JW JONES in Ertvelde: dampende set maar twijfelachtig gitaarwerk…

 

JW JONES trio in The Maple te Ertvelde op maandag 17 mei 2010.

 

In het enthousiasme van het moment, na een lange en dampende dubbele set, is het begrijpelijk dat men het heeft over ‘The future of the blues’, maar als je, zoals wij, in de vorige weken achtereenvolgens Louisiana Red (‘The Past Of The Blues’?), Mike Zito en Paul Reddick aan het werk zag, dan weet je wel beter. Canadees JW Jones is een bedreven gitarist met een doenbare stem, deftige eigen songs, een aardige coverkeuze en een prima ritmesectie. Daarmee zorgt het trio voor een leuk potje blues, al is bluesrock een betere betiteling. JW is op de koop toe een sympathieke knul met het hart op de goeie plaats, maar begeesterend is het muzikaal maar hoogstzelden. Niet iedereen moet tot die superklasse behoren, dat spreekt vanzelf, maar als dat ‘the future’ is, blijf ik persoonlijk liever in ‘the past’.

 

Als we over iets vallen dan zeker over de gitaarsolo’s, die vol gemeenplaatsen zitten. Goedkope rockschema’s zijn het, die weinig verwijzingen bevatten naar het verleden van de blues (het genre is nu eenmaal in tradities geworteld: dat moet elke ‘vernieuwer’ beseffen) Misschien is het nog erger dat hij aan een solo begint, zich dan ergens vastloopt, en anders verder doet, liefst na een spectaculair ogende en klinkende overgang. Die stijlbreuken en inconsistentie komen wel erg amateuristisch over. Dat we de gitaarklank niet zo geweldig geslaagd vinden, is misschien een kwestie van smaak. Er valt mee te leven. Maar zet JW nu eens naast een Duke Robillard, of naast een Mike Zito, en dan blijkt zijn technoflash behoorlijk inhoudsloos. We denken ook aan Anders Osborne, die stilistisch aanleunt bij wat JW blijkbaar wil bereiken. Er staat weer geweldig gitaarwerk (naast fabuleuze songs) op de nieuwe en zeer aan te raden ‘American Patchwork’ van de Zweed!

 

Maar genoeg gekafferd op een trio dat met zo’n voorbeeldige inzet een avond vulde die bij de meeste aanwezigen duidelijk op heel wat grommende goedkeuring kon rekenen. De openingszetten lieten al wel vermoeden naar welke helden JW opkijkt: ‘Roll, Roll, Roll’ (The Fabulous Thunderbirds) kwam aan de beurt, maar ook songs van Lowell Fulson, Smiley Lewis en Junior Wells. Dat hij kort geleden samen met Buddy Guy optrad en dat hij de steun kreeg van Hubert Sumlin en Charlie Musselwhite op zijn komende cd ‘Midnight Memphis Sun’ (augustus), ook dat komen we tussendoor te weten van een zichtbaar fiere JW. Eigen songs als ‘Can’t Play A Playboy’ misstaan niet in het geheel. Dit nummer komt van de voorlopig nog laatste cd ‘Bluelisted’ uit ’98. Van de cd ‘Kind Of Evil’ (2004) kregen we ‘Let’s Have A Ball’, samen met Kim Wilson geschreven, die ook de cd produceerde.

 

De aanwezigheid van al deze tenoren uit de blues wijzen erop dat JW Jones, ‘amper’ 29, aanzien wordt als een grote belofte. Ook het feit dat hij opgenomen werd in de stal van het gereputeerde Northern Blues (Paul Reddick, Eddie Turner, Samuel James, Watermelon Slim, The Twisters, Homemade Jamz Blues Band, Carlos Del Junco…) is een veeg teken. Jones werd in 2009 genomineerd voor een aantal Maple Blues Awards, de hoogste beloning voor een Canadese bluesmens: ook dat wijst op erkenning. We hebben misschien een off day meegemaakt, want tot een heel stuk in het tweede deel bleef het huilen met de pet op: iets dat klonk als ene afdankertje van ZZ Top, een flirt met iets dat leek op het thema van… ‘Bonanza’, een countrybilly nummer…

 

Maar net toen we dachten dat het niet meer goed kwam, kwamen er dan toch welgeteld drie songs waar we bijna onverdeeld gelukkig mee konden zijn. Eerst de beste, ‘Kissing In Memphis’ (als we dat goed hebben), een tof, swampy ritme dat wel iets had van Talking Heads (in hun middenperiode), een lange maar verdomd goeie, consistente gitaarsolo, prima zang. Dan een cover van Lazy Lester (het ons cultuurbarbaren onbekende ‘My Home Is A Graveyard’) met slidewerk door middel van een… drumstick en een einde à la SRV (denk aan ‘Riviera Paradise’) Tot slot een gebald ‘Gangster Of Love’ met veel spankracht en een fraai middenstuk.

 

Maar dan was het vet van de soep. Wat volgde kan aanzien worden als fratsen: een onbestemd stuk met… Stevie Wonder riffs (!) en de muzikanten die mekaars instrumenten omwisselden, maar dan wel zonder op te houden met spelen: bassist Martin Régimbald (een jongere versie van George Clooney!) op gitaar, drummer Jeff Asselin op bas en JW Jones op drums. We zullen het niet zo ver drijven te zeggen dat dit ‘beter’ was maar veel slechter was het toch ook niet! Overigens een uitstekende, functionele ritmesectie (we vergeven hierbij de volstrekt overbodige drumsolo) Deze jongens spelen trouwens ook op de cd ‘Bluelisted’ al moeten ze naast zich de aanwezigheid dulden van super ritmetandem Larry Taylor-Richard Innes.

 

Graag geven we JW Jones een nieuwe kans: dat zal niet mankeren, want te horen aan de reacties zal hij snel terugkeren. Maar u kan niet beweren dat we niks gezegd hebben…

 

Antoine Légat (20 mei 2010)

 
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s