Giorgos XYLOURIS (PSAROGIORGIS) & Nikos XYLOURIS in het Leescafé van intercultureel centrum De Centrale te Gent op zondag 3 juni 2012: ‘Een optreden als dit houdt de waakvlam van de hoop brandend, in de verwachting dat het weer een trots Olympisch vuur wordt…’

Op zondag 3 juni gaven Giorgos (ook: Giorgis) Xyloùris, alias Psarogiorgis (ongeveer uitgesproken als ‘Psaroyóryis’) en één van zijn zonen een puntgaaf concert weg in het Leescafé van De Centrale. De jonge Nikos Xylouris is met zijn broer Andonis ‘the next generation’ in een muzikale familie -of mogen we van dynastie spreken?- met een naam die onveranderlijk prima herinneringen oproept bij allen die enigszins met de Kretenzische muziek vertrouwd zijn. Dit concertverslag geeft het officiële startschot voor een reeks over Griekse dhimotikà, volksmuziek, die u volgend seizoen in dit magazine zal kunnen lezen.

Het dorpje Anog(e)ia (Ανώγεια, ‘Anója’ uitgesproken, te vertalen als ‘Hoogland’) ligt zo’n 40 km ten (zuid-)westen van Iràklio (Herakleion), de hoofdplaats van het Griekse eiland Kreta. Is Kreta zelf al een voorbeeld van de ‘splendid isolation’ van de eilandbewoner, dan is Anója dat in het kwadraat. Het is een herdersdorpje dat tegen de Psiloritis aan ligt, de ‘Hoge Berg’ die men ook kent als de Ida (of Idi) berg, met zijn 2454 m de hoogste punt van Kreta. Het is een herdersdorpje dat zowat het Bokrijk van Kreta vormt. Maar stil was het er nooit: zo was het een constante haard van verzet tegen de Ottomaanse overheerser. In 1822 werd het dorp gebrandschat, in 1866, het jaar van de inname van het Arkadi klooster, toonde het nogmaals zijn tanden. In WOII legde het zich, geholpen door het typische guerilla landschap, niet neer bij de Duitse bezetting. In augustus 1944 leidde dat tot een vreselijke vergeldingsactie van de nazi’s. Het voortdurende verzet tegen ‘buitenstaanders’, de harde winters in de ruwe omgeving maakte van de inwoners taaie, karaktervolle lieden, die tegelijk ook de traditionele Griekse gastvrijheid hoog in het blauw-witte vaandel droegen. Er bestaan prachtige geposeerde foto’s van fiere ‘strijders van Anója’, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten…

Nog op een andere manier was het hier nooit stil. Er werd veel gezongen en gemusiceerd, een geliefde hobby van herders… en niet alleen van herders! Anója telt amper 2500 zielen, maar het drukte zijn stempel op de Kretenzische volkse muziek. Men kent Loudovikos ton Anójon, letterlijk Ludovic van Anója, dus, wiens echte naam echter Yorjis Dhramoundànis is. Zijn verstilde, haast gefluisterde muziek op traditionele basis verleende hem de eretitel ‘Prins der Tederheid’. De man verdient met zijn omvangrijke en verscheiden productie eigenlijk een apart artikel. Men moet zijn schitterende ‘Mirolojia’ (‘Klaagzangen’) plaat uit 1985 maar eens tot zich nemen, of zijn frequente vormen van samenwerking met de fine fleur van de Griekse muziek in diverse muzikale benaderingen bestuderen: Manos Hadjidhàkis, Nena Venetsànou, Nikos Papàzoglou, Lizèta Kalimèri en Melina Kanà staan op die lange lijst!

De meesten zullen bij het horen van ‘Anója’ echter denken aan de broers Xylouris, in de juiste volgorde, Yannis, Nikos en Antonis (uitspraak: A(n)donis), en hun nazaten. Bij uitbreiding zijn er muzikanten die men vaak associeert met de Xylouris: we denken bij voorbeeld aan kunstlied componist Yannis ‘Wie betaalt de Veerman?’ Markópoulos, die met Nikos een paar historische platen maakte tijdens het kolonelsregime, of aan de Ierse globetrotter en geadopteerde Kretenzer Ross Daly, virtuoos op zowat alles wat snaren heeft en voorvechter van de confrontatie van culturen, maar wel vanuit de eigenheid hiervan. In beeld komt dan tevens componist, instrumentenbouwer en specialist van de lyra en andere traditionele snaarinstrumenten, Stelios Petràkis, samen met zijn leermeester Daly dé exponent van het op een hedendaagse manier omgaan met de traditie.

