Nog een dot van een ODE AAN DIE FREU(N)DE: emigratieproject van het visserskoppel Marnix Verleene en Carine Ulin in Oostende 12/09/09

 
 

Benefiet ten voordele van ,,Het emigratieproject van het visserskoppel Marnix Verleene en Carine Ulin”, H. Baelskaai op de Oosteroever te Oostende op zaterdag 12 september 2009 (vanaf 14 tot ruim 2 uur)

Op zaterdag 12 september togen we naar de Oostendse haven, naar de voor de gelegenheid deels afgezette kaai op de Oosteroever. Een ons vertrouwde buurt via TAZ, die daar elk jaar ruim een week op diverse plekken activiteiten ontplooit eind juli en begin augustus, maar vooral bekend als een visserskaai. Een rijk gevulde affiche van ,,rockers en dichters” lokte ons, meer dat het wat mysterieuze goede doel, ,,het emigratieproject van het visserskoppel Marnix Verleene en Carine Ulin”. Ter plekke werd alles duidelijk: na zovele stormen (letterlijke en figuurlijke) overleefd te hebben, kwam de druppel die de Noordzee deed overlopen. De restricties opgelegd door Europa en andere beleidsorganen maken het onmogelijk om het eerbare beroep van visser nog verder uit te voeren. De sector wordt gewoon doodgedrukt. Waar hebben we dat nog gehoord?!

Marnix besloot daarom consequent have en goed op te geven en per schip zowat de wereld rond te zeilen op zoek naar verwante zielen in de havens onderweg, andere vissers wier situatie vergelijkbaar is, want het is, laten we wel wezen, een mondiaal, ,,globaal” verschijnsel. Het moet al héél erg hoog zitten vooraleer een nuchtere man-van-de-genadeloze-maar-allesoverheersende-zee tot zo’n vadermoord overgaat. De tocht zal ten slotte naar Oceanië voeren. ,,Ik zeil het af onder de vlag van de draak”, want Marnix is, al weet hij dat zelf niet, van nature een dichter. En een schrijver van een zeer ongewoon kaliber: over zijn leven en dat van zijn voorouders, over de vis, zijn beroep en belevenissen op zee en overal waar hij terechtkwam, over de mazzel en de brute pech, het leven en de dood die op zee (en op de weg!) loert, schreef hij als Schipper Marnix Verleene ‘Is goed ’t is slecht ’t was ik, 280 gedocumenteerde bladzijden (met foto’s van o.a. Jo ‘Flitsmatroos’ Clauwaert), en dat in een totaal eigen, onopgesmukte, rechttoe rechtaan stijl. Dit boek lees je in één trek door en je leert er bijzonder veel uit, niet alleen omdat het de vinger op de pols legt van het hondse bestaan als schipper, maar ook omdat het een bron van wijsheid blijkt. Een filosoof, dat is Marnix dus ook. En het citaat van Shawnee opperhoofd Tecumseh, vooraan in het boek, spreekt, heu, boekdelen, want het toont de verwantschap tussen de situatie van de Indianen in Amerika toen en de vissers van onze kust nu.

Maar dansen op het graf, dat doet men in zo’n geval. Eens te meer waren alle omstandigheden hier aanwezig om er een féést van te maken. Ook het ronduit uitstekende weer was present. Over één belangrijk aspect hadden we ’t nog niet: visser of universitair, Oostendenaar of ,,vreemdeling”, dichter of muzikant, kunstenaar of luisteraar, drinkebroer of…drinkezuster, jong of oud, je had het gevoel dat iedereen hier aan hetzelfde zeel trok, met de mentaliteit van de Drie (Vier) Musketiers, ,,één voor allen, allen voor één”. Die vorm van solidariteit, van vriendschap is onbetaalbaar! Toen rond tweeën Bruno Deneckere afsloot met 900 Miles (van Woody Guthrie) wisten de die hards die de marathon van 12 uren hadden overleefd dat ze iets enigs hadden meegemaakt. Eigenlijk moet je de rest van dit stuk dus niet meer lezen: we hebben gezegd. Lees het boek, organiseer zelf uw feest, los van wat ,,men” je dicteert, omdat die ,,men” er louter en alleen eigenbelang bij heeft. Jij hebt ,,men” hiervoor niet nodig. Het is een stuk vrijheid, de moeite waard om ervoor te vechten, in naam van het zelfrespect.

