Beloftevol THE ANTLER KING: ‘Een genre op zichzelf’…

 

THE ANTLER KING in Arscene te Hansbeke op zaterdag 18 september 2010 en tijdens de eerste Come And See van Theater Malpertuis in Tielt op vrijdag 1 oktober 2010

 

 

Het leven hangt samen van toevalligheden. Wie kon vermoeden dat muzikanten uit twee dramatisch verschillende universa mekaar zouden ontmoeten en samen een explosief mengsel zouden vormen? En welk toeval maakte dat we zaterdag 18 september in Hansbeke zaten en niet zoals gepland, op Leffingeleuren, het laatste ‘open lucht’ rockfestival van de zomer, waar we wel de rest van het weekend vertoefden? Esther Lybeert kennen we sinds 2004, toen ze onder het pseudoniem Mrs. Hyde indruk maakte tijdens de Jong Muziek wedstrijd op Theater Aan Zee (TAZ) met piano, zang en eigen composities, minimaal ondersteund. Ze viel toen ondanks haar prachtige stem en fraai gedraaide liedjes niet in de prijzen maar het was voor iedereen duidelijk dat het talent ooit wel zou bovendrijven.

 

Intussen was Hansbekenaar Maarten Flamand aan het werk te horen in een aantal hard rock en fusion bands. Hij ontwikkelde zich altras tot een wizzard op de zes snaren, soms iets te véél zelfs. Vreemd genoeg hebben we ook hem moeten jureren toen hij met Cloon in de Aalterse selectie van het Oost-Vlaamse Rockconcours zat. Ook zijn gaven bleven niet onopgemerkt, maar echt juist zat het toen nog niet. Individueel leken zowel Esther als Maarten toch iets te missen om het aanwezige talent volledig te doen renderen. Daarvoor moesten water en vuur eerst bijeenkomen…

 

De eerste maal dat we ze samen zagen was in 2009, in de begeleidingsband van Stash (Gunther ‘Sadness’ Verspecht) in de tent op De Pietberg in Aalter (die er in 2011 hopelijk weer staat, want ze bracht een belangrijke streep cultuur in de regio) Dat ze The Antler King opstartten (antler = gewei) was ons ontgaan, tot we de eerste lovende kritieken lazen. Omdat we die zaterdag onverwacht in Hansbeke bleven, was de stap naar Arscene (voor ons zo’n 300 stappen in totaal) vlug gezet. Het technisch goed voorziene zaaltje met de uitzonderlijke klank en de al té gezellige foyer is op korte tijd een belangrijke speler geworden in het lokale cultuuraanbod. Dat zal Arscene nog nadrukkelijker worden als ook de opnamestudio af is in 2011. The Antler King trok een volle zaal, maar opvallend genoeg was die niet alleen gevuld met de familie en de vrienden van Maarten. De band heeft immers al uitgesproken fans, al komt de eerste cd pas in februari 2011 uit. Het werd snel duidelijk dat dit geen masochistisch aangelegde lieden zijn!

 

Intussen zijn Esther en Maarten een getrouwd koppel. Hun geesteskind The Antler King is op dit ogenblik een kwartet dat met de gepaste mensen kan aangevuld worden. Het optreden inb Arscene begon goed op tijd want Maarten moest hierna nog optreden met Stash. We hadden hoge verwachtingen, maar die zouden al snel overtroffen worden… En telkens weer. Het begon al met de aftrap: Esther nam plaats aan de keys en bracht een uitvoering van ‘Alone’ dat we nog (her)kenden van de Mrs. Hyde, hoewel de song herwerkt was (van ‘vroeger’ bleef verder enkel een fel herschreven ‘Satchel’ over) Dadelijk viel het op hoe verdomd goed ze dit nummer bracht. Dat gaat over veel meer dan alleen maar een aangename en krachtige stem. De frasering, de nuances, de timing, kortom het geheel van de interpretatie maakten van deze uitvoering een pareltje.

