Deel 2!

 
 

HOMEROS, Odyssee VI, 85: de ontmoeting tussen Odysseus en Nausikaä.

Odysseus is voor de laatste maal, zo zou later blijken, overvallen geworden door de wraaklustige Poseidon. Odysseus lijdt op weg naar zijn geliefde Ithaka schipbreuk, zijn mannen verdrinken allemaal. Hijzelf weet zich vast te klampen aan wrakhout en dobbert dagenlang rond in de niet aflatende stormzee, twaalf beaufort…

Uiteindelijk is zelfs Poseidon vermoeid en luwt het geweld van water en wind. Odysseus landt op een onbekend strand. Doodmoe, zonder kleren, maar overdekt met afzichtelijke algen sleept hij zich in een laatste krachtsinspanning tot in de struiken achter het strand. Want wie weet welke monsters, heksen en boosdoeners bevolken dit ogenschijnlijk vredige eiland? Odysseus valt in een diepe slaap. Hij weet het niet, maar dit eiland en haar bewoners betekenen zijn redding. Hier wonen de Faiaken, een vreedzaam zeevaardersvolk geleid door de rechtvaardige koning Alkinoös en zijn gade Aretè (= Deugd) Hun huwbare dochter prinses Nausikaä (zoals dat hoort in sprookjes, een beeldschoon meiske, neem dàt maar van me aan!) kreeg de vorige nacht een droom. Ze werd aangespoord om met de hofdametjes, haar leeftijdsgenoten, de was te gaan doen bij de monding van de rivier, bij de zee.

De volgende morgen trekt ze er met haar vriendinnen op uit. Ze beleven een prachtige dag. Eerst doen ze de was op de keien van de rivier. Daarna spelen ze met de bal. Die bal vliegt (dat zag je al wel aankomen!) in de struiken, recht op Odysseus. Die springt grommend recht, metreen klaar om zich te verweren want hij hoort de meisjes joelen. Zodra die het groene monster zien, stuiven die gillend van angst uiteen. Enkel de onvervaarde en slimme Nausikaä blijft staan: ze heeft meteen door dat dit een mens is. Ze geeft hem iets van kleding (het moet deftig blijven…) en hoort hem uit.

Hoewel Odysseus’ achterdocht hem zeer voorzichtig doet wezen, heeft ze dank zij Odysseus’ taalgebruiken snel door dat ze niet met een aangespoeld matroos te maken heeft. Ze raakt geboeid door deze man in wie ze alras een bijzonder en adellijk iemand onderkent. Ze leidt Odysseus tot in het paleis van haar ouders die ze op handige wijze bewerkt zodat de stranger de beroemde gastvrijheid van de Faiaken kan genieten.

Odysseus zal zijn identiteit pas prijsgeven als hij blinde bard Demodokos het verhaal van de inname van Troje hoort bezingen. ,,U bezingt het alsof u er zelf bij was” laat de koning van Ithaka zich in tranen ontvallen. Nausikaä is wellicht (Homeros zegt het nergens) wel een béétje verliefd op deze merkwaardige man, toch een regelrechte stud/superster in zijn tijd, en ook Odysseus zal niet ongevoelig geweest zijn voor deze schrandere adellijke babe. Maar de plicht roept hem naar huis en Nausikaä wacht als huwbare prinses een heel andere lotsbestemming. Het mooiste liefdesverhaal ter wereld, zonder dat één der hoofdpersonen het woord ,,liefde” nog maar durven denken heeft. De ontmoeting zelf en het finale afscheid behoren tot de mooiste dialogen uit de literatuurgeschiedenis.

HOMEROS, Odyssee XVII, 291-304. Onze held van dienst is dank zij de Faiaken (die door Poseidon onsportief zullen bestraft worden: vaar maar eens de haven van Korfoe binnen en je zal zien wat ik bedoel!) uiteindelijk aanbeland in Ithaka, maar zijn goddelijke beschermster Athena heeft hem zozeer omgetoverd dat geen der mensen in deze haveloze zwerver de koning van Ithaka, Odysseus, herkent. De enige die dat wel ten minste toch uit zichzelve doet (voorlopig toch, want later zal dienstmeid Eurykleia haar Odysseus herkennen aan een litteken, gevolg van een everzwijnenjacht in zijn jeugd) is…zijn hond Argos. Toen ,,de Stralende” Odysseus twintig jaar tevoren het eiland verliet om bij Troje te gaan vechten, was Argos nog een piepjonge jachthond. Het brave dier was steevast blijven wachten. Nu zit hij op een mesthoop, belaagd door vliegen en ander ongedierte, enkel nog te wachten op de dood. Als Odysseus aan de andere zijde van de hof binnenwandelt, richt het dier nog één maal de kop op, als hij zijn onherkenbare meester herkent. Op dit moment heeft ,,hondstrouwe” Argos gewacht om met een gerust gemoed te sterven. Odysseus mag uiteraard niets verklappen, maar pinkt in het geheim een traan weg voor zijn trouwste onderdaan.