Die traditie wordt verzinnebeeld door de reus uit de vorige generatie, Kostas Moundàkis, zanger en virtuoos op de lyra, afkomstig van dat andere ‘Kretenzische Bokrijk’ met ook zo’n 2500 bewoners, het ‘geografisch beschermde’ Sfakià (Hora Sfakión). In de jaren zestig schreef Moundàkis menig, intussen klassiek geworden lied, dat tot de liederenschat van het eiland behoort. Stelios Petràkis (die tijdens zijn leerjaren Moundàkis ooit nog had als examinator) en Giorgos Xylouris traden al vaker samen op in De Centrale of in De Bijloke, meestal met nog andere muzikanten rond zich. Ross Daly van zijn kant was ‘slechts’ één maal in De Centrale te gast. Het grootse concert van De Bijloke van 19 maart 2011, met naast Giorgis Xylouris en Stelios Petràkis ook zangers Yorgis Manolàkis, tevens laouto, en Zacharias Spyridàkis, tevens lyra, had enkel te lijden onder de omvang en de akoestiek van de (architecturaal nochtans prachtige) zaal (Het Kraakhuis) en dat sterkte De Centrale in de overtuiging dat het optreden van vader en zoon Xylouris het best zou werken in een kleine ruimte zoals het Leescafé.

Bij het voorvoegsel ‘psar-‘ heb je meteen de neiging om te denken aan ‘psari’, Grieks voor ‘vis’, zoals in ‘psarás’, ‘visser’, en ‘psaropoùla’, ‘vissersboot’. Maar er bestaat ook het woord ‘psarós’, wat ‘grijs (gespikkeld)’ betekent, zoals van hoofdhaar. Vermits Anója ver van zee en in een bergachtig gebied ligt, leek het tweede voor de hand te liggen. En toch… Andónis Xylouris, de jongste van de drie broers, geeft een bijzondere verklaring voor zijn bijnaam ‘Psarantónis’ (‘Psarandónis’ uitgesproken) en die van zijn broers (‘Psaroyànnis’ en ‘Psaroníkos’) Op http://www.skopos.be, bij uitstek de site voor alles wat Griekse muziek (en dans) is, vind je nog een reeks andere theorieën, maar het was Psarandónis die de meest sluitende verklaring gaf. Hierbij komt het visserslatijn (vissersgrieks?) toch weer om de hoek piepen, zij het in een onvermoede context.

Het was met hun grootvader dat de traditie van het voorvoegsel werd ingezet. Opa heette ook Andónis Xylouris. Tot de bevolkingsruil van 1923 leefden er nog veel Turken op Kreta, dat nochtans sinds 1897 weer ‘onafhankelijk’ was. Onder invloed van de spraakmakende Kretenzische politicus Elefthèrios Venizèlos (die in alle Griekse dorpen en steden zijn plein of straat heeft; huidige PASOK-voorman Evàngelos Venizèlos is geen familie!) werd Kreta in 1913 weer onderdeel van Griekenland. Uit het vervolg lijkt het misschien niet zo, maar het verplichte vertrek van de laatste zogenaamde Turken (eigenlijk moslims, want godsdienst vormde het onderscheid, niet de taal) werd door vele Kretenzers niet gewaardeerd. Het zou zelfs tot relletjes gekomen zijn omdat men de exodus van zo’n 30.000 ‘Kretenzers’ wilde beletten!

Het volgende speelt zich dus af kort vóór 1923. Turkse bendes van een dorpje in de buurt van Anója pleegden geregeld diefstallen in het dorp en de inwoners zaten deze Turken dan achterna in de beste gendarm-en-dief stijl. Opoe Nikos was een uitstekende loper: hij liep de dieven zelfs voorbij om dan de eersten op te wachten en die enigszins hardhandig te wijzen op hun fouten. Dat was zo opgevallen, dat er aan Turkse zijde met ontzag gezegd werd dat hij ‘ons pakt als vissen’ (deze uitdrukking klinkt in het Griekse taalidioom beter dan in het Nederlands) Voortaan mocht de Kretenzische Usain Bolt eerst de eretitel dragen van ‘Psarótourkos’ (‘Vis(sers)turk’, naam die logischerwijs enkel zo te verklaren is, want Nikos was een Griek!), wat mettertijd, na het vertrek van de Turken allicht, ‘Psarandónis’, ‘Visser Andonis’ werd, naar zijn voornaam.

