‘CONOR J. O’BRIEN (VILLAGERS) OP WEG EEN HELE GROTE TE WORDEN’

 

VILLAGERS, Café De Zwerver te Leffinge (Oostende), woensdag 18 augustus 2010 (www.wearevillagers.com ; Twitter; MySpace): ‘CONOR J. O’BRIEN OP WEG EEN HELE GROTE TE WORDEN’ (dit artikel kan men eveneens lezen, vergezeld van een reeks prachtige foto’s, in de LIVE sectie van www.rootstime.be !)

 

 

Villagers. Onthou de naam. Onthou ook: Conor J. O’Brien, amper een meter zestig groot (eindelijk nog eens iemand waar ik niet moet naar opkijken!) maar op weg om een hele grote te worden. Dat konden we deze visu, maar vooral de auditu vaststellen woensdag 18 augustus in Leffinge (bij Oostende), in een organisatie van het hyperactieve team van Leffingeleuren. Zo’n man of vijftig max en dus een vol huis in café De Zwerver. Mogelijk de laatste kans om Villagers te beleven van zo dichtbij, want zagen we daar eventjes niet the Irish future of rock ’n roll? Jawel. Ze zaten al wel in het Rivierenhof (vóór Charlie Winston) en het Koninklijk Circus, en twee dagen na De Zwerver zaten ze op Pukkelpop, maar voortaan zal het wel als hoofdact zijn. Op de Britse eilanden is het al andere koek. Daarom ook waren ze onthutst te merken in wat voor een voorschoot ze zouden concerteren. In elk geval was de cd ‘Becoming A Jackal’ hen voorgegaan, een bijna vlekkeloze collectie songs van de hand van O’Brien, bijgestaan door de Villagers, in totaal vier blokes uit Dublin en omstreken, plus één, gitarist Tommy McLaughlin, uit County Donegal, in wiens huis de cd overigens werd ingeblikt. (*)

 

Conor J. O’Brien heeft het allemaal: een krachtige, klare stem, wat het voordeel heeft dat je zijn essentiële teksten zo ongeveer beet hebt. Hij straalt charisma uit, iets dwingends waardoor je niet naast hem kan kijken. Hij geeft een sterke indruk van maturiteit, ver boven die van doorsnee leeftijdsgenoten. Zo beschouwd is hij inderdaad een pendant van die andere Conor, ‘Bright Eyes’ Oberst, één van de rolmodellen waarmee men hem overal graag vergelijkt en de man die we ooit, na zijn fantastische Botanique concert betitelden als ‘The Future of Rock-‘n-roll’. De huidige generatie denkt ook aan Bon Iver en Elliott Smith zaliger, ongetwijfeld fraaie vergelijkingen, maar Conor vermeldt totaal andere idolen, Bob Dylan (wat hier en daar te horen is…als je het weet) en Pink Floyd. Doch wij hoorden in de eerste plaats een jongeman met een volkomen eigen persoonlijkheid, die zijn veelkleurig grijze universum haarscherp observeert en met opvallende zeggingskracht vertolkt, nadat die wereld eerst diepe voren trok in zijn gevoelsleven, de straf die elk gevoelig mens moet ondergaan voor een verhoogde sensitiviteit. Willem Kloos zou blij geweest zijn: O’Brien is de prosopopee (uitgewerkte en verpersoonlijkte verzinnebeelding) van ‘De aller individueelste expressie van aller individueelste emotie’!

 

Zo start hij het optreden solo met Twenty-seven Strangers’, het verhaal van zomaar een busrit, die uiteindelijk een metafoor blijkt voor het grijze, saaie, anonieme en aliënerende leven, dagelijkse rit die niet toevallig eindigt aan het kerkhof. De bus is ook nooit op tijd: ‘So That’s why I’m late’: weer een andere laag in deze tekst. Zeer sterk zijn de passages die hij met hoge stem (geen falset!) debiteert: koude rillingen lopen over je rug. Stilaan dringt het tot je door: O’Brien is in wezen een singer-songwriter, maar met een rock attitude. Als de band opkomt (naast Tommy, zijn dat tegenwoordig James Byrne, Danny Snow en Cormac Curran) wordt dat laatste helemaal duidelijk: de vijf heren kunnen samen een fors geluid produceren en als staat de zanger duidelijk aan het commando, Villagers klinkt en komt over als een groep. Zoals in de jazz, speelt de stilte echter mee. De band koppelt subtiliteit dan ook aan momenten van haast ondraaglijke uitbarstingen. Maar het is nooit effect om het effect, integendeel, alles is functioneel, volledig in dienst van de boodschap. Als een instrument niets te zeggen heeft, zwijgt het. Dat maakt die songs zo verdomd sterk, zo organisch: je hebt ze nog nooit gehoord en toch is het alsof je ze al lang kent.

 

Nu komen in snel tempo de songs van de cd op ons af, elk met hun eigen dynamiek, karakter en indringend vertellement: ‘The Meaning Of The Ritual’ (‘My love is selfish… and I bet yours is too…’), ‘Sunlit Stage’ (bijzonder sober ingekleed en met de desolaatheid van een kouwe kermis), ’Home’ (met grote dynamiekverschillen en een korte maar door merg en been gaande passage solozang), ‘Becoming A Jackal’ (O’Brien kondigt het titelnummer van de cd aan met ‘this is a good song’), ‘Pieces’ (dat inderdaad een soort deconstructie van de geest verzinnebeeldt; een broeierige aanzwellende koorzang en het bijna ondraaglijke, aanhoudende wolvengehuil van Conor maken hier een horrorsong van), ‘That Day’, ‘The Pact (I’ll Be Your Fever)’ (met zijn freaky refrein), ‘Set The Tigers Free’ (met een tergende de hele song lang op de snare drum gespeelde klok, tot die stilvalt en Conor uitroept ‘I’m leaving!!!’), ‘I Saw The Dead’ (met spooky, chaotisch, dissonant begin en einde) en het met een lekkere drumslag beginnende en naar een geweldige climax groeiende ‘Ship Of Promises’ als uitsmijter: met elke song groeit de bewondering voor wat deze nog erg jonge mannen klaarmaken (de groep ontstond pas in november 2008, Conor was tevoren lid van The Immediate)

 

Maar nog is Villagers niet uitgepraat: de eerste encore is de afsluiter van de cd. To Be Counted Among Men’ zet ene Paul in de kijker: ‘Young Paul decides upon a future’. Wat de rol van Laurie is, moet men maar zelf uitpluizen. Maar eens te meer is dit een tekst volledig ‘hors du commun’. De band verlaat het toneel, maar Conor heeft nog een toetje in petto. Als tweede bis brengt ie de uiterst gevoelige hartenbreker ‘You Are Free’, nog maar een handvol dagen ervoor geschreven: recht naar ieders hart met ‘How heavy you are, my newborn child’.  Niets menselijks is deze even bescheiden en charmante als gedreven en talentvolle Ier vreemd. Wij kunnen alvast onze kleinkinderen vertellen dat we ‘er bij waren’…

 

 

Antoine Légat (22 08 10)

 

(*) ‘Becoming A Jackal‘ krijgt overal rave reviews en was al een hele poos een bestseller in het thuisland. De hoes heeft O’Brien zelf getekend, want hij heeft ook grafische scholing en talent. Wie zich afvraagt waar de enigszins bevreemdende hoestekening naar verwijst: het is een allusie op het schilderij ‘Narcissus’ van de beroemde en beruchte Italiaanse barokschilder Caravaggio, waarin de invloed van de Londense dichter-graficus William Blake (1757-1827) speelt. Cultuur!!!

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s