Maar bon, er waren zoveel interessante podiumactiviteiten dat we die uit beroepsoverwegingen (of was het -misvorming?) niet over het hoofd kunnen zien. Actrice Katrien Devos legde charmant en welsprekend, vanuit het hart maar gevat het doel van het evenement uit. Van Two Men’s Mission onthielden we een passionele ode aan Trixie Whitley, die muzikaal steeds meer de dochter van haar vader blijkt. Wordt een grote madam, dat hebben die van TMM goed door. Peter Flynn is een Ierse dichter die in Gent belandde. We zagen hem al eerder aan het werk en vragen ons af hoe een man die in zijn moers language zo’n pertinente dingen schrijft (The Polictics Of Drinks, The Wild, Wild Sea), die nog nooit heeft gepubliceerd. Poëet Geert Cyriel Tavernier is zelf Oostendenaar en dus the right man in the right place om een lang gedicht te schrijven, Het Zweet van de Zee, waarin alles wat voor de stad en de visserij van belang is zijn plaats gekregen heeft. Voor wie het wereldje en de stad niet kent, niet allemaal even duidelijk, maar dan nog snuif je de sfeer. Het bewuste gedicht wordt binnenkort gepubliceerd en dan lezen we dat wel na.

Geert Cyriel Tavernier is overigens samen met Jo Clauwaert, Peter Holvoet-Hanssen, Don Fabulist en Herwig Deweerdt medewerker aan het maandblad HVB ofte Het Visserijblad, dat niet minder dan 76 jaar bestaat (€ 2,99 per nr.; het.visserijblad@telenet.be) Daarmee geven ze het blad met een specifieke doelgroep een totaal onverwachte extra poëtische dimensie, wat geen enkel ander blad hen nadoet!

Het Noord-Franse Voodoo Wild heeft al een flinke reputatie opgebouwd met het creatief naspelen van Jimi Hendrix songs. We onthielden een sterk afsluitend Red House en, al ging bis Voodoo Child over de schreef, wat tijdsduur betreft, niemand die daar aanstoot aan nam, al kregen de organisatoren met een serieuze achterstand te maken. Katia & The Cave kennen we niet, maar blitze bassiste Katia leidt haar groep door treffelijke versies van bekende rockers als Start Me Up, Roll Over Beethoven, Route 66, Addicted To Love, Born To Be Wild, Susie Q, Proud Mary, Johnny B. Goode en Hoochie Coochie Man. Singer-songwriter Hermes verraste met songs als Make Death Your Ally, Bound For Glory en Woman From New Zealand, resultaat van twee keer drie maand leven down under. Hij hield ook nog een levendige herinnering aan een bezoek aan het Labadoux Festival voor het concert van één van de grootste singer-songwriters aller tijden: Song For Warren Zevon was daarvan het tastbare resultaat. Er was ook nog een onthutsend lied over een Zuid-Afrikaanse vriend die neergeschoten werd. Geen lichte kost, maar vlot gepresenteerd.

Terwijl de zon onderging, was het de beurt aan dichter Peter Holvoet-Hanssen en zijn bont gezelschap, verbonden aan Het Kapersnest waar hij de kapitein en bezieler van is. Dochter Anna Roza Holvoet die op reis de figuur van Captain Slim bedacht, werd zo de aanleiding voor De Meeuwen van Polperro, een ,,wolkengedicht” uit Peters derde bundel Santander. Ontboezemingen in het Vossenvel. Peter bezig zien is een hele ervaring. Ondanks een ernstig rugprobleem gooit de man alles in de strijd om je mee te sleuren in de orkaan van emoties die zijn woorden genereren. Pure poëzie, in alle betekenissen. Alras sleurt hij zijn gast op het podium, de in Ierland wonende troubadour van Australische afkomst Roshan.

Roshan Groves kwam speciaal van thuis over voor deze benefiet. Plaatwerk heeft de dame nog niet, maar ze heeft wel een bijzondere présence. Ze wil van haar piratenlied Bones On Black een ,,national anthem” van de (goedbedoelde) zeeroverij maken (leuke zinsneden als ,,Sinbad, sing good, sing anyway you can”) Nu nog piraten vinden met smaak (je vindt die helaas alléén in Het Kapersnest, vrezen we…) Op de trein had Roshan muziek gemaakt op Drinkdicht, gelegenheidsgedicht dat Peter uitdeelde om meegezongen te worden. Wat we trouw hebben gedaan: ,,Wachtman op het stampend schip, we zitten in de diepste dip – pekel stroomt door onze kop, we geven onze strijd niet op.” Je moet het maar bekken!

In een razende vaart gaat het schouwspel verder. Nu worden Marnix en Carine ,,geZeeRidderd” door Anna Roza, een tegelijk feestelijk-hilarische én ontroerende plechtigheid: menigeen heeft tranen in de ogen bij de poëtische vlucht die zo’n riddering neemt… Al zou ik de ZeeRidders aanraden harnassen van roestvrij staal mee te nemen op expeditie! Don Fabulist mag dit wervelende hoofdstuk afsluiten met enige verstilling. Don is zelfbeëdigd verhalenverteller. Al vreest hij na zoveel joligheid de avondmist in te gaan, de man krijgt al snel alle blikken op hem gericht met zijn Spîegelverhaal.

