Dobet, Roland, Steven, Bruno, Luiz, Débora, João, Nils, Geert, Patrick, Hannelore, Philippe en John

 

Little Africa’ in De Centrale (28/03/10) – Bruno DENECKERE & Luiz MARQUEZ op de Gentse Barge (04/04) – Débora RODRIGUES & João Escada in Club Reserva (08/04) – Bruno DENECKERE, Luiz MARQUEZ & Nils DE CASTER in het Muzikantenhuis (10/04) – Geert VANDENBON & Patrick VAN DEN HEEDE op de Gentse Barge (11/04) – ‘Paris-Roubaix’ in Arscène, Hansbeke met Hannelore MUYLLAERT, Philippe THURIOT & John SNAUWAERT (11/04)

 

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

 

In vogelvlucht een paar recente muzikale belevenissen. Een wel héél hardnekkige verkoudheid belet me daar nu langer over te schrijven. Soms is het ook gewoon niet van doen. Maar ik wil deze info de achtbare lezer niet onthouden, zodat men later van mij kan zeggen: ,,Hij leerde zijn volk kennen’’!

 

Het ziet ernaar uit dat we het moeten hebben van zondagse concerten. We schreven elders over het ‘Little Africa’ weekend in De Centrale in Gent. De legendarische Senegalese band Touré Kunda (we waren zwaar fan in de eighties, van hen, van King Sunny Adé en van de Zimbabw(e)aanse Bhundu Boys) misten we op zaterdag, maar op zondag was er dé ster van Ivoorkust, Dobet Gnahoré. In deze context was het daaropvolgende afsluitende optreden van Roland Van Campenhout met Steven De Bruyn en slagwerker Abdellah Bahaija alias ‘Marrakchi‘ (omdat hij van Marrakech afkomstig is) een sfeervolle, bluesy chill out. Ze werden nog twee maal teruggeroepen. ‘Join The Bus’ van Stevens band THE RHYTHM JUNKS was een leuk reggaemoment. (zie verder www.folkroddels.be )

 

In de zomer vaart ,,De Maagd van Gent’’, maar tot dan ligt ,,De Gentse Barge’’ stil in het kloppende hart van Gent, aan het Koophandelsplein, naast het oude Justitiepaleis. De lente is een mooi moment om er op zondag statische, gratisse aperitiefconcerten te houden. Op 4 april gaven de Gentse Gentenaar Bruno Deneckere en de Mexicaanse Gentenaar Luiz Márquez er van jetje. Voor wie Bruno volgt in de aanloop van zijn nieuwe, vijfde solo cd (en dat zijn steeds meer incivieken!), viel er weinig nieuws te rapen… Gelukkig maar, want als Bruno aan dat tempo bleef doorschrijven, werd dat een driedubbele cd! Een dubbele zou volstaan, hum. Maar in deze prachtige omgeving (geen piraat in zicht!) en met deze schitterende akoestiek swong het als de dinges van de Maagd.

 

AVS was daar voor opnames, maar die werden pas uitgezonden op dinsdag (het was Pasen, nietwaar!)…Overigens een vrij lange en best goed gemaakte reportage, maar, voor alle duidelijkheid, Luiz speelt géén klarinet, maar wel een soprano sax (naast harp ofte mondharmonica en allerlei precolumbiaanse fluiten…en met zijn band Mezcal ook allerlei op toonhoogte gedrilde reuzenzeeschelpen, schildpaddenvellen en ander biologisch verantwoorde ,,(percussie)instrumenten’’, zie nog immer de cd ‘Shell To Sax’!)

