Dobet GNAHORE en ROLAND maken ‘Little Africa’ tot zinderend volksfeest!

 

Dobet GNAHORÉROLAND, Steven DE BRUYN & Abdellah BHAIJA in De Centrale, Kraankindersstraat te Gent op zondag 28 maart 2010.

 

 Het ziet ernaar uit dat we het moeten hebben van zondagse concerten. We beginnen met het ‘Little Africa’ weekend in De Centrale. De legendarische Senegalese band TOURÉ KUNDA (we waren zwaar fan in de eighties, van hen, van King Sunny Adé en van de Zimbabw(e)aanse BHUNDU BOYS) misten we, maar op zondag was er dé ster van Ivoorkust, Dobet Gnahoré. Sinds ‘Ano Neko’ (‘2004) ging het hard voor deze zangeres die even goed danseres als percussioniste is. ‘Na Afriki’ (2007) bevestigde haar status en nu was ze hier om de dit jaar verschenen ‘Djekpa la You’ te presenteren, een plaat die intussen overal de handen op elkaar krijgt en als een Afrikaanse topper van 2010 wordt erkend.

 

Als slagwerkster kwam Dobet (de –T- niet uitspreken graag) Gnahoré enkel in het begin en op het einde even aan bod maar ze had dan ook een geweldig trio mee, met een bassist en drummer die van alle markten thuis zijn en een buitengewone Franse gitarist die de funky Afrikaanse ritmepatronen ingeslikt heeft. Met deze Colin Laroche de Féline werkt ze al meer dan tien jaar samen. Daar verwijst ‘Ano Neko’ trouwens naar: ‘Laten we samenwerken’. Met haar krachtige, dragende en glasheldere stem zingt ze haar straffe songs met hun spannende polyritmiek, songs in diverse talen, waaronder het Bété (haar eigen taal en traditie), Malinké, Fon, Lingala, en zelfs het Wolof, gesteld zijn.

 

Da’s dan volledig in de lijn van de groep KI YI MBOCK uit hoofdstad Abidjan, waar haar vader en meester slagwerker Boni Gnahoré deel van uitmaakte. Ivoriaanse stijlen, Ghanese highlife, Congolese rumba en soukous, bikoutsi uit Kameroen, invloeden van Zulu’s en Pygmeeeën, dat en meer zit er allemaal in. Ze is dan ook een vurige pleitbezorger van het ‘Panafrikanisme’: Afrika moet zich aan de wereld aandienen als een eenheid in de verscheidenheid. De intussen achtentwintigjarige werd opgeleid in het kunstenaarsdorp Yi-Yi in Abidjan en dat werd precies opgericht door Werewere Liking, schrijfster uit Kameroen en verspreidster van de Pan-Afrikaanse gedachte.

 

In die optiek is Dobet Gnahoré goed bezig. De teksten gaan, hoe kan het anders, over de grote Afrikaanse problemen, maar dan bekeken vanuit de ingesteldheid van ‘Wat kunnen we eraan verhelpen?’ Het positieve van haar boodschap ligt in de lijn van het joie de vivre die de melodieën vertolken. Maar naïef is ze niet: ‘Deka’ handelt over het enorme probleem van de wezen in het door AIDS geteisterde continent. En ze gaat ook al eens diep in de emotie, zoals in een song in Malinké, de taal van haar moeder, opgedragen aan ‘alle moeders hier aanwezig’. Ze is zichtbaar ontroerd als ze op het einde prevelt ‘Maman… Maman… Maman…’. ‘Chilouva’, afsluiter van ‘Djekpa la You’, draagt ze dan weer op aan alle vrouwen van het zwarte continent, ‘fières de notre peau noire’. De eveneens van die laatste cd afkomstige ‘Kokpa’ en het meeslepende ‘Cote d’Ivoire’ bezingen het eigen land. ‘Samahani’ (‘Pardonne-moi’, met inderdaad een stuk in het Frans) en vormt een mooi moment in de set. Maar er is ook het oudere werk als het fraaie mid tempo ‘Kakou’.

 

Niet alleen ziet ze er geweldig uit, een knappe verschijning in smaakvolle Afrikaanse klederdracht, ze straalt ook charisma uit en, alsof dat nog niet volstond, Dobet Gnahoré is een fantastische danseres. In korte maar extreem krachtige beurten laat ze de meest ongelofelijke bewegingen zien. Dat vergt fysiek zoveel dat ze dan altijd even moet bekomen, maar dat geeft de band de kans om te soleren. Tegen het einde aan gaat het dan nog crescendo, wat het enthousiasme nog eens aanzwengelt: afsluiter van de gewone set ‘Nfletoun’ noemt ze een ‘chanson d’amour rhythmique’ en die song staat haar toe ook de dans tot ene climax te brengen. Eén Afrikaanse dame gaat aan het dansen, andere volgen, waarop Gnahoré inspeelt door van podium te springen en mee te doen. De kettingreactie laat zich raden. Het concert eindigt via de twee lange bissen in een zinderend, zinnenprikkelend volksfeest. Achteraf niets dan lachende gezichten.

 

De kans dat we Dobet hier nog vaak kunnen zien is, ondanks een internationaal gevulde kalender, niet denkbeeldig, want haar platenfirma is tevens haar productiehuis, management en boekingskantoor en dat is het Belgische Contre-Jour, die ook Habib Koité, Aly Keïta en 3MA in hun stal hebben. De GANGBÉ BRASS BAND (uit Benin) speelt zelfs mee op de laatste van Gnahoré.

 

In deze context was het daaropvolgende afsluitende optreden van Roland Van Campenhout met Steven De Bruyn en slagwerker Abdellah Bahaija alias ‘Marrakchi‘ (omdat hij van Marrakech afkomstig is) een sfeervolle, bluesy chill out. Ze werden nog twee maal teruggeroepen? ‘Join The Bus’ van Stevens band THE RHYTHM JUNKS was een leuk reggaemoment.

 

Zaterdag 17 april speelt Dobert Gnahoré samen met Manou Gallo in het Zuiderpershuis te Antwerpen.

 

Antoine Légat (14/15 04 10)

 

 
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s