TEMPUS FUGIT: CORSICAANSE POLYFONIE in CC DE Spil te Roeselare op donderdag 11 december 2008.

 

Corsica, ,,île de beauté’’, is het grootste Franse eiland, vierde grootste eiland van de Middellandse Zee. De oppervlakte is minder dan een derde van België, maar zo’n 3500 km² is natuurreservaat. Het telt 280.000 inwoners, maar hooglanden praktisch onbewoond. Toerisme is dé bron van inkomsten met 1000 km kusten met goede stranden en de GR20 trektocht is wereldberoemd. Corsica is Frans gericht, hoewel Italië dichterbij is. Corsica is enkel tijdens een korte periode in de 18e eeuw onder de Italiaans gerichte Pasquale Paoli, maar voor het overige was het steeds bezet land. Toch: ,,La Corse fut souvent conquise mais jamais soumise.’’ In het binnenland, de onherbergzame hooglanden, konden ze hun eigen leven leiden met behoud van de tradities. Pas in de 11e eeuw drong het christendom door. Het eiland genoot van een splendid isolation maar was tegelijk een gegeerde buit. Het gaf de Corsicanen een toch wel speciale volksaard mee. Die valt trouwens te lezen in ,,Astérix en Corse’’!

 

Het zijn zaken die je eigenlijk moet weten voor je aan de muzikale ontdekkingsreis op Corsica begint. Een zekere hardnekkigheid (geen koppigheid, zoals vaak beweerd wordt) is de Corsicanen niet vreemd en dat blijkt ook uit de ,,levensloop’’ van de a capella groepen die de laatste jaren De Spil hebben aangedaan. Er kwamen in De Spil al twee polyfone formaties: I MUVRINI (24 11 04) en A FILETTA (22 11 06), beide topgroepen die al jaar en dag aan de weg timmeren. Waar de eerste formatie (= ,,de mouflons’’ met hun typische kromhoorns) ,,koppig’’ zijn twee richtingen uitgaat (enerzijds met de traditie verrijkte pop, zeer succesrijk, anderzijds de traditionele vooral religieuze gezangen die ze nog steeds brengen in de dorpen van Corsica: op twee jaar tijd zijn ze het hele eiland rond!) en de tweede overgaat tot het creëren van nieuw werk binnen het kader van die traditie (,,Medea’’) graaft vijfmansformatie TEMPUS FUGIT in het verleden, zonder evenwel de huidige tijd te vergeten. Het is een zaak van vallen en opstaan geweest, maar het streven naar perfectie dat de groep typeert, heeft vruchten afgeworpen. De leden hadden overigens al een ,,verleden’’.  Drie komen er uit de Confrérie de Furiani, terwijl Patrick Vignoli (secunda, maar ook als ,,contre-chant’’ aangegeven) tien jaar bij een groep zat La Speranza.

 

De heidense zangtraditie is door de late kerstening blijven doorwegen in het geheel van de tradities. Dat maakt dat wat we nu horen eigenlijk zijn wortels heeft in de mist der tijden. Uiteraard was (en is, ten dele toch) de traditie oraal. Vrouwen zongen solo, de polyfonie is voor de mannen (in groepen van drie tot negen), liefst staand in een halve cirkel naar mekaar toe, teken van eenheid maar ook om de andere goed te horen en zuiver te kunnen inzingen. Eén oor bedekt met de hand, een techniek van alle tijden om zelf zuiver te zingen. Die zang is niet ,,vrijblijvend’’ maar drong door in letterlijk alle geledingen van de maatschappij.

 

Typisch zijn de breed uitwaaierende lyrische melodieën, waar de stemmen in tegenbeweging tegenaan schuren. Of men zingt parallel in toonafstanden die we kwarten en kwinten noemen.
De harmonie is driestemmig. De middelste stem (secunda of seconda) begint meestal en bepaalt melodie en toonhoogte. De laagste stem (bassu) begeleidt, volgt en ondersteunt die secunda. De hoogste stem (terza) zingt aparte zanglijnen over de andere stemmen heen en brengt versieringen, fiorituren aan. Er is in Corsicaanse polyfonie veel ruimte voor improvisatie: de ribucatta = vrije zangstijl met veel vibrato, geringe tijdsintervallen tussen de stemmen. Tempus Fugit beschikt echter over een geheim wapen en dat maakt hun zang uniek voor heel Corsica.

 

De religieuze polyfonie heeft Gregoriaanse invloed en zoals gezegd is belangrijk voor het spirituele leven op Corsica. Het karakter is droevig (lamentu of klaagliederen zijn heel talrijk) Belangrijk waren de cunfraternita, broederschappen die ontstaan van in de 12e eeuw: naast maatschappelijke taken en menslievendheid, was het verzorgen van de zang bij de missen gewichtig. Ze beschikten over een eigen kapel gebouwd voor de a capella zang. Een aantal broederschappen bestaat nog steeds.

