The PETER PETER IVERS BAND, Terminal Love (1974): zijn tijd ver vooruit

 

Geplaatst op de site van COSMOX ( www.cosmox.be )

 

The PETER PETER IVERS BAND, Terminal Love, Wounded Birds Records WOU 284, 34’21” (11 songs), 1974 (cd 2009)

 

Beoordelingscijfer: 4 op 5.

 

Nu 36 jaar geleden maakte een vrij lovende commentaar in Humo me benieuwd naar deze ‘Terminal Love’ van Peter Ivers, die voor de gelegenheid de mensen die hem daarbij hielpen lid maakte van zijn The Peter Peter Ivers Band. We hebben die LP grijs gedraaid, maar toen de opvolger (op een major) verscheen, bleek die een zware ontgoocheling en verdween Peter Ivers van ons radarscherm, schijnbaar voor altijd. Tot we bij Cosmox ontdekten dat er eindelijk werk van hem op cd te verkrijgen is. Het net vertelt bovendien wat we voorheen slechts moeizaam konden achterhalen. De man bleek een aardige discografie en medialoopbaan opgebouwd te hebben, en een reputatie van performer en dwarsligger, met als hoogtepunt een muzikaal invloedrijke en tegelijk controversiële talk show op een LA ‘nationwide’ TV station. Bands als de Dead Kennedys kregen er hun eerste forum. In 1983 werd Ivers echter thuis doodgeknuppeld. De moord werd, ondanks vermoedens, nooit opgelost en is zelfs weer in de actualiteit. Steeds meer wordt de man een cultheld, want men herontdekt zijn vroeger werk en we vonden zelfs videofragmenten op het net. Wij houden het op ‘Terminal Love’, wellicht toch zijn meest consistente werk, vooral de verdienste van zijn bassist en medeproducer Buell Neidlinger en van gitarist Elliott Ingber (bekend van Frank Zappa en Captain Beefheart) Verwacht u aan prettig gestoorde muziekjes met bevreemdende klankkleuren, met daarbovenop die hoge stem van Ivers (opener ‘Alpha Centauri’) De songs hebben een grillige, soms zelfs complexe structuur. Maar op één of andere wijze valt alles, na een eerste gewenningsfase, in de juiste plooi. De plaat heeft de tand des tijds goed doorstaan, straffer nog, wat toen ‘gestoord’ klonk, is intussen gemeengoed in de alternatieve rock. ‘Terminal Love’ was zijn tijd dus vooruit. Het gitaarwerk klinkt nog even inventief als toen (de hooggestemde breaks in ‘Sweet Enemy’) De toen als ongewoon, soms ‘not done’ beschouwde onderwerpen (‘My Grandmother’s Funeral’, ‘Felladaddio’) Na een paar beluisteringen gaat deze muziek echt swingen: de titelsong, het zwoele ‘Deborah’, het memorabele refrein in het al even sensuele ‘OO Girl’, ‘Holding The Cobra’, dat op vakantie is geweest bij een witch queen in New Orleans. Het kan ook ronduit spookachtig, zoals in ‘Audience Of One’. Het was bovendien onze eerste kennismaking met het fenomeen Stephen Foster, de ‘vader van de Amerikaanse muziek’ (1826-1864) (‘Even Stephen Foster’)

Geen wereldplaat, maar een leuke auditieve trip die graag herhaald wordt. Nu weet ik weer waarom ik aan die plaat indertijd minstens één naald versleet. Maar let op: Peter Ivers’ bekendste song ‘In Heaven (The Lady In The Radiator Song)’ voor de David Lynch film ‘Eraserhead’ staat hier niet op.

 

Antoine Légat (6 april 2010)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s