Juryverslag Jong Muziekwedstrijd – TAZ 2008

 
Zo. De BLOG PARTY kan hier weer beginnen. We vuren meteen het juryverslag van Jong Muziek op u af, het werk van onze voorzitter Kurt Blondeel (ex-De Morgen, net als wij) Gewoonlijk maak ik nog een eigen verslag nadien, maar onze beraadslaging was zo grondig en exhaustief, de formulering door woordwizzard Kurt is zo to the point dat het dit jaar een overbodige oefening (b)lijkt. Elke groep heeft bovendien een brief ontvangen met onze bijkomende opmerkingen, bedenkingen, raadgevingen, het soort zaken dat de artiest aangaat, maar dat we nu eens lekker niet aan jullie neus gaan hangen. We vinden dat deze jonge mensen recht hebben op een beslist en onomwonden, maar eerlijk en doorwrocht advies, vanuit onze bescheiden gemeenschappelijke background, want de jury is van zeer divers pluimage…,,In hun gat” zouden dezen eraan toevoegen, maar da’s enkel omdat we delibereerden in het Red Sound District, een ex-red light huisje-van-plezier. Dit gezegd zijnde wil ik langs deze weg de andere forçats van de jury bedanken voor de schitterende en hoogst voldoening schenkende samenwerking. Merci, girls and boys!
 
O ja, steun de onderstaande artiesten door ze eens een bezoekje te brengen als ze in uw buurt spelen. We maken ons sterk dat u dat niet zal beklagen!
 

TAZ-juryverslag 2008

 

Het Jong Muziek-concours mocht op deze editie van TAZ reeds vijf kaarsjes uitblazen. Het kader waarin dat gebeurde, was deze keer transparanter en eerlijker dan ooit. Acht jeugdige muziekmakers kregen van programmator Pieterjan Vervondel de opdracht twee verschillende sets te komen spelen. Eentje rond de middag in Fort Napoleon, de andere ’s namiddags in Club Terminus. De meeste geselecteerden draafden eerst op in een afgeslankte dan wel akoestische gedaante, om dan enkele uren later hun volle mankracht te ontplooien. Andere deelnemers trokken louter een ander kleedje aan, of brachten krek dezelfde nummers gewoon in een andere volgorde. Jammer toch dat het platform dat TAZ wou bieden in die gevallen niet ten volle werd benut.

 

De jury, dit jaar bestaande uit Lieselotte Deforce, Antoine Légat, Luk Lowyck, Patrick Smagghe, Kathleen Van den Houdt, Zjakki Willems en mezelf, heeft van alles akte genomen, tendensen opgemerkt, genoten, gefronst, en uiteindelijk unaniem een winnaar aangeduid.

 

Enkele algemene vaststellingen eerst. De creatievelingen die wij mochten monsteren, bleken in de meeste gevallen nog druk zoekende naar hun eigen taal, dat eigen universum waarin inhoud en vorm even complementair zijn als stekker en stopcontact. Op zuiver instrumentaal vlak was de jury meermaals getuige van onnodig omtrekkende bewegingen, van omfloerstheid, van een zorgvuldig samengesteld klankenarsenaal dat het doel desondanks soms meters voorbijschoot. Producers die een versgeslepen mes durven te zetten in de overdaad, die guitige darlings met één goed argument de nek omwringen en vage ideeën kunnen doen openbloeien: het land rekent op u.

 

Creatieve overdrive genoeg, beslist, maar vreemd genoeg zette die zich minder door in de uitvoeringen. Het uur van de tokkelgeneratie leek aangebroken, waarbij instrumenten – tussen haakjes: opvallend véél melodica’s, loopstations en violen zien voorbijkomen de afgelopen week – werden gehanteerd als waren ze overgrootmoeders porselein. Intensiteit was, luttele uitzonderingen niet te na gesproken, op dit Jong Muziek-concours de grote afwezige.

