‘Budapest’ van TZIGANI is een fijne en hoogstaande samenvatting van wat zigeunermuziek allemaal kan inhouden, qua repertoire en stilistisch.

 

TZIGANI, ‘Budapest’, Wild Boar Music WBM 21092 (www.tzigani.eu)

 

Via Tcha Limberger, de juiste man op de juiste plaats, bereikte ons ‘Budapest’ van TZIGANI, een Oost-Europees, zeg maar zigeuneronderonsje met een Belgische toets. Die cd is wel uit op Wild Boar Music (Erwin Libbrecht) maar werd ingeblikt in, zoals de cd titel het aangeeft, in de Tom-Tom Studio in Budapest, Hongarije. Alleen al een blik op het repertoire en de namen en de afkomst van de groepsleden doet de wenkbrauwen fronsen, want zigeunermuziek gaat normaal gesproken uit van één land, van één regio, vaak van één familie, maar wat doe je met een Roemeense accordeonist (Iulian Jantea), een Hongaarse violist (Pal Szomora) en cimbalomspeler (Itsván Szomora), een Bulgaarse gastzangeres (Emilia Kirova) en een Vlaamse contrabassist (Herman De Rycke) die Roemeense hora, Hongaarse csárdás en verder muziekjes van de Balkan over Azerbeidjan tot Rusland onder handen nemen?

 

Dat het werkt lijkt een mirakel, maar is dat op de keper beschouwd toch niet helemaal, precies omwille van de eclectische achtergrond van zigeunermuziek, iets wat verderop moet blijken. Dat het bloed, zweet, tranen en uren discussiëren gekost heeft om  dit te doen werken, dat staat buiten kijf, en is de verdienste van Herman De Rycke, die ons met de nodige fierheid een aantal tipjes van de sluier lichtte. We maakten dankbaar gebruik van zijn informatie en kennis. In elk geval vind je op ‘Budapest’ de schwung en de kunde eigen aan deze muziek: daar laat de woeste ‘hoe doét die dat?’ opener ‘Energipsy’, een compositie van Pal Szomora, ergens tussen Hongaars en Roemeens in, geen twijfel over bestaan. In ‘Mesecina’ manifesteert Emilia Kirova zich een eerste maal met haar volle, krachtige stem. Als dat nummer bekend klinkt (en dat geldt voor nog een aantal) dan is het omdat deze compositie, op naam van Goran Bregovic, te horen is in de prijswinnende en succesrijke prent ‘Underground’ van Emir Kusturica. Dat Iulian Jantea de hoofdrol opeist in de twee puur Roemeense suites (beide ‘Romanian Suite’ genaamd) is niet merkwaardig. Wel dat Roemeense musici niet konden geloven dat hij niet begeleid werd door Roemenen. Dat geeft te denken over de sérieux waarmee Tzigani te werk gaat.

 

Herman De Rycke: ‘In de meeste zigeunergroepen zijn het zigeuners van een zelfde land of strekking die mekaar vinden, wat kan resulteren in fantastische muziek zonder dat er echt veel moet gerepeteerd worden (op voorwaarde dat de leden allemaal fantastisch zijn!) Voor ons was het echt veel moeilijker, we hebben veel tijd nodig gehad om mekaar te vinden: de Bulgaarse muziek en de Hongaarse hebben weinig gemeen, en eigenlijk geldt hetzelfde voor Hongaars/Roemeens. (ikzelf speel daar als Belg dan eerder de rol van de lijm, zeker als bassist). Weet je hoe we communiceren ? Een heel raar taaltje met Franse, Engelse, Nederlandse, Hongaarse en zigeunertaal-woorden. Enfin, wat er muzikaal uit komt is dan meteen ook iets anders dan wat een zigeunergroep uit één land brengt, vooral gevarieerder.’ Precies door die variatie lijkt het geen slechte werkwijze om alle tracks chronologisch te overlopen, waar we overigens al mee bezig waren.

