‘Universal Love’ van ARK: voor wie luistert gaat een klankenwereld open die ons bij voorbeeld meer lief is dan al die slijmerige kerstplaten en new age dolfijnen, watervallen en ijsvogels tezamen.

 

ARK, Universal Love, Commedia COM 190011-2.

 

Het zal me worst wezen of dit stuk mijn zogenaamde credibility als muziekliefhebber aantast of niet, maar ik kan iets niet slecht vinden als het me behaagt, in welke stijl die muziek (of andere vorm van creativiteit) ook evolueert en ongeacht achtergronden en inhoudelijke bedenkingen. Want dan zouden we ons ook moeten ergeren aan de onderwerpen in de werken van de gebroeders Van Eyck bij voorbeeld! Dit gezegd zijnde heb ik een moeilijk uit te roeien afkeer van new age muziektoestanden, die zo akelig ,,body’’ missen, al mag je natuurlijk nooit alles over dezelfde kam scheren (Terry ‘Broer van’ Oldfield maakte met David Pash de leuke ‘old age’ soundtrack van In Search Of The Trojan War, TV-serie van Michael Wood) Een eerdere kennismaking met een cd van Ark, de formatie van Chery Derycke, Elsje Helewaut, Ivan Smeulders en Marie-Anne Coppens had ons al weten te bekoren. Dat was al bij al geen verrassing omdat de twee eersten de drijvende kracht waren achter Elisa Waut, formatie die ooit hoge ogen gooide in Humo’s Rock Rally en die een paar fijne platen uitbracht. Nu is er Universal Love, waarbij de dames de (engelen)zang waarnemen, de heren zingen en spelen. Ivan Smeulders, die ook de productie waarnam, bespeelt een hele resem al dan niet exotische instrumenten, programmeert en sampelt. Iedereen draagt bij aan de composities. Nogal wat mensen zullen hun bedenkingen hebben bij deze ,,oecumenische kerstplaat’’. Universal Love heeft een uitgesproken religieuze inslag, tot in het grafische werk toe, maar naast de christelijke component (waarbij het Orthodoxe niet werd vergeten), komen ook teksten uit de Islam, de Hindoe en de Joodse godsdienst aan de beurt. Vandaar uiteraard de titel van de cd. De muziek blijft steeds eigen inspiratie en bezit mede daardoor een grote eenheid. Zelfs al ontgaat je persoonlijk die religieuze verdieping, zoals dat bij ons het geval is, dan nog kan men een gemeende oproep tot vrede en verinnerlijking bezwaarlijk ,,storend’’ vinden, zeker omdat Ark niemand van wat dan ook probeert te overtuigen. Hier geldt het aloude adagium: ,,De goegemeente geilt op boksers die mekaar verrot kloppen, maar steigert als homo’s mekaar zoenen’’, wat in wezen de omgekeerde wereld is. Je kan deze muziek best pruimen zonder de context, of moet je de opera’s van Richard Wagner mijden omdat één of andere besnorde dictator ze het summum van cultuur vond? Do I make myself clear?

Blijft de muziek. De cd opent met het instrumentale titelnummer en, zeggen zoals het is, we werden koud gepakt, door de Big Music die langzaam oprijst uit het zich vermenigvuldigende instrumentarium, waaronder zwierige strijkers. Een beetje zoals Adiemus (alias Karl Jenkins) maar in dit geval niet er over, en het venijn, of in dit geval de honing, zit in de staart: plots duikt boven het harmonium een doudouk op (Vardan Hovanissian) die een vette streep melancholie trekt over het vreugdegevoel. Het soort waar je nekharen van recht komen te staan. Na deze straffe start gaat het gezapig verder in een gelijkmatig tempo met weinig dynamiekverschillen, maar met altijd weer fraaie melodieën en een prachtige klank. Het vocale werk is doorlopend indrukwekkend (in The Sun bij voorbeeld) Nummer vijf In de Stilte is een tweede merkwaardig moment. Het steeds weer herhaalde vierregelige gedicht klinkt telkens iets luider om ten slotte en sourdine te verdwijnen, zoals het gekomen was, een song als een Vlaamse mantra. Universal Love is kwistig met de zalige melodieën, zoals in Breathe In, Hari Ohm (Hindoe mantra) en achteraan Gaté Gaté (haaa, die doudouk) Met La Illaha (traditioneel Islamitisch gebed) gaat het zowaar eindelijk eventjes wat forser en up tempo. Nog een derde sterk moment is, beetje onverwacht, Kyrie Eleison: lange intro om de langoureuze melodie in te spelen en dan de bekende woorden (Griekse en geen Latijnse: ook de Orthodoxie gebruikt de termen) Verschijnt plots, tien songs na de opener, weer die doudouk, overgaand in een heerlijk fluitstuk (nergens aangegeven, maar dit klinkt klaaglijk zoals een ney of kavala) Zoveel weemoed brengt ons  – enkel de duur van de incantatie –  weer at peace met wat onze jeugd voor een stuk verkorven heeft. De afsluiter brengt de doudouk in de frontlijn voor de ingebeelde soundtrack van een film die gerust die naam mag dragen: Salvation. Voor vele moderne oren, gevoed door effectjagerij en donderende drums, is Universal Love ongetwijfeld de meligheid ver voorbij, maar voor wie luistert gaat een klankenwereld open die ons bij voorbeeld meer lief is dan al die slijmerige kerstplaten en new age dolfijnen, watervallen en ijsvogels tezamen. Wie durft?

 

Antoine Légat (17 12 09)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s