Psarandónis’ kleinzoon Nikos Xylouris overleed in 1980, amper 43 jaar oud, aan een hersentumor. Waarom deze man de ‘Aartsengel van Kreta’ genoemd werd, kan men horen in de immens populaire opnames die hij vanaf 1958 maakte. Nikos ontwikkelde zich tot een nieuwe Orfeus., de mythische zanger die niet alleen mensen maar ook dieren en zelfs stenen kon ontroeren. Zijn stem raakte de Kretenzische ziel zoals niemand anders dat ooit gekund heeft: nog steeds spreken Kretenzers met ontzag over ‘hun’ zanger… Ook zijn beheersing van de lyra is legendarisch. Dat hij, zoals al even aangeraakt, aan de zijde van Markópoulos mede actief was in de strijd tegen de militaire junta, heeft nog een dimensie toegevoegd aan de legende. In 1971 kreeg de tandem Markópoulos-Xylouris de Grand Prix du Disque van de Académie Charles Cros voor ‘Rizítika’, een plaat met de typische West-Kretenzische stapliederen, toen een traditie op uitsterven (ook in de film ‘Zorba’ hoort men een rizítiko).

‘Rizítika’ is eigenlijk onvertaalbaar, maar de term verwijst naar de ‘rizes’, de voeten van de bergen, waar er in groep lange afstanden te voet werden afgelegd. De verklaring die wij van Markópoulos en Haràlambos Garganouràkis (Nikos’ opvolger bij Yannis als zanger en lyraspeler) kregen, is dat men onder het wandelen en zingen op ritmische wijze stenen gooide tegen de wortels om het tempo te onderstrepen. Your guess is as good as mine! Nikos Xylouris stond tevens mee aan de wieg van de èndechna, de Griekse kunstliederen, via zijn werk voor Markópoulos op nog immer schitterende platen als ‘Ithajènia’ (‘Burgerschap’) en ‘I Elèftheri Poliorkimèni’ (‘De Vrije Belegerden’), het meeslepende oratorium over de tragische inname van Missolonghi in 1824, op basis van de onafgewerkte tekst van Dionýsios Solomós (de auteur van de ‘Hymne aan de Vrijheid’, tekst van het volkslied).

De andere kleinzoon, Psarandónis, intussen 70, is nog altijd actief, al vindt hij er tegenwoordig vooral genoegen in voor de vrienden te spelen in een kleine ruimte in Iraklion. Hij bracht zijn eerste plaat uit in de jaren zestig. In de jaren negentig was hij geregeld te horen in België, o.a. in de Gele Zaal in Gent. Niet alleen bespeelt de man met de baard op geweldige wijze de lyra, maar eens je hem hoort zingen, vergeet je hem nooit meer. Vermoedelijk ging Tom Waits bij hem in de leer… De diepe grom wekt vertrouwen. In de jaren negentig vervoegde dochter Niki vaderlief vaak op het podium en op plaat. Zoon Giorgos trad in de voetsporen van zijn vader, maar bekwaamde zich in de laoùto (die luit die grosso modo een oed-met-frets is) zoals zijn oom Psaroyànnis, die echter nooit de reputatie van zijn beide broers zou verwerven. Amper elf jaar oud trad hij met zijn vader op in de dorpjes van Kreta. Dat de tijden niet stilstaan, bewees ook deze Xylouris: de laoùto bezorgde van oudsher de Kretenzische volksmuziek de zo typerende stuwende begeleidende functie. Geleerden zien daarin zelfs een echo van de basdreun, de bourdontoon van de Orthodoxe gezangen. Maar meer down to earth beschouwd zorgde de luit voor de niet aflatende, haast trance verwekkende cadans, waarop de Kretenzische dansen als de heftige pendozàli zich zo ‘makkelijk’ laten dansen.

