Met ‘Joy Mining’ en ‘Afterwords’ voegt Iain MATTHEWS twee parels toe aan zijn rijke oeuvre

 

Iain MATTHEWS & SEARING QUARTET, Joy Mining, Matrix 2008

Iain MATTHEWS & Egbert DERIX, Afterwords, Matrix 2010.

 

 

FAIRPORT CONVENTION ontketende een revolutie op het vlak van Angelsaksische folk. Het was het startpunt van de folkrock en, eigenlijk begint de hele (Europese) folkrevival daar…  Dat terecht legendarische en anno 2010 nog steeds voortboerende Fairport Convention betekende een springplank voor vele creatieve muziekmakers. Dan denken we in de eerste plaats aan Richard Thompson, maar ook aan Sandy Denny, Dave Swarbrick en… Iain Matthews (Ian Matthews MacDonald liet zijn achternaam vallen in ’68 en in ’89 veranderde hij zijn voornaam om zijn Keltische wortels te tonen; tegenwoordig gebruikt hij zowel Ian als Iain) Wat voor velen een hoogtepunt zou zijn, was voor Iain slechts één etappe in een boeiende reis, die, zo bewijst zijn recentste werk, pas nu op de top van zijn kunnen lijkt aanbeland. Maar het was een lange weg.

 

Op de twee platen met MATTHEWS SOUTHERN COMFORT en de wereldhit ‘Woodstock’ (compositie van Joni Mitchell) volgde een sololoopbaan die in de seventies de ene plaat na de andere opleverde, tien in totaal. Die schijven, te beginnen met het meesterwerk ‘If You Saw Through My Eyes…’, maar het geldt evenzeer voor bij voorbeeld ‘Tigers Will Survive’ en zelfs de meer poppy ‘Go For Broke’ en ‘Hit And Run’, vergaarden wel emmers vol kritische lof, maar kenden vreemd genoeg niet het verhoopte publieke succes. Een mens zou dan nog PLAINSONG vergeten, een aan zijn sololoopbaan gelieerde band (met o.a. Andy Roberts), die in 1972 nog ‘In Search Of Amelia Earhart’ opleverde (de titelsong is een klassieker), waarna deze formule splitte. Maar Plainsong zal veel later weer opduiken… om te blijven.

 

Matthews verhuisde in de loop van de seventies naar de States. Na dat vruchtbare decennium was hij de richting een beetje bijster, iets wat ook tijdgenoot Kevin Coyne overkwam, maar die vertrok naar Duitsland. Die andere folksinger-songwriter Martin Simpson belandde dan weer in de States om vijftien jaar later naar Europa weer te keren. Matthews wou in die vroege eighties zelfs voor lange tijd de muziek verlaten, maar na vijf jaar voelde hij al aan dat de interesse bleef bij het (Fairport)publiek dat hij in de vroegere jaren had opgebouwd. Op het einde van de jaren tachtig verkaste hij naar Austin, TX en daar hervond hij zijn oude ritme: in de jaren negentig kwamen er niet minder dan vijf soloplaten (waaronder de prachtige ‘Pure And Crooked’ uit 1990), drie platen met Plainsong, één met trio HAMILTON POOL en allerlei releases van onuitgegeven materiaal en zeldzaamheden. De inbreng van zijn occasionele producer en Hamilton Poollid Mark Hallman was hierin niet onbelangrijk. We maakten hem in het begin van het decennium nog mee in de Belle Vue club van de AB en hadden zelfs een interview met de man.

 

Ondanks die productiviteit kondigde hij ergens aan het eind van dat decennium zijn definitief afscheid aan, wat ons met ongeloof vervulde. En zie, de man is er intussen 64, maar oogt jonger dan ooit, woont nu in Horst (Noord-Limburg) en is ongemeen actief. De teller staat, volgens ons, voor de laatste tien jaren op zestien cd’s, waaronder twee met zijn Amerikaanse zielsverwant en al even grote survivor Elliott Murphy, twee met Plainsong en één Sandy Denny tribute met de éénmalige formatie NO GREY FAITH (‘Secrets All Told – The Songs Of Sandy Denny’, 2000) Er komt binnenkort zelfs een nieuwe plaat van Matthews Southern Comfort uit en op 13 juni zit hij met Nederlandse jazzpianist Egbert Derix in ’t Ey in Belsele (bij Sint-Niklaas)

 

Wat ons bijzonder treft bij de man, zijn, naast zijn onverdroten ijver, zijn geweldige veer- en werkkracht en de vrij constante kwaliteit van zijn werk in goede en kwade dagen. Als singer-songwriter bleek hij bovendien een uitstekend oor te hebben voor andermans werk, binnen en buiten de folk. Maar zijn integriteit valt zo mogelijk nog meer op: zelfs zijn oude poppy platen zijn allerminst een commerciële knieval. Trouwens, het is blijkbaar niet alleen voor ons een raadsel waarom bvb. ‘Gimme An Inch Girl’ (uit ‘Stealin’ Home’, 1978) nooit een gigantische hit werd (daar zal het tijdsgewricht, de punk, wel voor iets hebben tussen gezeten…) Met zo’n overvloed aan prachtig materiaal beklaag ik degene die daar ooit een ‘Best Of…’ zou willen uit puren. 

