Pukkelpop 2009: herzlich WILCO-mmen!

 
 Verslag van het Pukkelpop festival (Kiewit-Hasselt), donderdag 20 augustus 2009.

We waren de laatste jaren niet (meer) welkom als journalist op Cactus en Pukkelpop, dit laatste om ons nog steeds onbekende redenen. Patrick Keirsebilck van Cactus heeft ons dit jaar een duidelijk en bevredigend antwoord gegeven op onze vragen: het is een bewuste keuze, opgedrongen door de omvang van het Minnewaterpark, en het zij zo. Chokri Mahassine van PP heeft nooit geantwoord op mijn open brief van nu al een jaar of vijf terug…Van de schimmige ,,Humanistische Jongeren van Leopoldsburg” moeten outcasts, paria’s en journallie als ik niets meer verwachten, zo lijkt het. Sindsdien wordt het alsmaar erger op vele zich steeds groter wanende zomerfestivals, wat mede te maken heeft van de would-be muziek magazines die als paddestoelen uit het net rijzen en van oordeel zijn dat ze met twintig man per site de backstages van het land mogen bezetten…

Maar de ogen gaan nog wel open: élke schakel in de bizness is belangrijk, ook de niet-nationale verslaggever en journalist, toch die met enige voorgeschiedenis en bewezen inzet en capaciteiten. Ik vraag me overigens af hoe het met de andere verslaggevers in onze situatie zit. Worden die ook systematisch en even consequent buiten gehouden? Als dat zo is, bravo, dan blijven we gedwee thuis, tot tegenbericht. Maar ik ken intussen al enkele onduidelijke ,,uitzonderingen”. Dan toch graag iedereen gelijk voor de wet?

Toch blijven én Cactus én Pukkelpop, ondanks hun weinig zeggende of toch weinig zeggend geworden namen, veruit onze meest geliefde festivals (samen met TAZ, that is), die het dichtst benaderen waar we in wezen muzikaal voor én achter staan (al kan je dat van pakweg Sfinks, zeker dit jaar, en Dranouter ook zeggen, hoor) Met twee, soms drie of vier mensen (ze noemen dat een GEZIN) een gans festival meemaken in een wei of park (eventueel met overnachting) zonder een laptop te kunnen gebruiken of andere technische faciliteiten is heel veel geld voor heel weinig recensiewerk. Met mijn huidige gezondheid (gelukkig voor verbetering vatbaar) is dat nog een extra beproeving. Maar goed, dat maakt enkel onze rekening uit, letterlijk en figuurlijk.

Dus ook dit jaar geen Cactus (na meer dan twintig jaar trouw bezoek in alle mogelijke gedaanten, waar slechts één sabbatjaar tussenzat, omdat we toen in Hellas verplichtingen hadden) en het zag ernaar uit dat ook PP weer aan onze neus zou voorbijgaan. Maar de dinsdag voor het festival kregen we plots een mail van het management van My bloody Valentine: we werden uitgenodigd op PP op donderdag en op de ,,MBV Aftershow”. Ondanks deze short notice, besloten we te gaan, ondanks de berichten dat de 20e de warmste dag van het jaar beloofde te worden. Al liep er nog van alles anders mis (,,Als de nood het hoogst is, komt een ongeluk nooit alleen”) waren we (= een jeugdige en dynamische concertorganisator die de plaats innam van de intussen door faryngitis geplaagde zaakvoerder van Nefertaribookings, ons Karin dus) vastbesloten om te gaan en, naar aloude traditie, duchtig te shoppen: zoveel mogelijk bands zien, geheel of deels, dat was de opdracht.

De ,,pech” hield echter aan: we werden meteen naar een officiële parking geleid, gratis of goedkoop, zo leek het. Toen we niet meer terug konden, bleek die (onbewaakte!) parking € 9 te kosten, zijnde € 3 per dag (maar er bleek geen dagtarief te zijn…Je meost de volle pot betalen) Heel veel geld, zeker toen bleek dat ondanks het vroege uur, die zogenaamde ,,parking” (eigenlijk een lange straat met hier en daar een inham) al gans vol bleek. We vonden ten slotte een plaatsje een dikke 600 meter verder. Toen we die nacht weerkeerden, konden we wel een ticket krijgen om terug te keren de volgende dagen. Maar ons geld (€ 6 dus) kregen we niet weer…Je kan Limburg véél vergeven, om redenen die we hier niet liever opsommen, maar dit was er toch een beetje over.

Afijn, de muziek zou veel goedmaken, maar de hitte van die dag (bestaat er iets tropischer dan ,,tropisch”?) vroeg toch uitzonderlijk veel van onze fysiek…en van ons schaarse zakgeld. Pas achteraf, weer thuis, vernamen we waarom veel mensen met grote waterflessen rondliepen: die werden gewoon uitgedeeld! Want plat en bruis kwamen in kleine flesjes aan € 9 per vier (PP heeft iets met het getal 9 blijkbaar). Maar goed, dorst hebben we toch niet geleden, dank zij onze strikte planning. Tussen twee en zes draaiden we op ralenti, maar wie niet onder deze loden ploert? Dan te bedenken dat het de vrijdag zo’n 14 graden koeler zou zijn, wat nog steeds behaaglijk warm moet aangevoeld hebben.

