FAIZ ALI FAIZ in CC De Spil te Roeselare op woensdag 19 november 2008: inleiding.

 

FAIZ ALI FAIZ in CC De Spil te Roeselare op woensdag 19 november 2008: inleiding.

 

Niet dat er veel gelijkenis is tussen Jamaïcaanse reggae en Pakistaanse qawwal of qawwali, maar zoals Bob Marley de reggae in kaart gezet en groot gemaakt heeft, zo is de qawwal decennia lang overheerst geweest door één figuur, Nusrat Fateh Ali Khan. Marley stierf véél te jong, in 1981 maar tot op heden heeft men geen waardige opvolger gevonden (al is de reggae zeker niét dood, zoals gevreesd werd!) Nog altijd hangt Bobs slagschaduw over het genre…en eigenlijk ver daarbuiten. Nusrat stierf ook te jong, 48 jaar oud, in 1997, van een hartaanval na opname in een Londens ziekenhuis. Maar het ziet ernaar uit dat Faiz Ali Faiz, een enorm bewonderaar van Nusrat, een valabele troonpretendent is.

 

Faiz komt niet uit het niets: liefhebbers weten hem wel degelijk te plaatsen. Ook in ons land trad hij al op. Hij is er per slot van rekening toch al 46, maar hij is niet zo corpulent als zijn illustere voorganger. Om de muziek enigszins te begrijpen, moeten we zien wat het soefisme is, waarin de qawwali kadert, en moeten we de haat-liefde relatie tussen Islam en soefisme even belichten.

 

Het soefisme is een mystieke traditie binnen de vroege Islam. Rond de achtste eeuw waren er al diverse scholen en ordes. Men zegt dat er voorheen al soefi’s waren, wat dus veronderstelt dat het soefisme nog voor de Islam kwam maar er zich in geschoven heeft. Zoals dat vaak voorvalt, is de oorsprong va het woord niet zeker. Met het Griekse σοφία (wijsheid) heeft het hoogstwaarschijnlijk niets te maken. Wellicht wel met het Arabische soef, de wol. De eerste soefi’s droegen grove wollen klederen om hun soberheid en armoede te onderstrepen (denk aan de pij van de Franciscanen!) Er zijn nog woordrelaties denkbaar, zoals met het Arabische soefa, (zit)bank, want de arme gelovigen konden naast de moskee van de Profeet in Medina zitten. Ook het Arabische safā, puurheid, zuiverheid, komt in aanmerking. Vandaar dat een invloedrijke soefi ooit zei: ,,De soefi is degene die wol draagt over puurheid’’

 

De term soefi komt in de buurt van het Oud-Perzische derwisj en het Oud-Hindi fakir, twee termen die we iets beter menen te kennen. Het soefisme kan je omschrijven als een religieuze beweging die haar plaats in de islamitische maatschappijvormen vindt via de wisselwerking van religieuze en spirituele invloeden, maar ook externe factoren. Het kan dus sterk verschillen naargelang historische gebeurtenissen, het tijdperk en de locatie. Een precieze definitie, een overkoepelende beschrijving kan je daarom niet geven. Als je nog maar de muziek van de Mevlevi (volgelingen van Mevlânâ, 13e eeuwse filosoof), de delicate muziek gehanteerd voor de rondtollende derwisjes van Konya in Turkije en je vergelijkt die met de levendige qawwali van Pakistaanse Sabri Brothers, dan valt er, op de spirituele intenties na, weinig gelijkenis te ontdekken.

 

De Koran en de Sharia (=de islamitische ,,wet’’ maar een al even glibberig begrip met vele vormen en inhouden naargelang de streek) zijn voor de soefi’s slechts uiterlijke regelgeving aanbieden, terwijl de echte beleving ligt in het nastreven van de nabijheid van God. Essentiëler voor hen zijn de stadia in de groei naar die nabijheid, naar een steeds hogere spirituele orde. Er is een mooie en veel voorkomende symboliek van de roos, waarbij de Sharia vergeleken wordt met de doornen. De stam van de roos is dan het innerlijke pad, enzovoort. Maar ach, er zijn tientallen tariqats, scholen met elk een eigen filosofie en streven. Je vindt Soefi’s in Noord-Afrika (tot de Gnaouas toe) en zo, langs Turkije en het Midden-Oosten (Jordanië, Syrië en Irak, bvb.) tot in India.

