JEREMY SPENCER – BEND IN THE ROAD

…recensie online @ http://www.rootstime.be !

Jeremy Spencer klopt aan onze deur (de bel doet het niet) en komt zomaar binnengewandeld met een leuke cd (met onder de andere arm een dubbele vinyl) alsof er sinds 1971 niets gebeurd is! Als fan van de ‘oude’ Fleetwood Mac, de innoverende Britse bluesformatie met zijn drie heerlijk tegengestelde supergitaristen, is dat een ontnuchterende vaststelling. Lang heeft dat sprookje niet geduurd, toch niet tot alle potentieel opgesoupeerd was, vonden we toen: er zat nog veel meer in het vat. Eén na één haakten ze af, Peter Anthony Green, Jeremy Spencer en Danny Kirwan, in die volgorde, en elk van hen om redenen die ons toen volstrekt onbegrijpelijk leken: hoe kon je zo’n droomformatie zomaar stuk laten lopen?! Ook nu nog lijken de omstandigheden van de leegloop uit een bijzonder slecht Hollywoodscript te komen. Oh well, tegen 1972 was the dream over… en begon er een andere verhaal dat nog succesvoller was dan het eerste maar dat ons persoonlijk, met véél respect voor de prestaties van de ‘nieuwe’ Fleetwood Mac, die van mega seller ‘Rumours’ dus, toch iets minder kon boeien.

Leek het indertijd allemaal nogal chaotisch, gezien de partiële en tegenstrijdige informatie, de tijd heeft zijn werk gedaan. Wat er toen gebeurd is, is intussen goed gedocumenteerd en vrijelijk op het net weer te vinden. Het doet niet minder de veelal schaarse(re) haren van de bluesfan ten berge rijzen. In het geval van Jeremy Spencer is het gebeurde vlug uitgelegd, al is het onderlinge gewicht van de redenen waarom hij de Mac verliet niet geheel helder: na het vertrek van Peter Green en de toevoeging van Christine Perfect (toen nog Christine McVie), lijkt het erop dat de soms onvoorspelbare, op toneel zelfs niet zelden vrij brutale Spencer de evoluties in de groep in 1971 niet zo best kon verwerken. Een slecht bekomen mescaline trip schijnt zijn gedrag dan nog negatief te hebben beïnvloed. Net toen de groep op een USA-toer van San Francisco naar Los Angeles zou afreizen, werd die laatste stad getroffen door een zware aardbeving (zie onder!) Spencer was op dat moment erg labiel, overhoop met zichzelf en de mensen rondom hem, en had een slecht gevoel bij het evenement in LA.

Hij pleitte tevergeefs bij de groepsleden om het concert af te zeggen. Maar de band vertrok en zou optreden in de bekende Whiskey A Go Go. Maar onze gitarist verliet het hotel met de melding dat hij een boekenwinkel ging bezoeken… Spencer kwam nooit meer terug! De groep moest het optreden noodgedwongen afzeggen, men ondernam een intense zoekactie. Na enkele dagen bleek dat Jeremy zich aangesloten had bij de religieuze sekte Children Of God, volgens sommigen onder dwang, volgens de uniforme beweringen van Jeremy volledig uit eigen beweging. Dat laatste schijnt te kloppen want na zoveel decennia is hij nog altijd actief en enthousiast lid, al gaf hij meermaals toe dat wat hij gedaan had ‘niet schoon’ was tegenover Fleetwood Mac.

Niet dat Spencer volledig uit zicht verdween (evenmin als Green – Kirwan geraakte helemaal in het slop aan het eind van de seventies, even verloren voor de muziek als pakweg Sly Stone en Syd Barrett): in 1972 verscheen ‘Jeremy Spencer And The Children Of God’, en al gapen er bijna twintig jaar tussen ‘Flee’ en een live plaat die hij voor zijn sekte in India opnam, Spencer bleef al die tijd vrijuit muziek maken. In 2006, volle 33 jaar na ‘Flee’, was er ‘Precious Little’, een schijf met eigen songs en een paar bluescovers, opgenomen met plaatselijke muzikanten in het bij vooral singer-songwriters blijkbaar erg populaire Noorwegen (lieden als Tom Pacheco, Eric Andersen, Chip Taylor, David Rovics, Daithi Rua zijn er niet weg te slaan) Moesten we die zes jaar terug gekend en beluisterd hebben dan was deze ‘Bend In The Road’ misschien niet zo’n surprise geweest zijn.