 

We waren behoorlijk onder de indruk van de blitzstart maar we zouden nog een aantal keren van de sokken geblazen worden. In deze akoestische setting ontpopte voormalige harde rocker Maarten Flamand zich tot een verfijnd all round gitarist, die een fenomenale techniek heeft ontwikkeld wat hem toelaat in vele stijlen te evolueren. Ook als hij de elektrische gitaar ter hand nam, was het om fijne patronen te tekenen in het wijde gebied ergens tussen flamenco, folk, blues (heerlijke slide!), jazz (Joe Pass) en (alt.)country (Chet Atkins) in. Maar ook vocaal verraste hij door Esther in tweede stem, niet zelden falset, van antwoord te dienen. Meer nog, de twee andere groepsleden bleken niet alleen bollebozen op hun instrument (Bruno Meeus op gitaar, banjo, floor tom en harmonica, Mathias Moors op bas) maar kwamen ook als backing vocals prima uit de verf. Bijna niet te geloven dat dit voor één groepslid nog maar een debuut was als zangstem.

 

In het tweede nummer ‘Hunter’ dachten we nog aan Sara en Gert Bettens (K’s Choice dus), maar in ‘Morning Bells’ wisten we het zeker: zulke harmonieën hoor je courant bij Crowded House, maar zelden of nooit van een Belgische formatie. ‘Does Anybody Care’ (Maarten op slide) en ‘Silk Sounds’, een ontroerend country getint vertellement, mondden uit in ‘Baby’, een ogenschijnlijk luchtig nummertje dat vocaal driestemmig uitwaaierde en daardoor heel wat complexer is dan op het eerste gehoor lijkt. De sterkte van de songs viel op, waarbij de tekstelementen onderstreept werden door uitgekiende arrangementen, even effectief al sober, en  het subtiele gebruik van dynamiekverschillen. De goed gekozen cover van ‘The Ship’ van Luc Van Acker, normaal een beresterk nummer, stak er in dit gezelschap echt niet bovenuit ondanks de snedige mondharmonica solo van Bruno. Het eigen werk des te meer: een geheel nieuw nummer, ‘Back On Track’, en het heel sterke ‘No Colors, No Shapes’, waarbij je door de akkoordenreeks zowel aan Crowded House als aan Radiohead denkt, onderstrepen dit.

 

Violisten Annelies en Luc vervoegen het kwartet voor ‘Easier To Conceal’, waar ze zich beperken tot handjeklap, waar The Antler King overigens inventief mee omgaat. Weer speelt Maarten een zalige, in lichte reverb gedoopte slidepartij. In ‘Satchel’ komen de violen aan bod. Luc schreef de strijkerarrangementen, wat hier, dank zij ene zorgvuldige opbouw, samen met de vocale harmonieën, een schitterend effect geeft. Ook in het vertederende liefdeslied ‘Roll Over’ spelen de violen (pizzicato) een fraaie rol. Esther bewijst nogmaals dat ze ook echt zingt met alles wat erbij hoort. Een ragfijn einde rondt ‘Roll Over’ helemaal af. Tijd om te bekomen is er niet want daar is al ‘Cats And Clocks’, misschien wel de sterkste song uit het pak en een vocale tour de force. ‘Heroes’, met Bruno aan de percussief gehanteerde banjo en zijn meezingbare ‘We could be heroes’, dat van ver verwijst naar David Bowie, sluit gepast af.

 

En nog hebben ze een verrassing in petto. Onder begeleiding van de violen brengt Esther een opzwepende versie van… ‘La Foule’, de tongbreker annex klassieker van Edith Piaf, op een manier die niet onderdoet voor wat Hannelore Muylaert hier enkele maanden eerder, tijdens de bruitage voor Parijs-Roubaix (nog zo’n klassieker!) hier had gebracht. Van Hannelore, die in Frans en Duits chanson gespecialiseerd is, verwacht je een topuitvoering, niet meteen van de zangeres van The Antler King! Dit gezegd zijnde, als je af en toe denkt aan de treurwilgen van The Cowboy Junkies, een compliment toch, dan is er één fundamenteel verschil. Margot Timmins is een ietwat statische zangeres, Esther Lybeert is een spring-in-‘t-veld, die de etherische momenten afwisselt met een flink stuk power.

 

Zoveel goeds, dat vroeg om bevestiging. Esther had tijdens het concert al verwezen naar de kortfilm van Nathalie Teirlinck, ‘Venus vs. Me’, waar ze niet aan meegewerkt had. Ze had echter wel voor een eerdere kortfilm van Nathalie de muzikale inbreng verzorgd, nl. ‘Juliette’. Die samenwerking was hen zo bevallen dat ze besloten een gezamenlijke theatervoorstelling ineen te boksen, ‘Send All Your Horses’ dat in Theater Malpertuis in Tielt van start gaat om dan door Vlaanderen te toeren. Om die voorstelling een beetje te kaderen werden de protagonisten uitgenodigd om zichzelf en hun werk te presenteren. Dat werd dan de allereerste ‘Come And See’, een initiatief dat beloond werd met een goede opkomst en dat beslist voor herhaling vatbaar is. We kregen inderdaad ‘Venus vs. Me’ te zien, een iets meer dan twintig minuten durende rolprent over een jong meisje op zoek naar haar eigen identiteit.