 

In 2008 kwam een droom van Iain eindelijk uit: met het SEARING QUARTET (Egbert Derix piano, Peter Hermesdorf saxen, Norbert Leurs staande bas, Sjoerd Rutten drums) bracht hij ‘Joy Mining’ uit, een cd die ons volledig ontgaan was om redenen die te maken hebben met de klassieke promotie- en verdelingsproblemen, maar waarop hij voor het eerst zijn voorliefde voor de jazz in de praktijk kon omzetten. Iain had het kwartet aan het werk gezien en was diep onder de indruk. Met pianist Derix deed hij de jubileumtoer voor ‘If You Saw Through My Eyes’, waarna ze prompt en gefocust samen nummers begonnen te schrijven. ‘Iains teksten gaven me telkens ondubbelzinnig indicatie van waar de muziek naartoe moest’, stelt Egbert, een natuurlijke werkproces, dat Iain beaamt: ‘Niet te geloven dat iemand zo perfect mijn teksten in muziek omzet.’ Iain noemt Searing Quartet de beste band waar hij ooit mee speelde en ‘Joy Mining’ de beste plaat die hij ooit maakte, tot en met het hoesontwerp.

 

Joy Mining’ is inderdaad een Meesterwerk, met een grote M, jazeker. Ongeduldigen kunnen zich al laven aan de songs die op You Tube staan, waar je nog de beelden bij krijgt, natuurlijk. We vonden er vier plus een soort trailer voor de cd en een openhartig en verhelderend interview. Die tonen aan wat een ijzersterke (ijzerzachte?) combinatie Matthews-Searing is. Het is bij voorbeeld niet mogelijk zonder koude rillingen te luisteren naar ‘God’s Eye View’: Iain kreeg van zijn moeder een foto van zijn vader, die hij nooit gekend heeft, wat hem tot hartverscheurende conclusies brengt. So what could have made this picture so taboo and why my mama thought her bridges might come tumbling down. I know you saw it from your God’s eye view.’ Zelden zo’n inkijk gekregen in iemands diepste zielenroerselen met zo’n heerlijke muziek als decor: de sopranosolo van Hermesdorf beweegt je tot tranen toe.

 

Joy Mining’ doet denken aan Sting en zijn schitterende band met Branford Marsalis ten tijde van het intussen klassieke ‘Nothing Like The Sun’, maar dit is nog van een andere orde, zo broeierig intens en emotioneel geladen De prachtig uitgetekende jazzpatronen staan volledig ten dienste van de stuk voor stuk sterke songs die Matthews brengt met inzet van zijn ervaring en maturiteit. Daardoor overstijgt de muziek elk genre: het is evenzeer folk als singer-songwriting en jazz, ‘wereldmuziek’ dus. Zelfs een ogenschijnlijk minder bewogen thema als ‘Fishing’ wordt verwerkt tot een song van een bijzondere esthetiek. Songs als ‘Randolph Scott’, ‘St Theresa’s Ghost’, ‘Waves’ en ‘In Spite Of Myself’ zijn evergreens in de dop. Dat ‘Joy Mining’ nog niet bekender is, komt omdat men de plaat in eigen beheer opnam en voorlopig niet verdeeld wordt (wel te verkrijgen via iTunes) Maar hier kunnen jazzlabels als Blue Note of ECM toch niet blijvend naast kijken? Iemand uit zijn omgeving maakte ons attent op het bestaan van ‘Joy Mining’ die hij ons ter hand stelde, tezamen met de cd + DVD ‘Afterwords’, die zoals de titel al halvelings aangeeft, in de nasleep van ‘Joy Mining’ komt.  

 

Op de cd herneemt hij vijf songs van ‘Joy Mining’, de titelsong incluis, aangevuld met zes andere, al even fraaie songs, waaronder ‘Woodstock’, live opgenomen in Maastrichts Café Thembi in mei 2009. De DVD werd in October 2009 in Acoustic Alley, Den Haag, evenzo live ingeblikt, negen songs, gedeeltelijk dezelfde als op de cd. Op ‘Afterwords’ werkte Iain samen met de al enkele keren vermelde pianist van het Searing Quartet, Egbert Derix, die het predikaat van ‘Jef Neve van Nederland’ niet gestolen heeft. Je hebt op ‘Afterwords’ dus niet de band, maar je krijgt er een grote intimiteit voor in de plaats. Op de cd speelt ook slagwerker Sjoerd Rutten mee, terwijl de DVD een zuivere duoprestatie is.

 

 In zekere zin zijn we blij dat het duo, ‘God’s Eye View’ niet hernam want dat had zijn definitieve versie al gekregen. Het is een ander nummer dat de belangstelling opeist, ‘Gold’, nieuw in het repertoire van Iain maar oorspronkelijk een song van één der meest onderschatte songschrijvers van de laatste halve eeuw, Amerikaan Peter Blegvad (lid van o.a. het avant-garde gezelschap SLAPP HAPPY/HENRY COW, ook bekend als cartoonist van ‘Leviathan’) verschenen op het nog immer zeer aan te prijzen ‘King Strut & Other Stories’ (1990) De eerste maal dat we het nummer in deze versie hoorden, hebben we de repeat knop ingeduwd. De rest van de cd hebben we de dag erna beluisterd, zodanig waren we in de ban van de goudkoorts. Benieuwd of het ook bij andere liefhebbers van het genre zo’n sporen nalaat.

 

Antoine Légat (15 03 10)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s