 

Natuurlijk stak Bruno van wal (hahaha, hij stak van wal! De woordspeling!) met ‘Captain Of My Ship’, die heerlijke metafoor, waarmee Deneckere duidelijk maakt dat hij zijn loopbaan uitstippelt zoals hij dat zelf wenst. Toevallig doet hij dat met één van de sterkste songs die we ooit van een Petit Belge hebben mogen aanhoren. De echte Flandriens doen het niet noodzakelijk op ne vélo! Een klassieke set, ware het niet dat hij er speciaal voor de tijd van het jaar het episch-Dylaneske ‘Mary Magdalene’ aan toevoegde (wat hij schreef voor de soundtrack ‘Blind Man’s Son’ uit 1994, verzorgd door zijn band in de nineties, The Pink Flowers) O ja, en hij bracht ook het knappe ‘Can’t Keep Myself Satisfied’.

 

Bruno zou Bruno niet zijn als er weer niet één of andere verwijzing zou zijn naar de rijke liederschat van de States, ditmaal in de vorm van ‘I Am The Man Thomas’ van het legendarische bluegrass duo The Stanley Brothers (Carter & Ralph Stanley), dat kort na WO II populair werd. Ralph kende een memorabele heropstanding met de prachtige soundtrack van ‘Brother Where Art Thou?’, sublieme film van de Coen brothers en treedt nu nog geregeld op met The Clinch Mountain Boys. Hoogtepunten waren echter de zeer vertraagde uitvoering van ‘Tell Her I’m Gone’, dat aldus van een rocker een ballad vol droefheid, kwaadheid en dreiging wordt, en ‘Mexico City’, geschreven in… Mexico City, toen Bruno en Luiz er één van hun toernees deden, een dromerige melodie en even melancholieke lyrics die aan de ribben blijven plakken. Het is ook een song waarin Bruno, zoals in ‘Captain Of My Ship’, toch iets van zichzelf prijsgeeft: ‘I like to change what I see’ verklapt iets van deze ‘wanderlustige’ ziel. Maar vertelt u het vooral niet verder!

 

Op 8 april gingen we in de kelder van de Club Reserva in de Jan Breydelstraat te Gent (vlakbij het Patershol) naar het optreden van twee onbespoten fadista’s uit Lisboa, Débora Rodrigues en João Escada, begeleid door een man op de guitarra portuguesa en een dame op de viola (gitaar) Veelbelovend, maar hun avondmaal liep danig uit, zodat ze een half uur te laat begonnen, en reeds na zes nummers lasten ze een ‘korte pauze’ in, die al snel langer dan een half uur duurde. Uit vrees onze laatste tram en trein naar huis te missen, moesten we het daarom bij die zes songs houden, beetje weinig om een totaalindruk te hebben. Eén van de de andere dagen wilde het niet lukken, al deden, ze een resem concerten. Maar ze komen denkelijk terug.

 

Zaterdag 10 april was het weer de beurt aan Bruno Deneckere en Luiz Márquez, maar nu in gezelschap van Nils De Caster op viool, lap steel en mandocello, en in het Muzikantenhuis, Dampoortstraat te Gent, waarvan  we de gezelligheid niet genoeg kunnen roemen: fijn ingerichte locatie, bakken sfeer, hartelijke bazen, zelf muzikanten, vriendelijke bediening, uitermate lekker en spotgoedkoop eten, democratische dranken en iedereen aanspreekbaar. We zouden er gaan WONEN, als we konden. Muzikanten die zich welkom voelen, zijn ook tot veel bereid en de twee lange sets duurden dan ook tot na twaalven, zodat er ruim twee en een half uur geluisterd werd naar Bruno’s songs. We telden er 23, incluis tweede encore ‘Only If I Wanted To’, zowat Bruno’s lijflied geworden. Nog een hele tijd werd de melodie hernomen, her en der in het Muzikantenhuis. Dat stond in elk geval op zijn kop. We moeten nog eens gaan kijken of het al terug werd omgekeerd.

