Elliott MURPHY & The NORMANDY ALL STARS in Ieper: een lang en heel lang te onthouden concert

 

Elliott MURPHY & The NORMANDY ALL STARS op de Muzikale Dinsdagen van ’t Klein  Stadhuis in Ieper, op di 22 juli 2008.

 

Toen Elliott James Murphy in 1976 zijn Night Lights uitbracht, viel eindelijk ook Europa voor de New Yorkse singer-songwriter (wier beide ouders in de showbizz zaten) Murphy had met zijn eerste platen Aquashow en Lost Generation al het label opgeplakt gekregen van ,,nieuwe Dylan’’, waar men op dat moment koortsachtig naar op zoek was. Daarmee was hij in hoog gezelschap: onder anderen Steve Forbert, John Prine en Eric Andersen kregen die twijfelachtige eer toebedeeld. Night Lights was met songs als Diamonds By The Yard, Deco Dance, You Never Know What You’re In For en Isadora’s Dancers een monument, een echt statement, dat tot op heden nauwelijks aan belang heeft ingeboet. Al waren ook zijn volgende platen van hoog gehalte, zoals Just A Story From America (1977), Affairs (1980) en Murph The Surf (1982), toch kreeg Elliott niet helemaal de erkenning die hem constant in Europa te beurt viel.

 

In 1989 besloot hij, in navolging van Jim Morrison van The Doors, naar Parijs te verhuizen. Jim was na drie maanden morsdood. Elliott vond er zijn tweede thuis en tweede adem. Hij bracht ononderbroken platen uit van hoge kwaliteit, die telkens een aantal ,,blijvers’’ op het repertoire opleverden. leerde hij ook de Fransman Olivier Durand (Little Bob, Luz Casal) kennen. Ze zouden tot heden een twee eenheid vormen, Durands gitaarspel geeft Murphy’s platen en concerten de rock ’n roll power en emotie mee. Zo’n honderd concerten per jaar maalt Murphy af, met Olivier of met full band, die tegenwoordig de naam The Normandy All Stars meekrijgt. Murphy is niet alleen een ijverig en begenadigd songschrijver, ook fictie van allerlei aard schrijft hij aan de lopende band: novellen, essays, alternatieve westerns.

 

Murphy zal er zestig zijn 2009. Zijn zoon Gaspard lijkt klaar om hem op te volgen. Maar dat alles inspireert Murphy niet tot la retraite, integendeel. Waar de man de energie vandaan blijft halen, is ons een raadsel, maar het is duidelijk een wisselwerking: rock houdt hem jong en rocken wil hij, al is daar wellicht het besef dat zijn goeie teksten live de mist in gaan, op de pakkende vaak meezingbare refreinen na, natuurlijk. Wie zijn zielenroerselen wil volgen, kan de dan uiteraard cd’s raadplegen. In elk geval, op een tiental jaren tijd, vergeleken met het (heerlijke!) concert op (bijna) dezelfde plaats in de zomer van 1999, heeft de man niets ingeboet aan dynamisme en zelfvertrouwen.

 

De cocktail van zijn live performances is bekend: de onvermijdelijke klassiekers, nieuwe songs uit de recente Notes From The Underground, een boel verwijzingen en songcitaten uit de geschiedenis van rock en blues. Maar er zijn ook commentaar op de songs, zijn ,,geloofsbelijdenis’’, het bespelen van het publiek, maar nooit komt het over als een formule. This man commands respect, zegt men over zo’n performer.

 

Wat Ieper aangaat: het concert begon in een lage versnelling en even was er de vrees dat de aloude snedigheid zoek was, maar met songs drie en vier, niet toevallig Sonny en Green River, ontplofte het zaakje al: Elliott kwam los, Olivier speelde een paar solo’s waarvan hij het geheim heeft en de ritmesectie gaf van jetje dat het niet mooi meer was (drummer Alan Fatras, die zijn sporen verdiende bij Moon Martin, is een klasse apart!) Het was wel mooi weer, en dat feit plus de zalige omgeving tussen kerk en Lakenhalle, in een plek waar hij ook de nodige goede herinneringen aan heeft, inspireerde hem tot de ene lofzang na de andere. Vaak zijn zo’n serenades gênant, maar Murphy is nu eenmaal een geboren verteller en weet zijn woorden verdraaid goed te kiezen. Zo droeg hij het openingsnummer van de vorig jaar verschenen en veel geprezen Coming Home Again, Pneumonia Alley, aan zijn intussen 82 jaar oude moeder, die hem op zijn twaalfde gitaar leerde spelen en hem de rock ’n roll attitude bij bracht.

