BUCKY HALKER & ANDY DEE: THE GHOST OF WOODY GUTHRIE

(online @ www.rootstime.be !)

http://www.buckyhalker.com

http://www.myspace.com/buckyhalkerofficial/music

http://www.woodyguthrie.org

http://www.youtube.com/watch?v=7OgXumqRIso (‘I Ain’t Got No Home‘ live op de canadese TV, met mandolinewizzard Don Stiernberg)

 

Bucky Halker werd grootgebracht in Ashland, in het noorden van Wisconsin, en ontdekte Woodrow Wilson ‘Woody’ Guthrie (1912-1967) zoals vele landgenoten op de schoolbanken via ‘This Land Is Your Land‘, dat de essentie bevat van wat ’s mans muziek zo boeiend maakte en maakt: catchy melodie (die in dit geval al bestaande was), eenvoudige, voor iedereen begrijpelijke woorden en een positieve boodschap… Wat dat laatste betreft, pas nà het censureren van die zaken die Woody woedend maakten en de overheid niet graag verspreid zag, of wat dacht u? Zelfs ‘This Land Is Your Land‘ heeft een drietal gewraakte strofes! In 1970, toen Halker een elektrische gitaar en een bandje had, eigen liedjes uitprobeerde en de rockwereld ontdekte, via Dylan en Hendrix, Beatles en Stones, Animals en Cream, botste hij, leergierig als hij was, opnieuw op Woody en op de akoestische folk, waar je, zo ontdekte hij, om op te treden niet noodzakelijk een groep nodig hebt. Ook de politieke context boeide hem, de romantische en hogelijk naïeve visie van Woody als ‘the rebel musician‘, de troubadour en spreekbuis van het volk. Bucky ontmoette Marjorie, de tweede vrouw van Woody, maar ze kon hem niet helpen bij zijn poging om een essay over hem te schrijven, om een coherent beeld te krijgen van de echte Woody Guthrie. Er was op dat moment (1976) immers nog maar bitter weinig studie naar de man verricht.

Bucky kreeg alras schoon genoeg van de richting waar de folk na de sixties heen ging: zelfgenoegzame, navelstaarderige singer-songwriters ztten de toon, maar ze stonden ver van de broodnodige sociale (en politieke) functie van folk en tegelijk groeide het doodlopend straatje van het doorgedreven purisme van wat Halker de ‘those folk Nazis‘ betitelt. Het is ook de reden waarom hij zich onder anderen naar de punk keerde: was het muzikaal in zijn ogen afgrijselijk, dan was de drijfveer van de punks eerlijk en ‘democratisch’. Halker zegt daarover: ‘Het is moeilijk je in te beelden dat Woody géén verwantschap gevoeld hebben met bands als de Ramones.‘ Toen Halker zich dan opnieuw naar de elektrische gitaar en de rock keerde, was er één figuur die hij niet weg kreeg, u raadt het: Woody Guthrie. Via zijn studies -Bucky Halker is historicus, kunsthistoricus én filosoof- belandde hij bij de geschiedenis van de kleine man, de arbeid en de werkende klasse. Zo kwam hij uiteraard opnieuw uit op Woody… maar ook op de schat aan laat negentiende eeuwse protest en werkmansliederen. Die laatste bleek een regelrechte openbaring en relativeerde in zijn ogen het belang van Woody Guthrie.

Met droef gemoed keek hij naar de leiders van de arbeidersbeweging tijdens de koude oorlog, bang om als commie te worden afgeschilderd en vooral, badend in weelde en daarom niet meer bereid om op de barricaden te gaan staan en te vechten voor de gewone man. Halker zag in dat Woody geen loner was, maar gebed was in een traditie die al lang voor hem bloeide. Aan de andere kant, ontdekte hij via steeds meer lectuur dat Woody ook zijn kleine kanten had en bij voorbeeld de mensen rond hem, vrouwen en kinderen incluis, op schamele wijze behandelde… Hij stelde vast dat hij zelf die kleine kanten bezat. Hij scheidde, werd zelf bohémien en belandde zelfs in de eidn jaren tachtig zieltogende DDR, een bijzondere ervaring. Toen de muziekindustrie in Chicago in de nineties op apegapen lag en muzikant zijn niets meer opbracht, halfweg de jaren negentig, redde zijn universitaire graden hem. Hij kon aan het werk in The Illinois Humanities Council en gaf massa’s lezingen over Woody, de zogenaamde Great Depression en de Amerikaanse werkmansliederen in de periode 1865-1950 (hij publiceerde in 1991 het boek ‘For Democracy, Workers, and God: Labor Song-Poems and Labor Protest 1865-1895‘) Halker begon in die functie naam te maken. Dat stond hem tegelijk ook toe muziek te blijven maken.

