The Monotrol Kid + Look & Listen + Albert Niland in Gent

 
 

THE MONOTROL KID, LOOK & TREES en Albert NILAND in Perros Calientes (Gent) op woensdag 15 april 2009.

Huisconcerten? Hebben we niets op tegen zolang de organisatoren de decency hebben om niet in het vaarwater te treden, lees klanten af te snoepen van de reguliere organisatoren, die geld stoppen in het contact(r)eren en overbrengen van artiesten, in de nodige reclame en accommodatie. Mits een beetje begrip valt dat te bereiken en dat is in ieders voordeel. De artiest zal je ook niet horen klagen: extra werk!

Huisconcerten op verplaatsing? ’t Is weer eens iets anders: dezelfde regels gelden als voor een gewoon huisconcert maar als je het in een bevriend en gelijkgestemd café kan doen, heb je al snel meer ruimte en een betere bar. Zo gingen we in het kader van de Secret hero Concerts in Gents café Perros Calientes (,,Spaanse hotdogs”? Yeah right) luisteren naar drie acts die je anders niet zo makkelijk te horen krijgt, maar die elk de moeite waard zijn.

The Monotrol Kid is eigenlijk singer-songwriter en akoestisch gitarist Erik Van Den Broeck. De Hasseltse Anne Vandersmissen stond hem woensdag vocaal bij. Schoonheidsfoutjes, vooral door de afwezigheid van monotrolling, we bedoelen monitoring. De samenzang leed eronder en An kwam helemaal niet uit de verf in het veel te laag gezongen solostuk in Little Boy. Spijtig, want ze heeft een hele mooie stem en we hoorden wel dat àls het klopt, die samenzang een stevige troef kan zijn. We vermoeden intussen groot potentieel aan de hand van de songs die Erik vooral op basis van zijn verblijf in Dublin en New York bijeenschreef: Almost, zijn allereerste song, sprong eruit (zie ook de versie op MySpace!), maar ook 7Times, You (ode aan Eriks vrouw) en de afsluiter (That Stone?) bij voorbeeld.

Look & Trees was de verrassing van de avond. Het zestal was in casu herleid tot een akoestisch trio dat zonder versterking speelde. De derde gitarist zweeg (daar zijn visueel nog mogelijkheden!) terwijl de twee baardige en vaardige frontmannen vocaal hun gangen gingen. We hebben niet te veel op teksten gelet want de doorgaans met hoge stemmetjes gebrachte vocale akrobatieën werden begeleid door hilarische bekkentrekkerij, die de griligheid van de songs alleen maar onderstreepten. Gekte à la They Might Be Giants, maar met een heel eigen, heu, smoel. Twee olijke songs, Mutts en Little Party, deden even vrezen dat ze het allemààl op flessen zouden trekken, maar Father Sends His Sons Out, met zijn verstild, bijna droef einde, toonden een heel ander, ernstig gezicht. Het nummer is ook op hun MySpace te beluisteren, het nummer dat ook het dichtst de sfeer benadert van wat ze in het intussen stampvol gelopen cafeetje in uitgebeende versie brachten. Voor de rest verkiezen we veruit wat we live te horen kregen. Maar toegegeven, da’s een eerste en zeer onvolledige indruk. Het vervolg, het lekker ritmische Leech, het aan het eind naar de hemelen weg zwevende I Like The Eye en, iets minder want beetje uit de losse pols, bis Rising, bewezen dat Look & Trees een sensatie kan worden in het Vlaamse concertlandschap. Maar laat ze eerst nog rustig doorgroeien.

Albert Niland uit Galway, Ierland, woonde lang in Gent. Toch trad hij er nooit op. Nu hij in Utrecht verzeild is (na ook jaren in San Francisco gewoond te hebben) kreeg hij twee concerten op een rij af te werken! Wat ons betreft mag hij vaker komen, want de man heeft wat te vertellen en doet dat op technisch ongemeen hoog niveau. Zijn door de flamenco beïnvloed gitaarspel (hij speelt de helft van de tijd ook op een Spaanse gitaar) is razend knap, wat al bleek bij de vurige opener Choo Choo Baby. Hij zingt even gedreven als die andere Ieren: Luka Bloom of zijn goeie Gentse kameraad (en bijna dorpsgenoot in Galway!) Daithi Rua, en hij schrijft zijn levenservaringen uit in soms ongewoon geconstrueerde maar beklijvende songs. Die kwamen voor een deel uit zijn brandnieuwe mini-cd The Hungry Ghost: de titelsong, Talking Dirty With The Whores, The Core..The Heart…The Glow (en passant is dat een ode aan de grote jazz pianist Oscar Peterson) en het dromerige Poland In A 3 Piece Suit. Maar we hoorden nog veel andere intrigerende songs in de set, zoals Taking Me Under: over een vriend uit Galway die net als Niland zelf in Frisco belandde, er de toppen van de roem en de rijkdom kende, maar totaal berooid raakte na zijn terugkeer en aan het flippen ging. Hij strandde finaal in het zwaar bewaakte gekkenhuis in de buurt van waar ze vandaan kwamen. Toen Albert de man ging bezoeken, begon die te lachen. Albert vroeg waarom. ,,Omdat ze jou hier ook te stekken hebben.” Niland verwerkt de ,,birds of Alcatraz” in die song, waarmee uiteraard heel wat links gelegd worden: de songs steken vol van die doorverwijzingen en elk op hun manier zetten ze zowel intellect als gevoel aan het werk. The Lonesome Death Of Hattie Carrol (dan toch nog een Bob Dylan song op deze avond! En ook nu weer gaat de schurk vrijuit…) en het grotendeels instrumentale Sea Of Love zetten in de encores de kroon op het werk. Deze Albert Niland heeft zich als artiest en mens volledig gevonden.

Antoine Légat (16 04 09)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek en vriendschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s