SAPPHO, fragment 199 + CATULLUS, Carmina 51: ,,Hij schijnt me gelijk te zijn aan de goden, ja, als dat toegelaten is [te zeggen], de goden te overtreffen die gezeten tegenover jou, je onafgebroken aankijkt en zacht hoort lachen, iets wat mij ongelukkige, berooft van al mijn zinnen…” Eén van de mooiste liefdesgedichten ooit, een klassieker if I ever did see one. Sappho van Lesbos schreef het voor één van haar vrouwelijke leerlingen. Waar denk je dat de term ,,Lesbisch’’ vandaan komt?

Catullus vertaalde het voor zijn Lesbia, toch de eerste drie strofen, waarna hij een waarschuwing schreef die niet veel later op hemzelf van toepassing bleek. We weten immers dat op deze reine, maar vurige liefde een drama van jewelste gevolgd is. Men houdt ervan te denken dat deze kater Catullus het leven kostte, maar wellicht is dat geen rekening houden met de ,,dichterlijke vrijheid” van deze hellenistisch geïnspireerde dichter. Sappho’s gedicht, dat afbreekt midden in de vijfde strofe, behoudt zijn geheimen voor eeuwig…tenzij we erin slagen het werk van de grote Lesbische dichteres weer te vinden. Fingers crossed!

SOFOKLES, Oedipous in Kolonos. Na het totale en alomvattende drama (in onze betekenis van het woord) van de Oedipous Koning is de ganse Oedipous in Kolonos één lange ode aan de homecoming en daarin verschilt het eigenlijk in niets van de Odyssee. Deze prachtige tragedie (die dat helemaal niet is, in onze betekenis van dat woord) krijgt helemaal reliëf als we bedenken dat Sofokles ze schreef op bijna negentigjarige leeftijd, nog bij zijn volle verstand: met het Eerste Stasimon (Koorzang) wist hij zelfs vrijspraak te verkrijgen na de beschuldiging van seniliteit ingediend door één van zijn ,,ongeduldige” zonen (overigens de enige schaduwvlek op een anders bijzonder geslaagd leven)

Sofokles trok in deze verrassend lichtvoetige tragedie de gelijkenis van zijn eigen situatie met die van de oude Oedipous gans door, met dit wezenlijk verschil dat de koning van Thebe het meest miserabele leven kende dat men zich kan inbeelden. We zien in de oude zwerver Oedipous de oude gezeten burger Sofokles: de kleren van de mens veranderen in niets zijn lotsbestemming. Sofokles besefte maar al te goed dat zijn eigen ,,thuiskomst’’ niet ver af meer kon zijn. Hij zou inderdaad drie maand later sterven (,,gestikt in een olijf’’), maar de tetralogie waarin dit stuk vervat was, haalde postuum de eerste prijs in de jaarlijkse wedstrijd (die Sofokles in totaal 24 maal won!)

We zagen diverse malen de Oedipous in Kolonos gespeeld door de grote en toen al oude Julien Schoenaerts in De Werf in Brugge (in een schitterende vertaling van Hugo Claus), nog een vereenzelviging die kan tellen.

VERGILIUS, Aeneis II, 768-795: Het afscheid van Aeneas en Creüsa.

Jullie lazen deze ontroerende passage in het vijfde jaar. Vergilius neemt het op voor zijn door velen verguisde held Aeneas, die zijn vrouw in de steek zou gelaten hebben. Hieruit blijkt dat de Trojaan werkelijk alles heeft gedaan om Creüsa te redden. Maar het mocht niet baten. Aeneas troost zich met zijn zoon Ascanius (ook Iulus genaamd), die mede een schakel zou worden in de keten die Troje en Rome voorgoed met mekaar verbindt…

Een interessant vergelijkingspunt vormt Aeneis VI, 450-476, waar Aeneas tijdens zijn tocht door de Onderwereld de Carthaagse koningin Dido ontmoet. Hij heeft haar, dan wel op onontkoombaar bevel van de goden, laten stikken, waarna ze de hand aan zichzelf sloeg. Weer moet Vergilius het opnemen voor zijn held: gans op het einde van deze passage rouwt Aeneas, maar niet om hemzelf, wel om Dido’s lot. Het zijn de goden die dit wrede spel met mensenharten speelden…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Poëzie, maar dan van een duizelingwekkend niveau. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s