 

Ophelia (een highlight uit Notes From The Underground) draagt hij op aan alle mooie vrouwen op het plein. You Never Know What You’re In For en Last Of The Rock Stars gaan het altijd weer ontroerende On Elvis Presley’s Birthday (uit Unreal City) vooraf. Een ander hoogtepunt is A Touch Of Kindness, vlotte deun uit Coming Home Again. Durand speelt hier een bijzonder lange, maar geïnspireerde solo. De frontman draagt het nummer op aan radio Classic 21, ,,where they even play Elliott Murphy!’’ Het concert groeit naar een geweldige climax (merci, Olivier!) met And General Robert E. Lee, opener van Notes, en ongetwijfeld een prijsnummer in de komende concerten (ook de Civil War is niet veilig voor de pen van EM!), en met Murphy’s signatuursong Diamonds By The Yard, het soort anthem dat je nooit ofte nimmer moe wordt. Diamonds gaat in wezen over New York, maar eigenlijk, gezien de globetrotter die Murphy is, kan je beter spreken over Murphyland!

 

Maar gedaan is het nog helemaal niet. Voor de bissen blijven jas en hoedje in de coulissen eb gaan ze er tegenaan. Vijf bissen zouden het worden, maar tussen de songs door was er toch weer tijd voor een woordje. In City Of Light verwerkt hij o.a. Wanna Be Your Dog, Please Don’t Go, Spoonful, Got My Mojo Working (dat laatste verwijst naar zijn Murphy Gets Muddy blues hommage uit 2005) en ook L.A. Woman van The Doors. Dat ontlokt hem de bedenking dat ,,Elliott Murphy is still alive after 35 years on the road!’’…Wat van Jim natuurlijk niet gezegd kan worden. Het moest ervan komen: Murphy ,,zingt’’ uitgebreid de lof van het Belgische publiek dat hem sinds zijn eerste Belgische verschijning (rond 1978) altijd warm heeft onthaald. ,,Artiesten zeggen het overal in de wereld, hoe of het Belgische publiek is…en hoe lekker het bier!’’

 

Het obligate charmeren van de toehoorders? Het is duidelijk meer: hij is inderdaad niet weg te slaan van onze podia, krijgt altijd goede respons, werkte samen met heel wat mensen van hier zoals Patrick Riguelle op nogal wat cd’s, nam in de ICP zijn Selling The Gold (1995) op. Hij hééft iets met België! Dan speelt hij de ballad die hij in België schreef, Come On Louann (van Soul Surfing, 2002) Als je het zo bekijkt, Elliott heeft hiermee in zekere zin het parcours afgelegd van zovelen van over de grote plas, van Derroll Adams over Chris Whitley en BJ Scott tot Gene Taylor. Er volgt o.a. nog Frankenstein’s Daughter (uit Notes) en via de fiësta van Twist And Shout en La Bamba komt er nog een sterk statement bovenop: ,,Forever has got to end’’ (uit Never Say Never Again) was de ideale uitsmijter van een lang en heel lang te onthouden concert. Er zijn nog zekerheden!

 

Antoine Légat (27 07 08)

 

Volgende setlist stalen we op http://roenhetzwoen.skynetblogs.be , de kenner wat (o.a.!) EM betreft in ons land…

Setlist:
1. Crepuscule 2. Black crow 3. Sonny 4. Green river 5. Pneumonia alley 6. Ophelia 7. Razzmatazz 8. Canaries in the mind 9. You never know what you’re in for 10. Last of the rock stars / Shout 11. On Elvis Presley’s birthday 12. Lost and lonely 13. A little touch of kindness 14. And General Robert E. Lee 15. Diamonds by the yard Encore: 16. LA woman / Baby please don’t go / Spoonful / I got my mojo working / LA woman 17. Come on Louann 18. Frankenstein’s daughter 19. Just a story from America / Twist & shout / La bamba 20. Never say never again.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s