Steeds meer begonnen hem de gelijkenissen van zijn eigen leven met dat van Woody leven op te vallen. Een ontmoeting met Woody’s dochter Nora Guthrie bleek cruciaal. Zij was het die achter het Mermaid Avenue project zat: Billy Bragg en Wilco zetten samen, na selectie, een reeks ongebruikteteksten van Woody op muziek zetten en vulden zo twee cd’s. Bucky en vrouw werden goeie vrienden van Nora en man. Halker werd bestuurslid bij de Guthrie Foundation. Zo kon hij eindelijk meer te weten komen over de persoon die hem intussen al een halve eeuw gezelschap houdt. Acht uur per dag kon hij zich nu vermeien in de archieven. Het viel hem op dat Woody meer schrijver was dan songschrijver. Hij raakte ook onder de indruk van de moed die de zieke Guthrie in zijn laatste jaren tentoonspreidde, om te blijven denken en produceren. Halker overwoog het schrijven van een boek, een standaardwerk over Guthrie, maar dat blijft onmogelijk zolang niemand hem de fondsen daartoe bezorgt: de beperkte inkomsten te danken aan de muziek staan hem niet toe lange tijd zonder inkomsten te zitten.

In de muziek liep het intussen steeds beter. Halker oogstte lof bij pers en publiek voor ‘Wisconsin, 2-13-63, Volumes 1 And 2‘, erg gevarieerde cd’s, van folk en country over tex mex tot pop en rock, in 2006 opgenomen met de hulp van topmuzikanten uit Chicago, en hij was de samensteller en producer van een als ‘baanbrekend’ omschreven reeks van vier cd’s, ‘Folksongs Of Illinois‘, die tussen 2007 en 2011 verschenen onder de auspiciën van diverse organisaties waaronder The Illinois Humanities Council. In de zomer van 2010 volgde ‘Caskets In The Cornfields‘ waarop hij met zijn The Johnsburg 3 liederen over sterven en de dood bracht, songs die hij over de jaren in de traditie van Illinois had opgediept. Tot dat trio behoort onder anderen Don Stiernberg, de mandolinist die meehielp om ‘Midwest‘ van Adam James Sorensen zo’n merkwaardige cd te maken (zie onze recente recensie op Rootstime!) Wat een evolutie had Bucky Halker doorgemaakt sinds de bescheiden ‘A Sense Of Place‘, zijn eerste plaat in 1984 met akoestisch gebrachte eigen songs.

Het geeft te denken over de functie van Bucky Halker als archivaris van de lokale folktradities én de nationale traditie van de Amerikaanse working class, waarbij hij als een soort (commercieel!) kleinschalige Ry Cooder delft in het eigen verleden. Zo treedt hij ook in het vaarwater van lieden die elders iets gelijkaardigs doen, zoals Spencer Bohren met New Orleans of Bob Brozman met de hele wereld. Dan wel met de strijdbaarheid zoals we die vinden bij een Country Joe McDonald, een Jim Page, een David Rovics… Maar ook zijn rol als schepper van nieuw werk komt nu op de voorgrond, want plots daagde het hem dat er nog een andere manier was om de man te eren die hem al een halve eeuw in één of andere vorm nabij stond. Bucky dacht eraan om songs te schrijven gebaseerd op Woody’s leven en gedachtegoed, een conversatie zonder spelregels, gebaseerd op Halkers kennis van en research rond Guthrie, of zelfs puur zijn verbeelding. Ten slotte kende hij ‘the kid from Okemah‘ door en door! In plaats van, zoals velen, in navolging van de twee ‘Mermaid Avenue‘ cd’s, te proberen de niet getoonzette teksten van Woody te pakken te krijgen en daar muziek onder te zetten, leek het Halker daarom boeiend om een songcyclus te schrijven met Woody als referentie en ijkpunt.

Dat is, in een notendop, de achtergrond van dit project, ‘The Ghost Of Woody Guthrie‘, twee cd’s met veertien eigen songs van Bucky Halker en vier songs van Woody, waaronder twee van hemzelf, één van Woody met diens broer Jack Guthrie (die tenslotte een andere muzikale richting uitging), en één door Woody vaak gespeelde traditional. Nog vóór de opnames moest Bucky zijn ploeg bijstellen omdat zijn technicus wegviel, maar vriend Andy Dee, bedreven op zowat alles wat snaren heeft (en méér dan dat!), nam ook nog eens de taak van ‘engineer‘ op zich. Een bevriende drummer Joe Lindzius kwam ter hulp en Dee bracht een paar vrouwelijke familieleden in voor backing vocals, zij het maar in twee nummers. Het geheel werd op zes dagen tijd ingeblikt in oude stijl, instinctmatig, meestal in één take en (bijna) zonder overdubs (‘Zoals Woody, Leadbelly en Big Bill Broonzy‘ getuigt Bucky) Het kan wellicht niet eenvoudiger.