Psarogiorgis gaf de laoùto echter een functie vooraan, als solo-instrument dat de melodie speelt, draagt en verfraait. Naar familiale gewoonte heeft hij een prachtige stem. Giorgos is ‘mensenfluisteraar’ zoals zijn vader, maar hij zingt iets minder schor en diep. Hij besloot uit te wijken, wat al sinds jaar en dag een ‘Griekse traditie’ is, en vestigde zich in Melbourne, Australië, waar een sterke Griekse kolonie huist, met o.a. een erg bloeiende rebètikasien. Naar verluidt woonden er in Melbourne ooit meer Grieken dan in Patras, de derde grootste in Hellas. Confirmatie hiervan hebben we helaas niet. Giorgos zou in deze Griekse biotoop acht jaar wonen en werken. Met het Xylouris Ensemble maakte hij een zevental platen, waarvan er twee (‘Antipodes’ uit 1998 en ‘Drakos’ uit 1999) genomineerd werden voor de ARIA Fine Arts Awards. Sinds kort maakt de volgende generatie deel uit van het ensemble: Nikos en A(n)donis zijn dan wel geboren en getogen in Melbourne, en praten vanzelf’sprekend’ een aardig geaccentueerd mondje ‘Aussie English’, maar ze blijven in hart en nieren Hellenen en Kretenzers.

En zo kwamen Giorgos en zoon Nikos, die vooral de lyra bespeelt, voor drie concerten naar ons land. Ze traden twee maal op in het Brusselse Art Base, waar Griekse muzikanten, naast andere ‘wereldmuzikanten’ welkom zijn (de Nederlandse programmator Frans Declercq kent Griekenland, de Nieuw-Griekse taal en de Griekse muziek in al zijn facetten als zijn broekzak) Op vrijdag 1 en zaterdag 2 juni speelde het duo in de volgestouwde kleine kunstgalerie. We trachtten er die zaterdag nog bij te zijn en kregen, vroeg als we waren, zelfs nog de soundcheck te horen, maar het volk stond vlak voor het concert tot buiten te drummen om toch nog maar een plaatsje te bemachtigen. Helaas, Art Base was onverbiddelijk ‘JEMÁTO/COMPLET’! Om toestanden als het Heizeldrama te vermijden, dropen we dan maar wijselijk af. Ook het Leescafé was zondag 3 juni meer dan goed gevuld, maar iedereen kon er net(jes) in, wat al reden tot tevredenheid en goede luim bleek.

En zoals verwacht en verhoopt werkte de magie van deze muziek met zijn patine van eeuwen wonderwel in deze omgeving. Vader Giorgos werkte de eerste twee stukken alleen af op de laoùto. waarna Nikos erbij kwam. Die nam de laouto over, terwijl Giorgos een prachtig model van een tzouràs ter hand nam (een langhalsluit, familie van de tambouràs, en als dusdanig ergens tussen de bouzoùki en kleine broertje baglamàs in) Na één stuk op twee luiten, bespeelde zoon Nikos hoofdzakelijk de lyra, zijn gebruikelijke instrument. Het viel op dat Nikos al eens afweek van de vaste patronen die je bij andere lyraspelers vindt en dat de dynamische jongeman er zowaar innoverend mee omging. Dat mag natuurlijk in muziek, waar de invulling mag en kan geïmproviseerd worden, en het bleef al bij al vij beperkt. Tijdens de pauze vroegen we Nikos hiernaar en in heerlijk ‘Melbourns’ kregen we een uitleg die erop neerkwam dat ‘iedere vogel zingt zoals hij gebekt is’. Het was overigens een zeer vriendelijk antwoord, want hij was blij dat die flitsen van een heel eigen speelstijl niet onopgemerkt voorbijgingen.

Giorgos zette in met ‘Ka(m)banes/Echi Axia’ (dat volgens de playlist pas in het tweede deel moest voorkomen) Daarop volgde ‘Kastela’, de opener van Giorgos’ zeer aan te raden ‘Ki an cheretíso ta Vounà/Si je salue les montagnes/If I Greet The Mountains’ (op het Accords Croisés label uitgebracht; 2009), een archetypische cd die samenbalt waar de man muzikaal voor staat, ingeblikt met de hulp van o.a. Stelios Petràkis, de uitzonderlijke luitspeler Periklís Papapetrópoulos en Iraanse slagwerker Keyvan Chemirani (lid van het Chemirani Ensemble, dat Perzische klassieke muziek speelt), die met Petràkis ook al vaker te gast waren in De Centrale. ‘Kastela’ (of ‘Castellas’) werd gekoppeld aan ‘Gorgóna’, geen wonder: beide zijn gecomponeerd door Yannis en Stelios Petràkis. Uit ‘Ki an cheretíso ta Vounà’ kwamen nog andere stukken, zoals ‘Dafni’ en ‘Lava’. Giorgos liet niet na een rizítiko te brengen, altijd een bijzonder moment in zo’n set. De syrta dansritmes waarin oom Nikos destijds zo uitblonk maken dat enkele jonge Grieken, in de meerderheid dames, alras aan het reidansen sloegen, al was de ‘dansvloer’ hier beperkt tot enkele m². Maar waar een wil is, is een balzaal.

