‘Agora’ van Alejandro Amenábar, is een schitterende verfilming van de parabel van Hypatia, onafhankelijk denker en wetenschapsvrouw, geslachtofferd op het altaar van blind extremisme en ultieme zekerheid.

Enkele dagen geleden zag ik een groot stuk (het tweede deel) van ‘Agora‘, Engelstalige Spaanse film (2009) van Alejandro Amenábar, met een imponerende Rachel Weisz als Hypatía (iedereen zegt ‘Hypàtia’, maar voor de oude Grieken lag het accent onwrikbaar op de -i) Hypatia is een historische figuur, maar er staat (helaas!!!) weinig concreet vast over haar leven en werk. Ze was wiskundige, filosoof en sterrenkundige met alvast een geweldige reputatie in haar tijd. Ze was wellicht gespecialiseerd in kegelsneden. Dat helpt overigens het verhaal als ze dicht tegen het einde -haar eigen einde, dat van het klassieke heidendom en helaas ook de toen in Alexandrië verzamelde kennis van de hele bekende wereld- eindelijk een dramatische Aha-Erlebnis beleeft, de doorbraak in haar denken dat vast zat in de stellingen van haar voorgangers. Ze ‘achterhaalt’ immers door ‘simpel’ redeneren dat de planeten rond de zon geen ‘volmaakte’ cirkel beschrijven, zoals aangenomen door haar voorgangers, maar door de ervaring tegengesproken. De planeten leggen twee cirkels ineen af, ellipsen dus, waardoor ze Johannes Kepler meer dan duizend jaar voorafging. Dat ze dit zou hebben ingezien is vanzelfsprekend een mooie hypothese, maar helemaal niet zeker en zeker niet meer te achterhalen.

 

De film is dus fictie, maar niet de achtergrond: ‘Agora‘ maakt handig gebruik van wat we weten over Alexandrië en zijn beroemde bibliotheek, stadsprefect Orestes en patriarch Cyrillus, de (very!!!) ‘bad guy‘ in het verhaal, maar niettemin in real life een invloedrijke figuur in de (oosterse) kerk en ten slotte gepromoveerd tot in het oosten belangrijke heilige. Hypatia van haar kant was inderdaad een gerespecteerde dame, die haar onafhankelijke stem had in het kapittel. Haar intellect, wijsheid en waardigheid werd (bijna) alom gerespecteerd, tot in de lokale besluitvorming toe. Maar ze geraakt verstrikt in de gevolgen van de tijdsgeest, waarin het ‘zegevierende’ christendom steeds meer de hoofdrol opeist en evolueert tot een intolerant extremisme. ‘De winnaar heeft altijd gelijk’ en ja, ‘l’histoire se répète’. Nadat de joden al het onderspit hadden moeten delven, richt Cyrillus zijn pijlen op de ‘nietsvermoedende’ Hypatia, die zich blijft gedragen alsof het verkwijnend pluralisme in Alexandrië haar niet aflatend wetenschappelijk onderzoek en ‘manmoedige’ poging om de kennis van de oudheid te preserveren ongemoeid zou laten. Ten slotte wordt ook haar vriend (en oud-leerling) Orestes zo gemanoeuvreerd dat hij haar moet laten vallen. De gedemoniseerde Hypatia voelt zich verlaten en beseft dat haar einde nabij is. Ze wordt ten slotte gestenigd.

 

We weten dat bepaalde zaken aan het slot van de prent niet kloppen: ze werd volgens bronnen uit haar wagen gesleurd, hier wordt ze op straat opgepakt, maar nogmaals, het doet niets ter zake. De vervormingen dienen de spanningsboog, de dramatische expressie en wat de regisseur ons wil vertellen. De regisseur wist inderdaad een indrukwekkend slot te breien aan de prent, geholpen door de schitterende vertolkingen, de geweldige decors en settings (de hele film door wandel je in een geloofwaardig Alexandrië), de muziek, het licht en de cameravoering… en niet te vergeten, het belangrijkste, de pijnlijke symboliek: geofferd wordt iemand die enkel de waarheid zocht en deze aan het einde ‘bijna’ vond, iemand die voortdurend bleef zoeken in volledige onafhankelijkheid, met een open geest en bereid om een mening dadelijk en zonder spijt te herzien als de feiten ze tegenspraken. Zij wordt geofferd aan een steeds extremer wordend gedachtegoed, dat zijn visie immer verengt en steeds meer ‘zekerheid’ verkondigt en belooft. Het is een systeem dat andere meningen per definitie uitsluit en niet aarzelt zijn gelijk manu militari op te dringen.

 

Het is van alle tijden, een strijd van elke dag, maar we moesten toch vooral denken aan de opkomst van Nazi-Duitsland, het regime van de totale zekerheid (toch voor duizend jaar), dat precies op dàt ogenblik precies dié mensen verjoeg die met de kwantumtheorie aantoonden dat er niets zeker is in de (kleinste) natuur. Een geluk, anders viel de atoombom aan de verkeerde kant (al had ze beter nooit gevallen), denk je dan zeer hypothetisch. Het ‘in dubiis abstineo‘ is immer in gevaar…

 

Antoine Légat (30/4 – 1/5/12)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s