LUPA LUNA in het Leescafé van intercultureel centrum De Centrale te Gent op donderdag 25 mei 2012: ‘ ‘Le ciel est au bout’ mag dan piëteitsvol opgedragen zijn aan Greets overleden grootouders, de muziek is sprankelend, levendig en hedendaags’

In 2009 bracht LUPA LUNA (*) zijn debuut ‘Le ciel est au bout‘ uit. Die release kreeg misschien toch niet de aandacht die bij zo’n debuut hoort. Per slot van rekening ging het hier om de gebundelde krachten van Greet Garriau (zang; diatonisch accordeon), Sam Van Ingelgem (zang, elektrische bas, percussie) en Geert Waegeman (backings, mandolines, mandola’s, viool, piano, synths, gitaar, en nog veel meer…), mensen met een pedigree dus. Greet kennen allicht heel folkminnend Vlaanderen als frontvrouw van FLUXUS, Sam als de bas van datzelfde Fluxus, maar o.a. ook van MAGISTER en ‘Living Roots‘, geesteskind van Koen Garriau, broer vàn. Geert is een constante in de Belgische muziekscene als zanger en muzikant bij en producer van groepen en medewerker aan projecten, al sinds de dagen van CRO MAGNON. Die formaties zijn veel te talrijk om op te sommen, maar het is duidelijk dat het aantrekken van iemand buiten de strikte folk tot boeiende, onvoorspelbare interactie aanleiding gaf.

 

We hadden Lupa Luna nog niet aan het werk gezien en waren dan ook hondsbenieuwd toen we hoorden dat de groep nog eens een concert zou geven, gratis dan nog wel, in het leescafé van intercultureel centrum De Centrale in Gent, waar Greet les geeft (en Sam soms achter de bar staat, maar dat heeft hier verder geen belang) Dit was des te meer ‘speciaal’ omdat Greet al een hele poos het zingen en spelen voor een publiek niet meer zag zitten. Vrienden overtuigden haar om dat dipje te overwinnen. We vermoeden dat het haar niet gespeten heeft, want de reacties gingen veel verder dan de in deze omstandigheden te verwachten beleefde blijken van sympathie. Het goed gevulde leescafé wist immers de muzikale prestaties van Greet en haar mannen ten zeerste te waarderen.

 

Dat Lupa Luna grotendeels terugviel op het repertoire van ‘Le ciel est au bout‘, is niet meer dan normaal: het is het logische beginpunt bij een herstart. De grootste verandering sinds de cd is de personeelswissel. Bezige bij Geert verliet de groep. Greet en Sam dulden sinds drie jaar Thomas Noël (keyboards, cajon, cymbalen en andere percussie; gewoonlijk speelt hij nog wel een en ander… Leve het multi-instrumentalisme!) naast zich, iemand die ook niet meteen met folk te associëren valt, maar met zijn ‘eclectisme’ voor de gewenste verbreding zorgt. Voor dit concert kwam ‘artistiek ontdekkingsreiziger’ John Snauwaert (tenor- en sopraansax, blokfluit, heu, ovenschotel en donderbus – ja, u leest het goed) de rangen versterken. Voor een tweede maal al, vernamen we. We weten dat John het razend druk heeft met o.a. zijn jazzprojecten, maar vinden zijn inbreng in het concept werken.

 

Van bij opener ‘De Zee‘ wist het viertal sfeer te scheppen, sfeer die het hele optreden zou doordesemen. Dat had uiteraard te maken met de muziek, maar ook met de vaak heel persoonlijke kronieken waar Greet zowat alle liedjes van voorzag. De magie die Fluxus live ook bezat, maar uiteraard met eigen accenten. Dat Lupa Luna door het gebrek aan spelen nog niet helemaal de geoliede machine is die je mag verwachten met zo’n uitstekende musici, viel amper te horen, maar een zeldzame keer wel te zien. De occasionele onderlinge blikken van verbazing (‘Wat doe je nou?!‘) voegden eerder toe aan de positieve totaalindruk: levende, lillende muziek, zo niet ter plekke bedacht dan toch opnieuw uitgevonden. Esdanietof? Greet mag dan geen operazangeres zijn, ze maakt je blij met haar hoogst sensitieve, somtijds breekbare en steeds hogere regionen opzoekende zang. Ze wekt vertrouwen en past bij de warme klanken van Lupa Luna.