 

In de profane zang zijn er de ‘madrigale’, in de 16e eeuw vanuit Italië overgekomen. Inheems is dan weer de paghjella, een volkse vorm die sterke emoties vertolkt (spot, verleiding, verdriet, …), vooral bij het werk, maar evengoed op feesten en begrafenissen. De oorsprong ligt in de berghutten, de paghjals, die door de herders voor WOI gebruikt werden, als ze op grote hoogte de nacht doorbrachten bij hun kudde. Om de lange donkere avonden door te brengen, zongen ze met mekaar of tegen mekaar op. Vele herders overleefden de loopgraven van het westelijk front echter niet en de paghjals bleven leeg. Daar verdween de zangtraditie dus, maar ze verspreidde zich in de lager gelegen dorpen. Zo werd de paghjella zowat de kenmerkende zangvorm van Corsica. Een andere herderszang is de terzettu, waar Tempus Fugit ook een mooi voorbeeld van brengt.

 

Het ging niet goed met de Corsicaanse polyfonie, een beetje in navolging van wat er in Europa gebeurde in de twintigste eeuw, maar er was een renaissance, die samenviel met de riaquistu (heropleving) van het Corsicaans nationalisme in de sixties en seventies, te vergelijken met Basken en Bretoenen in het gezicht van de Franse overheid (Pompidou!) Er traden zo’n tachtig groepen naar voor. www.corsemusique.com vermeldt er op dit moment 41 die van enig gewicht zijn. Een deel heeft politieke doeleinden nagestreefd, maar de meeste zijn er toch maar voor het plezier, of uit liefde voor de traditie, hun eigen verleden. Het streven naar perfectie is opvallend: dat loopt gelijk met de verhoogde professionalisering. Deze zogenaamde amateurs zijn eigenlijk echte pro’s. Ook dat is een revival zoals we die elders kennen: op zoek naar oude zangers, speuren naar geschreven bronnen. Die laatste zijn er merkwaardig genoeg. Er is een pakket liederen teruggevonden, neergeschreven door Franciscanen. Tempus Fugit zelf maakt gebruik van een Romaanse mis met byzantijnse invloed, dus nog uit de oudheid, op Corsica zelf ontdekt al in de 7e eeuw, maar sindsdien verloren, omdat ze…verboden werd. Er is namelijk…byzantijnse invloed in te vinden en daarom stond ze elf eeuwen lang op de locale index van de kerk! Ze is recent herontdekt. Dat is het werk van etno-musicologe Corinne Bartolini. Er wordt aan die mis Vultum Tuum wonderbaarlijke kracht toegeschreven: het zou het gelaat van Maria kunnen oproepen.

 

Tempus Fugit heeft van die mis een paradepaardje gemaakt (de finale van een doorsnee concert), maar heeft zich tegelijk toegespitst op het reconstrueren en uitvoeren van de diepste traditie. Ze hebben zich specifiek geconcentreerd op het religieuze repertoire van de Nebbiu, de landstreek in het noorden van Corsica, tussen links de Balagne en rechts de Cap Corse en Bastia, vallei rond de Aliso rivier. Het heeft een heel ongewoon klimaat: de nevelen (= nebbio, nebbia, nebbiu) hullen het land grote delen van het jaar, tot zelfs ’s zomers, in een speciale mist. De dorpen zijn er omringd door hoge bergen: splendid isolation in een splendid isolation! De streek was bewoond van in het Neolithicum (dolmens en menhirs), kathedralen uit 11e en 12e eeuw. Hun eerste, enige en ronduit prachtige cd Nebbiu. Canti Sacri di Corsica uit 1993 gaat precies over de Nebbiu traditie.

 

Het grote geheim van de polyfonie uit de streek van de Nebbiu is de aanwezigheid van een vierde stem, de contra-cantu of contre-chant, die tussen de secunda en de terza ligt. Het geeft de zang nog meer slagkracht. Ze ligt dan ook dichter bij de Sardeense polyfonie en gezien de Nebbiu, een vallei die zich opent naar de zee toe, en Sardinië wel meer met mekaar te maken hebben gehad, stelt zich de vraag of dat wel gans toeval is…Men zegt altijd dat A Filetta zich door zijn nieuwe composities onderscheidt van Tempus Fugit. De kern van hun repertoire wordt wel degelijk gevormd door de gezangen van de heilige week voor Pasen en mystieke liederen als Velum Templi. Maar in hun programma van 80 minuten ontdek je toch veel eigen (ver)werk(ing), zoals L’ultimo Spollu (over slavernij, vrijheid en waardig sterven) of A côté de toi, waarin de groep gewaagd te werk gaat, met kreten tussen de zang. Een paar liederen die met de groepsnaam te maken hebben: E Fu (over de geboorte van de tijd) of A Fiancu (de zandkorrel als symbool voor het voortschrijden van de tijd)  Er is plaats voor een driestemmige Paghjella, waarin een herder de schoonheid van de bergen bezingt, en er is tevens werk dat niet meteen tot de Nebbiu streek behoort, zoals een Genovees lied uit de 16e eeuw (Suda, Sangue, Perdono) Er is zelfs een Miserere dat in de 13e eeuw overkwam vanuit Sardinië maar dat wel degelijk in de traditie van de Nebbiu werd opgenomen.