 

Wees gerust: Nils en Luiz hebben hun eigen materiaal, bands en muzikale bestaan, maar cijferen zich in dit geval volledig weg voor de meester, zoals hijzelf dat ook doet voor zovele anderen. De set? Heel ‘klassiek’ met dimaal plaats voor de swamp rocker ‘Down To The Delta’ (foei, met die stoute gedachten, Marie-Paule!) en de orkaan ‘Walking On Water’. ‘Beatrice’ en ‘Fall For Me’ hadden we al lang niet meer gehoord. We kregen een lekkere rockversie van ‘Crescent Of The Moon’. Twee opmerkelijke songs: traditional ‘Shady Grove’ en een song die ontegensprekelijk ‘Vincent Van Gogh’ heet (maar niets van doen heeft met ‘Vincent’ van Don McLean die woensdag 21 april in de AB zit!)

 

Zondag 11 april, de Barge! Geert Vandenbon kwam er zijn eerste cd ‘Landingsbaan’ voorstellen. Hierbij werd hij flink geholpen door multi-instrumentalist Patrick Van den Heede op zoemende fretless bass, twelve string gitaar, percussie, mondharmonica, tweede stem… Vergeten we iets…? Patrick had voorheen vaak op de Barge gespeeld, maar dan op het dek, als lid van… dixielandorkesten! We keken uit naar de voorstelling van de cd, want Geert, absoluut geen onbekende in de muziekwereld, bracht op zijn 52e, out of the blue, die plaat uit, hij die zich erop beroept geen zanger, geen componist en geen gitarist te zijn. ‘Landingsbaan’ had ons heel aangenaam verrast en we bespraken ze dan ook lovend in Goe Vollek!. Vooral ‘Na jou komt er niks’ had ons diep geraakt. Dat kwam nu vlug in de set, zodat we van die emotie snel af waren, hi hi.

 

De andere songs van ‘Landingsbaan’ kwamen er mooi uit, maar het publiek kent die songs nog onvoldoende om ‘mee’ te zijn. Anderzijds is het dan ook uitermate stil, want de mensen willen de fraaie woorden van Geert kunnen volgen en verstaan. Doordenker ‘Ijsberg’, ‘Ik blijf op Wacht’, ‘Toren van Liefde’ (dat de verwijzing bevat naar de titel van het gans liedjesprogramma ‘Vier Handen, Duizend Stenen’), de voorzichtige meezinger ‘Afrika’, ‘Teken dat ik nader kom’, een zeer geslaagd ‘De Nevel en de Nacht’ en ‘Als het Denken wordt gestopt’ kwamen wat ons betreft het best uit de nog niet gans droge verf.

 

Er waren ook covers en vertalingen. ‘‘s Nachts als het donker is’, ‘Carillon’ en ‘Laat me’ zijn hommages aan de grote voorbeelden, respectievelijk Kris De Bruyne, Boudewijn De Groot en Ramses Shaffy. Deze versies voegen weinig toe aan de toch al ‘perfecte’ originelen, maar in deze setting kan je hoe dan ook niet verrassen, maar het was zeker ook niets om zich aan te storen. Gewaagder vond Geert zelf de vertalingen: ‘Voor eeuwig jong’ is uiteraard ‘Forever Young’ dat Bob Dylan op zijn ‘Planet Waves’ zette in 1971. ‘Planet Waves’ is ook de naam van de komende hommage toer aan Baawb van Derek, Bruno & Nils (u wordt dringend aangeraden daar minstens eentje van mee te maken: onverwachte versies van verrassend gekozen songs!!! En Nils doet als zanger zeker niet onder voor de twee andere tenoren!)

 

Het allermooiste moment kwam als tweede bis. ‘Ik wou dat ik de Wind was’, een vertaling van het zielsmooie (we schreven bijna ‘zeilsmooie’, een leuke slip of the key in deze context) ‘I Envy The Wind’ van Lucinda Williams. Tommetoch. We hadden er tranen van in de ogen, maar we hielden ons stoer.