Het eerste deel eindigt met twee fragmenten uit de ‘Erotókritos’, een ‘romance’ of liefdesepos van iets meer dan 10.000 rijmende verzen, die eigenlijk ‘mandinàdhes’ zijn. Een typisch Kretenzische ‘mandinàdha’ (‘mantinata’ geschreven) bestaat uit twee verzen van 15 lettergrepen, die tijdens danssessies geïmproviseerd werden en vaak een antwoord verwachtten van ‘tegenspelers’; de naam is afgeleid van het Venetiaanse ‘matinada’, ‘ochtendlied’… Er worden er nog steeds gecomponeerd, maar zo goed als niet geïmproviseerd… bij ons weten! De ‘Erotókritos’ werd geschreven door Vicenzo (Vikentios…) Kórnaros, tijdgenoot van Shakespeare, vroeg in de zeventiende eeuw, toen continentaal Griekenland al zuchtte onder de Ottomaanse bezetting. Tot 1669 bleef Kreta immers onafhankelijk, wat maakte dat het eiland wel een Renaissance kende onder invloed van handelsnatie Venetië, dat vaste voet had verworven op Kreta. De naam Kornaros wijst hier al op. Die familie was van gemengd Kretenzische en Venetiaanse afkomst en ze bracht nog kunstenaars voort. Maar de bekendste naam in de ‘Kretenzische Renaissance’ is uiteraard Domínikos Theotokópoulos, die we beter kennen als de eerst naar Venetië en Rome, later naar Toledo uitgeweken El Greco, reus in de schilderkunst (en meer dan dat…).

De ‘Erotókritos’ is het verhaal van de avonturen van Erotókritos en zijn geliefde Arethoùsa, dochter van de koning van Athene. Zoals gewoonlijk beleven ze veel hachelijke avonturen en loopt het bijna verkeerd af… Het genoot in gans Hellas enorme bijval, want het is een in een schitterende taal geschreven ode aan de liefde, de vriendschap, de moed, het eergevoel en de vaderlandsliefde. Maar het werk vormt in de eerste plaats de trots van de Kretenzers. Tot aan de komst van geschreven media en geluidsdragers kenden niet weinig bewoners van het eiland, mensen van eenvoudige komaf, het gans uit het hoofd. Omdat het concert uitliep en we onze trein moesten halen, kregen we het laatste kwart niet meer te horen, maar het was duidelijk dat het tempo steeds verder de hoogte in ging. Voor de al genoemde pendozàli, dé typische dans van Kreta, met zijn woeste sprongen, was hier geen plaats, maar daar viel wellicht wel een mouw aan te passen. De pendozàli (pentozàli, pent/dozàlis, pent/dozàles) is in oorsprong een oorlogsdans met vijf (=pènde) basisstappen. Het tweede deel van het woord komt van ‘zalos’ = ‘sprong’ en/of ‘zali’, ‘duizelig’.

Duizelig werden wij dan weer van dit concert, de uitdrukking van de cultuur van een volk dat tegenwoordig veel te lijden heeft onder de dwaasheden van internationale en binnenlandse politiek, het mondiale bankwezen en de falende wereldeconomie. Een optreden als dit houdt de waakvlam van de hoop brandend, in de hoop dat het weer een trots Olympisch vuur wordt. We kunnen er allemaal aan meewerken, al was het maar door onze waardering te tonen voor deze kunstzinnige en kunstminnende lieden. Efcharistô pàra polù, Giorgo kè Niko!

Antoine Légat.

P.S. Dit artikel vindt men weer in het tweemaandelijks tijdschrift van De Centrale, nr. 79 (13e jaargang) met algemene info over het komende seizoen, inzonderheid over de wereldmuziekschool, tel. 09/265.98.28; decentrale@gent.be .

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s