 

A Portrait‘ van Robert Louis Stevenson (Schot en auteur van ‘Treasure Island‘, ‘Schatteneiland‘ dus, en ‘The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde‘) is één van de twee Engelstalige liederen in het aanbod. Net als ‘The Fly‘ van William Blake is het een onverwachte maar boeiende keus die aansluit op de grillige leefwereld van Greet Garriau. Geert Waegeman schreef ‘Gaudi‘, een lofwaardige poging om het mysterie van de Spaanse architect te doorgronden. Al voegt deze impressionistische prachtsong misschien nog meer ‘mysterie’ toe: ‘Eenmaal ’t gebroken is dan kan het niet meer stuk. De scherven van het glas ze spiegelen de lucht. Als de stenen van Gaudi.‘ De volgende song vindt indirect zijn inspiratie in de… begrafenis van een nonkel: op zijn graf dansten uit Afrika afgekomen vrienden in beste ‘lokale’ traditie, maar de planken boven het graf begaven het onder zoveel enthousiast verdriet, zodat de brave man ook toen nog voor een klinkende ‘practical joke‘ zorgde. Greet dacht aan de onverwachte humor van die situatie tijdens het schrijven van ‘Omi‘, lied dat de cd opent en ontstond n.a.v. de begrafenis van haar oma. Het is grotendeels instrumentaal met heerlijk speelse vocalises. Tegen het einde aan fluistert ze: ‘Patience mon âme, le ciel est au bout…‘: de cd had meteen zijn titel gevonden. Een Afrikaan was er donderdag echter niet in zicht. Tot verrassing van de ‘prijswinnaar’ zegt Greet: ‘Thomas zal de Afrikaan spelen‘, waarop Sam: ‘Hij ziet al zwart van binnen!‘ van je collegae moet je het hebben…

 

Het verhaal dat hoort bij ‘Avond‘ op tekst van Jan De Vuyst, is zo ontroerend fraai dat u dat live maar eens moet gaan horen… en zien. Een ‘Muzette‘ werkt op de benen, maar dit is een luisterpubliek, dat meer oren heeft naar de tekst, de ‘battle of the sexes‘ gezien vanuit het perspectief van Greet. Ze neemt geen blad voor de mond, maar de strijd heeft zijn prettige kanten: ‘Verdomd, dat was ne knappe vent‘. ‘Lievies‘ is een wals die Greet schreef voor de trouw van haar broer. Zo’n gelegenheidsmuziek zit er wel meer bij. ‘Before The Noise/The Noise Will Stop‘ schreef ze als reactie op een bezoek aan Dranouter. Ze kwam weer van het voormalige ‘folk’ festival met tuitende oren, platgeslagen door de decibels. Hilarisch is het stukje scatting waarmee ze het lawaai van de luidbekse groepen mimeert. De instrumental raakt steeds meer ontregeld tot een kakofonische climax, een fikse subsidie uit Brussel waard!

 

Het daaropvolgende ‘St Sarah‘ is dan weer een moment van verstilde pracht. Luc Van Autreve, baas van ‘onafhankelijke kunstenarijDe Ontginning in Zaffelare waar een deel van de cd werd ingeblikt, schreef dit, allicht na een trip naar Praag. Op de Karelsbrug (voorheen Judithbrug, begonnen in 1357, 516 m lang met 16 bogen; ze ligt over de Moldau en verbindt twee belangrijke stadsdelen; de toren is één van de mooiste gotische bouwwerken ter wereld) staan sinds 1700 dertig standbeelden, meest in barokstijl. Die beelden staan ook voor de poort van de Sint Sarahkerk. Ze inspireerden Luc tot gemijmer vol poëtische beelden: ‘Welkom zingt St Sarah en denk nu niet langer. Laat langzaam je verlangen vervagen in de klank van dit uur.‘ In ‘The Fly‘ beeldt Sam de bromvlieg uit via het passende gegrom en het bewerken van de bassnaren met een plastiek zak. Hier komt de… ovenschotel van John te pas, die echter vooral voor zijn eens te meer memorabele saxuele interventies een vermelding verdient. Als men in Hollywood nog geluidsmakers zoekt, de know how hebben de heren al.

 

Niet onverwacht is de finale opgewekt en dansbaar. Daar zorgen ‘Yin Yang Bourrée‘ en ‘Fantango‘ voor. ‘Ik zou NOOIT een tango schrijven. Is mijn ding niet. Maar een tango lokt de oude Jack Russell van mijn ma nu eenmaal uit zijn mandje…‘ Nood breekt soms wet! Ook de heren zorgen af en toe voor stemmenwerk, in ‘Fantango‘ zelfs iets minder bescheiden. Het bisnummer is ‘voor de mama’s’. We zijn per slot van rekening in de periode van moederdag en daar hoort een muzikaal boeketje bij. De zwierige ‘tierelidap-dap‘ stoplap van deze fraai gedraaide reggae blijft nog uren in ons hoofd rondtollen (moet ik nu SABAM bijbetalen?) Nog een laatste keer tovert John een solootje uit zijn tenor. Niemand danst, iedereen geniet. ‘Le ciel est au bout‘ mag dan piëteitsvol opgedragen zijn aan Greets overleden grootouders, de muziek is sprankelend, levendig en hedendaags, allesbehalve oubollig. En zeggen dat de makers (krakers?) van het cultuurbeleid (beleid?!) in ons land deze klanken maar wat graag zouden zien verdwijnen! ‘O tempora o mores‘ zei Cicero daarover (vertaling: zie BDW) Leve de ‘oubolligheid’ dan maar!

 

Antoine Légat (31 05 12)

 

(*) Niet te verwarren met het grote Lupaluna muziekfestival van Paraná in Brazilië!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s