BIG LOW in Arscene: Hoog tijd dat men die band zowel boven als onder de Moerdijk naar waarde weet te schatten!’

 
BIG LOW in Arscene te Hansbeke op zaterdag 16 oktober 2010: Hoog tijd dat men die band zowel boven als onder de Moerdijk naar waarde weet te schatten!
 
Dit artikel vindt u ook terug op www.rootstime.be , sectie ‘LIVE’… Gelieve dan ook zowel de cd- als concertverslagen door te nemen: Rootstime is een onwaarschijnlijke bron aan informatie over wat er gebeurt op het vlak van de rootsmuziek!!!

Het is ook altijd wat met Big Low! Vaak komt het Nederlands-Australische trio niet naar België, maar als ze komen kan je er donder op zeggen dat er wat misloopt. De allereerste keer, in de Gentse Handelsbeurs, liep het al goed fout. In de parkeergarage knalde Dan Tuffy met de camionette op een geparkeerde wagen en moest de brave man voortgeholpen worden om dit te regelen. Bovendien moest Michiel Hollanders toen verstek geven en was Big Low dus herleid tot een duo. Het jaar daarop, op het Karakter festival in Kaprijke, liep alles naar wens, maar waar was het publiek? Verleden jaar, in het onovertroffen Circuscafé De Pietberg in Aalter (come back, Pietberg, alles is vergeven en vergeten!), was Marc Constandse er niet bij.

 

In Arscene, de Hansbeekse trots, die enkele maanden na lancering al een bijna vol huis weet te trekken, zou het allemaal niet gebeuren. Tot de jinx toesloeg, al in het eerste nummer. Marc ging door het handvat van zijn bandoneon. Omdat hij met dit tuig nogal geweldig omgaat, moest dit in ipso tempore, stante pede en ad hoc (en andere Bartdeweveriaanse bijwoorden) hersteld worden. Terwijl opener ‘Border Town’ op initiatief van Dan gewoon verder ging, bond Marc dan maar een inderhaast gezocht oranje fluo touwtje aan het instrument: we zijn hier ver van het Sportpaleis of Vorst Nationaal! Iets verder in de set kreeg Michiel stemmingsproblemen met de banjobas (= instrument van de jug bands die in de jaren twintig en dertig zo populair waren: grofweg gesteld, een bas drum met hals en betokkeld of bestreken als een cello of  bas) ‘It’s all part of the act’ stelde Dan met een geamuseerd lachje, en eigenlijk had ie gelijk, want het gaf vertier en viel finaal in de goeie plooi.

 

U kent Big Low niet? Ook niet na drie knappe cd’s? Troost u, de groep heeft het al knap lastig om aan de bak te komen boven de eigen Moerdijk, ten gevolge van het feit dat het trio in geen enkel vakje past. Organisatoren vinden ze wel goed, maar vrezen dat hun cliënteel afhaakt, wat een vreselijke onderschatting inhoudt van het publiek. Dat bewees het concert in Arscene eens te meer: Big Low heeft alle kwaliteiten om zijn toehoorders te behagen. Meer nog, het is precies de unieke combinatie van talenten en die volstrekt eigen smoel, die maken dat Big Low opvalt tussen het pak van voorgekauwde bands, die in deze tijden van ‘professionalisme’ vooral de succesvolle buitenlandse bands imiteren of in veilige clichés verzanden.

 

Eigenlijk gaat het om twéé bands met precies dezelfde samenstelling, maar met saxofonist en doedelzakspeler Gerwil Kusters erbij. Want wanneer Marc Constandse het voortouw neemt, dan speelt men een mix van Romaliederen en volksmuziek van Servië, Macedonië en Griekenland, tot rebètika toe, maar zo gecombineerd dat het eindresultaat toch ‘iets anders’ is. Dan heet deze band Parne Gadje, wat ‘witte niet-zigeuner’ betekent, omdat er wel vertrokken wordt van het zigeunererfgoed maar . Sinds de vorige passage in Aalter, heeft men zich vooral bezig gehouden met deze formatie. Er komt binnenkort trouwens een nieuwe, vierde cd uit van Parne Gadje.