 

Interessant is hoe de groep zichzelf op zijn site (www.tempus-fugit.com; verouderd maar met knappe fragmenten uit de cd) omschrijft, badinerend op zijn Latijnse naam: ,,De tijd vliedt’’ (zoals op vele Middeleeuwse klokken te lezen staat: ,,Tempus fugit, hora ruit, ultima necat’’ – ,,De tijd vlucht, het uur vernietigt, het laatste (uur) doodt’’): ,,Imitant la forme circulaire qu’empruntent à l’habitude les chanteurs de polyphonie, le groupe Tempvs Fvgit a choisi le cercle comme figure déclinée de son répertoire… Ainsi, le premier cercle, géographique, délimite la terre d’où provient la quasi-totalité des chants qu’ils interprètent… Le cercle suivant, musical et religieux, répartit à égale distance d’un centre occupé par la Messe Vultum Tuum dix chants de la Semaine Sainte, une Paghjella, un Kyrie et deux créations. Enfin, un dernier cercle, essentiellement spirituel, entoure de spirales le cœur interne de la Messe Vultum Tuum, une messe romaine de la Haute Antiquité, à coloration byzantine, dédiée au Saint-Nom de Marie… La terre, le religieux, le spirituel : les trois plans principaux sur lesquels opère la tradition du chant, car qu’est-ce autre chose que l’Identité sinon la façon dont résonnent en phase l’existence communautaire, la croyance de chacun, et l’âme vivante en l’Esprit de tous, – dans le Temps…’’

De groep bestaat uit Benoît Flori en Eric Natali, die de bassu zingen, Hervé Muglioni die de seconda (al zong hij ook even contra-cantu), Patrick Vignoli contra-cantu (en evntjes seconda, omruilend met Hervé), Paul Giuntini (terza) Het gelukkig onversterkte concert in De Spil was er één van een onaardse schoonheid. Haast niet te geloven dat een groep die beslist even briljant is als I Muvrini en A Filetta niet meer dan tachtig toehoorders lokt. Die hebben zich dat geen moment beklaagd. De hoofse en charmante maar verhelderende commentaren van Hervé Muglioni zorgden ervoor dat het concert als een eenheid overkwam. De vijf staan tijdens het zingen in een dichte cirkel, bedekken soms één oor om zichzelf beter te horen en nemen hun buur stevig beet om mekaar beter te horen. Vooral bij de twee bassen, een grote en een kleine, is dat een hilarisch zicht, maar wat telt is het eindresultaat, een ondeelbare vocale twee-eenheid.

Je kan niet anders dan bewonderend luisteren naar Stabat Mater, horend bij de veertiende statie van de Kruisweg, het krachtige en nazinderende Karolingische Christus Vincit, het Middeleeuwse Vexilla Regis, gezongen aan het eind van de processie van de Goede Vrijdag, net voor men met de vlag de kerk betreedt. Vultum Tuum is inderdaad een hoogtepunt, maar we hielden erg veel van de lichtvoetiger maar fel gezongen bisnummers, waarin het vocale kunnen weer eens werd gedemonstreerd. Knap waren de glissandi aan het eind van La Brunetta…Jawel, een frivool liefdesliedje…,,Maar we houden van alle vrouwen’’, preciseerde Hervé!

Wat alleen de enkelingen weten die zijn blijven ,,plakken’’ in de foyer na het concert is dat de groep er zijn avondmaal kwam nuttigen en voor een heuse after party zorgde. Zij waren in de wolken van het eten en vooral van de hartelijke ontvangst in Vlaanderen (ze waren immers in Nederland aan het toeren): ,,Het is hier zoals wanneer je bij ons komt. Dit is echte Corsicaanse gastvrijheid!’’. Spontaan zetten ze na de maaltijd een lied in. Als je er dan vlak bij staat, valt het nog meer op hoe geweldig deze mensen (samen)zingen, tot welke perfectie zij hun kunst hebben verheven. Ze noemen zichzelf ,,slechts verlichte amateurs’’, maar zo’n amateurs willen we altijd aanhoren! Toen we afscheid namen, was het alsof we mekaar al jaren kenden. Wie sprak daar weer van de ,,speciale Corsicaanse volksaard’’?

Antoine Légat (28 1 2 08)

P.S. Met dank aan RASA Productions, Google en vele geraadpleegde sites.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s