De muziek maakte echter alles goed. De donderdag was vanuit onze optiek veruit de interessantste dag, maar gezien de namen van vrijdag en zaterdag mag er gerust gesproken worden van een topeditie: wie iets wil te weten komen van wat anno nu leeft aan jongerenmuziek, kwam dat op PP2009 perfect te weten. Verslagen en recensies hebt u intussen zowat overal kunnen lezen. Daarom overlopen we maar een summier wat we konden meepikken. We zagen nogal wat formaties in flarden (niet de formaties lagen aan flarden, wel wij), soms maar twee of drie songs. Zo zagen we maar heel partieel Selah Sue (mooi Scared; op een jaar tijd heeft ze al heel wat mileage vergaard), Howling Bells (meevaller), Ghinzu, Shantel & Bucovina Orkestar, Paolo Nutini, Soap&Skin (een paar indrukwekkende klankentapijten gehoord); Them Crooked Vultures (de ,,surprise act”: de muziek was ons soms wat té straight forward, maar de uitvoering ervan was ronduit geweldig; dat kan ook niet anders met Dave Grohl, Josh Homme en John Paul Jones in de rangen!!!), Sub Focus & MC Jakes (opzwepende ritmes in de Boiler Room), The Bony King Of Nowhere (die laatste kennen we natuurlijk al goed)

Briljant vonden we Vetiver, waar we het tweede deel volledig van zagen: wat een band, wat een songs. Prachtig Maureen, met ijzingwekende close harmony, een leuk See You Tonight en een fraaie Everly Brothers cover. We waren getipt om zeker Grizzly Bear niet te missen, maar die hadden blijkbaar hun dagje niet. Slechts één maal kippenvel, maar da’s al dat, natuurlijk. Jon Hopkins, die zijn ,,songs” ter plekke opbouwt tot grootse soundscapes vonden we bijzonder boeiend en meeslepend. Devotchka hoorden we deels binnen, deels buiten de Chateau. Lekker knetter. En met karaktertrapeziste.

Krakow (uit Herk-de-Stad, dus zo goed als een thuismatch) gingen we in de Wablief tent bekijken. Dat was van alle aanwezigen een daad van zelfopoffering. Het zal daar binnen, tussen 16.40 en 17.20, iets van een zestig graden geweest zijn. Toch hebben wij en de meeste anderen die set uitgezeten: Krakow wordt immer beter in die cerebrale, soms etherische muziek ergens tussen Sophia, Lambchop, Sparklehorse en Great Lake Swimmers in (we zagen ze eerder o.a. nog in de MaZ), met songs als Silverbird, het epische Roses en het van de vorige plaat afkomstige prijsnummer Come On Home met die zalige samenzang. Krakow is een act van internationale klasse.

Bon Iver en Beirut mochten er ook al wezen: die waren live sterker dan we gedacht hadden. Komen we bij de twee onbetwiste hoogtepunten: Wilco en Andrew Bird. Bird bracht in de Chateau, en dat was niet makkelijk, zo vlak na Wilco, een schitterende staalkaart van zijn tegenwoordig vrij toegankelijke werk, zoals het nu weer goed scorende Oh No, opener van de laatste en geweldige Noble Beast, voor ons één der platen van 2009. Bird is, heu, hoe zouden we dat beschrijven…Bird is anders, door zijn ongewone composities, die toch altijd netjes in de plooi vallen, maar ook door zijn podiumprésence. Keys en gitaar, tot daar, maar er is ook zijn viool en hij heeft het fluiten verheven tot een apart instrument. Beste concert van de dag in onze ogen…toch van de bands van de planeet aarde, want wat Wilco voorschotelde was eigenlijk niet van deze wereld.

Wat moeten we inderdaad weer zeggen over de band van Jeff Tweedy, Glenn Kotche en de anderen? Het materiaal van de nieuwe Wilco (The Album) schuift naadloos in het oudere werk, waarvan de loftrompet al zo vaak werd gestoken (zo luidt die uitdrukking nu eenmaal) Fantastische versies van, uiteraard, Impossible Germany en, vanzelfsprekend, Spiders (Kidsmoke) Wat de magie is? Meesterlijke songs, de sound en het intelligente verweven van drie gitaren (Fleetwood Mac in zijn begindagen achterna; Lynyrd Skynyrd in dat magische Freebird), maar er is meer. Er is die onbeschrijfelijke chemie, gevolg van het samengaan van individuen die elk op zich verdomd veel talent hebben, met alle problemen vandien, overigens, want meermaals stond Wilco op ontploffen. Ja, het doet denken aan de Beatles. Maar daar achter de mengtafel dacht ik vooral toch dat ik aan het luisteren was naar een groep die het allerbeste van de americana overspant: je hoort in één band The Band, Steely Dan, Little Feat, Green On Red, The Dream Syndicate, Chuck Prophet, en ga zo maar door, samengevat en verder gezet.