Want ‘Bend In The Road’, we zeggen het zonder bochten in de baan, klinkt alsof Jeremy na zijn bezoek aan de book shop in de Hollywood Boulevard, gewoon teruggekeerd was en zijn nieuwste muzikale ideeën aan de groepsleden voorlegde, daar in het hotel in LA, om dan samen met hen een nieuwe soloplaat te maken, zoals hij al gedaan had in 1970 met ‘Jeremy Spencer’. Zijn stem heeft nog altijd die speciale, jeugdige kleur, zijn gitaar klinkt als bij zijn ouwe groep en het is duidelijk dat hij zijn toenmalige voorkeur voor de koning van de slide gitaar, Elmore James, diens speelstijl en wijze van songschrijven, niet afgezworen heeft. Straffer nog: er zijn op deze plaat geen religieuze overtonen te merken, enkel goed in het oor liggende originals en covers met bluesinvloed, melodische ballads even goed als vlotte up tempo stampers, waar je niet stil kan op blijven zitten. Vele daarvan hadden zo op ‘Then Play On’ gepast (al is dat uitgerekend de Fleetwood Mac klassieker waarop Spencer niet te horen valt, tenzij met de piano in ‘Oh Well Pt. 2’)

Nog straffer is dat Jeremy als gitarist gegroeid is, een bewijs dat hij niet stilzat, en dat hij als mens gelouterd tevoorschijn treedt. De demonen van vroeger lijken ver weg (houden zo) en een goed bij zijn grijze haren (die hij niet heeft) passende levenswijsheid heeft hun plaats ingenomen. Zijn geliefde ‘Mona’, zijn gitaar dus, staat wel op de hoes te pronken, in handen van de meester, maar moest ten tijde van de opnames in herstelling. Hij vond passende vervanging. Ook de omkadering speelt een rol: zo heeft gitarist Brett Lucas beslist een belangrijk aandeel in het welslagen van de cd. Lucas was lid van een Fleetwood Mac tribute band, toepasselijk Rattlesnake Shake getiteld, en voelt Spencer dan ook goed aan. Over die fijne musici, met wie hij zo graag eens live zou optreden (Idee, AB?), over de opnames en de achterliggende filosofie en inspiratie (‘Supernatural’ van Santana speelt daar een onverwachte rol in), over de songs en hun ontstaan geeft het cd boekje uitgebreid commentaar. De behoefte om iemand te bekeren kan hij bedwingen tot het einde van het boekje, waarbij heel even wijst naar ons aller Beste Vriend, dan wel een herwerking van een tekst van een dichter genaamd Praveen. Daar blijft het bij. Maar het mag duidelijk zijn: als hij ons tot iéts wil bekeren, is het in de eerste plaats tot de blues. Enne… Hallelujah, bij Sint-Jeremy, ik ben bekeerd (voor zover nog nodig)!

Dat begint al met de opener: ‘Homesick’ is een onweerstaanbare shuffle getekend James Williamson, neef van Elmore James en zelf slidegitarist. Spencer wilde de song al 45 jaar geleden opnemen, maar vond pas recent een exemplaar (het was het succes van die bepaalde song dat de man in 1952 zijn bijnaam gaf, Homesick James) Het daaropvolgende ‘Cry For My Baby’ is een nummer dat Elmore bekend maakte. De tandem Spencer-Lucas werkt hier optimaal. Het nummer gaf Jeremy bovendien de kans om piano overdubs te doen, de eerste in vele jaren. Een keyboardspeler kon immers niet meer van het budget af, maar Spencer wijt het aan de bemoediging door zijn team dat hij dit met vertrouwen klaarde. ‘I Walked A Mile With Sorrow’ maakt voor een deel gebruik van Bijbelse woorden, maar er zit nog veel meer in en het geheel is gewoon een lekkere bok country.