 

Maar voor u begint te denken dat het één en al kommer en kwel was de voorbije tien dagen: er vielen ook heel wat mooie momenten van ontroering, verrukking, ontzag en verwondering te noteren. De jury was wel degelijk enthousiast over bepaalde namen, waarvan de belofte duidelijk in de kiem aanwezig was. Ik schets de verrichtingen van de acht van 2008 even voor u, waarbij ik gewoon de chronologie respecteer.

 

Jong Muziek stak vorige week donderdag van wal met Liesa Van der Aa, en het weerzien beviel ons zeer. De experimenten die ze vorig jaar op het Nomadenparcours voor het voetlicht bracht, waren ingeruild voor een rock- en songgerichter aanpak, die de naam ‘Symptoms of Mojo’ had meegekregen. ’s Voormiddags deden de liedjes nog ietwat aarzelend aan, maar in deze zaal, geruggensteund door een groep waarin onder meer stoorzendergitaar, geblutste trombone, klarinet en kaduke piano figureerden, diepte Liesa Van der Aa een ware ‘I’ve got nothing to prove’-attitude op. Dit was sterk, dit was progressie. De jury viel evenwel als een blok voor het afwijkende solonummer ‘Mozart’. Een symfonie in zakformaat was dat, ontsproten uit viool, stem en loopstation, die perfect balanceerde op de grens tussen drama en speelsheid. Hier willen en zullen we nog van horen.

 

De dag erna bracht het Antwerpse kwintet Quilombo in zijn beide sets uitsluitend werk van tangocomponisten zoals Astor Piazzolla, Ricardo Podestá en Mariano Mores. Een covergroep eigenlijk, zoals het één jurylid voorkwam. Maar goed: dat is Oasis ook, dus daar mocht men geen punt van maken. Zeker niet in het aanschijn van het technische meesterschap waarmee de – trouwens zelfgeschreven – partituren voor viool, piano, accordeon, elektrische gitaar en contrabas tot leven werden gebracht. Het vijftal had menig huzarenstukje in de vingers, waarbij zowel de zachte weemoed als de statige fierheid van de tango in al zijn grootsheid werd neergezet. Het enige wat enigszins ontbrak, was buikgevoel. Wat dit gezelschap, zoals zo vaak kan worden opgemerkt bij jonge ensembles, te doen staat, is roderen. Collectiviteit kweken. De baan op dus, zo vaak mogelijk, desnoods tegen doktersadvies of de behoeftes van het lief thuis in. Hoe dan ook: Quilombo was op deze editie een ontdekking.

 

Op dag drie was er Katrin Lohmann. Die stak bij wijze van afstudeerproject aan het Herman Teirlinck Instituut de muziektheatervoorstelling Käthes Schmerz in elkaar. Over de oorlog, 1914, koude koffie en de schoonste borsten van de wereld. Aandachtige TAZ-bezoekers zullen nu opmerken dat ik hier letterlijk uit de programmabrochure citeer, en ze hebben gelijk. Want al die kapstokken zijn de jury in de twee gelijkaardige sets vol kale, Duitstalige liedjes, die het zonder hun context moesten doen, in het geheel ontgaan. We hoorden bijwijlen een sterke zangeres, maar hielden het verder verwachtingsvol op work in progress.

 

De Nederlandse zangeres en liedjesschrijfster Lotte Van Dijck legde kleine, tengere Nederlandstalige liedjes op ons bord. Over het vervlieden van de tijd, verlies van onschuld en geborgenheid als veilige haven. Haar heldere stem, podiumvastheid en ontwapenende naturel dwongen respect af. De akoestische en sobere manier waarop Van Dijck zichzelf ‘s morgens begeleidde bleef echter wat aan de onbestemde kant, en hoe meer instrumenten er ’s namiddags bijkwamen, hoe minder toegevoegde waarde de jury hoorde. We onthielden vooral het liedje over het jongetje Daan, een volwassen song over kinderlijke verbazing, die een naïef Casio-arrangement kreeg aangemeten dat de inhoud mooi schraagde. Meer van dat, graag.