En dan nog: Glenn Kotche zien drummen is op zich al een hele show waard. We voegen aan dit stuk ons verslag van het concert van Wilco in 2007 toe: het is nog actueel. U kon het lezen in MazzMusikaS.

 

Antoine (29 08 09)

*WILCO in het Koninklijk Circus te Brussel op maandag 6 november 2007.

Jeff Tweedy is in goeden doen de laatste jaren. Na de succesjaren met Uncle Tupelo, als grondleggers van de No Depression beweging, besloot zijn makker Jay Farrar door te gaan als/met Son Volt. Dat liep rond de millenniumwissel op de klippen (enige tijd geleden lichtte toenmalig bassist Jim Boquist daar een tip van de sluier van toen hij met Tim O’Reagan het voorprogramma verzorgde van Chuck Prophet in de N9 te Eeklo), maar Farrar ging onder eigen naam sterk door en na jaren stilzwijgen was er in 2005 weer teken van leven een gans anders samengestelde Son Volt (Okemah And The Melody Of Riot) Jeff Tweedy had intussen al Wilco opgericht en dat werd een nog groter succesnummer. A.M. (’95), de dubbele Being There (’96) en Summer Teeth (’99) bleken de ideale voedingsbodem voor het door Jim O’Rourke gemixte lichtjes geniale Yankee Hotel Foxtrot (’02) De plaat was zo bijzonder dat ze geweigerd werd door de platenfirma en de band elders moest gaan aankloppen! Voor Tweedy’s partner in crime Jay Bennett was ze bovendien reden om de groep te verlaten. Daar volgde A Ghost Is Born (’04) op, iets minder consistent maar bij vlagen even pakkend. Mogelijk speelde Tweedy’s verslaving aan pijnstillers (wegens aanhoudende migraine) daar een rol in. De live reputatie werd gevat op de ijzersterke Kicking Television: Live In Chicago (‘05) Dit jaar was er Sky Blue Sky en dat was weer een klassenplaat, zij het directer en eenvoudiger qua teksten en zonder franjes opgenomen: Tweedy was intussen weer ontwend! Dat de band echter ook buiten de grenzen van de rock stapte en de fans van singer-songwriting en rootsmuziek wist te bekoren, is vooral te danken aan de twee cd’s die Wilco maakte in steun van Billy Bragg, die door de dochter van Woody Guthrie gevraagd was om een aantal van de ongeveer duizend liedjesteksten van haar vader op muziek te zetten. Dat resulteerde in de geslaagde Mermaid Avenue (’98) en Mermaid Avenue Vol. II (’00) De live faam kennende van Wilco wilden we dan ook op de afspraak zijn, op 6/11 in het Koninklijk Circus. Dat liep aardig vol tijdens de support (Richard Swift in trio) We geloven niet dat velen ontgoocheld zullen geweest zijn, want Wilco deed zijn reputatie eer aan (we kunnen wel niet vergelijken met een eerder concert…) Tweedy en kompanen beheersen de kunst om hun songs te doen klinken als op de cd’s, even sfeervol, maar dan uitvergroot. Zelfs de solo’s spelen ze cd-getrouw na, wat we althans in dit geval een pluspunt vinden, want de songs zinderen van spankracht. Op het juiste moment komt daar echter nog wat bij. Het gezelschap (met o.a. toetsenist Mikael Jorgensen, multi-instrumentalist Pat Sansone, gitarist en nieuwste lid Nels Cline, bassist John Stirratt en drummer Glenn Kotche) zorgt op tijd en stond voor climaxen om u tegen te zeggen, orgieën van geluid, ogenschijnlijk chaotisch maar strak georkestreerd, gestuurde overkill! Met zoveel personeel en soms drie gitaren in de frontlijn is veel mogelijk. Als we dan toch kritisch zijn, dan is het dat die uitbarstingen op den duur voorspelbaar worden, al zijn de effecten telkens wel anders, en onveranderlijk indrukwekkend. Uiteraard wel een stapel songs uit de nieuwe (het geweldige Impossible Germany; Walken, Hate It Here, You Are My Face), intelligente rock zoals een Chuck Prophet die produceert. In de versie met DVD krijg je trouwens een goed idee van wat dat live betekent. Hoogtepunt vonden we de derde bis: Spiders (Kidsmoke), prijsnummer uit Ghost…, kreeg een monumentale uitvoering, epitome van al het goeds dat we van deze Wilco mogen en kunnen zeggen. (Antoine Légat 24 of 25 11 07)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s