 

Ook in de muziek zijn er van die verlopen hondjes die je dan maar blijven volgen. Van de elegante ‘Azerbaijani Waltz’ weet niemand in de groep nog waar en bij wie ze het oppikten. Maar het nummer bleef hangen en omdat er geen opname van te vinden was, namen ze het dan maar zelf op. Toch benieuwd wat de Azeri (Azeri’s) daarvan vinden… ‘Ederlezi’ is een bijzonder populaire traditional, eigen aan de Roma van de Balkan. Het is de zigeunerbenaming voor het Servische Sint-Jorisfeest. Maar de melodie verspreidde zich samen met de Roma. Op Google vind je zowaar een artikel onder ‘Ederlezi (Song)’. Ook het volgende ‘Bubamara’ zal niet onbekend klinken dank zij de populaire soundtrack van ‘Black Cat White Cat’, roma-ntische komedie van Emir Kusturica (1998) over twee Roma gangsters die hun kinderen aan elkaar uithuwelijken, wat ondermeer een Babelse spraakverwarring teweeg brengt. De Roemeense traditional ‘Ciocârlia’, ook gekend als ‘L’alouette’, ‘The Lark’ en in het Hongaars ‘Pacsirta’, is één van die evergreens uit het repertoire van de zigeuners. Er is ook een klassieke versie van. Nu weet u meteen ook waarom het bekende twaalfkoppige Roma orkest FANFARE CIOCARLA uit Noord-Oost Roemenië zo heet. In elk geval is dit een melodie die ook iedereen in West-Europa kent en een excuus voor supervirtuoze solisten om loos te gaan. ‘Dve Gitari’, klassieker van Russische afkomst, kent men ook als ‘Les deux guitares’ van Charles Aznavour, Fransman van Armeense afkomst (Aznavourian) Die gebruikt overigens een stukje van deze oorspronkelijke tekst in zijn uitvoering (YouTube)

 

Na deze reeks ‘succesnummers’, wordt de toon enigszins serieuzer: met ‘Hullámzó Balaton’, haast een rapsodie, komen we in de buurt van klassieke muziek. Het is oorspronkelijk een bewerking voor viool en piano van het Hongaarse volksliedje ‘Hullámzó Balaton Tetejen’, van de hand van Jenö Hubay (eigenlijk violist-componist-concertmeester Eugen Huber, 1858-1937; opteerde vrij vroeg voor een Hongaarse vertaling van zijn naam; werkte en gaf les in Budapest; schreef opera’s, concerti en vele encore stukken) Op YouTube vindt men diverse uitvoeringen (Mága Zoltán, Bokor János), wat een leuke vergelijkingsbasis biedt. ‘Sirba de concert’ (de titel wordt gebruikt voor meerdere stukken – sîrba of sârba is gewoon ‘Servische dans’ in het Roemeens) is een typisch bravourestukje voor Roemeense cimbalomspelers, maar dan wel uitgevoerd door een Hongaar. Na de tweede ‘Romanian Suite’ komt een dubbele ‘Hungarian Suite’, een stuk Magyar nóta met o.a. friss (snelle csárdás) Tzigani vroeg de aanwezige musici om mee te spelen zodat dit een echte orkestrale suite werd, zonder accordeon. Herman: ‘(Het) accordeon speelt hier niet mee. Live spelen we het uiteraard wel in onze bezetting, maar dit is toch echt wel beter. Dit is helemaal niet gerepeteerd, gewoon in de studio komen en wat spelen en dit is het resultaat. Zonder dit zou de naam van de cd niet helemaal passen.’ De Magyar nóta is inderdaad de typerende muziek voor Budapest: zie daarover ons recente stuk over de twee cd’s van Tcha Limberger.

 

De vijf gastmusici behoren trouwens allemaal tot de top van de Hongaarse zigeunermuzikanten. Zo gitarist Ernest Bangó, die meespeelt op tien van de dertien tracks: hij toerde jarenlang de wereld rond met de Hongaarse zigeunerviolist Roby Lakatos, bij wie hij naast de gitaar ook de cimbalom bespeelde. De anderen spelen enkel op de inderdaad prachtige Hongaarse suites, het onbetwiste hoogtepunt van ‘Budapest’.

 

Tzigani hield het op zijn eerste cd bij de traditionals en de klassiekers, ongetwijfeld een staalkaart van wat de formatie live brengt. Die cd is, los van de verbijsterende ontstaansgeschiedenis, een fijne en hoogstaande ‘samenvatting’ van wat zigeunermuziek allemaal kan inhouden, qua repertoire en stilistisch. Het is daardoor zelfs ‘du jamais vu’, toch van dit niveau. Benieuwd waar het van hieruit zal gaan. Het eigen ‘Energipsy’ is misschien een aanduiding? (12 08 10)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s