 

Voor we verder gaan, moet er mij iets van het hart: ‘I really wiwi I was a kiwi’. Tobbende meisjes op de wipplank naar volwassenheid: het blijven waarlijk de meest ondoorgrondelijke wezens op aarde. De Brusselse conservatoriumstudente Nele Van den Broeck kwam zo’n exemplaar neerzetten, en vertrok met het voltallige publiek in haar zak. Het ene moment schoof je wat ongemakkelijk op je stoel bij de bijtende rancune waarmee ze ex-lieven en venten die haar op de metro lastigvallen spitant lik op stuk gaf. De grens van de plaatsvervangende gêne vermeed ze echter op briljante wijze door eveneens op haar zelfrelativerende zelfspot, jolige shalala’s en schalkse oogopslagen te wedden – die laatste wanneer ze weer eens een flagrant foute noot had aangeslagen. Zeker ’s namiddags, met haar twee vriendinnen erbij, versmolt Nele Van den Broeck flair, sarcasme en herkenbaarheid tot sprankelend cabaret. Zo mogelijk nog verbazingwekkender was de introverte pianomijmering die ze ons tussen die huppelende bedrijven toeschoof. Muzikale maturiteit scheen ze dan tóch al te bezitten. Ja, hier kreeg de jury het warm van.

 

De dag erna trad Unconventional Beauty voor het voetlicht. Oorspronkelijk het studioproject van Oostendenaar Joshua Dellaert, inmiddels een volwaardige band waarin gitaar, bas, drums, cello en zang het computergestuurde, onder meer op gamessoundtracks gestoelde werk van weleer hebben overgenomen. Vroegen sommige juryleden zich ’s morgens nog af waarom er al een nieuwe Jean-Michel Jarre zou moeten opstaan terwijl de echte nog van geen ophouden wil weten, dan bleek in de zo goed als helemaal live gespeelde namiddagset de metaformose tot dynamisch en gedreven combo vergevorderd. Vooral de drummer imponeerde met zijn rake drum ’n bassritmes. Ook de freewheelende gitarist en celliste lieten Dellaerts vooruitstrevende composities goed tot hun recht komen. Deze jongmensen speelden af en toe nog over elkaar heen, en vaak misten de nummers een pointe. Distilleren en uitpuren was de boodschap.

 

Something completely different was het waar de Amsterdammer Maarten Duinker mee kwam aanzetten. Gedichten namelijk, van de hand van onder meer Chabot, Rilke, Komrij en Neruda, die hij rond bedachtzame zangmelodieën en sferische muzikale arrangementen drapeerde. Met bijzonder goed gevolg, dat moet gezegd. Duinker liet zich kennen als een romanticus, een inventief gitarist én, op zijn best, een zangtalent in wording. Wat meer instrumentaal relïef ware nochtans aangenaam geweest. Maar dat Maarten Duinker met zijn werk nog maar een handvol keren op een podium is geklauterd en tóch al zo’n positieve indruk naliet, maakt zijn artistieke toekomst er alleen maar rooskleuriger op.

 

Afsluiter Flux was ons vanuit het verre Groningen tegemoet gekomen. Een goed geoliede band, zo bleek al direct bij het openingsnummer in het Fort, opgebouwd rond een intrigerend laptopbestandje. Ondanks de dynamiek in deze groep (we mogen een gedenkwaardige orgeluitbarsting niet onvermeld laten), struikelde de jury hier over de hoekige teksten, het vaak schriele keelgeluid van de frontdame, en pluimgewichten van songs. Als wij ten slotte uit de twee identieke sets mochten afleiden dat Flux zichzelf geen bewegingsruimte meer toestaat, dan konden we dat alleen maar diep betreuren.

 

De deelnemer aan Jong Muziek 2008 die een werkbudget van 7.500 euro krijgt aangeboden, heet Nele Van den Broeck.

 

Kurt Blondeel (zaterdag 9 augustus 2008; 19 uur)

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s