 

Border Town’ (van de eerste cd ‘Ghost Hunt Migration’) was, ondanks de moeilijke start, een magistrale openingszet, en meteen daarna liet Dan Tuffy zijn sterkste kant zien: de verhalen die hij meebracht van zijn jeugd in Australië. ‘Deliberately Free’ (zoals veel songs van deze avond te vinden op de derde Big Low cd ‘The Junction Of The Two Rivers’) gaat over een zwerver, die iedereen meed, maar de jonge Dan had een goede band met de eigenaar van de hond Frying Pan. Toen de man in 1985 stierf hielp Dan bij de begrafenis en gebeurde er iets heel bijzonders… De observaties van Dan staan met één been in de harde realiteit van de zelfkant en met het andere in een magisch realistisch, soms zelfs surrealistisch universum van mythische slangen, monsters en magiërs.

 

Helaas zou dit aspect van Dans werk verderop iets minder in het licht komen. Daardoor en misschien ook omdat Big Low al een poos bijna stil ligt, omwille van de nevenactiviteiten (Parne Gadje, maar ook opnames van andere artiesten, plus het label dat de heren runnen, Smokedrecordings, en het begeleiden van jong talent als Davie Lawson en Lucie Thorne) gaf het optreden de indruk net iets te lang te duren, of beter gezegd: dat er na de pauze niet veel ‘nieuws’ te horen viel tegenover het eerste deel. Het is echter ons enige bedenking, want tot het eind bleef dit een optreden waar veel artiesten slechts kunnen van dromen.

 

Big Low beschikt immers over nog over andere troeven dan Tuffy’s vertelkunst. Dan blijft bij akoestische en soms elektrische gitaar, maar de twee andere leden zorgen voor een gevarieerde sound. Marc Constandse ook allerlei conventioneel en veel minder conventioneel slagwerk (cajon, diverse handtrommels, darboeka, cymbalen allerhande, belletjes…) Zoals hij met de bandoneon te keer gaat, zo gedreven en bijna polyritmisch hamert Marc op de percussie. Zijn zangstijl ligt in het verlengde van die woeste aanpak. Al doet Tuffy normaal al het zangwerk, Constandse komt toch een drietal keer als solist aan bod: een eerste keer met ‘One Kind Favour (See That My Grave Is Kept Clean)’ een blues traditional, meestal overgeleverd op naam van Blind Lemon Jefferson. Marc gaat totaal op in zijn zang, rauw, hees en teder, zoals je dat nog maar al te zelden ziet. Zo deden blues shouters dat voor ze door de industrie ontdekt en gerecupereerd werden.

 

Michiel Hollanders is een geval apart. Hij zingt niet en zegt op podium zeer weinig, maar intussen weeft hij de fijnste patronen op allerlei snaarinstrumenten, waaronder de zelfgebouwde velofoon, een middeleeuws uitziend en deels ook zo klinkend instrument, dat bepalend is voor nogal wat songs van Big Low. Maar ook akoestische gitaren, dobro en de al vermelde en nukkige banjobas bespeelt hij met een telkens weer verbazende muzikaliteit en virtuositeit.

 

Hele mooie uitvoering van ‘At The Parade’ (van de tweede cd ‘No Tears In Paradise’), vonden we, en op veel bijval kon ook ‘Shut Your Mouth’, een hilarische brok hel-en-ketelmuziek in de beste Tom Waits traditie, waarin de groep zijn publiek uitscheldt. Het is het soort song dat Dan brult en briest de toehoorders helemaal niet luisteren en dus niet eens doorhebben dat ze kop van jut zijn. Hopelijk staat dit op de volgende Big Low cd! Ook heel geslaagd: ‘Sweet Rain’, ‘I Won’t let You Down’, traditional ‘Kingdom Land’, ‘The Junction Of The Two Rivers‘, ’You’ll Never Find Another Me’, song van de jaloerse minnaar, die de formele set afsloot met een geweldige climax. De waardering van de aanwezigen kwam tot uitdrukking bij de keuze van de twee bissen, ‘a hard one and a soft one’, stelde Dan ontspannen. Wij mochten de volgorde kiezen en dat leidde tot leuke publieksreacties. De ‘soft one’ sloot af: dat werd dan de zielsmooie ode aan de rivier in zijn thuisland, waar Dan zo’n goeie herinnering aan overhield: in ‘Old Macleay’ klonk nog eens die typerende velofoon door, de snik van diepe ontroering.

 

Big Low: hoog tijd dat men die band zowel boven als onder de Moerdijk naar waarde weet te schatten!

 

Antoine Légat (23 10 10)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s