We moesten ons wel stoer houden want vandaar ging het richting Arscène, de brand-, fonkel- en nagelnieuwe muziekclub in het ons ouwe vertrouwde Hansbekistan! Daar greep ‘Paris-Roubaix’ plaats, een spektakel dat sport en muziek wil combineren, geen vanzelfsprekende combinatie overigens. Koen Degroote, o.a. verbonden aan het Museum van de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, maar woonachtig in het… spoorwegstation van Hansbeke had drie jaar tevoren iets gelijkaardigs gezien van een groep die zich de Cyclophonics noemt. Terwijl op groot scherm de Helleklassieker zijn (109e) beslag kreeg, die zondag 11 april, speelde een trio. Dat werd dan onderbroken met de commentaren van de VRT verslaggevers, telkens als er zich een dramatische ontwikkeling voordeed.

 

Het was voorwaar een trio kopmannen, waaronder weliswaar één kopvrouw, alle drie in passende wieleroutfit. Hannelore ‘Molteni’ Muyllaert zong klassiekers van Edith Piaf (zoals maar weinigen dat kunnen: Hannelore brengt binnen afzienbare tijd een cd uit met Pieter Smout, gevuld met songs van niemand minder dan Boris Vian, maar ook het Duitse kabaret, Barbara en andere chansonnières draagt ze in het hart; ze is ook één van de twee nieuwe zangeressen van het herboren Ishtar), Philippe Thuriot (LOD, Catherine Delasalle, Weshm, en zo veel meer, ook in de klassieke wereld) was zijn accordeon, zijnen trekzak niet vergeten en jazzman John Snauwaert had naast zijn saxen ook… een blokfluit, kinderxylofoon of zelfs een soortement kalebas mee. Geef toe, dat zijn drie Grote Namen, in hun bedrijvigheid even groot als pakweg Juan Antonio Flecha, Tom Boonen en Fabian Cancellara! En geen gevaar op een lekke band…

 

Vervelende koers, zodra de Zwitser op kousenvoeten maar met rustige vastheid zijn metgezellen zur Stelle liet, metgezellen die uitblonken in rustige vadsigheid, zo leek het wel. We hielden ons dan maar bezig met het verzinnen van superlatieven, zoals ‘de Roger Federer van de koers’, ‘de Willem Tell van de velodrom’, ‘de Toblerone onder de Neuhausen’, ‘de koebel onder de koekoeksklokken’ en ander jolig vertier. En uiteraard waren er de chansons van La Môme Piaf, de stadsmus van Parijs, zoals ‘Mon manège à moi (Tu me fais tourner la tête)’, ‘Milord’ of ‘Johnny tu n’es pas un ange’. En hoorden we daar ook niet het nog steeds leutige ‘La complainte du progrès’ van Boris Vian? En diens ‘Je m’aime’? Je vindt trouwens een clipje hiervan op YouTube, gezongen door Hannelore. We herkenden ook ‘Ta peau contre ma peau’ van de grote Serge Reggiani.

 

Op dooie momenten (en die waren er genoeg dank zij die saaie Zwitser) weerklonk dan één of ander TV thema (‘Bonanza’!) of song die je op de wielerkoersen d’antan wel vaker et horen kreeg. Daar zat een sneeuwwit vogeltje! We dropen enigszins ontdaan weer af, overtuigd dat de namiddag geslaagd was voor veel mensen, ondanks het Belgisch débâcle. Maar zeg nu zelf, voor één keer was een Belg géén tweede… Dat is toch al een heel succes?!

 

Nu zondagmiddag gaan we weer naar De Barge voor het aperitiefconcert verzorgd door Derek (met de onafscheidelijke Yves Meersschaert), die er ongetwijfeld zal putten uit zijn nieuwe Nederlandstalige ‘Lila Cortina’: zie onze recensie op www.folkroddels.be. Schip ahoy!

 

Twan (15 april 2010)

PS Philippe Gilbert wint toch de Amstel Gold Race!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s