 

Muziek is controversieel in de Islam. Op drums na zijn instrumenten verboden in de Moskee. De priesters waren tegen het gebruik van muziek door moslims, maar Mohammed had zelf deze mullah’s niet erkend. In lek geval zagen de soefi’s dit anders. Muziek is zelfs hét medium bij uitstek waardoor de mensenziel het goddelijke kan benaderen. Joyce Hoen in haar artikel over Soefi muziek spreekt zelfs van ,,Soul Music’’. Er valt inderdaad ene parallel te trekken met de gospel van de Amerikaanse zwarte slaven (en vandaar ook met rhythm & blues en soul…) Ook die gospel is een muziekvorm die toelaat om via het repetitieve en opzwepende tot in trance te geraken en een intense beleving van zijn geloof mogelijk te maken. Geen wonder overigens dat bepaalde soefi’s ordes ook systematisch drugs hebben uitgetest om in hogere sferen te geraken, ,,nader tot u mijn Heer’’.

 

Voor veel soefi’s is de ney (of andere lange fluit) het instrument bij uitstek, want men moet de ziel zo leeg maken als de fluit, zo dat ze mee kan zinderen met het goddelijke. Maar die fluiten ontbreken volledig in de qawwal, één van de muzieksoorten van Pakistan en Noord-Indië, waar de tradities niet stoppen bij de landsgrenzen. De muzikale vormen zijn in Pakistan en de Hindustani traditie grotendeels hetzelfde. De qawwal is een mannenzaak en door de aard van het beestje oorspronkelijk louter en uitsluitend religieus.

 

,,De qawwali teksten zijn vaak in het Perzisch, Urdu of vroeg Hindi, of soms ook in een andere taal van noordelijk India. Vele liederen prijzen God, of de profeet Mohammed en zijn vriend Ali, of een andere geliefde leermeester. Andere gezangen geven uitdrukking aan het verlangen naar de geliefde, de verrukkingen van een intense mystieke ervaring, vragen over dogma’s en instituties of een existentiële verbazing over de wonderbaarlijkheid van het leven. De zang wordt gewoonlijk begeleid door een of twee Indiase harmoniums, een dholak (een trommel die aan twee kanten bespeeld wordt) en soms fluiten of  een santoor of hakkebord, een trapeziumvormig snaarinstrument dat met stokjes wordt bespeeld. Een qawwali kan een paar minuten duren, maar vaak gaat de muziek twintig minuten of langer door, voortgestuwd  door kreten uit het publiek en door gedreven handgeklap op de juiste momenten op een wijze die lijkt op wat men hoort bij Flamenco muziek. Zo inspireren zangers, instrumentalisten en luisteraars elkaar en zwepen elkaar op – een bio-feedback systeem dat met name het hart versterkt.’’ (uittreksel uit ,,Qawwali. Muziek van Verlangen en Vervulling’’ – www.mabelis.nl)

 

Het verschil tussen mystieke poëtische zangen en gewijde aanroepingen en enerzijds en aardse liefdesliederen anderzijds is niet makkelijk te maken: die laatste zijn vaak ,,gemaskeerd’’ als religieuze adoratie. De voorzanger is alleen, of er zijn er meerdere. Vaak gaat het als volgt: de leider zingt een muzikale zin, die dan herhaald wordt door het gezelschap. Herhalingen maar ook improvisatie. De goeie voorzanger onderscheidt zich door een breed octavenbereik, van diep grommend tot uitermate hoog (Faiz heeft zo’n erg hoge felle stem en moet zeker voor Nusrat niet onderdoen) Maar de ware grootmeester toont zich ook in de kleuring, de stembuigingen en fiorituren, versieringen op één lettergreep vaak.

 

Het enthousiasme wordt ook opgezweept door de kreten en, van het publiek uit, het werpen van…geld op het podium! Bij een concert van de Sabri Brothers in een kleinere zaal van PSK zagen we voor het eerst qawwali en het bleek geen overdrijving te zijn: Pakistaans geld werd bij bosjes op het toneel gesmeten! Je vindt het ook in andere zangstijlen als dhrupad en kayal.