De beurt aan Douvie, man van de streek, dus kustenaar en de laatste van de kunstenaars van het woord op dit gebeuren. Wat ons betreft een aangename kennismaking. Hij brengt Bond van ééntje te vele, een lange tirade van originele associatieve gedachten, zonder een blad voor de mond te nemen, letterlijk noch figuurlijk. Na zijn tsunami staat geen enkel heilig huisje in de buurt nog recht. De man schijnt een volslagen amateur te zijn, maar hij praat vlot de grootste hoop van de zogenaamde stand up comedians waarin Vlaanderen tegenwoordig grossiert de vernieling in, zeker weten.

Joe Mullen is Ier (van de streek van de ons allen zo dierbare Rory Gallagher), timmerman en scheepshersteller, globetrotter en folkmuzikant. Hij is ten slotte via Brugge in Oostende beland. De liefde, weetjewel. Uit zijn vaderland bracht hij de liedjes mee die men zo ongeveer overal ter wereld kent, via Dubliners, Chieftains en zovele anderen. Whisky In The Jar kent men hier vooral via de rockversie van Phil Lynott en Thin Lizzy, maar wat is de folkversie toch ook een zaligheid.

De ,,ontdekking van de avond” noemde iemand haar, en dat is ongetwijfeld zo. ,,Ze draagt géén baard en ze zingt in het Engels, Amalia Vermandere!” Ze is, net als Trixie Whitley, de dochter van haar vader, maar daar houdt de vergelijking op, want -er viel niet naast te kijken, mijne heren, die dan plots allemaal gediplomeerde vissers zijt- beeldschone Amalia zit in een Angelsaksische liedtraditie. Al doet ze ook een fijne versie van de Mexicaanse traditional La Llorona. Liedjes als Maria en Watch The Women, Come To Me, (met de ijzersterke zin: ,,Looking for a stillpoint, that’s what makes me move”), Woman Of Fire en Rosita geven aan dat het met deze jongedame gebeiteld zit (niet mét een beitel, zoals vader Willem!)

Bruno met zijn trouwe Mexicaanse harpist en saxofonist Luiz Marquez, het is een duo als geen ander. Dat hij met zijn nieuwe Captain Of My Ship zou beginnen, leidt in deze context geen twijfel. En iets verderop brengt hij speciaal voor de gelegenheid The Ship Song, de anthem van Nick Cave uit The Good Son. Diamond en Nashville leiden tot Keeping Up Appearances. Die klepper uit zijn eerste soloplaat Beyond The Pink Flowers dateert van heel lang geleden, maar het kreeg recent een nieuw jasje aangemeten. Luiz blaast zich de longen uit het lijf op de soprano. Koude rillingen bij één van Bruno’s wereldsongs. Lady Luck bracht het duo enkel met twee mondharmonica’s, geen innovatie maar telkens weer straffe kost. Niemand schrijft Engelse teksten zoals de Gentenaar! Via Robin en Mike Seegers It’s A Shame, komen ze bij Bruno’s eeuwige inspiratiebron, Bob Dylan. All Along The Watchtower, maar omdat Bruno de tweede strofe straal vergeten was, zong iemand vanuit het publiek dat voor de vuist, en trefzeker! Baawb heeft overal zijn spionnen. Daarna verloor het optreden aan spankracht. Het late uur, de rijkelijk vloeiende drank en de verkoudheid van Luiz (,,Not the Mexican flu!”) eisten hun tol. We noteerden ondermeer nog Tell Her I’m Gone, Hard To Tell, gevolgd door een geïmproviseerde blues, en nog zo’n impromptu blues, en de al vermelde Woody Guthrie song, 900 Miles.

Ons coda komt uit de pen van Peter Holvoet-Hanssen die Marnix Verleene in zijn nieuw levensdoel bevestigt. ,,‘Nu gaat het pas beginnen,’ zei ZeeRidder Marnix, dat is waar maar: de POGING telt, de levenshouding wordt geridderd, dus geen extra druk op uw schouders halen hé en gestaag vooruit – op ons kunt ge altijd rekenen.” (Antoine Légat; 17 09 09)

 

PS Er waren gans in het begin een paar optredens die we niet zagen. Excuus!!! We kregen hierover een mail die we u niet willen onthouden.

 

,,Beste Antoine,
 
Bedankt voor je reageren, sorry, je kan inderdaad niet schrijven wat je niet gehoord hebt, maar misschien toch eventjes vernoemen ?
Het koor Gaudia Canticorum mocht de spits afbijten en zette een mooie prestatie neer, ondanks het in de buitenlucht was, en dan was er Tom met Marc Celis aan piano. Tom woont in Antwerpen en bracht mooie zachte songs. Luc Saeys zal je waarschijnlijk wel gezien hebben (inderdaad! – AL) aangezien hij lang na Voodoo Wild zijn voordracht deed. Hij had eerder korte teksten, maar die waren wel gevat en met humoristische inslag. Nasda en Felix was zeker ook niet mis…

Zo, nog veel schrijfplezier,want je doet dat wel goed (dank u wel!!! – AL)!
 
Vriendelijke groeten
                            

Karine.”

 

Dank voor de commentaar, Karine!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek en vriendschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s