Met het bijzonder aanstekelijke probeer-maar-eens-stil-te-zitten ‘Earthquake’, onmiskenbaar geënt op ‘Summertime Blues’ of ‘Nervous Breakdown’ van Eddy Cochran, denk je meteen aan de zwanenzang van Spencer bij de Mac, de aardbeving in LA van 1971, maar het blijkt geïnspireerd door een aardbeving in Griekenland in 1981, waar hij zich middenin bevond (hij lijkt ze wel aan te trekken… Voer voor seismologen?!) Dit ‘Earthquake’ is één van de op deze cd schaarse verwijzingen op deze cd naar de sterkte van Spencer in de dagen van Fleetwood Mac: hij stond immers bekend als uitstekend… imitator van oude helden, niet alleen een Elmore James, maar ook een John Mayall, Elvis, Buddy Holly. Hij kan dat duidelijk nog, maar houdt zich wel degelijk in. ‘Aphrodite’ is een eerste instrumental, met een Mac style break. Bij ‘Secret Sorrow’ denk je heel even aan ‘Need Your Love So Bad’, maar de songs ontwikkelt zich anders en wordt bijna even mooi. ‘Stranger Blues’ brengt dan weer leven in de brouwerij (Elmore goes Latin!)

‘Homework’ van Otis Rush krijgt een prima jasje aangemeten, terwijl het geslaagde ‘Desired Haven’ de tweede instrumental is. Als u weer even aan ouwe Mac denkt, weet dan dat Spencer dit in 1972 schreef, maar nooit wist te voleinden. Tot nu. Misschien is ‘Come To Me’ iets te melig van tekst en uitwerking, maar daar gaan we niet over struikelen. Ook het volgende ‘Merciful Sea’ zullen velen als ‘te braaf’ klasseren, maar herhaalde beluistering openbaart de hemelse schoonheid van deze derde woordeloze. Geen blues, maar een onversneden reis richting hemel, die ‘Merciful Sea’. In het volgende ‘Refugees’ wordt het tempo dan weer duchtig opgetrokken. Dat nummer blijkt eigenlijk… ‘Flee’ te zijn, titelsong van het geflopte album van eind de seventies. Spencer voelde altijd al dat er meer inzat. Hij herwerkte de tekst en gaf het een strakkere beat, beter aangepast aan het thema, meer dan ooit actueel. Het gitaarwerk aan het einde doet weer denken aan, je raadt het, via meerdere gitaarlijnen die zich verstrengelen in een forse finale. Het titelnummer sluit af met de positieve boodschap van de wellicht Indische dichter, als hierboven beschreven. Hooggestemd, ahum, esthetisch verantwoord (dat klinkt beter dan ‘enigszins melig’) en met de backing van Rachel May.

Nog even aanstippen dat er een verschil is tussen de cd met veertien songs en de dubbelelpee met zeventien. Vier songs vind je enkel op de ‘Limited 2-LP Gatefold Edition’ maar ‘Homework’ verschijnt dan wel enkel op de cd. Ook die vier songs hebben we aanhoord. De fan zal de aankoop overwegen alleen al op basis van de versie van Elmore James’ ‘The Sun Is Shining’. Het stond al op Fleetwood Macs ‘The Pious Bird Of Good Omen’. Over goed zes minuten, bijna twee keer zo lang als de eerste versie, laat Spencer zich eens goed gaan. ‘Strange Woman’ is een bravere pendant van ‘Black Magic Woman’. Niet onontbeerlijk voor de modale luisteraar, maar misschien staan ze precies daarom alleen op de LP.

Een aantal fans zullen het geheel wat te braaf vinden, maar dat vinden we geen punt: dat werd ook gezegd van de vroege soloplaten van Eric Clapton, en die hebben de toets van de tijd met glans doorstaan. Wat ons betreft is Jeremy Spencer terug, terug van véél te lang weggeweest. De vakantie is eindelijk begonnen! (24 07 12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s