 

Wat de percussie betreft: behalve de grote dholak vind je ook de tabla, de twee trommeltjes die men associeert met de Indisch-Pakistaanse muziek en vooral met de sitar van Ravi Shankar. Men zegt dat de tabla ontstaan is (zijn) door de gewijde pakawaj drum in twee te ,,snijden’’.

 

De vergelijking met flamenco is zeker niet ver gezocht. Faiz was zelf betrokken in een ,,qawwali-flamenco project’’ (met de grote cantaor Miguel Poveda en tocaor Chicuelo) en deze op het eerste zicht onmogelijke combinatie of zelfs fusie (live in het Festival d’Arles in 2004) leverde een massa positieve besprekingen op. De cd ontvind zelfs de Klara Muziekprijs in 2006! Zoals in de flamenco werkten de stukken naar een climax toe, wat men alvast in Indië associeert met het sam-moment, wanneer zangers en muzikanten sam-en komen in een haast spirituele eenheid.

 

Wie is Faiz Ali Faiz? Hij werd geboren in 1962 uit een familie van intussen zeven generaties qawwal-zang. Hij kreeg een formele opleiding in klassieke muziek (westerse of Indische dat is niet gans duidelijk; we vermoeden sterk het tweede) In 1978 stelde hij een eigen ensemble samen. Faiz stamt van Sharqqpur, tussen Lahore, grootste Pakistaanse stad, en Faisalabad, waar Nusrat komt. Waar Lahore de culturele hoofdstad is, vertegenwoordigt Faisalabad het industriële Pakistan. In Lahore vind je dan weer Lollywood, combinatie van Lahore en Hollywood (zoals men het vroegere Bombay, nu Mumbay, Bollywood is gaan noemen, als grootste filmcentrum van de planeet) Faiz brengt niet alleen diverse qawwali substijlen bijeen, ook de tegenstelling Soenieten-Sjiieten weet hij te verzoenen, niet te onderschatten in deze  tijden van polarisering (het nabije Afghanistan en de eeuwige ruzie met India!)

 

Zijn grote voorbeeld is uiteraard Nusrat, van wie hij zeer vaak de composities (poëzie) zingt. Nusrat begon als traditioneel muzikant, maar het contact met het westen heeft gezorgd voor een wat onverwachte verbreding. Nusrat begon in het openbaar te zingen op de begrafenis va, zijn vader in 1964. In 1971 stierf zijn oom met wie hij een ensemble had. Van dan af werd hij de leider. Zijn populariteit in Pakistan kwam er zeer snel en was gigantisch. In de jaren negentig werd hij wereldwijd bekend toen de Canadese gitarist Michael Brook een plaat met hem opnam. Hij werd alras in de armen gesloten door bekende westerse muzikanten die wat graag op de wereldmuziektrein sprongen. Het moet gezegd: een qawwali concert heeft iets van een rockfeest! Eddie Vedder (van Pearl Jam) werkte met hem, Nusrats muziek werd vaak gebruikt in films (Bend It Like Beckham), en vooral, Peter Gabriel nam hem op in zijn Real World label en projecten. Van Parijs ging hij naar Londen, de twee metropolen van de wereldmuziek (denk aan Geoffrey Oryema, Gotan Project, enzovoort) De verbreding bestond erin dat Nusrat zich een hoedje schrok toen de plaat Mustt Mustt uitkwam: zijn muziek was toen onder handen genomen door de al vermelde Michael Brook. Vermits alles in stukken was gereten hoorde Nusrat zichzelf flarden van zijn teksten zingen! Massive Attack remixte het titelnummer en dat werd de eerste Aziatische song die in de westerse cultuur werd ,,opgenomen’’.

 

Nog een laatste record, zelfs betuigd in het Guinness Record Book: Nusrat is de muzikant met het meeste (eigen) albums, nl. 125!

 PS We bekennen dat we voor deze stukken schatplichtig zijn aan diverse artikels, via Google opgegraven (diverse stukken uit Wikipedia over soefisme, soefi muziek, Faiz en Nusrat) Hoewel we de qawwal al lang volgen, zagen we ons door gezondheidsproblemen genoodzaakt die stukken hier en daar enkel te parafraseren en niet te herschrijven en herdenken zoals we dat meestal doen. Waarvoor excuses. We hebben en ander wel ge(cross)checkt!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Concertinleiding. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s