 

Maar in plaats van een vertelling krijg je een wemeling van indrukken, flarden van gebeurtenissen, maar ook van emoties, waaruit je als toeschouwer je eigen verhaallijn(en) kan filteren. Teirlinck is pienter en bedreven genoeg om je via allerlei hints ‘wegwijs’ te maken in de verwarde wereld van een adolescent. Want deze ogenschijnlijke chaos, het resultaat van het eigen schijnbaar onbeperkte absorptievermogen van de cineaste, is verdraaid strak geregisseerd. ‘Venus vs. Me’ werd dan ook een pakkende inkijk in een jonge ziel, al zal ieder er uiteindelijk ‘het zijne’ of ‘het hare’ uit halen. Sterk. Geen wonder dat Nathalie Teirlinck een nominatie kreeg (met dertien anderen op diverse festivals) voor de European Film Award for the Best Short, nominatie die ze verwierf op het 60e Internationaal Filmfestival van Berlijn (op 4 december kennen we het verdict in Talinn)

 

In een interview met zowel Nathalie als Esther werden we wegwijs in de wondere wereld van de filmregie en de grillige fantasie van de door intimi als ‘control freak’ afgeschilderde Nathalie Teirlinck, maar kregen we ook meer inzicht in de werkwijze van Esther Lybeert bij het schrijven van songs: ook zij vertrekt van links en rechts vergaarde en in notaboekjes en schriftjes genoteerde indrukken, die ze samen legt tot er een eigen logica uit groeit. Een wonder dat deze ‘Spinvis methode’ leidt tot fraai geconstrueerde, afgewerkte songs, maar dat is wellicht ook mee het resultaat van de wisselwerking met eega Maarten en de bandleden. We leren ook dat Esther niet van bindteksten houdt en liever zou spelen zonder bla-bla, maar wij vinden precies dat zij heel goed songs aan mekaar praat, nog een wezenlijk verschil met het gros van de Vlaamse bands, van wie je soms denkt dat ze wel kunnen zingen, maar niet praten…

 

Na een korte pauze waren we toe aan een mini concert van het kwartet (zonder de violen), wat neerkwam op zeven songs plus twee bissen, die vooral confirmatie bleken van de eerdere goede impressies. Alone’, ‘Hunter’, ‘Does Anybody Care’, ‘Silk Sounds’, ‘Baby’, het opnieuw geweldige ‘No Colours, No Shapes’ en ‘Heroes’ werden afgerond met ‘The Ship’ dat zonder noemenswaardige wijzigingen ditmaal wel ten volle werkte (Bruno’s harp klonk nog furieuzer dan in Hansbeke!) en ‘Roll Over’, ‘geschreven onder een Spaanse palmboom’….

 

Er zijn al een pak namen gevallen als referentie naar deze of gene song, maar wat het totaal betreft, geldt voor The Antler King hetzelfde als wat Guido Belcanto verklaarde in De Rode Loper (op Eén) naar aanleiding van de herneming in de AB van zijn doorbraakplaat ‘Op Zoek naar Romantiek’, namelijk dat er al zoveel etiketjes op hem waren geplakt in de loop van de jaren, en allemaal vergeefs, wat hem tot de conclusie bracht dat hij ‘een genre op zichzelf’ vormt. Dat compliment kunnen we gerust ook The Antler King gunnen. Met een beetje meeval worden zij zelf nog een referentie.

 

 

Antoine Légat (03 10 10)

 

PS ‘Send All Your Horses’ is een sfeervolle mix van live muziek (Esther & Maarten, die samen componeerden, plus een koor van vijf meisjes), film en theater, een voorstelling voor iedereen vanaf 14 jaar. In Theater Malpertuis te Tielt is ze te zien op 22 en 23/10 en dan nog eens op 27/11. Daartussenin speelt ‘Send All Your Horses’ in Vlaanderen nog negen maal. Info en tickets: 051/40.62.90 of tickets@malpertuis.be . Voor de andere uitvoeringen: zie concertkalenders.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s