The Ghost Of Woody Guthrie‘ werd een aangenaam wegluisterende dubbelaar, die ook zonder de ‘historische’ achtergrond werkt en te genieten valt, al zou het spijtig zijn daar geen besef van te hebben. Halker geeft je inderdaad alle kansen: niet alleen is van elke song de tekst in het boekje te vinden, maar telkens geeft hij ook uitleg over het ontstaan van het lied en alles wat van belang is, zeker in verband met Woody Guthrie. ‘Words that I Can’t Speak‘ opent cd 1 op grootse wijze, als was het een anthem van Woody, maar het volgende ‘Everybody’s Got A Monkey‘ is dan weer een vrolijke sneer naar het mens-DOM, lang niet zo onschuldig als het klinkt. ‘Who Took My Sister Away‘ is dan weer bloedernstig van toon: Bucky verloor een zus toen die twee was. Ook hier een parallel met Woody: die verloor zowel een (oudere) zus als zijn eerste dochter. In het jolig ‘Ridin’ Into Springfield‘ krijgen niet enkel de republikeinen maar ook de democraten er in niet mis te begrijpen bewoordingen van langs. ‘Ze willen allebei hun neus in de trog houden‘ stelt Halker. Woody zelf drukte dit één-pot-nat gevoel uit in een beeldrijk ‘Tweedle-dee and Tweedle-dum‘.

Een kinderballon die zijn flat op de 34e verdieping voorbij vliegt, inspireert hem tot ‘Helium Balloon‘: terwijl hij in gedachten wegvliegt, bekijkt hij de wereld van bovenaf… Het blijkt dat Woody ook iets had met ballonnen, een merkwaardige geschiedenis overigens die u daar maar moet ontdekken. ‘Marjorie Dear‘ is een ode aan Marjorie Guthrie, die hij zoals boven aangegeven, één keer ontmoette, in 1978. Ze deed alles om Woody’s levenswerk in de belangstelling te houden en om fondsen te werven in de strijd tegen Huntington’s (waar Woody aan leed en overleed) en gelijkaardige ziekten. Het werd een vertederende wals en een warme hommage aan een merkwaardige vrouw. ‘Big Hat (Dick Cheney)‘ zegt alles al in de titel…Arme Dick, geen geluk voor jou, arme Dick! Woody schreef ‘Jackhammer John‘ ter ere van de werkers die zich in de tijd van de New Deal van FDR (president Franklin Delano Roosevelt) te pletter werkten en daar toen toch énige erkenning voor kregen. Woody, die zelf geen dag in zijn leven ‘werkte’, deed mee aan de loftuitinge, onder anderen met deze deun. Bucky speelt het nummer al heel lang, maar gaf het een up tempo bewerking. ‘So Woody meets the blues‘ besluit hij.

Op een ogenschijnlijk ‘gewone’ foto van Woody en zijn eerste vrouw Mary Jennings ontdekt Bucky een naar zijn aanvoelen dreigende schaduw. Dat inspireert hem tot ‘Woody And Mary, 1933‘. Na ‘The Ballad Of 393‘ volgt ‘Mail Myself To You‘, een kinderlijk liedje van Woody dat zijn eerste vrouw zong voor de kinderen. Bucky ontdekt dat het lied ook als een ‘adult song‘ kan gezien worden en geeft het een jazz arrangement. ‘Een goeie song staat altijd open voor interpretatie. Die van Woody vormen daarop geen uitzondering.‘. Zo eindigt cd 1. Het zou ons te ver leiden om ook van cd 2 een overzicht te maken. Het volstaat te zeggen dat Bucky Halker verder gaat op dezelfde manier: veel research onderstut de gevarieerde songs die de kleine équipe met veel bedrevenheid en gedrevenheid brengt. Woody’s ‘I Ain’t Got No Home‘ is de pendant van de opener van de eerste cd, ‘Miss Dickinson‘ koppelt een behoorlijk ‘stoute’ gedachtegang aan een heerlijke jazz begeleiding, ‘Loneliness Can Kill Us All‘ vond inspiratie in een zelfmoord en is wat ons betreft ook muzikaal een hoogtepunt.

Op 14 july 2012 was het precies honderd jaar dat Woody Guthrie geboren werd. Bucky Halker en Andy Dee hebben dit herdacht op een fijne manier, met beperkte middelen maar met een eindeloze zielenvlucht. Los van de muzikale meerwaarde biedt deze dubbel cd een onvermoed inzicht in één van de belangrijkste figuren in de cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw (en da’s niet beperkt tot de VS!) ‘The Ghost Of Woody Guthrie‘ is wat ons betreft nu al één van de platen van 2012. Vermits Bucky vaak naar Europa overkomt en ook in onze streken optreedt, kijken we reikhalzend uit naar zijn komst.Antoine Légat (02 08 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s