards, bas en drums)’.

Die laatste eer komt Becky Tate toe, zangeres en gezicht van BabaJack, en bedreven op slagwerk, meerbepaald de Afrikaanse drum, de cajón (doos-met-opening waar men op zit en waarvan men het houten vlak met de hand bespeelt, het komt uit Peru, maar is vooral bekend van de flamenco, via Manuel Soler, slagwerker bij gitaarvirtuoos Paco de Lucia) en de stomp of stompbox, houten doos die men onder de voet houdt en waarmee men een diep ritmisch geluid produceert, als een bass drum. Is Becky het uithangbord, dan zorgt Trevor Steger voor het bluesy geluid op zijn winebox guitars (denk aan de cigar box guitars van Seasick Steve of de oil can guitars van Mac Arnold) en meer klassieke gitaren en dobro, plus de rack harmonica of harmonica holder, de bluesharp maar op een houder rond de nek. Becky en Trevor spelen samen sinds 2002, maar hadden voordien ook een leven buiten de blues. Omdat de meeste trio’s uit drie muzikanten bestaan, vermelden we ook nog Marc Miletitch op staande bas, geplukt en gestreken. Hij is afkomstig uit Parijs, maar woont al een tiental jaar in Engeland en speelde alles, van klassiek tot Oost-Europese folk.

Met uiterst minimale hulp blikten ze ‘Rooster’ in en bovendien schreven ze alles zelf, op bewerkte traditional ‘Gallows Pole’ na, dat dank zij Led Zeppelin de wereld rond ging. BabaJack geeft ook toe dat het elfde nummer, tevens de afsluiter, ‘Som’ These Days’ zijn inspiratie haalde bij vroege bluespionier Charley Patton, ‘The Voice of the Delta’, stierf al in 1934, maar is toch te horen op vrij veel opnames (hijzelf spelde zijn voornaam als ‘Charlie’) Natuurlijk is dit ontraamde blues, ver van de glossy producties uit de Chicago blues, maar je krijgt een rauwe en pure sound. Waar ze voor staan, blijkt al meteen meteen in het lekker voortjakkerende ‘The Money’s All Gone’. Vurige Becky gaat vocaal en percussief te keer terwijl Trevor zijn gitaar en harp de sporen geeft. Daarna nemen ze wel gas terug in oma’s raadgeving aan het bedrogen meisje, ‘Plenty More Fish’, maar met zo’n Quod erat demonstrandum als ‘The Money’s All Gone’ zetten ze BabaJack goed en wel op de Britblues kaart.

Meteen is ook bewezen dat de groep in de eerste plaats thuishoort op een podium, met als bonus en blikvanger krullenkop Tate, sexy zoals ze wijdbeens op de cajón zit. Maar toch even terug naar ‘Rooster’! Na het ingehouden ‘Burn All The Bridges’ brengt ‘Skin And Bone’ gelukkig weer meer tempo. Maar ook traag kan het mooi zijn, zoals in ballad ‘Crying For My Home’, beslist een hoogtepunt, onder anderen dank zij de viool van Alan Cooper. Zo wisselt de cd af: het lichtjes funky stampende ‘Sunday Afternoon’ (iets voor vroegere galeislaven?) volgt op het folky ‘Raine’s Song’. ‘Rooster Blues’ gaf zijn titel aan de cd: het drijft op een jazzy baslijn en al zingt Becky ‘It’s not my day for singing the blues’, ze doet het intussen toch maar. Bij ‘Gallows Pole’ kan het trio uiteraard niet wedijveren in intensiteit met Led Zep, maar ze doen hun best. Na het folky up tempo ‘Don’t Get Me Wrong’ zorgt ‘Som’ These Days’ zowaar voor een dromerig einde. De cd klokt af aan veertig minuten. ‘Rooster’ is een tof plaatje van een boeiend bandje. Live zal het nog een stukje meer vlammen, vermoedelijk en Becky Tate mag ons op elk gewenst ogenblik bellen voor een interview. Antoine Légat (07 08 12.doc)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s